is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 5, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE NEDEELANDSOHE PHYTOPATHOLOGISCHE VEEEENIGING.

met de handen inden schoot blij ven zitten. Wij kunnen op het gebied der kennis van plantenziekten en schadelijke dieren wel veel van buitenlanders leeren, maar niet klakkeloos overnemen, wat in andere landen werd ontdekt. Het kan zeer wel voorkomen, dat zich hier andere ziekten en plagen voordoen dan elders. De mosterdtor, die nu reeds sedert jaren voor de teelt van de mosterd in Noordholland zoo nadeelig wordt, werd tot heden nergens schadelijk. En het geelziek der hyaointhen schijnt op Nederlandschen bodem te zijn ontstaan. Maar ook wanneer het een of ander schadelijk insekt of de een of andere in planten parasiteerende zwam zich vanuit het buitenland over ons land verbreidt, dan volgt daaruit nog niet, dat de gevolgen der doordat insekt of door die zwam teweeggebrachte beschadiging of ziekte Mer in ieder opzicht zóó moet verloopen als in andere streken. Het klimaat, de aard van den bodem, de wijze waarop de aangetaste plant geteeld wordt, zijn van den allergrootsten invloed op de verschijnselen, de intensiteit en het verloop der ziekte. En daaruit volgt alweer, dat middelen, elders met succes aangewend, hier niets zullen haten of te duur worden, met het oog op het te bereiken resultaat; of dat omgekeerd hier te lande middelen kunnen worden toegepast, die men elders niet kan aanwenden. Zelven moeten wij opmerken, feiten verzamelen en onderzoeken; dan werken wij in ons eigen belang en te gelijk in dat van andere natiën. Yan harte hoop ik, dat nog vele practici tot de Yereeniging zullen toetreden, en vooral dat velen van de toegetredenen krachtig meewerken. Dan wordt het doel der Yereeniging bereikt, naar ik hoop en vertrouw, tot heil van land- en tuinbouw en houtteelt in ons Vaderland. Wie nog wenscht toe te treden, kan zich tot dit doel aanmelden, behalve hij Prof. de Yries te Amsterdam of bij mij, hij een’ der Secretarissen der Yereeniging, Dr. H. W. Heinsius te Amersfoort en Dr. H. J. Calkoen te Haarlem. De wetenschappelijke leden der Yereeniging wenschen zooveel mogelijk voor de praktijk nuttig werkzaam te zijn, en steeds met de praktijk voeling te houden; en dit zal hun vooral gemakkelijk worden gemaakt, wanneer allen, die zich inde verschillende oorden des lands met de onderscheiden takken van plantenteelt bezighouden, krachtig meewerken. Uit dit oogpunt is het van veel belang, dat in het Bestuur der jonge Yereeniging practici zitting hebben uit de meest verschillende streken van het Eijk, en de verschillende hoofdtakken der plantenteelt vertegenwoordigende. Het Bestuur bestaat n.l. uit de heeren J. H. Krelage te Haarlem (Voorzitter), G. Zijlma te Westpolder (Groningen), L. Max te ’s Hertogenhosoh, P. F. L. Waldeck te Loosduinen, A. Koster Mzn. te Boskoop, uit de beide bovengenoemde heeren Secretarissen en uit Prof. de Yries en den ondergeteekende, als leden der Internationale phytopathologische Commissie (1). Moge de vastere hand, dien wij trachten te knoopen tussohen de mannen der praktijk en der wetenschap, voor heiden vruchten afwerpen! Voor heiden! Want niet slechts plukt de praktijk heer(l) In plaats van den heer Zijlma, die de benoeming niet heeft aangenomen, moet een ander Bestuurslid worden gekozen.

69