is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 1, 1932-1933, no 25, 27-07-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27 Juli 1933. Ie jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 25. Tweede Blad.

De Landdag te Stadskanaal. Een nabetrachting. Groote beteekenis zoowel naar binnen als naar buiten. Ondanks slecht weer geslaagd. Ineen voorbereidend woord in het voorlaatste nummer gewaagden we reeds van de groote beteekenis vaneen dag als de 12 Juli voor onze beweging. Zoo nu en dan behoort er een vorm te worden gevonden waarin duidelijk tot uiting wordt gebracht hoe snel de polsslag is van „Landbouw en Maatschappij”. Wijzen we dus nog ééns op de groote beteekenis naar binnen. De leden zijn daardoor inde gelegenheid het contact met de leiding en onderling te verinnigen. Men wordt gestaafd en geschoold inde richtlijnen der ontketende acties, men is in staat voortaan zelf vorm te geven aan de gedachte, die dit boerengeslacht reeds vanaf de wieg vergezelt, n.l. dat er een schromelijke veronachtzaming is te constateeren ten opzichte van andere bevolkingsgroepen. Men wordt gestaald in het vertrouwen dat we op den goeden weg zijn om dien achterstand in te halen, door te trachten de hulp te verkrijgen van de politieks partijen, zonder een speciale voorkeur. Men gaat als propagandist naar huis, waardoor alleszins begrijpelijk pessimisme naar den achtergrond wordt gedrongen. De beteekenis naar buiten is des te grooter en alleen bij benadering te onderkennen. Het bezadigd gesproken woord dringt dieper dóór dan men oppervlakkig zou vermoeden en duikt op waar men het niet verwacht. Veel behoeven we daar niet over uitte weiden, we kunnen volstaan met het opmerkelijke feit dat de landdag inde Tweede Kamerzitting tijdens de Landbouwcrisiswet in het debat werd gebracht. Zoo was men van S.D.A.P.-zijde ge. schrokken van den fascistischen inslag van verschillende sprekers. Zooiets doet goed, speciaal voor boeren. Agitatie toch staat dezen zoo tegen, en een kleine spoorslag in zulken vorm is op zijn plaats om hen meer en meer het nut ervan te doen inzien. Gaan we dus met grimmige vastberadenheid verder! Drie Kamerleden waren aanwezig en gaven daardoor blijk van hun achting voor onzen krachtigen strijd voor een, ook in hun oogen, alleszins rechtvaardige zaak. We moeten aanmerking maken op het wegblijven van andere politieke partijen, speciaal de C.H. hadden we verwacht. De A.R. zond een afwijzend antwoord hetgeen we betreuren; den heer Van den Heuvel dragen we alle respect als volksvertegenwoordiger voor den Landbouw toe. Maar toch weten we dat vele onzer collega’s, leden van den C.8.T.8. zeer sterk met onze beweging sympathiseeren, al wordt het meerendeel door de leiding krachtig in toom gehouden om niet officieel Van hun instemming te doen blijken. Met de R.K. Staatspartij hebben we al heel weinig contact; toch doet het ons genoegen dat Kamerleden als Van Voorst tot Voorst en Ruiter, zoo zuiver onze stellingen voorstaan. Dat de V.D. wijselijk wegbleef is te begrijpen; de ontwikkeling van den toestand is zoodanig, dat ook Mr. Oud zijn naam plaatst onder de nieuwe landbouwcrisiswet. Van de drie aanwezigen was Dr. Bierema een goede oude bekende, die met den heer Louwes in dezen tijd van „omvorming” voor hun partij onmisbaar geacht kunnen worden. Mr. Vervoorn stemde eveneens, blijkens zijn rede, in met wat door ons al reeds zoolang wordt voorgestaan en waarnaar thans eindelijk meer en meerde regeeringsstappen worden gericht. Een onbekende was voor het overgroote deel van het gehoor de heer Mr. Dr. Westerhian, die algemeen een uitstekenden indruk heeft gemaakt. Deze toch sprak voor een stedeling taal, welke getuigt vaneen gezond begrip van den toestand, en wat ons evenveel waard is, het werd frank en vrij, zonder ©enige terughouding in het licht gesteld. De wanverhouding tusschen beschutte en onbeschutte bedrijven, de inzet van onzen strijd (en niet zooals sommigen meenen ©en strijd tusschen stad en platteland), noemde hij kortweg een nationale schande. De Boerenbonden moeten