is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1889, no 5, 1889

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KWESTIE DER SUIKERBIETEN-VERKOOP.

wordt, maar waardoor deze zich ook a. h. w. met gebonden handen aan de fabrikanten overleveren. Wegens de groote onzekerheid bij het terug krijgen van voorsshotten, wanneer kapitalisten, geen suikerfabrikanten zijnde, die zouden geven, zijnde laatste niet genegen dan tegen hooge rente geld voor te schieten. Wellicht zoude hierin verandering komen, wanneer zooals ineen veel gelezen weekblad wordt gezegd een nieuwe wetsbepaling voorschreef, dat voorschotten op den oogst tot een zeker bedrag „preferente schulden” zouden zijn. Het ware te wenschen dat op deze of dergelijke wijze raad geschaft werd, want het is te vreezen, dat wanneer een groot aantal landbouwers zooals tot nu toe voortgaan om voorschotten van fabrikanten aan te nemen, de laatste hunne meer of minder willekeurige bepalingen zullen handhaven of ten minste na eenigen tijd er weder tot terugkeeren. Een blijvende verbetering is dan niet te verwachten (1). Of nu de landbouwers van hunne zijde nog niet het een en ander tot verbetering der bietenkuituur zouden kunnen doen? Wij gelooven van wel. Het opstel van de hand van den heer S. Lako, voorkomende inde Middelburgsche Courant van 7 Febr. jl., meenden wij daarom in het eerstvolgend Maandblad te moeten overnemen. Aan het slot van dat opstel drukt de heer Lako den wensch uit, dat men reeds in dit jaar praktische proeven zoude nemen, ten einde den invloed van verschillende bemesting en verschillende soorten van bieten na te gaan. Aan dezen welmeenenden wenk is gevolg gegeven. Er zijn in het begin van April 14 proefvelden aangelegd, in Zeeland en Noordbrabant op verschillende soort van kleigrond, ieder 0.25 Ha. groot, waarvan 3 voor bemestingsproeven en de overigen voor de kuituur van verschillende bietensoorten. Ziehier ware „self help”, die tevens tracht fouten, die mogelijk gemaakt worden, op te sporen en te vermijden. Eindelijk (zoo bericht de Prov. Overijs. en Zw. Ct.) „verscheen onlangs een brochure van de hand van den heer Springer, suikerfabrikant te Steenbergen, over de „suikerbietenquaestie.” De heer S. doet daarin natuurlijk zijn best om den heer Lako en de overige woordvoerders der tegenpartij in het ongelijk te stellen, doch de wijze waarop hij dit doet en de onberedeneerde aanvallen o. a. op de Rijkslandbouwschool die zich NB. met den strijd in het minst niet heeft ingelaten —■ is eerder geschikt om zijn eigen partij groot nadeel te doen dan het tegendeel!” Wij wenschen van harte aan de wakkere landbouwers, die tot nog toe met zooveel ernst, bezadigdheid en volharding hun goed recht tegenover de fabrikanten verdedigen, een gunstig resultaat op hunne pogingen! Wij hopen in staat te zijn een volgend jaar omtrent den stand die de zaak dan genomen heeft, onze lezers te kunnen berichten. v. P. (1) Zooals wij onlangs vernamen, worden in Noordbrabant ernstige pogingen van bevoegde zijde in het werk gesteld, om eene crediet- of voorschotbank op te richten, ten behoeve van landbouwers, vooral van suikerbietenteelders. Mocht deze tot stand komen, dan zon men zeker eene goede schrede voorwaarts gekomen zijn.

73