is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 7, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE MEDEDEELINGEN.

'/maken. Een 20tal boeren is reeds te groot. Een bepaalde conclusie werd echter //over dit punt niet genomen”. Een werkelijk zeer nuttig werk is door den heer S. Gazan te Rotterdam verricht. Aan de bekende Nederlandsche vereenigiugen voor ouderlingen aankoop van meststoffen, zijn door hem een lOtal vragen gericht betreffende het aantal leden van iedere vereeniging, de gemiddelde grootte der boerderijen in hare gemeenten en andere bijzonderheden, verder voor welke gewassen en hoeveel kilogram op de hectare de drie voornaamste hulpmeststoffen (Superphosphaat, Peru-guano of Ammoniak-superphosphaat en Chilisalpeter) werden gebruikt. Vaneen 14tal vereenigingen ontving de heer G. volledige antwoorden en deze laatste zijn door hem ineen reusachtige tabel ongelukkig wegens haar vorm ongeschikt om in ons Maandblad in haar geheel opgenomen te worden vereenigd. Vervolgens heeft de heer G. die tabel laten drukken en een groot aantal exemplaren er van verspreid. Die tabel is zeer leerrijk en kan tot aansporing dienen in die gemeenten waar nog geen vereenigiugen voor onderlingen aankoop van meststoffen (of ook voedermiddelen en handels-zaaizaden) bestaan, Ineen volgend Maandblad zal, indien eeuigszins mogelijk, een zakeiijk uittreksel van de tabel gegeven worden. In memoriam. Na langdurige ongesteldheid, nu eens iets minder, dan weder erger, overleed op 11 Juni jl. op 46jarigen leeftijd, de heer Prof. T)r. M. Salverda, Inspecteur van het Middelbaar- ook Landbouwonderwijs, aan wiens beleid, ijver en volharding het te danken is, dat eindelijk ten minste ééne Rijks-landbouwschool tot stand kwam. Met welk vuur de overledene steeds de belangen van het landbouwonderwijs bepleitte en hoe hij er steeds op uitwas om de wenschen van de landbouwers zelve omtrent de inrichting van het onderwijs, vooral aan de nu bestaande school te vernemen, is algemeen bekend. Maar nog meer omvangrijk was het werk, door hem inde studeerkamer ten behoeve van het genoemde onderwijs verricht, de talrijke besprekingen daarover met regeeringspersonen en anderen , de persoonlijke kennisneming en bestudeering van alle belangrijke inrichtingen voor landb.-onderwijs in het buitenland. De taak, door den heer S. op zich genomen, was des te zwaarder, doordien beide partijen de voorstanders van het onderwijs uitsluitend inde praktijk en die van meer theoretisch onderwijs moesten bevredigd wTorden. De energie en het beleid waarmede de zaak bestuurd werd, boezemden met recht aan beide partijen eerbied in, en deed menigeen in het "fait accompli” berusten, en er in toestemmen, dat "een half ei beter is dan een ledige dop”, die anders nog wel lang en hevig zouden geprotesteerd hebben. Prof. Salverda was een goed vriend van wijlen Dr. W. C H. Staring en aan de vriendschap van dezen grooten landbouwkundige en ijveraar, even onbaatzuchtig als hij, dankte de eerstgenoemde zeker meer dan aan iemand anders de kennis van hetgeen in Nederland op het gebied van landbouw-onderwijs noodig was. Ook aan wijlen den heer Jongkindt Coninck, den eersten Direkteur der School te "Wageningen, om niet van vele andere deskundigen, vooral het geheele leeraren-personeel van de genoemde School te gewagen, had prof Salverda zeer zeker een onwaardeerbare!! steun Maar zonder eendoor allen geacht en erkend hoofdleider als de heer Salverda was, zouden wij wellicht thans nog even ver zijn als voor 10 jaren, d.i. zonder eenig stelselmatig landbouwonderwijs. Prof. Salverda ondervond veel miskenning; hij zocht nimmer zich zelven, of persoonlijke belangen te bevorderen; in zijn onbegrensden ijver als ambtenaar ontzag hij ook menigmaal de persoonlijke belangen van anderen niet. Toch zal een ieder, die met den overledene in aanraking kwam, thans bij zijn graf zijne groote verdiensten waardeeren en hem de kroon van ware burgerdeugd, zoo ruimschoots verdiend, niet willen zien onthouden. In Frankrijk heeft men zoo deelen verschillende bladen mede de electriciteit te hulp genomen tegen de nachtvorsten in wijnbergen, doordien een electrische stroom eenige gereed liggende hoopen brandstof aansteekt , die veel rook veroorzaken. De kwikzuil ineen thermometer komt n.l. in aanraking met een geleidingsdraad voor den electrischen stroom, zoodra het kwik beneden het vriespunt daalt. Zooals men weet, doen de nachtvorsten in bet voorjaar alleen nadeel bij helderen hemel, als wanneer de warmte van den grond inde planten te snel uit-

110