is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1887, no 1, 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MEDEDEELINGEN O VEE DE VOEDINGSWAARDE VAN HET VLOEI WATER. (1)

door Dr. A. J. SWAVING, Assistent aan het Rijks ‘proefstation te Wapeningen. Corpora non agunt nisi fluida. (2) Reeds voor circa veertig jaren wees Vincent op de gewichtige eigenschap van het water: den grond, dien het bevloeit, voedsel aan te kunnen brengen; hij liet in 1845 aan het Proefstation te Regenwalde in Pommeren de eerste proefnemingen omtrent de werking van het vloeiwater nemen. Zulks geschiedde op weiden, die in hellingen van eene roede breedte waren aangelegd en die door beekwater van gering gehalte bevloeid werden; de grond bestond uit tamelijk grofkorrelig zand. Vincent liet nu de watermonsters, die vóór en na het bevloeien uit het vloeiwater genomen waren, analyseeren; hierdoor werd geconstateerd, dat eene aanzienlijke vermindering aan minerale bestanddeelen in het vloeiwater had plaats gevonden, die dus grootendeels aan den bodem, respectievelijk aan de planten moeten zijn afgestaan. Verder toonde Vincent de belangrijkheid aan, van de bepaling van het koolzuur en van de zuurstof in het vloeiwater vóór en na het gebruik daarvan. Dit praktisch gewichtige punt zal beneden nader omschreven worden. Later leverden H. Thiel, M. Marcker en A. Beijer bijdragen tot de bevloeiingsquaestie; er werd aangetoond, dat het phosphorzuur (1) Het bovenstaande opstel bevat een overzicht van de onderzoekingen, die in de laatste jaren in Duitscbland omtrent het //vloeien” (benaming van wijlen Dr. W. C. H. Staring) van landerijen gedaan zijn. De Schrijver er van heeft, in zijne voormalige betrekking als assistent aan het Proefstation te Munster, een werkzaam aandeel aan de allerlaatste onderzoekingen genomen; des temeer verheugt het ons, dat wij deze mededeelingen onder de oogen onzer lezers kunnen brengen. Het vloeien van weilanden is ten onzent niet onbekend In Maandblad 1881, blz. 171 (vergelijk ook jaarg. 1885 , blz. 11) is door den heer van Heek eene beschrijving gegeven met platte grond van zijne belangwekkende vloeiweiden op heidegrond bij Enschede. Ook elders in Overijssel, zooals bij Oldenzaal en Ootmarsum, in Noordbrabant bij Nederweert, Nuenen , Bladel enz. komen vloeiweiden van gewone landbouwers voor, maar er zijn nog veel meer plaatsen in ons Vaderland, waar van het rivier- of beekwater, als de gelegenheid daarvoor gunstig is, soms met gootwater vermengd, met voordeel gebruik gemaakt zou kunnen worden. Het water, zelfs al bevat het weinig plantenvoedende bestanddeelen, kan, met voordeel toegepast, op weiden ware wonderen verrichten. Men leze nog eens de uitmuntende, en inde Nederl taal nog steeds de beste beschrijving na, van wijlen Dr. W. C. H. Staring, in zijn onschatbaar Huisboek op blz. 887 en v.v. Onbekendheid met de groote voordeelen aan het vloeien verbonden en met de oorzaken van de soms verwonderlijke, vruchtbaarmakende uitwerking, is zeker een der voornaamste oorzaken, waarom het betrekkelijk nog zoo weinig in ons land met zijne talrijke groote en kleine waterstroornen is toegepast. Vooral tegenwoordig , nu men weder veel meer aan het aanleggen dan aan het scheuren van weiden doet, verdient deze zaak alle aandacht. De heer Swaving leert ons in zijn opstel, niet alleen waarin het vloeien bestaat, maar hij geeft ook de verklaring van zijne uitwerking op den plantengroei. Mocht deze of gene onzer Lezers nadere inlichtingen omtrent het vloeien wenschen te ontvangen, dan zal de heer S daartoe zeker gaarne bereid bevonden worden {Red.) (2) 1). i .- Tusschen verschillende stoffen kan geen werking ontstaan zonder de aanwezigheid van vloeistof. (Red.)

6