onverdroten hun eischen blijven stellen. Dezen steun uit stedelijken kring stellen we op bijzonderen prijs. Hij zal voor ons een spoorslag temeer kunnen zijn. Laat Mr. Westerman de te Stadskanaal uitgesproken gedachte krachtig verdedigen in ’s Landszaak Van de andere woordvoerders gaven meerdere blijk dat ze de tot dusver gevolgde steunpolitiek van helpen waar de boel instort en Man zóó dat de ondergang iets vertraagd •ordt, meer dan moe is. Men ©ischt een beter lot voor de slachtoffers. Komt deze niet spoedig, dan hoopte de heer Hamming dat er een storm zou opsteken, zoodat regeering en volksvertegenwoordigers inde Noordzee woeien. Deze zinsnede heeft nogal wat beroering gewekt, maar we gelooven dat zich daarin de mentaliteit weerspiegelt niet alleen van talloze boeren, maar ook van duizenden en duizenden andere vaderlanders. We schrijven dit zonder bijbedoelingen; de volzin is goed gesteld, men krijgt immers de gelegenheid dezen storm te voorkomen. De heer B. H. Medborg ijverde voor inflatie inde gegeven omstandigheden, evenals ook Dr. INGEZONDEN MEDEDEELING — Veehouders verzekert uw PAARDEN EN RUNDEREN bij de Nationale Onderlinge Boerenpaarden en Veeverzekerlng Mij. (NATIONAAL BOERENVEEFONDS) Gevestigd te Utrecht Tel. 14146 Maliesingel 29 Actieve Agenten gevraagd.

Oortwijn Botjes en het Dag. Bestuur derGron, Mij. van Landbouw zoo onomwonden de Regeering op het hart gedrukt hebben de mogelijkheid om den gouden standaard te verlaten, open te laten. Ook deze stelling is logischerwijze een gevolg van de Regeeringspolitiek. Men wanhoopt eenvoudig aan de geste der Regeering om de wanverhoudingen, geschapen door den welvaartsteruggang, op te heffen. Daarom en daarom alleen wil men inflatie, bij gebrek aan beter. De heer Gernaat sprak terecht van stijgende verbittering vanwege den langzamen ondergang, de heer Vander Hof luchtte zijn hart over het politiek gekuip achter de schermen, terwijl de heer Kamphuis, voorzitter van den 0.8.8., een hartig woord sprak over de verhouding tusschen werkgever en werknemer, die elkaar noodig hebben voor het heil van het bedrijfsleven. Ten onrechte is die verhouding vertroebeld door haat en nijd, als gevolg van het voeren van den klassenstrijd. Daarom dienen de Boerenbonden geen gelegenheid voorbij te laten gaande misleide arbeiders daarop te wijzen. Zeer terecht, een gezond bedrijfsleven is de I eerste factor van de volkswelvaart, en een goede, vooral rustige verstandhouding tusschen kapitaal en arbeid een eerste eisch voor een gezond bedrijfsleven. En dan lest bost, een enkel woord over het deel dat ook nu weer de heeren Smid en De Lange namen in het succes van dezen landdag. Ofschoon grootheden van zeer verschillende aard, mag men ze in Verband met Landbouw en Maatschappij, wel in één adem noemen, omdat ze elkaar prachtig aanvullen. De heer Smid toch is de rake theoreticus, die zich steeds beijvert en daarin schuilt zijn succes, om zijn theorieën door geregelde aanraking met de practijk, te verstevigen en te staven. Daarbij komt als eerste bijzaak dat dit alles eenvoudig en bevattelijk wordt weergegeven, zoodat een ieder er wat aan heeft. Zoo ook nu weer. De heer De Lange is onze propagandist van den bloede, die op onverbeterlijke wijze zakelijk helder en als het noodig is ook scherp van hart tot hart spreekt. Ook deze slottoespraak voerde, ons van diepe verontwarrdiging over de onsympathieke houding, van den burgemeester van Gieten, de vroegere voorzitter van bet D. L. G., naar de leuke, rake voorbeelden ter illustratie van zijn toespraak. De vergelijkingen waarvan de heer De Lange zich bedient, zijn als foto’s naast een artikel, ze boeien het gehoor bovenmate, terwijl* de grondtoon toch diepe ernst blijft. Onmeedoogend hekelde hij de betoonde lauwheid der afwezigen. Al degenen die naar hem geluisterd hadden, toen hij twee dagen lang met de luidsprekersauto van dorp tot dorp ging, moesten aanwezig zijn. Als op een tentoonstelling dienen de vrouwen mede op te komen voor haar aanspraak op een menschwaardig bestaan. Partij- en standsverschil werden heftig gehe. keld, f©l de drogredenen, waarachter vele tegenstanders zich verschansen, aan den kaak gesteld, alsof bet hier slechts een groepsbelang zou gelden en geen groot maatschappelijk belang. Waardig waarschuwde hij tenslotte voor de groeiende revolutionaire stemming. Maar besluiten wij. Voor het terrein (inden aanvang dooreen misverstand op het terrein) colporteerden N.S.B.’