is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 2, 1933-1934, no 3, 07-09-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Colijn allerminst. En waar het dus veel beter is de nuchtere droeve feiten onder de oogen te zien en.... te doen zien, daar kunnen we ons best begrijpen, dat da voorzitter der Economische Commissie het thans maar het beste vond openlijk te constateeren, dat de te Londen aangewende pogingen niets hebben opgeleverd, zoodat hij als Nederlandseh minister-president voor zijn eigen land hieruit de consequentie moest trekken bet tariefbestand op te zeggen. Tot zoover het Handelsblad. Wij willen er aan toevoegen, dat Nederland het eerste land is, dat het tariefbestand heeft opgezegd, hetgeen in het buitenland nog al de aandacht heeft getrokken.

Vervolg Officieele Mededeelingen. Groninger Boerenbond. Dag. Bestuursvergadering van Zaterdag 2 September. Aanwezig het volledig Dag. Bestuur met als gast het Hoofdbestuurslid, de heer E. Muntinga te Beerta, lid van de rekeningscommissie met de heeren Dinkla en Meihuizen, welke commissie des morgens de boeken en bescheiden der voormalige samenwerkende Boerenbonden, (thans Nationale Bond Landbouw en Maatschappij) en de administratie van het orgaan te Assen had nagezien en daarvan inde Dag. Bestuursvergadering verslag uitbracht en décharge voorstekte. Dit voorstel zal door het Dag. Bestuur worden overgenomen en doorgegeven aan het Dag. Bestuur van den Nationalen Bond. De fmancieeie gang van zaken stemde tot tevredenheid, maar moet ook voor de toekomst in aller aandacht blijven gevestigd, opdat de fmancieeie basis der beweging de actie kan veroorloven, die in het belang der beweging ook nu er sprake is van succes beslist noodzakelijk blijft. Het Dag. Bestuur besloot verder om de propaganda voor het komende seizoen op gang te helpen, tot het houden vaneen vijftal kringvergaderingen inde vijf kringen, waarin het werkterrein van den Bond is verdeeld. Deze vergaderingen zullen gehouden worden jn de maanden September en October, aan te vangen in kring V op 27 Sept. te Nieuwe Pekela. De afdeelingsbesturen zullen daar samenkomen met het Hoofdbestuur en eventueel© adviseurs, om het contact onderling te bevorderen. O.m. zal inden boezem van den Bond een rapport in bespreking worden gebracht, uitgebracht dooreen commissie uit den Drentsehen Boerenbond, inzake het Pachtvraagstuk, ©en materie, die zich in bijzondere belangstelling mag verheugen. Bij het Dag. Bestuur kwamen verschillende brieven binnen van uitgeslotenen van de Roggesieunregeiing, meest uit de Veenkoloniale randgebieden, waar de promotie tot erkend roggeteler niet vlekkeloos schijnt te zijn verloopen. Bij die erkenning wordt ais maatstaf aangelegd de verbouw van fabrieksaardappelen als zijnde inhaerent aan den Veenkolonialen landbouw. Sommigen hebben dezen verbouw sedert een of twee jaar gestaakt, vandaar de moeilijkheden, die niet verdiend schijnen. Het Dag. Bestuur zal de Rogge-organisatie dienaangaande attendeeren. Na eenige huishoudelijke besprekingen volgde sluiting. Friesche Agrarische Bond. Vergadering Bestuur. Inde j.l. gehouden bestuursvergadering werden de functies als volgt verdeeld; J. K, Douma, Opeinde, voorz.; G. Miedema, Stiens, secretaris; S. Vellinga, Pier Panderstraat 2, Leeuwarden, penningmeester; P. Hoekstra, Drachten, propagandist en F. Brouwer, Oudehaske, vervanger. Onze adviseur, de heer Sybesma, verklaarde zich bereid den voorzitter gedurende diens ziekte te vervangen en tevens als afgevaardigde voor den Nationalen Bond op te treden. Als aanvulling van het bestuur zullen uit alle deelen van de provincie leden worden uitgenoodigd om als afgevaardigden bestuursvergaderingen bij te wonen. Het bestuur