is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1890, no 9, 1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SUIKERBIETEN OP BILLEN EN MET VLOEIBARE MEST VEBBOUWD.

De hevige regenbuien, afgewisseld met sterke zonneschijn, veroorzaakten dat er zich een harde korst op den grond vormde, die het opkomen van het zaad belemmerde. Echter maakte de bouw op ruggen, dat de korst gemakkelijk en bij tijds kon worden gebroken, zoodat hier niet, zooals op andere akkers van gelijke gesteldheid inden omtrek, het land weder omgeploegd behoefde te worden en de stand der bieten zeer regelmatig, overal even dicht was. Reeds op 31 Juli was het duidelijk te zien, dat de met vloeibare mest bemeste perceelen meer zouden opbrengen dan de andere. Verder dient nog opgemerkt, dat de zomer droog en warm was. Bij het rooien was de opbrengst der voor de fabriek schoongemaakte bieten: Perc. Vloeibare mest. Perc. Droge mest. Perc. Onbemest. 1 41 865 kgr. 3 32 242 kgr. 2 j 5 40 079 „ 7 34 027 „ 4 ( bb gr-9 40 773 „ 11 34 920 . J3O Q 59 , Het verschil tusschen de hoogste en laagste opbrengst der met vloeibare mest bemeste perceelen bedroeg 180 kgr.; dat bij de perceelen met droge mest 270 kgr. en dat der onbemeste perceelen 90 kgr., echter tusschen de hoogste opbrengsten van de met vloeibare en met droge mest bemeste perceelen 700 kgr. Verder, tusschen de laagste opbrengst met vloeibare mest en de hoogste opbrengst van onbemest 1190 kgr. en tusschen de laagste opbrengst der droog bemeste perceelen en der onbemeste 220 kgr. Dit laatste cijfer werd dus slechts weinig overtroffen doordat van het verschil tusschen minimum- en maximum opbrengst der droog bemeste perceelen. Daar echter de opbrengsten der tot ieder rubriek behoorende afdeelingen onderling goed overeenstemden, heeft men de volgende gemiddelde opbrengsten: bij vloeibare bemesting 40 905 kgr. I . , droge 33 730 schoongemaakte bieten onbemest 29 612 ” ( van de hectare- Van ieder perceel werden 4 bieten voor de hand weggenomen en scheikundig onderzocht. (Beter zou de methode geweest zijn door Prof. Marcker bij zijne proeven gevolgd, nl. door uit iedere rij, van elke 50 bieten één voor het onderzoek te nemen; het bericht van deze proefnemingen kwam echter te laat.) Het bleek bij dit onderzoek, dat geen doorgaand verschil tusschen het gehalte der met vloeibare- en die met droge mest bemeste bieten bestond. Beide waren van goede kwaliteit; het suikergehalte wisselde af van 15 tot 17,3 pCt. en de zuiverheidsquotient van 86,4 tot 92,6. Even als de proeven van 1888 hebben die van 1889 aangetoond, dat de ophooping van mest inde nabijheid van het zaad en in het onmiddellijk bereik der bietenwortels, zonder nadeeligen invloed op de kwaliteit der biet is. In tegenspraak dus met de bewering van H. Werner in zijn bekend werk: „Der praktische Zuckerrübenbauer” 1888 blz. 118, 119 en van Wolny in „Saat ünd Pflege” 1885 blz. 336. (Vergelijk ook het inde inleiding van dit opstel medegedeelde gevoelen van den heer v. Bertel.)

140