-sche’ zwarthemden hun Mussert.proclamaties. De oeroude en -sterke drang naar zelfbehoud uit zich aldus. lemand die alles kwijt is, wordt communist, die nog iets heeft fascist, voor sociaal-demoeratie schijnt geen toekomst meer. Genoeg hiervan. Vo oir alles blijve men zich organiseer en in onzen Bond, die ten allen tijd o heilzaam werk kan verrichten, voor alles leze en adverteer e men in Landbouw en Maatschap p ij. De slottoon mag zijn dat de Landdag te Stadskanaal aan zijn doel heeft beantwoord. Een speciaal woord van dank aan het afd.- bestuur aldaar zonder zoovele anderen tekort te doen, is op zijn plaats. B. MEIHUIZEN. Moedermoord. In het alleszins lezenswaard artikel van den heer Holm onder bovenstaanden titel voorkomend in no. 24, Tweede Blad, trof mij de toekomstbeschouwing voor den Nederlandschen boer. Ik geloof, dat Holm hier verkeerd ziet, en ik geloof mede, dat, omdat de stedeling en dus ook de Regeering voelt, dat het niet zóó ver zal komen, men niet ingrijpt. M.i. meeht de stedeling, dat een voldoend groot deel der boeren wel het jaar 1933 zal doorkomen. De prijzen zullen dan wel beter worden en de niet verongelukte boeren kunnen dan weer beginnen zich er bovenop te werken. Inmiddels kon de stedeling den grond, die hij in 1932 en 1933 van den in nood zijnden boer gekocht heeft, weer met groote winst verkoopen en overeen zestal jaren is de boer weer „slachtrijp” en kan het spelletje herhaald worden. lets verder in zijn stuk schrijft Holm; „Weg met buitenlandsche oliën en vetten voor margarine”. Dit gaat m.l. te ver. Wij zouden verkeerd handelen, wanneer wij, zoolang de waivischvangst gelegenheid biedt op een zeer gemakkelijke wijze ons grondstof te leveren voor margarine, slechts boter of andere vetten uit Nederland zelve zouden willen gebruiken. Onze voeding zou daardoor duurder worden niet alleen, doch ook zouden wij daardoor ons niet voldoende concentreeren op wat op den duur voor Nederland een levensbelang is, n.l, de voortbrenging van zooveel tarwe, vlas en wol als maar noodig is, om in onze behoefte te voorzien. S. A. R. de WOLFF VAN WESTERRODE, Hilversum. Naschrift van de Redactie. Het komt ons voor dat het ten zeerste wensnrhelijk is dat in plaats van walvischtraah e.d., inlandsche vetten, als reuzel e.d., bij de margarinebereiding worden voorgeschreven, ■ 11 in iIP i mm

De nationaal-socialistische beweging en Wij. Wij ontvingen een tweetal artikelen, waarin propaganda wordt gemaakt voor de nationaalsocialistische beweging. Ofschoon de leiding van deze beweging ons program heeft onderschreven en zij onder onze leden inden laatsten tijd tal van aanhangers heeft gevonden, zal men tooh begrijpen, dat het niet aangaat, zoo maar een, twee drie, ons blad in dienst te stellen van de nationaal-socialistische propaganda. Als dit gebeuren moet, kan het alleen op grond van eene uitspraak der meerderheid van onze leden. Dit neemt niet weg, dat wij in verschillende opzichten sympathiek staan ten opzichte van de N.S.B. en de met haar verwante stroomingen. En als de oude politieke partijen volharden in het sluiten van de oogen voor den nood van den boerenstand, zullen de boerenbonden voor de vraag komen te staan óf met eigen candidaten aan de verkiezingen deelnemen öf aansluiting zoeken bij de fascistische beweging. Het is in dit verband, dat wij uit eender ontvangen artikelen een gedeelte willen overnemen, dat de verhoudingen o.i. juist aangeeft. Wij lezen daar het volgende: „Inde door den heer J. Smid geschreven „toelichting op het Program der Boerenbonden wordt de noodzakelijkheid van eene „combinatie van het socialisme en het liberalisme met groote helderheid aangetoond. „De deskundige schrijver