is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 5, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE MEDEDEELT NOEN.

doen om zelf, ten minste ten naaste bij, het gehalte der door hen verbouwde bieten te leeren kennen. Wenschelijk is het vooral, dat voor de beslissende onderzoekingen overal en steeds dezelfde methode van onderzoek worde toegepast. De landbouwers (en ook de fabrikanten) in Brabant en Zeeland hebben blijkbaar in het Rijksproafstation te Breda en in zijn doortastenden en kundigen directeur, in hunne onmiddellijke nabijheid een krachtigen steun verkregen. {Het bovenstaande was reeds voor het vorige Maandblad gezet maar vond toen geen plaatsruimte meer. Voor het doen der nu volgende mededeeling werden we voor dat n°. een weinig te laat in staat gesteld.') Aan het ons toegezonden Uittreksel uit het leerplan van de Zuidhollandsche Leerhoeve voor Zuivelbereiding gevestigd te Oudshoorn ajd Rijn ontleenen we het volgende: Aan deze '/Leerhoeve”, beschikkende over 40 H.A. grasland en de noodige hluprniddelen voor het onderwijs inde bereiding van boter en kaas en wat daarmede in verband staat, kunnen hoogstens ieder jaar 80 leerlingen, jongens en meisjes, onderricht ontvangen Deze leerlingen moeten den leeftijd van minstens 15 jaren bereikt, en voldoende van het gewoon lager onderwijs geprofiteerd hebben; zij betalen vooruit ƒ 80— schoolgeld. ledere cursus duurt een jaar en vangt aan 1 Mei; na afloop daarvan wordt door het Bestuur een diploma uitgereikt wanneer de leeraren deze onderscheiding verdiend achten Het Bestuur bestaat uit 12 leden der Holl. M. van Landbouw, door wiens bemoeiingen de Leerhoeve tot stand kwam, en het onderwijs, hoofdzakelijk inde praktijk der zuivelbereiding (12 uur ’s weeks theoretisch) wordt gegeven door 4 leeraren (de heer S. van Dissel is tevens Directeur), een assistent, gediplomeerd door de Rijkslandbouwschool (Afd A.) een bedrijfsboer met zijne vrouw en een kaasmaker. De werkzaamheden duren van ’s morgeus 5 tot ’s avonds 7 uur met rusttijd van B—9,1111 en \—s ure. De jongens en meisjes worden afzonderlijk geoefend inde zuivelbereiding en alles wat daartoe behoort, voor het handwerk en de veehouderij zullen uitsluitend de jongens gebezigd worden, voor het huiswerk en het schoonmaken der werktuigen voornamelijk de meisjes. Voor eene volledige beschrijving van het theoretisch onderwijs als het onderricht inde praktijk verwijzen wij naar het leerplan zelf, verkrijgbaar bij den Directeur. Yan de wakkere uitgevers Gebr. Cohen te Arnhem en Nijmegen ontvingen we in dank reeds de 8e afl. van Darwin's Biologische Meesterwerken, op blz. 45 van ons Maandblad meer uitvoerig aangekondigd. De uitgave van dit beroemde werk gaat dus geregeld voort. Over het Drijfzand, schreef de heer A. D. Hagedoorn te Amsterdam eene belangwekkende verhandeling in het tijdschrift "de Natuur”, wraarvan wij in dank een afdruk ontvingen. De schrijver geeft daarin een duidelijke beschrijving van het nog weinig bestudeerde, vooral op geologisch gebied belangwekkende verschijnsel, dat zand "onder zekere omstandigheden bepaaldelijk daar wraar water het onder zekeren druk binnendringt, daarin niet volkomen nederzinkt, maar eenigszins zweeft, of ten minste niet met dien druk op elkaar ligt gepakt, als het door eigen gewicht zou doen op het droge.” Bij de vroeger algemeen en tegenwoordig soms nog wel gevolgde methode van het laten zinken van waterputten, door het oudergraven der ringmuur en uitscheppen van zand en water veroorzaakt dat "drijfzand” soms een onoverkomelijk bezwaar. Zeer aangrijpend is de voorstelling, die Victor Hugo in zijn bekend werk "Les Misérables” geeft van het wegzinken vaneen wandelaar in zulk drijfzand op een eenzame plaats van het strand van Normandie, waarbij hij een langzamen maar zekeren verstikkingsdood ondergaat. De heer H. zegt aan het slot van zijne verhandeling, die van grondige studie getuigt, dat de beschrijving van V. H. wat phantastisch ingekleed moge zijn maar toch niet geheel onwaar is. Ook voor de toezending van den tweeden Jaargang van het door het Kruidk. Gen. Dodsnaea te Geut uitgegeven Botanisch jaarboek, verschenen Maart 1890, onzen minzameu dank. (Op blz. 81 van den vorigen jaarg. van dit Maandbl. is de eerste jaargang aangekondigd.) Voor de beoefenaars der plantenkunde maakt het genoemde Genootschap zich zeer verdienstelijk; in dezen 2en jaarg. komt, ouder meer zeer be-

78