is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 5, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESTRIJDING YAN DE NBMATODEN OP SUIKERBIETEN.

plantjes met de hand vernietigd werd. Op dit tijdstip (24 Juni) was het loof der aardappels ongeveer 10 cm. lang geworden. Bij deze proef dienden vergelijkenderwijze 54 soorten, waarvan 34 vroege en middelmatig vroege, 10 middelmatig late en 10 late Aardappelen. Yan de eerste groep was het loof tijdens den oogst gedeeltelijk geheel afgestorven, gedeeltelijk verwelkt. De tweede groep vertoonde verwelkt of half verwelkt de derde groep nog groen loof. De verhouding der opbrengst onderling der afzonderlijke soorten was niet gelijkmatig; in het 8e Heft der „Berichte des landwirthschaftlichen Instituts” zal ik daaromtrent meer uitvoerige mededeelingen doen, en vermeld hier alleen die, welke de gunstigste resultaten opleverde en de opbrengstcijfers alleen van die soorten waarmede minstens eene oppervlakte van 6 Are bezet was. {Wordt vervolgd.) YERZUIMT NIET PHOSPHOEZTJRE KALK IN HET YEEYOEDER TE DOEN. (1) dook M—r. Nog niet lang geleden is op nieuw door voederingsproeven bewezen, dat gebrek aan phosphorzure kalk in het voeder aanleiding geeft tot ziekten der beenderen. Ontstaan er nu al juist niet altijd ziekten door, toch blijken de nadeelige gevolgen uit vermindering in opbrengst of in werkkracht onzer huisdieren. Aan Stilling en Mering („Mediz. Centralblatt n°. 45”) is het gelukt door voedsel dat arm aan kalk was, bij een volwassen hond beenverzwakking (Rachitis) te weeg te brengen. Eene middelmatig groote, volkomen gezonde teef, kreeg tijdens zij drachtig was slechts met gedistelleerd water uitgekookt paardenvleesch, bovendien uitgesmolten vet en als drank slechts gedistelleerd water, om het opnemen van kalk – zouten zoo niet geheel te beletten, dan toch tot op een minimum te redueeeren. Er kwamen 6 normale jongen ter wereld, waarvan er een, gedood en onderzocht, volkomen normaal en gezond bevonden werd. De overige, door de teef gezoogd, ontwikkelden zich echter gebrekkig en konden na 3 tot 4 weken ter nauwernood nog loopen; vier stierven tengevolge van lichaamszwakte, terwijl de laatste na 8 weken gedood werd. Geen er van vertoonde echter bij onderzoek noch aan de beenderen noch aan de gewrichten abnormale verschijnselen. De teef was, hoewel zeer hongerig en levendig, zeer vermagerd, maar vertoonde uitwendig geene verbuigingen aan het beengestel. Toen het dier echter, 126 dagen na het begin der proefneming gedood werd, toonde het mikroskopisch onderzoek ten duidelijkste aan, dat de zachte beenderen (het kraakbeen? Red. M.) door de ziekte aangetast waren. Dr. J. Brümmer te Jena komt in zijne verhandeling over „Die Bedeutung des phosphorsauren Kalks für die Ernahrung, Gesundheitserhaltung und Leistungsfahigkeit unserer Hausthiere, sowie die (1) Dit en het volgend opstel behoort tot die, door den Heer Dr. J. Brammer te Jena aan de Redactie van ons Maandblad toegezonden (zie vorig Maandblad). Onzen vriendelijken dank bij deze voor de bewezen beleefdheid. {Red. M.)

74