betoogt, dat zoo„wel socialisme als liberalisme iets van hun „principes moeten laten vallen en tevens van „elkaar iets moeten overnemen; daardoor „zou eene „combinatie” mogelijk worden. „Van het socialisme moet overgenomen „het beginsel der bestaanszekerheid, nauw „verbonden aan het denkbeeld der planhuls„houding, van het liberalisme het beginsel „der persoonlijke bestaansverantwoordelijk„heid, nauw samenhangend met het privaat „bezit. Bovendien zullen zoowel socialisme „als liberalisme moeten breken met het beginsel van den Internationalen vrijhandel. „Uitstekend! Maar hoe denkt men deze „„combinatie” inde praktijk te realiseeren? „Men kan toch niet verwachten, dat de S.D. „A.P. haar streven tot Internationale socia- j „liseering der productiemiddelen zal opgaven, „en evenmin, dat de liberale partijen het principe van den vrijhandel zullen laten varen? „Wat tot realiseering van de gewenschte „„combinatie” kan lelden, is uitsluitend te „vinden Inde vorming van eene nieuwe „politieke partij, welker program op deze „combinatie’ berust. Deze nieuwe politieke „partij nu bestaat reeds sedert 1932; het Is „de nationaal-socialistische beweging van Ir. „Mussert. Haar program gaat principieel in dezelfde richting als dat van de „Boerenbonden. „Het nationaal-socialisme is historisch en „principieel eene „combinatie” van sodalis„me en liberalisme in dien zin, dat het N.S., „de verkeerdheden en’ eenzijdigheden van „beide verwerpend ,datgene, wat voor den „wederopbouw van onze natie noodwendig „is ,tot een nieuwe eenheid heeft saraen„gevat.” Tot zoover het bedoelde artikel. Nu rijst bij ons echter de vraag, waarom juist de N.S.B. deze nieuwe partij zal zijn. Alvorens dit aan te nemen, zouden wij gaarne iets meer weten omtrent den economischen grondslag, waarop zij zich plaatst. Blijkens verschillende artikelen in „Volk en Vaderland” wil het ons voorkomen, dat er In dit opzicht geen voldoende helderheid van inzicht bestaat. Actueel allerlei. „De Veldbode” verdwenen. Eender voornaamste landbouwbladen, zoo niet naar lezertal, dan wel naar inhoud, Is inde crisisbranding vergaan, terwijl „de Boerderij” de nagelaten betrekkingen tot zich beeft getrokken. Velen zullen de Veldbode missen, als een blad van kwaliteit, al was dat den laatsten tijd er niet beter op geworden. Ook de lijn die de redactie trok, was wellicht tengevolge van stervensnood minder vast en kronkelig geworden. Niettemin had de redactie, verpersoonlijkt inden heer Nijpels, beter lot verdiend. Dat d e Veldbode terrein verloor, is niet alleen een gevolg van de crisis, maar ook van de oprichting van den R.K. Boerenstand. De splijtzam deed eens weer haar luguber werk. Ook was de Veldbode meer ingesteld op de theoretici en vooraanstaande practici, dan op de breede schare; dit maakte haar positie zeer kwetsbaar. Mede als gevolg daarvan liep de advertentierubriek, de ruggegraat van iedere krant, sterk terug. Aan de zonzijde zien we het niet onbelangrijke voordeel, dat onze versplinterde Landbouwpers althans iets minder samengesteld zal zijn in ’t vervolg, terwijl „de Boerderij” in deze woelige onevenwichtige tijden er een uitgesproken gefundeerde en gedocumenteerde meening op na houdt, welke kennelijk nauw verwant is met onze richtlijnen. Geen voorschot op den roggesteun. De Indertijd aangenomen roggesteunwet hield de bepaling in, dat de landbouwers inde gelegenheid zouden worden gesteld, vanwege hun groote behoefte aan contanten, f 2.50 per 100 K.G. voorschot op de later bij de aflevering berekende steun te ontvangen. Hoewel dit administratief op bezwaren zou stuiten, heiligde het doel in dezen de middelen, daar de geldnood tijdens den oogsttijd werkelijk zeer groot zal zijn en de loonbetalingen er stagnatie door kunnen ondervinden. Thans wordt echter bekend, dat hoewel reeds talrijke verzoeken daaromtrent bij de Gewestelijke Tarwe-organisatie waren binnengekomen, deze voorschotten niet zullen worden verstrekt. Dit rijmt dus niet al te best met de redactie der steunwet en heeft men de betrokkenen blij: gemaakt met een doode mus oh.

