is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1889, no 10, 1889

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEBVALSCHIKG VAN LIJN KOEKEN.

er opgelegd en sterk aangedrukt, de uitgeperste vloeistof opnieuw weggenomen en het zoo gereed gemaakte praeparaat onder den mikroskoop goed doorzocht. Ik heb aan mengsels, die ik bereiden en koeken die ik met voordacht voor dit doel slaan liet, mij overtuigd, dat de bedoelde methode op deze wijze volkomen vertrouwbare resultaten oplevert. Ik voeg hier verder nog bij, dat ik met behulp van deze methode een groot getal lijnkoeken-soorten van meer dan 34 pCt. eiwitgehalte, alle ter controle gedurende den winter van ’BB/'B9 aan het Proefstation ingezonden, onderzocht heb, maar onder deze niet een enkele keer de vervalsohing kon aantoonen. Het kan dus als bewezen worden aangenomen, dat er lijnkoeken met een dergelijk hoog gehalte ten minste in sommige jaren bestaan, omtrent welk feit hier en daar wel eenige twijfel bestond; want een ander materiaal tot verhooging van het eiwitgehalte wellicht katoenzaadkoeken zoude zoo licht aangetoond kunnen worden, dat de lust tot vervalschen, wellicht bij dezen of genen opgewekt, reeds inde kiem verstikt zoude worden. CONTROLE DER BOTEROPBRENGST IN ZUIVELFABRIEKEN. dook J. H. HOFSTEDE, Scheikundige van de zuivelbereiding- Vereeniging te Strückhausen in Oldenburg. Het is voor elke zuivelfabriek van het grootste gewicht, zich dagelijks te kunnen overtuigen, of de geproduceerde hoeveelheid boter aan dein de betreffende fabriek heerschende omstandigheden beantwoordt, om bij afwijkingen op het spoor der fout te kunnen komen. De boteropbrengst is daar, waar uit room gekarnd, en de room door middel van centrifugaalkracht gewonnen wordt, afhankelijk van de volgende factoren: 1) van het vetgehalte der melk, dat wij inde onderstaande formule aanduiden met M; 2) van de sterkte der ontrooming, d. w. z. het percentgehalte aan vet, dat inde afgeroomde melk achterblijft =m 1; 3) van de sterkte van het uitkarnen, d. w. z. het percentgehalte aan vet, dat inde karnemelk terug blijft —m 2; 4) van het vetgehalte der boter = B. Bij de bedoelde berekeningen kan men zich nu van de volgende formules bedienen (1). 1. Uit 100 kg. melk wordt aan botend gewonnen: „ mix 80 «i2 X 21 ' M yqq pyö =M 0,8 ml 0,21 m2. 2. Uit 100 kg. melk verkrijgt men aan boter: M— 0,8 ml 0,21 m 2 B 3. Voor 1 kg. boter zijn dus noodig: 100 B , „ — Ir o* jppl k M 0,8 m1 0,21 m 2 nn M 0,8 ml 0,21 m 2 -g X (1) Vergelijk de berekeningen op blz. 135, vorig Maandblad. De hierboven medegedeelde winnen het nog van gene in duidelijkheid. (Red.) 10*

147