hoopt op deze wijze meer contact met de leden te houden, terwijl de propaganda ook me© door de leden ter hand genomen kan worden. Behalve enkel© huishoudelijk© zaken, was verder de te houden propaganda-aetie ’t voor. naamste punt van bespreking. G. MIEDEMA, Secr. Overijsselsche Boerenbond. Hoofdbestuursvergadering. Dinsdag 5 Sept. hield het hoofdbestuur van den Overijsseischen Boerenbond zijn jaarvergadering in hotel G. Stegeman te Ommen. Na opening door den voorzitter, den heer J. M. Kamphuis, en lezing der notulen, volgt het financieel verslag van den penningm. Hieruit blijkt, dat de ontvangsten ongeveer gelijk zijn aan de uitgaven, zoodat we wat het eerste jaar betreft, tevreden kunnen zijn. Vervolgens leest de secr. zijn jaarverslag, wat eveneens de goedkeuring der vergadering kan wagdragen Voor bet komende jaar wordt door de vergadering een begrooting opgemaakt om zoodoende eenige leidraad te hebben. De vaststelling van vergoeding voor reiskosten van de H.8.-leden wordt eerst uitgesteld, terwijl ook , secretaris en penningmeester voorloopig gra- ; tis hun krachten in dienst van de vereeniging : zullen moeten stellen. ‘ De voorz. brengt verslag uit van de vergadering te Meppei van den Nat. Bond. , De propaganda voor den a.s. winter wordt < uitvoerig besproken. Ook zullen aan deze pro- ( paganda en bare voorbereiding alle hoofdbestuursleden krachtig moeten medewerken. j Vervolgens worden verschillende crisiismaat- ( regelen besproken. De vergadering geeft haar j vatle instemming aan de door de regeering afgondigde invoerrechten. We zijn daarmede op goeden weg. Ook verheugd© de vergadiezteh over het feit, dat de reserves der zuivelMntrale thans grootendeete zuilen worden

uitgekeerd im den vorm vaneen toeslag van f 5 per melkgevende of drachtige koe, terwijl wordt aangedrongen om zulks ook zoo gauw mogelijk bij’de varkenscentrale te doen geschieden. Ten slotte wordt nogmaals de kwestie van dan gouden standaard onder oogen gezien. Eenparig was de vergadering van oordeel, diat hiermede voorzichtigheid geboden is. H. KOOL, secr. INGEZONDEN MEDEDEELING. HEERENKLEEDING NAAR MAAT. Wij ontvingen de nieuwste stoffen voor Costumes naar maat voor het a.s. Najaar- en Winterseizoen. Zeer chique grijze en bruine teinten in hoofdzaak streepdessins in prijzen van f 37.50 tot f 72.00. Vraagt staalcollectie. Gebr. lob, Winschoten De werking der Crisis Varkenswet. Nu bet Graanbesluit is afgekomen eni te verwachten is, dat de akkerbouw weer loonend zal worden gemaakt, wordt steeds urgenter voor de klein© boeren het vraagstuk van de teeltbeperking bij d© varkens- en kippenhoudeirij. In het samenstel van maatregelen, dat inde maand Juli aan den Min. van Economisch© Zaken werd gezonden, werd onder punt 4 daar dan ook op gewezen. En hoewel dit geheel© adres met toelichting reeds in ons blad werd geplaatst, meenen wij toch goed te doen, hier te herhalen hetgeen naar de meening onzer organisatie noodwendig moet gebeuren. Bij de teeltbeperking van varkens zijn aan ongeveer lederen varkenshouder, die in het bezit was van fokvarkens, merken uitgegeven. Het totaal aantal merken werd dus verdeeld over al de bij het in werking treden fier Crisis-Varkenswet aanwezige fokkers. Daarbij zijn dus ook aan de varkenshouders, die voorheen uitsluitend akkerbouwers waren-, merken verstrekt. Zocdra de akkerbouw echter weer rendeert, zullen deze landbouwers weldra automatisch hun varkens zooveel mogelijk afsohaffen, men zou dit echter via de beperking, voor wat de fokvarkens betreft, kunnen bevorderen. Inde zandstreken zijn vele kleine boeren, die op enkele H.A. land, welk© zij bewerken of waarop zij rundvee houden, hun bestaan moeten vinden. De varkenshouderij was bij de meesten