is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1887, no 3, 1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NATUURLIJKE WEIDEN.

slechte toestand van het grasveld wordt inde meeste gevallen veroorzaakt door de armoede van den grond en in dat geval is goed verstandig bemesten voldoende. Men moet het weiland slechts dan scheuren en opnieuw bezaaien als alle andere middelen onvoldoende gebleken zijn. De proeven van Lawes en Gilbert geven ons ook andere vingerwijzingen en toonen ons in het bijzonder den invloed aan, dien de soort van mest uitoefent op de geschiktheid van den grond om aan droogte weerstand te bieden. 1870 schijnt in Engeland een jaar van groote droogte te zijn geweest en het is belangrijk de opbrengst der weiden van Eothamsted na te gaan van dat jaar, vergeleken met die vaneen reeks andere jaren en onder andere meteorologische invloeden. De volgende tabel stelt in staat om deze vergelijking te maken. 1870 Gemiddeld Verschil droogte, over 15 jaar. met 1870. Zonder mest 725 2771 2046 Superphosphaat, potasch- en ammoniakzouten 3625 6527 2092 Superphosphaat, potasch en natronsalpeter 7000 7250 250 De bemeste weilanden hebben beter aan de droogte weerstand geboden, dat trouwens al lang bekend is, doch men had nog niet opgemerkt, dat het weerstandsvermogen afhangt van de soort van bemesting. Het stuk dat met superphosphaat, potasch en natronsalpeter bemest was, leverde bijna de dubbele opbrengst van het stuk, dat dezelfde bemesting ontvangen had en waarbij men ammoniakzouten had bijgevoegd; en terwijl onder den invloed van de laatste bemesting de opbrengst aan hooi 2000 kilo minder was dan de gemiddelde over 15 jaar, had het gedeelte dat met natronsalpeter bemest was geworden slechts een onbeduidend verlies aan te wijzen. Men mag met Lawes en Gilbert aannemen, dat de grond die geregeld natronsalpeter ontvangt, poreuser wordt en dus meer vocht kan opnemen, en dat dus de wortels zich beter kunnen ontwikkelen. MEDEDEELINGEN OVER DE VOEDINGSWAARDE VAN HET YLOEIWATER. (1) dook Dr. A. J. SWAVING, Assistent aan het Rijks proefstation te Wageningen. b. Bemestende werking van het vloeiwdter. De ondervinding leert ons, dat het water zonder eenigen twijfel eeno bemestende werking moet uitoefenen, daar de vloeiweiden, zonder bemest te worden, voortdurend hunne vruchtbaarheid behouden , ofschoon hun door het herhaalde oogsten groote hoeveelheden minerale voedingsstoffen ontnomen worden. Verder zien wij dat zulke weiden, die lager dan nabijgelegene plaatsen liggen en die bevloeid worden door water dat de afvalstoffen dezer stad of (1) Vervolg van blz. 11.

42