is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 7, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROENVOEDËR PERSE N.

maai- het binnenste voeder was uitnemend; het had eene olijfgroene kleur en was nagenoeg geheel vrij van zuur. Niet het geringste werd door het vee versmaad, zelfs de distels en de ossentong uit het harde gras niet, en toen het voeder na een maand verbruikt was dagelijks een groot tweespannig voer verminderde bij ander voeder de melkopbrengst 50 liter en 2 dagen later zelfs 70 liter. (Yan hoeveel koeien wordt niet opgegeven. Waarschijnlijk is geen zorg gedragen langzamerhand het persvoeder te verminderen en door ander voeder te vervangen). De heer F. knoopt hieraan de volgende berekening: De scheikundige analyse toonde aan, dat in het voeder aanwezig waren: 3.33 pCt. eiwitachtige stoifen, 1.01 pCt. vet, 1.87 pCt. aschbestanddeelen, 79.50 pCt. vocht en 14.29 pCt. ruwvezel en andere stikstofvrlJei gedeeltelijk zetraeelachtige stoffen. Aangenomen dat van de 3.33 eiwitachtige stoffen 0.33 onverteerbaar zijn, dan blijven in 25 kgr. dagelijks aan een koe te vervoederen geperst voeder 0.75 kgr. verteerbare eiwitstoffen. Komt daarbij 5 kgr. hooi van gemiddelde kwaliteit, volgens Prof. Wolff 0.26 kgr. eiwitst., dan ontbreken nog in het rantsoen ongeveer 0.25 kgr. van dit bestanddeel, dat door 0.50 kgr. aardnotenkoek aangevuld kan worden. Daar nu 1 hectare goed te veld staande wikke voeder (met haver vermengd) gemakkelijk 20 000 tot 25 000 kgr. groene massa oplevert, zou hectare in 200 dagen der wintervoedering ruimschoots de hoeveelheid van 25 kgr. groenvoeder opleveren, die gevoegd bij 5 kgr. hooi en 0.50 kgr. aardnotenkoek voor het dagelijksch rantsoen van 1 stuk vee vereischt worden, ten minste wat de hoeveelheid eiwitstoffen betreft. In ’t voorbijgaan zij opgemerkt, dat Prof. Wolff de waarde van zoet geperst wikkevoeder met slechts 2 pCt. eiwitstoffen op 92.5 cent de 100 kgr. schat. Bij een opbrengst van 20 000 kgr. van de hectare zou dit dus eene waarde van f 46,20 per V* hectare uitmaken. Bij een eiwitgehalte van 3 pCt. wordt dit echter meer dan f 60. Welke groote waarde het ook heeft in natte jaren hooi, klaver, wikke en dergelijk voeder door persen voor bederven te bewaren, acht de heer F. toch nog grooter voordeel daarin, dat men ieder soort van voeder, dat niet geschikt is om goed gedroogd te worden, zoodoende kan conserveeren. Hij was dan ook van voornemen in dit jaar verscheidene hooipersen te gebruiken. Voor zeer hard en droog voeder is sterkere persing en zijn dus steviger persbalken noodig dan wanneer het voeder sappig is. (Wellicht is hier het bevochtigen van het voeder bij het optasten aan te bevelen.) Ten einde de temperatuur gemakkelijk te kunnen bepalen liet de heer F. eenige ijzeren buizen (oude gasbuizen) tusschen het voeder vlijen, waarin de maximaal-thermometer geschoven werd, en waarvan hij de openingen natuurlijk afsloot wanneer de thermometer er niet in stak. (Slot in »°. 8.) ZUIYELSCHOOL TE BOLSWARD. Yolgens berichten inde dagbladen is de vakzuivelschool te Bolsward sedert 4 November geregeld in werking en namen aan

107