hunner de bron, waaruit hun inkomsten moesten worden geput. Bij de telling, in den aanvang van het in werking treden van de Crisis-Varkemswet gehouden, hadden deze menschen echter niet veel varkens in bezit, omdat ze wel meerdere fokzeugen, maar nimmer veel tegelijk, ineen jaar houden. In normale jaren konden speciaal deze menschen het, dank zij hun varkens, door zuinigheid en sober leven tot een zekere welvaart brengen. Nu hebben ze veelal veel te weinig merken ontvangen in verhouding tot het aantal zeugen, dat zij overeen geheel jaar in gebruik hebben. Kon nu de mogelijkheid worden geschapen, dat de merken aan de groote bedrijven worden onttrokken of sterk worden ingekort, zoodra deze bedrijven loonend worden geëxploiteerd, dan zouden aan den zandboer, speciaal den kleinen zandboer, meerdere merken kunnen worden toegewezen, waardoor ook diens bestaan zekerder werd. Hetzelfde aangaande de beperking, doet zich voor inde kippenhouderij, waar velen, wier hoofdberoep geen kippenhouder is, soms honderden dieren houden. Tot zoover ons adres. De teeltbeperking bij de varkenshouderij brengt groote moeilijkheden met zich mede en talrijk© keeren wordt tegen de genomen maatregelen gezondigd. Wij hoorden o.a. verschillende gevallen van frauduleus merken der biggen, hetgeen gemakkelijk inde hand wordt gewerkt, doordat de gereedschappen daartoe vrijelijk op de markt worden verkocht. Talrijke ongemerkte, veelal jonge biggen, worden verkocht en verhuizen naar provincies, waar of te veel merken zijn verstrekt, óf valschelijk wordt gem.rkt. O.i. zal het noodig zijn, dat krachtige maatregelen tegen frauduleus merken worden genomen en strenge controle wordt uitgeoefend. De boeren, die zich strikt houden aan de voorschriften der C.V.C., worden de dupe van de fraude door handelaren en een klein percentage boeren gepleegd, terwijl daardoor de teeltbeperking dreigt te mislukken. Steun Kippenhouderij. Als uitvloeisel van het Crisis-Graaabesluit is van Regeeringsweg© het besluit afgekomen, dat aan de eieren bij uitvoer de invoerrechten zuilen worden teruggegeven. Deze zijn voor eieren berekend op 371/2 cent per 100 K.G. Het verheugde ons voor de kippenhouders, dat de bezwaren, welke er hunnerzijds bestonden tegen het heffen van invoerrechten, daarmede zijn vervallen. Wij constateeren daarbij tevens, dat deze maatregel precies inde lijn ligt van hetgeen de boerenbonden vanaf don beginne voor hebben gestaan. JAC, TER HAAR Ezn.

t IWaar het heen moet. t , Met den rug naar den ouden Adam! De oude Adam regeert, t Ook ten plattelande, ook inden boerenstand. De oude Adam, die „als God” wil zijn, dat wil zeggen, die ■ altijd meer en altijd hooger wil dan het plan, waarop hij staat, en die, door de begeerte cenmaai aangeraakt, minder dan . ooit in staat is te beoordeelen, wat in feite het 5 meerdere, wat in feite het hoogere is. = Een mensch, eri èen niet intellectueel geschoold mensch inzonderheid, is aangewezen > op oordeeien naar uiterlijke verschijnselen. I Het groote huis, de mooie kleeren, de beste paarden, het modernste gereedschap, wat deksel, zijn dat geen begeerenswaardige dingen? Om dat allemaal te hebben, man, dat is wat waard! . De oude Adam inden boerenstand is het alles inderdaad hoe langer hoe meer waard I gaan vinden! En inden loop der jaren zijnde boerderijen . geworden als weleer de deftige woningen aan de steedsohe grachten en van de enkel© dorps, grootheden, de boerenvrouwen onderscheiden zich in haar kleedij in niets van de dames, die zij weleer zoo benijd hebben, de landbouw! paarden werden aan de koets- en de rijpaar, den van de oude deftigheid gelijk. • Maar in die mooie boerenhuizen trilt al te , vaak de vrees voor den onbarmhartigen bankdirecteur