Als balsem op de teleurstelling kan de mede deelmg gelden, dat de steunbedragen aan stonds na het dorschen, wanneer dus via de dorschbrieven de kwanta bekend zijn, zullen worden uitgekeerd. Voor de raming van de totaal benoodigde bedragen heeft men de plaatselijke controleurs der Rogge-organisatie den stand der perceelei; onlangs doen opnemen. Wanneer deze bewering inde practijk niet opnieuw een luohtkasteel blijkt te zijn, kan men, gezien de administratieve vereenvoudiiging, deze wijziging niet al te euvel duiden. Het is daarbij een moedgevend feit, dat de organisaties nauw verwant zijn aan de tarweorganisaties, welke over ’t geheel uitstekend functionneeren. B. MEIHUIZEN. Nieuwe geluiden. Be wet van oorzaak en gevolg. Naar aanleiding van bovenstaand opschrift, wü Ik trachten, mede leiding te geven aan de houding die wij, ons afhankelijk wetende van de agrarische productie, in dezen tijd hebben aan te nemen. Het is de wet van oorzaak en gevolg, waardoor hemellichamen in hun loop worden bestuurd, waardoor eb en vloed elkaar afwisselen, waardoor keizerrijken en koningstronen ten val worden gebracht. Het is de wet van oorzaak en gevolg, waardoor de houding wordt bepaald van mensoh tegenover mensch, van volkeren tegenover volkeren en van werelddeelen tegenover werelddeelen. Het is begrijpelijk dat hierdoor spanningen ontstaan. Spanningen, die zich trachten te ontladen in oorlog en revolutie. En toch kunnen we achter iedere spanning een kentering der tijden beluisteren, de nieuwe geluiden vaneen streven naar een nieuwe geestelijke, zedelijke wereldorde. Het is ook diezelfde wet, die ons heeft gebracht ineen crisis als nimmer te voren. Een crisis met schrille contrasten en schrijnende tegenstellingen. Aan de eene zijde de plattelandsbevolking, worstelende tegen haar ondergang, aan de andere zijde de volksgroepen met vastgelegde Iconen en salarissen, waar men de opmerking hoort: „Hoe kan men spreken van nood, het leven is immers, nu alles zoo goedkoop is, veel ruimer geworden!” * ♦ * Wij boeren hebben onze gewassen verzekerd tegen hagelslag, ons vee tegen hemelvuur. We hebben onze productie opgevoerd, maar hebben vergeten ons te verzekeren vaneen toonenden prijs voor die producten. Langzaam maar zeker is het kapitaal aan onze handen onttrokken, onze arbeid is waardeloos geworden en de bedrijven veelal reddeloos. En nog altijd geldt de leuze „zonder kapitaal geen arbeid, zonder arbeid geen kapitaal”. Ons economisch leven is geworden tot een stelsel dat we maar ten deele kunnen doorgronden en maar ten deele beheerschen. Maar toch is onze toestand een gevolg van nalatigheid en een tekort aan waakzaamheid. De boer draagt het kenmerk van arbeidzaamheid, soberheid en godsdienstzin en is ten allen tijde geweest de bron der nationale volkskracht. Wanneer we langs de lijnen van dat leven terugblikken, dan zien we ons voorgeslacht met ijzeren wil en groote energie de spade steken in het ruwe veen, door heide bekransd, om dit om te zetten in golvende korenvelden en lachende weiden. Dan zien we ze strijden tegen nai tuurkrachten in slechte en betere tijden, tot inden tijd van heden, waar het lied van den arbeid is geworden de klaagzang der verdrukten. Het stedelijk en industrieele leven parasiteert op den arbeid van de plattelandsbevolking en schouder aan schouder zullen we moeten staan om de last van deze crisis op te heffen en te verdeden over de geheele gemeenschap. Wat ons behoort te vereenigen dat is de stof fe 1 ijk nood, wat ons steeds verdeelde, dat waren en dat zijn helaas soms nog de godsdienstige en politieke stroomingen. Het „verdeel en heersch” zal plaats moeten maken voor het „eendracht maakt macht”. In vaste lijnen moet richting worden gegeven door onze organisatie tot verovering van zoodanige prijzen voor onze producten dat onze arbeid beloond wordt, gelijk ook anderer arbeid wordt beloond. Meer niet, maar ook niet minder. Dr.