is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1888, no 12, 1888

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEPERST GROEN VOEDER.

grondvlakte der mijt, nog ruim de helft der boven opgegeven hoeveelheid bergen. Het persen, zooals dit in onze figuur is voorgesteld, geschiedt door 4 hetboomen. De hefboom D perst het voeder tusschen het grondhout bij A voorgesteld en het dwarshout boven op de mijt bij A' afgebeeld, die dooreen stang met schroef aan elkander zijn verbonden. Met den anderen hefboom aan de voorzijde geschiedt hetzelfde tusschen C en ü'. Bij D' is op onze figuur het uiteinde zichtbaar vaneen der beide hefboomen aan den achterkant der mijt. Zooals ook uit de figuur blijkt, bevinden zich onder de dwarshouten boven op de mijt een viertal houten overlangs. Verder zijn aan den langen arm van iederen hefboom bakken voor gewichten aanwezig, waardoor de persing aanhoudend naar behoefte kan vermeerderd en geregeld worden, terwijl men door middel vaneen maximumthorraometer, aan of liever ineen ijzeren staaf bevestigd, welke laatste nu en dan in het te persen groen voeder gestoken wordt, kan nagaan, of de persing vermeerderd of verminderd moet worden; hoe sterker persing, des temeer hitte er inden hoop ontstaat. De kosten vaneen paar hefboomen komen, zonder houtwerk, op f 72 te staan. Het houtwerk dat er bij noodig is, kan door iederen timmerman geleverd worden en kost naar gelang der houtprijzen f 19—30. DE YEENDAMKÜLTUUR VAN RIMPAU. (l'eno/g en slot van bh. 169) Nadat de hoofd-afvoerkanalen het geheele terrein op doelmatige wijze doorsnijden, is het uitgraven der slooten bijna het eenige werk ter voorbereiding van den akker voor de kuituur. De kosten van dit werk met inbegrip van het vlak maken, komen voor de hektare op ongeveer f 180 tot f 250 te staan naar gelang van de diepte van het veen, bij een loon van ongeveer 33 cents voor de vierk. Rijnl. roede van het te verwerken vaste terrein. De arbeiders hebben daarbij een dagloon van f 1.05 bij tien uur werk. Inde beperking der kuituur tot de boven het veen gebrachte zandlaag van vier duim dik, zetelt de eigenaardigheid van de Eimpaulische veenkuituur. Het doel met dit afzonderlijk houden der zandlaag is: 1. Het verhinderen van het opvriezen van den veengrond des winters en van het ontstaan van nadeelige nachtvorsten door uitdamping veroorzaakt des zomers; 2. om het overmatig uitdrogen van den bodem te verhinderen; 3. om het opkomen vaneen groot aantal nadeelige onkruidsoorten b.v. Polygonum persicaria, die op vochtigen veengrond licht het kultuurgewas onderdrukken, te voorkomen. Dat de zandlaag van vier duim op den duur volkomen onvermengd met veengrond blijft is niet mogelijk, maar ook niet noodig. De trots alle voorzichtigheid niet te vermijden vermenging van veen met het zand bij de bewerking van den grond of bij het oogsten, voornamelijk bij de aardappelcultuur, is volstrekt niet zoo aanmerkelijk dat de zandige geaardheid der bouwlaag er plotseling

184