en het afbetalingssysteem vindt zijn slachtoffers ook onder „boerendames”, wier eenvoudige moeders „koopen en niet betalen” verachtten als een halsmisdaad! Zeker, de crisis is van veel van deze moei| lijkheden oorzaak. Maar wie riep de crisis op ©n wie brak j het weerstandsvermogen, dat vroeger zoo sterk | was en den landman terughield van hoog,er . grijpen dan hij reiken kon? De oude Adam! Nee, natuurlijk niet, de crisis is niet veroorzaakt door de bóeren en ook: de crisis treft niet het minst de hederigsten onder het landvolk. En toch: het ware struisvogelpolitiek te onti kennen, dat, ais niet velen onzer te hoog gegrepen hadden, de boerenstand als geheel zoowel financieel als moreel beter de klappen der malaise zou kunnen lijden. f Het zou mij te ver voeren- den ouden Adam te volgen op al de wegen; die hij gegaan is en het heeft geen zin de vraag te stellen, waar hij de meeste macht beeft en waar in eersten aanleg het huidige wereldleed begon. Genoeg is de eerlijke erkenning, dat ook de mensch van het platteland hem al te weinig weerstand geboden heeft en biedt en dat ook de plattelander den valsohen schijn van uiterdijken rijkdom al te hard is nageloopen om, er dichter bijkomende en meenende den buit gegrepen te hebben, pijnlijk te ervaren, dat het nu net heelemaal mis gaat. En wat dan nu? Allereerst dit: den ouden Adam trachten te ontvlieden door hem den rug toe te koeren. Afstand leeren doen van allerlei sebijn-bezit, weer leeren, dat een kiein onbezwaard gedoetje meer levensgeluk verschaft dan een royaal gouden dak, dat kan instorten zonder dat de bewoner er iets tegen vermag te doen. Weer leeren, dal een in genoegeiijken huiselijken kring zelfgsm kt sober kleedingstuk behagelijker „zit” dan een glanzend jurkje, waarvan de rekening nog komen moet. Weer leeren ook, dat de vredige kout rond den eigen haard door rustiger slaap gevolgd wordt, dan de avond met motor of auto naar de stadsibioscoop, terwijl het gewas het minder best doet, omdat de kunstmest „te duur” was. Begrijp mij wel lezer; ik wil niet zeggen verre van dat dat de landbouwende bevolking er maar op los leeft. Ik weet beter. Maar men begrijpt mij wellicht beter, als ik de dingen iets aandik om toch maar vooral te laten uitkomen, dat er inderdaad, in navolging van andere bevolkingsgroepen, ook onder ons, plattelanders, minder degelijkheid, minder angst voor teveel geld hanteeren, minder zorgvuldigheid inzake het kunnen en niet kunnen js , ontstaan inde laatste tientallen jaren. En daarin ligt de feiten bewijzen het een enorm gevaar. Dat gevaar te bezweren is eender eerst noodige daden van herstel. Afscheid nemen van den ■ ouden Adam der weelde -begeerlijkheid, afscheid nemen van dien schijnheiligen sinjeur, die nog grinnikt achter menig hoeve-raam met blinkende spiegelruiten. Wie met zichzelf na het Lezen van deze regelen een herstel-conferentie houdt, zal moeten toegeven, dat de beterschap niet allemaal van buiten behoeft te komen en dat meer eenvoud, meer ouderwetsche gemeenschapszin en meer nauwgezet omgaan met het dure geld zonder gierig te worden! dingen zijn, die de landbouwcrisiswet niet brengen kan en die toch noodig zijn, Dat erkennende worde het parool: met den rug naar den ouden Adam gekeerd een beteren ■ tijd tegemoet! Een tijd van meer eenvoud wellicht, een tijd van hard werken en sober leven, maar ook een tijd van meer echte tevredenheid en rustiger levensgeluk. Ook in het streven daarnaar heeft „Landbouw en Maatschappij” de mooie taak van voorgaan! . .j , D.v.d.B. Ofschoon het niet te ontkennen valt, dat er boeren zijn, speciaal in enkele streken, die den levensstandaard inden goeden tijd te hoog hebben opgevoerd, zoo wil bet ons toch voorkomen, dat in het algemeen, vooral inde zandstreken, de boerenstand soberder leeft dan welken stand ook inde maatschappij. Red. Direct invullen en verzenden aan Drukkerij «1. A. BOOM & Zn., Meppel (per post te frankeerén met I j cent) „LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ” Ondergeteekende wenscht zich op boven genoemd blad te abonneeren. NAAM ADRES Lid vaneen der Boerenbonden. Niet-lid , „ ,