-mond. MARIENS. * Overtredingen van de Crisis*Varkenswet. Zware Straffen. Van de N.V.C. ontvingen wij het verzoek tot plaatsing van het volgende: Het Regeeringsbureau Crisis-Varkenswet 1932 acht het noodig bekend te maken, dat het optreden tegen het valschehjk aanbrengen van de volgens het Crisis-Varkensbesluit 1932 vereischte oormerken er reeds toe heeft geleid, dat door de Arrondissements-Rechtbank te Utrecht een aanbrenger van valsche merken werd veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf, tcrmijl medeplichtige boeren werden veroordeeld tot f2OO.— boete. Meer dergelijke vonnissen zijn te verwachten, daar ook op andere plaatsen personen op grond van het aanbrengen van valsche merken in verzekering zijn gesteld. Aan alle varkenshouders wordt daarom in hun eigen belang aangeraden zich stipt te houden aan de ten aanzien van het doen merken van hun varkens gegeven voorschriften en mitsdien nimmer op eeuigerlei wijze aan het valsch merken van biggen mede te werken.

Systeemloos beperken. Overzicht van de belangrijkste steunwetten der afgetreden regeering. Deze staan veelal int taeken van inkrimping en beperking. Bij een overzicht van de door de regeering genomen steunmaatregelen voor den landbouw kunnen wede steunwetten in twee groenen verdoelen, n.L; die genomen voor exportproducten en die voor producten, welke in ’t binnenland verwerkt en verbruikt worden. Van deze beide groepen van maatregelen is de eerste verreweg ’t meest becritiseerd, zoo. wel door degenen, in wier voordeel ze ge. nomen zijn, als door de tegenstanders. Wat de laatste betreft wegens de grootere kosten, die er mee gemoeid zijn en wat de eersten betreft door ’t uitblijven van dein uitzicht gestelde loonende prijzen en ’t foutieve van het systeem. Onder de belangrijkste wetten, genomen voor exportproducten, rangschik ik dan- a. de crisisvarkenswet, b. de crisis, zuivelwet, c. de aardappelsteunwet en d. de tuinbouwsteunwet. Steunwetten voor binnenlandsche pro, ducten; 1. de tarwe wet, 2. de suikerbiet en w et, 3. de roggewel, 4. de v 1 assteunwet, al wordt er dan ook wel vlas uitgevoerd naar België. Daarnaast vinden we twee algemeene wetten, dus ook voor landbouwproducten, n.l. da crisisinvoerwet en de crisisuitvoer wet, de eerste ook wel c on tin genteeringswet genoemd. De laatste tracht, naar landen die eveneens contingenteeringsmaatregelen nemen den uitvoer te regelen. t Spreekt wel vanzelf, dat de laatste voor landbouwproducten veelvuldig gebruikt moet worden, ’t Buitenland belemmert onze uitvoer immers steeds meer. Van de eerste echter moeten voor ons de voordeelen nog komen. Zo dient om abnormaal hoogen invoer te voorkomen en mag geenszins beschermend werken. Bewijzen hiervan zijn wel de con. tingenteering van vleeschinvoer en boter. Mr. Oud heeft er bovendien voor gezorgd de regeering aan handen en voeten te binden, waardoor de belangen van landbouwer voor die van consument, handelsman en importeur moes. ten wijken. Deze wetten geven ons dus allerminst redenen tot tevredenheid. Tot de eerste groep van steunwetten terug, koerend zien we, dat behalve bij de crisis, zuivelwet, waar het intusschen ’t