is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1891, no 11, 1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEHALTE VAN KRACHTVOBDERMIDDELEN.

voederingsproeven van Wolft', Kiihn-Mockern e.a. zijn gevonden. Prof. Kühn-Halle-a/S., geeft in zijn beroemd werk: Die zweckmaszigste Ernahrung des Rindviehes, 10the Aufl.” de bedoelde coëfficiënten voor de meeste der bekende voedermiddelen voor het vee op. Van de bovenvermelde krachtvoedermiddelen zijn zij uit dat boek in onderstaand lijstje overgenomen. In 100 Kg. worden als verteerbaar aangenomen: tj. .. ~ . van Zetmeel- van ruwe van Üiwit van Vet ... , „ ~ , . „ achtige stoffen Celstot. Rijstvoedermeel . . 77 kg. 88 kg. 100 kg. 67 kg. Lijnkoek 87 „ 91 , 91 , 62 , Raapkoek . . . . 85 „ 88 „ 78 „ Hu Aardnotenkoek. . . 90 „ 86 „ 98 „ 16 „ Katoenzaadkoek ..87„ 88 „ 77 ~ 12 „ Sesamkoek .... 90 „ 90 „ 63 „ 31 „ Spoelingmeel ... 88 „ 80 „ 80 „ 13 , Hebben we b.v. een lijnkoek waarvan de analyse heeft aangetoond, dat zij 32.2 pCt. eiwitachtige stoffen en 11.3 pCt. vet bevat, daarbij aangenomen, wat men in dit geval veilig doen kan, dat zij 30.0 pCt. zetmeelachtige stoffen en 8.5 pCt. ruwe celstof bezit, dan zijn in 100 kgr. van deze lijnkoek aanwezig 32.3 X 0.87 = 28.0 kg. verteerbare eiwitachtige stoffen; 11.3 X 0.91 10.3 kg. verteerbaar vet; 30.0 X 0.91 = 27.3 kgr. verteerbare zetmeelachtige stoffen en 8.5 X 0.62 = 5.3 kg. verteerbare ruwe celstof. De verhouding tusschen de verteerbare eiwitachtige stoffen en de verteerbare koolhydraten in deze lijnkoek is dus als volgt: Daar het cijfer van het vetgehalte, met 2.5 vermenigvuldigd, (omdat men aanneemt, dat 1 deel vet in uitwerking gelijk staat met 2.5 deelen gewone koolhydraten) bij dat der koolhydraten wordt opgeteld, heeft men van deze laatste, de verteerbare ruwe celstof er bij gerekend, 10.3 X 2.5 + 27.3 + 5.3 = 38.35; dit cijfer gedeeld door 28, het perc.-gehalte aan verteerbare eiwitachtige stoffen, verkrijgt men het verhoudingscijfer 1 : 2.1 d. w. z. dat op 1 deel eiwitachtige stoffen komen: 2.1 deelen zetmeelachtige stoffen, het vet hierbij mede berekend. Dergelijke voederstoffen met zulk een enge voedingsverhouding als Lijnkoek, vooral Aardnotenkoek, Katoenzaadkoek en Sesamkoek, verdienen met recht den naam krachtvoedermiddelen als men ze b.v. vergelijkt met hooi (1 : 8) stroo (1 : 46) pulpe (1 : 16) enz. en ze zijn daarom zoo bij uitsiek geschikt om ineen voedermengsel met hooi, stroo, mangel wortels enz. de gewenschte voedingsverhouding voor bijzondere doeleinden der voedering voor melkkoeien volgens Wolff b.v. 1 ; 5.4 te verkrijgen. In het reeds genoemde werk van Prof. Kühn vindt men dit onderwerp meer uitvoerig behandeld. Het ware zeker hoogst wenschelxjk, dat de veehouders zelf zich met het nemen van vergelijkende voederingsproeven inlieten. Het zou niet alleen voor hen zelf maar ook, wanneer de uitkomsten werden gepubliceerd, voor het algemeen en ter nadere bevestiging of controleering van reeds door de wetenschap gegeven wenken, van onberekenbaar groot nut kunnen zijn, wanneer tal van voederings-

166