is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 11, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROEN BEMESTING.

lang. Want de toestand van den landbouwer en de staat waarin zijn vee verkeert geven een ongunstig antwoord. Er blijkt allerwege dat, naar verbetering te zoeken, lang geen overtollig werk genoemd worden mag. Daarom wees hij op het, gelukkig toenemend gebruik van kunstmest en bracht hij dit in verband met de teelt van klaver en lupinen, beide planten die geen stikstof inden mest behoeven en dus een goedkoope kunstmest vereischen. De wetenschap heeft aangetoond dat deze planten, hoewel geen stikstof inden bodem vragende, zelfs veel stikstof hatende, deze onmisbare en dure meststof uit de lucht opnemen en inde wortels verzamelen. Daarom zijn die planten aangewezen voor bodemverbetering bij ontginning, voor groen-bemesting bij groote boerenerven. Maar, ook over deze planten kon de eenjarige proef, de onoordeelkundige, geen uitspraak doen. Want de lupine had hare bijzondere eischen die haar groei beheerschten. Zij mocht op geen zuren grond verbouwd worden. Wie over dit gewas de ervaring wil raadplegen, bereize den achterhoek van Gelderland. Wie aangaande de Serradella een ondervrucht voor rogge om na het stoppelblooten te laten doorgroeien en in het najaar onder te ploegen een lesje wil nemen begeve zich naar de landstreek tusschen Doesburg en Doetinchem. Wie nu de Lupine met stikstof of kalk mest in plaats van met kali, werkt de plant tegen. Serradella daarentegen is, evenals Klaver, dankbaar voor kalk, in tegenstelling met Rogge, Boekweit en Spurrie, die alle op kalkarme gronden tieren willen. Voor betere gronden is het aanleggen van klaverweiden een hoogst wenschelijke zaak. En hoewel algemeen gevreesd wordt dat klaver niet voort wil op de gewoonlijk kalkarme zandgronden, is een doelmatige bemesting met kalk, dus met gewone Luiksche, ongebluschte kalk (opgelost en verkruimeld natuurlijk) een uitstekend hulpmiddel. Wie goede resultaten van groen-bemesting zien wil, begeve zich naar Duitschland en Engeland, waar groote boerderijen op zandgrond goed gedreven worden ondanks het bijna geheel ontbreken van vee. Maar ook in Nederland zijn er voorbeelden. Er is onder anderen nabij Amersfoort een boerenplaats van 160 bunder (*/2 gras */2 bouwland) , de bodem is gewoon zand. Er zijn slechts 14 paarden aanwezig. Geen enkel stuk hoornvee is er. Die boerderij berust geheel op groen-bemesting en kunstmest. Niet een paar jaar, maar reeds 16 jaren lang. En zoowel het gras als de halm vruchten zijn er heter dan inde omgeving waar met stalmest gemest wordt. Waarom nu besloot de eigenaar van zijn vee afstand te doen? Omdat de ervaring hem leerde dat hij schade had door zijn veestapel en zijn stalmest. Het is werkelijk moeilijk een zoo samenhangende rede, als dr. Prins gewoon is te houden, saam te drukken ineen kort verslag. Toch moet dit thans temeer, omdat na de pauze een zoo levendig en goed onderhouden debat ontstond, dat dit in het bijzonder dient vermeld te worden. Daar het onmogelijk is het vooren tegengesprokene mede te deelen, kan volstaan worden met de

162