is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1889, no 9, 1889

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET 42ste LANDBOUW-CONGRES TE BERGEN OP ZOOM.

onmogelijk gemaakt aan hun voornemen gevolg te geven. Symphathie voor de werkzaamheden van het Congres bestaat er bij de Regeering in hooge mate, en al schijnt het ook vreemd, toch is ook het Dep. van Justitie in nauwe aanraking met den landbouw. Z. Exc. herinnert aan de boterwet en zegt open oog en oor te hebben voor alles wat landbouw betreft. Trouwens, dit is niet alleen bij zijn Dep., maar zelfs bij Buitenlandsche Zaken, Oorlog en Binnenlandsche Zaken waar te nemen (relaties met bevriende mogendheden over vee, verbetering van paardenras, landbouw-onderwijs). Landbouw is de voornaamste tak van nijverheid. Gaat het den boer goed, dan gaat het ons land goed. Op het gebied van landbouw mag men niet stilstaan; men moet de handen ineenslaan tot verbetering van de cultuur. De Regeering wil al het mogelijke doen tot opbeuring ten goede en daarbij tot opheffing van alles, wat daaraan inden weg staat. Men wil samen werken, tot verheffing, uitbreiding en verbetering. De Regeering stelt op hoogen prijs wat door de Congressen wordt verricht en spreekt den wensch uit tot afwerping van goede vruchten. (Daverend applaudissement.) Aan de orde kwam toen: „Do wenschelijkheid vaneen Ministerie van Landbouw.” Ingezonden en ingeleid door den Heer F. A. Rovers, te Steenbergen. Spreker wijst op andere landen in Europa, waar deze Departementen wel bestaan, en bepaalt zich hoofdzakelijk tot België, om er op te wijzen, wat aldaar sedert 1884 is tot stand gekomen. Sedert namen de besprekingen inde volksvertegenwoordiging eene groote vlucht. In Nederland is verbetering hoogst wenschelijk. Hij rekent op bemiddeling van het Congres. De Heer Yan Meukeren wijst op eenige bezwaren tegen de oprichting vaneen afzonderlijk Ministerie. Ook bestaat de mogelijkheid, dat er van dat Ministerie dan wel eens meer zou kunnen uitgaan, dan den landbouwers lief was. Spreker is er voor, om aan het Ministerie van Handel en Nijverheid eene afdeeling voor Landbouw te verbinden. (Yergel. Yerslag van het 35Bte Landb.- Congres. Red. Maandblad.) Dan zullen de belangen meer worden behartigd. De Heer Coolen acht het benoemen vaneen 9en Minister verkeerd en vindt, dat men zich dan op een verkeerden weg begeeft. Wil men iets vragen, dan zij het de oprichting van eene afdeeling, niet met een bureaucraat aan het hoofd, maar met een man ,van den kouden grond.” —■ De majoor der art. Boogaard wijst op de financieele lasten, aan de oprichting vaneen nieuw Ministerie verbonden. Ook hij wenscht toevoeging van eene afdeeling en samenwerking van theorie en practijk. Hij wil inspecteurs of adviseurs. De Heer van Rijckevorsel ondersteunt dit gevoelen. De Yoorzitter meent geen conclusie te mogen nemen, maarden Minister van Justitie te mogen verzoeken, het behandelde aan de Hooge Regeering mede te deelen. De Minister van Justitie neemt deze taak gaarne op zich en zal er zoodra mogelijk mededeeling van doen inden Ministerraad. Door den Heer Mr. A. F. Vos de Wael, lid van de Tweede Kamer, was het volgende vraagpunt (n°. 48) ingezonden: „Kan het Congres zich vereenigen met het voorstel om aan het bestuur van dit Congres op te dragen een officieel verzoek zoo spoedig

130