INGEZONDEN MEDEDEtLïKo. ! Profiteert nu! ! Wegens verplaatsing der zaak OPRUIMING l ALLES MOET WEG. Heerenmodemagazijn Jacq. van Calkar. Voorloopig Torenstraat 11, Winschoten, Ende desespereert niet! Wie kent niet dit devies, dat sedert den tijd van Jan Pieterszoon Koen het Nederlandsche volk in dagen van grooten tegenspoed tot steun is geweest? Wanhoop niet! Wij willen het ook thans geestdriftig toeroepen aan hen, die de laatste jaren door de inzinking van het economische leven met bijna ondragelijke moeilijkheden te kampen hebben gehad en die voor een groot deel maatschappelijk aan den rand van den algéheelen ondergang staan. Op welhaast elk gebied van ons bedrijfsleven valt die inzinking waar te nemen en overal ontmoeten wij haar slachtoffers. In het bijzonder treffen wij deze echter aan inden landbouw, waar die inzinking zich het eerst en het hevigst deed gevoelen en het is daarom, dat wij het bovenstaande devies speciaal tot de beoefenaars van dezen bedrijfstak richten. Boeren van Nederland, wanhoopt niet! Wij kennen de talrijke zorgen, waarmede gij dagelijks te kampen hebt en groot is onze waardeering en bewondering voor de wijze, waarop gij tot nu toe den hardnekkigen strijd om uw meestal karig bestaan hebt gevoerd. Wij begrijpen, dat het u vaak moeilijk valt omvoert te gaan en dat gij zoo nu en dan met gevoelens van onverschilligheid er alles aan zoudt willen geven. Meer dan vele anderen erkennen wij het onrecht, dat zich inden vorm vaneen verkeerde economische politiek over uw bedrijf voltrekt. Duidelijk ook zien wijde funeste gevolgen dier wanpolitiek voor den bedrijfstak, die aan uwe zorgen is foévertrouwd. En toch, ondanks* dit alles en trots het bewustzijn, dat de moeilijkheden nog lang niet zijn overwonnen, roepen wij u toe; Wanhoopt niet! / Wij doen dit niet met de bedoeling om u uit louter medelijden met uw bitter lot voor het oogenblik wat op te beuren. Zulks zoude, zonder verdere redenen, onrechtvaardig zijn. Neen, als wij u raden om ook thans nog na zoovele jaren van zwaren strijd wat vol te houden en ér au niet alles bij neer te: gooien, dan doen, wij zulks wel terdege op grond van steekhoudende overwegingen. Herhaaldelijk is er in „Landbouw en Maatschappij” op gewezen, dat voor Nederland niets zoo gevaarlijk is dan een economische politiek, die zich in het nadeel van den landbouw blijkt uitte werken. Dat zulks in sterke mate het geval is geweest met het economische beleid der laatste jaren, is voldoende gebleken. Het heeft echter lang geduurd vóór de leiders van ons bedrijfsleven zulks hebben ingezien ein ook thans nog is de meerderheid hunner daarvan blijkbaar niet voldoende doordrongen. Dat hier den laatsten tijd evenwel eenige kentering inden leidenden gedaohtengang is gekomen, moet met voldoening worden vastgesteld. Zoowel de Machtigingswet der Regeering, alsook de op grond daarvan getroffen maatregelen met betrekking tot den invoer van granen en fruit zijn hiervan een verblijdend bewijs. De eerste stap inde goede richting is met de invoering der bedoelde monopolies gedaan en wij zijn er van overtuigd, dat deze tot betere prijzen voor de betreffende producten zullen leiden. In zooverre zijn wijde Regeering dankbaar voor haar kloeke daad, al mogen wij ook niet verhelen, dat zij hiermede naar onze meening wel wat erg laat