is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 9, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SUIKERBIETEN OP RILLEN EN MET VLOEIBARE MEST VERBOUWD.

(Superphosphaat, Chilisalpeter, Zwavelzure Ammoniak) bezet waren, blijkbaar zonder eenig nadeel aan de bieten veroorzaakt te hebben”. (In het nr. van het genoemde „Zeitschrift” wordt verder geen melding gemaakt van de bedoelde werktuigen of hunne samenstelling, en evenmin een adres opgenoemd ter verkrijging van zulk een werktuig. Mocht een onzer lezers wenschen hieromtrent nader te worden ingelicht en dit aan ons mededeelen, dan willen wij gaarne hierin behulpzaam zijn. {Red. Maandblad.) Wat nu de door den heer F. Strohmer beschreven proefneming aangaat, zijnde daarbij verkregen uitkomsten vooral merkwaardig ten opzichte van de aanzienlijke vermeerdering van opbrengst door vloeibare bemesting Superphosphaat en Chilisalpeter in water opgelost verkregen. Ook in 1888 werden deze proeven genomen, maar ten gevolge van de abnormale weersgesteldheid in dat jaar, waardoor bijna overal de opbrengst der suikerbieten een tot twee derden minder was dan gemiddeld in andere jaren, werden toen geen afdoende uitkomsten verkregen. In 1889 ging het beter. Het proefveld, bestaande uiteen diep lossen, tamelijk stijven en tot korstvorming geneigden kleigrond, lag midden ineen veld van 50 Ha. Dit werd tweemalen inden winter van 1888/89 geploegd en ontving daarna eene middelmatige compostbemesting, die terstond uitgespreid, kort voor het bezaaien van het land met den extirpator werd ondergewerkt. In 1886 droeg het land wintertarwe met stalmest bemest en die 1700 kgr. van de Ha. opleverde; in 1887 Suikerbieten na dubbele (?) bemesting met kunstmest, droog inde rijen uitgestrooid: opbrengst 20 000 kgr. en in 1888 Zomergerst, (waarschijnlijk zonder bemesting): opbrengst 2000 Kgr. Het proefveld, 8568 M2 groot, werd overlangs in 11 perceelen verdeeld, waarvan om het andere er telkens een, nrs. 2,4, 6, 8 en 10, verder onbemest werden gelaten. Deze onbemeste perceelen waren ieder 504 M2 groot; er stonden op ieder 3 rijen bieten. Yan de andere, bemeste, perceelen, ieder 1008 M2 groot en waarop ieder 6 rijen kwamen, ontvingen n°. 1,5 en 9 vloeibare- en n°. 3, 7 en 11 droge mest. In volgorde kwamen dus: een met vloeibare mest bemest, dan een met droge mest en eindelijk een onbemest perceel en zoo vervolgens. _De bemesting en bezaaiing had plaats op 4 Mei, het rooien der bieten op 21 Oetober. De gekweekte variëteit was de „Wohanska’s Austria Elektoraal” witte Suikerbiet. Bij de vloeibare bemesting werd in afwijking van de anders gevolgde methode de hulpmest met voordacht niet met aalt maar met putwater opgelost. Overigens was het ook slechts eene zwakke bemesting om niet door overvloedigen toevoer van plantenvoedsel het resultaat van vloeibare en droge bemesting onduidelijk te maken, en ook om te zien, in hoeverre men met besparing van bij het gebruik van v. Bertels werktuig zou kunnen gaan. Op ieder perceel van 1008 M2 kwam 15 kgr. Chilisalpeter en 15 kgr. Beendermeel-superphosphaat in 4 Hl. water opgelost of per Ha. 148,8 kgr. van ieder, gezamenlijk bevattende 24,11 kgr. stikstof en 27,1 kgr. oplosbaar phosphorzuur.

139