is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1886, no 10, 1886

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GELDBRSCH-OVERIJSELSCHE MAATSCHAPPIJ VAN LANDBOUW.

hulp niet het minst van gewestelijk- en rijks-bestuur. Zal de regeering daartoe bereid bevonden worden? In twee ons naburige rijken trad het gouvernement reeds krachtig op om den landbouwer behoorlijk vakonderwijs te verzekeren. In België is het landbouwonderwijs onmiddellijk staatszorg, in Duitschland steunt de regeering op afdoende wijze het particulier initiatief. Mij lacht het laatste het meeste toe. Wellicht ware het wenschelijk te onderzoeken, welke richting voor ons land de beste is, ook met het oog op de bemoeiingen van den staat, met den landbouw in zijn geheelen omvang., In ieder geval, hoe men ook over bescherming moge denken, daarover zullen allen het wel eens wezen , dat het verleenen van hulp en steun, waar wijden landbouwer willen leeren, hoe hij door stelselmatige oordeelkundige uitoefening van zijn bedrijf zijn inkomsten kan vermeerderen, een protectie is die allen kunnen en mogen aannemen en die plicht is der regeering. Wat intusschen ons zelven betreft, waar wij zulk een arbeidsveld nog voor ons hebben, laat ons dan niet twijfelen aan ons recht van bestaan. Waar bij veel dat wij reeds hebben gedaan, de eigenlijke grond waarop we eerst degelijk zullen kunnen voortarbeiden nog niet is gelegd, laat ons daar niet meenen, dat wij ons mogen laten ontmoedigen door gebrek aan resultaten. Laat ons liever, nu wij weer te samen bijeen zijn gekomen, om aller belangen te bespreken, elkaar met warmte de hand reiken, elkander opwekkend tot moed en volharding en elkander belovend, dat wij met meer ijver en met meer toewijding dan ooit zullen volharden bij het werk, dat wij hebben opgevat. Laat ons daarbij gedachtig zijn, dat wij een werk verrichten in het belang van het vaderland, tot vermeerdering der welvaart van hot volk, dat ons lief is! Ik verklaar deze 42e Algemeene Vergadering der Gleldersch-Overijselsche Maatschappij van Landbouw voor geopend. LANDBOUW-YOORDRACHTEN VAN G. POUQUET. Keuze van het zaad. (1) Voor men zaait kan men het zaad verschillend toebereiden óf om de ontkieming te bevorderen öf om het tegen insekten of ander nadeel te beschermen. Wij zullen hier al deze methodes niet uiteenzetten en bespreken, wij zullen op dit punt dus weinig bijzonderheden mededeelen en ten laatste uwe aandacht vestigen op een onfeilbaar middel om een ziekte in het koren; de brand, te beteugelen, die dikwijls zooveel schade aanricht. Het is zonder twijfel onnoodig breedvoerig uiteen te zetten, dat de zoogenaamde vloeistoffen het doel dat zij heeten te beoogen niet bereiken, om n.l. door indompeling van het zaad vóór de zaaiing, dit volgens de uitvinders geschikt te maken om de opbrengst van onze oogsten aanmerkelijk te vergrooten. (1) Vervolg van blz. 136.

154