voor den dag is gekomen. Toch is het juist dit feit, waaruit wij nieuwe hoop voor de toekomst putten. Waren die maatregelen n.l. veel vroeger gekomen, dan zou men er wellicht niet met zoo’n duidelijkheid als thans uit hebben kunnen afleiden, dat alleen de nood, waarin ons algemeen© bedrijfsleven is komen te verkeeren, tot bet uitvaardigen daarvan aanleiding heeft gegeven. Wij kunnen niet aan één kant onze eigen boeren laten verhongeren en tegelijkertijd eenduren graanimport handhaven. Dat de betreurenswaardige toestand van onze staatshuishouding dit den beheerders daarvan heeft leeren inzien, is hoopgevend voor een betere waardeering van het belang van onzen boerenstand. Hieruit blijkt immers, dat Nederland hoe men ook moge trachten de economische inzinking langs andere wegen het hoofd te bieden tenslotte toch bij zijn fundamenteelen bedrijfstak, dus bij den landbouw terecht moet komen, wil men op den duur aan ©en algeheelen ondergang ontkomen, Evenmin als b.v. onze gloeilampenindustrie in staat is haar producten tegen de „concurrentieprijzen” van Japan te verkoopen, kunnen onze boeren hun granen, aardappelen, veeteeltproducten enz. voor een belooning op basis van de z.g. wereldmarktprijzen produceeren. Zoolang deze stelregel niet in het algemeen als uitgangspunt bij het toekomstig Regeeringsbeled erkend wordt, kan daarvan getuigen ook de toestanden in het buitenland vaneen herstel van ons bedrijfsleven geen sprake zijn. Zijn daarentegen onze leiding gevende economen bereid deze zienswijze te aanvaarden, dan brengt de nood hen vanzelf tot daden, die inde allereerste plaats den landbouw als primaire bedrijfstak recht doen wedervaren. Uit de jongste Regeeringismaatregelen valt. zooals gezegd, een kleine kentering op het gebied van het economisch beleid af te leiden. Do eerste stap inde goede richting is gezet en wij twijfelen er niet aan, of meerdere schreden zullen volgen. Uit het bovenstaande blijkt, dat de slechte economische toestanden ons daarvoor borg staaa Daarom nogmaals,

boeren van Nederland, hoe donker het er om – u heen ook moge uitzion, wanhoopt niet nu minder dan ooit! De denkbeelden van' de Boerenbonden blijken voor een klein deel in principe te zijn aanvaard; een spontane en volkomen erkenning daarvan kan op den duur niet uitblijven. Onze bemoeiingen zijn en blijven het om in uw aller belang en. voor het behoud van Nederland den weg daartoe te bespoedigen r“- •' INGEZONDEN. , Onwetendheid 'of bewuste misleiding? [ De „Telegraaf voor de balie”. De Boerenbonden kiezen ten opzichte van het depredatie-vraagstuk geen partij. Dat lijkt me zeer verstandig. le. Omdat het zelfs heel onwaarschijnlijk k te» dat inderdaad een beperkte devaluatie van ' onze munt den landbouw voordeel zal brengen. 1 2e. Omdat het meer op den weg van de ■ Boerenbonden ligt om stelling te nemen tegen * d© achteruitzetting, die de landbouw in ons ■ land zoowel in moreel als materieel opzicht ; te beurt valt. ’ De landbouwcrisis, die thans woedt, heeft twee kanten, n.l. de kant die in verband staat met de waardevermeerdering van het geld, em de sociale kant, die wel heel nauw met het eerste samenhangt, maar toch principieel daarvan is gescheiden. De déflatie heeft alleen deze laatste kant en daarmee de achterstand meer acuut gemaakt. Depreciatie van den gulden, die op het bedrijfsleven in bet algemeen gunstig inwerkt, kan de landbouw niet redden, tenzij deze depreciatie een zeer grooten omvang mocht aannamen. Dit komt, omdat de wanverhouding in en buiten den landbouw veel en veel te groot is. De regeering kan thans tegemoetkomen en naar zij meent loonende prijzen in uitzicht stellen; als eventueel het geld mocht deprecieeren en de regeering zou niet de