is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1889, no 6, 1889

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BESTB IJ DING DEB STÜIFBRAND.

humusrijke aarde reeds een grooter aantal nl. 85 van de 100 ontkiemd waren. Na verloop van den 4on dag waren inde aarde 90, en in het zand 94 plantjes aanwezig; reeds op den 6e” dag was het maximum der kiemkracht van het gebezigde zaaizaad met 98 kiemplantjes bereikt, zoowel bij de ontkieming inde humusrijke aarde als bij die in het zand, terwijl op denzelfden (6e") dag der ontkieming de 12 uren vooraf in gedestilleerd water geweekte gerst eerst 94 kiemplantjes vertoonde. Wanneer men op den akker een even voortreffelijk resultaat kon bereiken, dan waren wij volkomen gered! Ik vestig er de aandacht op, dat bij mijne proefnemingen gerst gebruikt is, die met de machine gedorscht iverd; wel is waar met ter zijdestelling van de toestellen om het zaad van de naalden en kafjes te ontdoen, bij gemiddelde of een weinig ruimer stelling van den mantel om den dorsehtrommel en bij normalen, slechts matig snellen gang eener machine van zes paardenkracht. Ik ben er ver vanaf, op grond van boven beschreven proefnemingen in het laboratorium mijne geëerde beroepsgenooten te willen aanraden om op den geheelen zomerverbouw de beschreven methode in toepassing te brengen, maar toch wilde ik wel aanbevelen, voornamelijk ter vaststelling van wijzigingen, wellicht door verschillende grondsoorten noodig gemaakt, op een kleinen akker nog in dit jaar (1) eene vergelijkende proef in het werk te stellen even als ik zelf dit op het proefveld van het landw. Institut doen zal. Tot dit einde herhaal ik, dat de te beproeven handelwijze het doelmatigst op de volgende wijze ten uitvoer gebracht wordt: 1. Minstens 12 uren wecken van het zaaizaad ineen halfpercents oplossing van kopervitriool (op 100 Uier water 0,5 K.G. kopervitriool) en van die oplossing zooveel gebruiken, dat het zaaizaad in het daarvoor gebruikte vat een handbreed onder de vloeistof staat. 2. Nadat men de vloeistof heeft laten afloopen, giete men er terstond kalkmelk op, bereid voor iedere 100 K.G. zaaizaad uit 100 liter ivater en 6 K.G. goed gebrande kalk (ivitkalk). De kalkmelk moet 5 minuten lang inwerken en de massa dan aanhoudend matig krachtig omgeroerd worden. 3. Na het afloopen der kalkmelk spreide men het zaaizaad, zonder dit met water vooraf af te spoelen, ineen dunne laag over den dorschvloer en zette het herhaaldelijk om. Men zaaie het zaad dan zoo spoedig mogelijk uit en brenge het zaad over naar den akker in zakken, die 16 uren ineen halfpercents oplossing van kopervitriool geweekt en dan in water uitgewasschen werden. Hadden wij op deze wijze wellicht een afdoend middel verkregen om zonder nadeel voor de kiemkracht van het graan de daaraan hechtende kiemsporen te dooden, dan is het nog onze taak om, behalve dat wij het gebruik van mest vermijden waarin brandsporen aanwezig kunnen zijn, zorgvuldig te letten op zulke planten welke door brand aangetast worden ten gevolge van rechtstreeks op den grond geraakte sporen. Deze planten onschadelijk te maken moet dan een onzer voornaamste zorgen uitmaken, wanneer wij (1) Prof. Kühn publiceerde bovenstaand opstel aan het einde van Maart. (Red. M.)

86