meeste noo. dig is geworden, men tracht in te krimpen. Bij de tweede groep wordt verbouw ingekrompen, bij de drie andere op verschillende wijze het uitgroeien belemmerd. Een systeem dat dus lijnrecht tegen het onze ingaat. De eerste groep beoogt hetzelfde als wat wij willen, n.l. inkrimping, doch onzes inziens op geheel verkeerde wijze; soms ook vond juist uitbreiding plaats. Bij de algemeene wetten dient de eerste althans in handen der tegenwoordigs uitvoerders om de beperking bij groep 2 toegepast aan te vullen tot 100 of meer, de laatste om de inkrimping bij groep 1 niet al te snel van stapel te doen loopen. Al willen we erkennen, dat zonder deze wetten de alge. meene toestand nog slechter zou zijn dan •hij reeds is, toch gaan ze ons lang niet vee genoeg. Beschouwing van groep I. De crisisvarkenswet. Doel van deze wet was inkrimping van de varkensfok, kerij en mesterij en het geven vaneen 100. nende of tenminste productiekostendekkenden prijs. De inkrimping is echter nog lang niet bereikt, daar dein uitzicht gestelde prijs in sommige streken waar rogge en gerst ver. bouwd worden, een groote uitbreiding der varkens teelt ten gevolge had. Daar die prijs echter nooit bereikt werd, is dit een fiasco geworden. Inkrimping zal hier ongetwijfelt juist zijn, maar het systeem met zijn aanhang van ambtenaren, oormerkers, die er met een gedeelte van de ontvangsten die voor den boer bestemd waren vandoor gaan, kunnen we niet toejuichen. Veel juister en eenvoudiger zou zijn een loonend maken en niet alleen be. loven van de verbouwde granen en daarnaast de varkensfokkerij eerstens weer binnen haar oude proporties terug te brengen, des. noods met een fokverbod voor telers, die in normale tijden geen fokker of mester waren. Daarnaast met gebruik van de crisisinvoerwet den invoer van vleesch flink beperken, waardoor het gebruik van eigen product in binnenland zou toenemen en verder de nog bestaande export handhaven, maatregelen die andere lan. den ook nemen. Zonder twijfel zou dan onze varkensfokker er heel wat beter voorstaan dan nu. Blijft deze wet inden huidigen vorm bestaan, dan zal de richtprijs niet eerder be. reikt zijn, dan wanneer de crisis voorbij is, maar dan is ’t voor velen te laat. De crisiszuivelwet beoogde een loonenden melkprijs door middel vaneen boterraenggebod voor margarine en geringe boteren vleeschcontingenteering. Daardoor hoopte men de heele veeteelt op de been te helpen. De richtprijs is echter nooit bereikt, heeft echter wel de veestapel in afwachting vat» deze prijs enorm vergroot. Wordt hier niet snel ingegrepen, dan is ruïne onvermijdelijk. Zoo ergens dan is hier d ad e 1 ij k e inkrimping noodzakelijk, met verhooging der vleeschprijzen. Hierbij moet men oppassen het verschil in prijs tusschen varkensvleesch en rundvleesch niet te groot te maken, daar anders ’t eene ten koste van het andere bevoordeeld wordt. Naast omzetting van weide in akker, land door loonenden graanprijs en op natuurlijke en eenvoudige wijze kan ook hier de crisisinvoerwet redding brengen, evenals ex. portpremies, die gedekt zouden kunnen worden uit invoerrechten op graan, dit laatste ook van toepassing op de vorige wet. Het uit de markt nemen van vee alleen is slechts een lapmiddel, het vleesch blijft dan immers opgeborgen in koelhuizen en is zoo prijsverhooging-belemmerend. Het kan slechts naast de andere maatregelen sneller meewerken tot herstel. De aardappelwet of eigenlijk wetten, brachten eerst den aardappelteler eenig crediet en daarna beperking van productie, daar