prijzen evenveel verhoogen als de depreciatie bedroeg, zou de landbouw in vele opzichten eer slechter . dan beter er aan toe zijn. Ik heb het bovenstaande alleen naar voren gebracht om te doen zien, dat er niet veel redenen zijn, dat de landbouw het uit eigenbelang voor depreciatie behoeft op te nemen. Wanneer velen het toch doen, dan is het omdat zij zien, dat de maatschappij noodzakelijk moet vastloopen, en omdat de landbouwer intuïtief de problemen dieper en zuiverder aanvoelt, dan vele anderen, en vooral beter dan de grootstedelijke pers, die sociaal gesproken, in ons land „niet weet wat zij doet” als zij telkens in alle toonaarden het loflied van déflatie zingt. De „Telegraaf” b.v., welk blad ik niet gaarne beeritiseer, omdat het van alle groote bladen, ten opzichte van den landbouw verreweg het zuiverste standpunt inneemt en daarvan meer dan eens blijk heeft gegeven jn een aantal zeer juist gestelde artikelen, drijft, evenals andere bladen zóó misdadig door, als het gaat om valutaproblennen, dat het voor de steeds grooter wordende massa, die heel wat dieper kijkt dan sommigen vermoeden, vaak tot ergernis wordt. Het publiek slikt het, maar het is zeker, dat velen er groote moeite mee hebben. Het wordt echter te erg als er zulke onverteerbare brokken voorgezet worden als in het Avondblad van de Telegraaf van 19 Aug. 1.1. Er wordt daarin gesproken over de saneering van Australië, en met groote letters worden boven het artikel geplaatst de woorden: „Door een bewuste politiek van déflatie werd het vertrouwen hersteld”. Uit deze woorden spreekt zeker wel voldoend© de geest van bet artikel, en wanneer jk nog even aanhaal de volgende volzin: „Waar tot dusver nog geen land het zuiver bewijs heeft kunnen leveren, dat inflationistische maatregelen een economisch herstel kunnen teweegbrengen, daar levert de fenomenale verbetering der Australische situatie wel degelijk het bewijs, dat krachtige déflatie saneerend kan werken.” Dit schrijft de Telegraaf, op het oogenblik dat men in het buitengewoon belangrijke werk „Crisis en monetair stelsel” van Mr. W. J. L. van Es kan lezen; „Nu heeft men dan ook in Australië, dat voor zijn tarwe en anderen uitvoer afhankelijk is van China, het Australische pond lager gesteld dan het Engelsche. Dus doend staat het Australisch pond op 56 pot. der goudwaarde (dus een waardedaling van bijna 50 pet.) tegenover zilver op 50 pot., en is Australië alzoo dicht bij de oplossing der crisis. Australië meldt dan ook over 1932 een record uitvoer van tarwe naar China.” Is hetgeen Mr. van Es geschreven heeft juist? Ik waag daaraan niet te twijfelen, maar als fdr. van Els juist is, dan schrijft de Telegraaf over dingen, waarvan zij niet af weet, óf wel hare bestrljdingswoede tegen devaluatie gaat zoo ver, dat zij het niet zoo nauw meer neemt met de waarheid. Maar dat laatste kan men toch moeielijk geiooven. Ik zal mij'niet verder hierin verdiepen, maar het lijkt er veel op, dat er een groep van invloedrijke personen in ons land is, die nu eenmaal een z.g. déflatiepolitiek willen dóórzetten tot eiken prijts, en de groot© bladen lijken hunne gewillige organen te zijn. Het komt mij voor, dat ons land geen grooter ondienst kan worden bewezen, en daarom heb ik gemeend de aandacht op dit artikel te moeten vestigen' Het lijkt me toe, dat het gewenscht zal zijn, dat zooiets meer gebeurt, omdat de groot© pers bijna dagelijks daartoe wel aanleiding geeft, al schijnt dit staaltje wel wat heel kras. Voor ieder, die nog niet heelemaal ervan doordrongen is, hoe eenzijdig en achterlijk men in ons land dit vraagstuk beziet, zij gewezen op het hierboven aangehaalde werk van Mn van Es, dat er toe zal bijdragen om de denkbeelden te verhelderen. D.