is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 2, 1933-1934, no 16, 08-03-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Donderdag 8 Maart

No. 16 2e Jaarg. 1934.

Maakt regeering en I vol ksvertegen woord iging Uw nooden kenbaar |

VEERTIENDAAGSCH ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ – – – Onder redactie van Kèt Dagelijkseh Bestuur. ' ■ . . Secr. der Redactie; Jae. ter Haar Ezn., Ruinerwold, aan wien alle stukken moeten worden gericht. Abonnementsprijs voor leden f I. p. iaar. Niet-leden f 2—. —> Advert. en abonnem, in te zenden aan Drukkerij J. fl. Boom Ik Zn., Meppel

Leert economen en politici den landbouw beter begrijpen

LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ

Hooge loonen en lage productenprijzen, beteekenen extensieve cultuur en werkloosheid onder de landarbeiders.

Dit nummer bestaat uit tien bladzijden. EERSTE BLAD. De heer De Lange spreekt op 9 Maart in café Bloemberg te De Wijk. 10 Maart in café Homan te Eext. 12 Maart in café Centraal te Ruinersvold. 13 Maart te Midwolda. 14 Maart te Gameren bij Zallbommel. 15 Maart in café Avion, Deumingerstraat, Enschede. 16 Maart in café v.d. Molen te Gannervvolde. 17 Maart te Roswinkel. 19 Maart te Musselkanaal. 20 Maart te Blijham. 21 Maart te Leens. 22 Maart te Kielwindcwecr, Officieels mededeelden. Nat Bond Landbouw en Maatschappij. Inde op 7 Maart gehouden vergadering van het Dag. Bestuur, waar ook de heeren Smid en De Lange aanwezig waren, werden verschillende ingekomen stukken behandeld. De door den heer L. Weijer te Assen en 'Meppel gegeven cursussen in Economie, hebben tot gevolg gehad, dat een serie opstellen van de hand der cursisten zijn verschenen, d>’ > Ha behandeling gebundeld inden handel zx: len verschijnen ten gerieve van anderen. Vooral de jongeren inden boerenstand, zulten mede daaruit de ondergrond kunnen leggen inzake economische vraagstukken, waarop een gezond oordeel kan worden gebaseerd. Het Dag. Bestuur is van oordeel, dat dit cultureele werk van den heer W. recht heett op vollen steun van ieder weldenkend lid van de Maatschappij, inzonderheid van de leden onzer organisatie. Besloten werd daarom de uitgave mede te garandeeren. De prijs der boekjes zal pl.m. 60 cent per stuk bedragen. (In iedere afdeeling vorme zich minstens een flinke kern, die zich dergelijke populair wetenschappelijke lectuur tot geestelijk eigendom maakt, als een cel, die zich verweert tegen het wanbegrip, dat nog bijna dagelijks over landbouwtoestanden wordt roudgestcooid. Via den afdeelingssecretaris geve men thans reeds bestellingen aan ons bureau op. Met de uitgifte zal over enkele weken kunnen worden begonnen.) Ten aanzien van de propaganda werden verschillende opdrachten gegeven. Uitvoerig werd gesproken over den ombouw toet 1 Aug. van ons veertiendaagsoh orgaan tot een weekblad. Hoewel de bijdragen iu het propagaudafonds vanuit verschillende afdeelingen rijkelijk vloeien, waardoor het bestuur mede in staat wordt gesteld in onbekende gebieden propaganda te maken, brochures te doen drukken, etc., zal dit fonds niet voldoende zijn om te verhinderen dat de abonnementsprijs van ons orgaan bij wekelijksche uitgave verhoogd moet worden. Naast dubbele drukkosten komen immers ook dubbele portokosten en veel meer werkzaamheden bij de samenstelling om den hoek kijken. Wellicht zal een verhooging van 50 cent per jaar voldoende zijn, mits ons abonnétal vooruitgaat en de bijdragen in het propagaridafonds ons niet inden steek laten. Naast deze geldelijke bezwaren, heeft een weekblad toch zeer groote voordeelen. Dit punt zal inde e.k. te houden hoofdbestuursvergadering aan de orde worden gesteld. Het margarinevraagstuk bij welks bespreking ook de heer Ruiter uit Knijpe aanwezig was —, werd aan een grondige bespreking Onderworpen. Men was algemeen van oordeel, dat inperking van de margarineproductie noodzakelijk was, vóór drastische inperking van de veehouderij. Aangaande dit vraagstuk zullen nadere plannen worden uitgewerkt. Zij, die van oordeel zijn, dat maatregelen genomen moeten worden len aanzien van de pacht, zullen daaraan tevens dienen te verbinden iftaatregelen voor de hypotheekboeren, waarvoor de lasten rente, grondbelasting en waterschapslasten in vele gevallen veel zwaarder zijn dan van den pachter. Verschillende interne punten werden voorts nog behandeld, waarna sluiting volgde. Drentsche Boerenbond. Vergadering Dag. Bestuur. Inde op 3 Maart j.l. gehouden vergadering van het Dag. Bestuur werd o.m. besloten tot het houden vaneen hooldbesluurs vergadering op 17 Maart a.s. De agenda dezer vergadering zal o.m. bevatten: vaststelling datum en agenda Zie vervolg op pag. 2.

De Vrijheidsbond en wij. In „De Vrijheid”, officieel orgaan van den Vrijheidsbond, kwam dezer dagen een niet zeer welwillende critiek voor van den heer Belinfante op het door mij verdedigde standpunt inzake den landbouwsteun. Naar aanleiding daarvan heb ik een artikel van verweer geschreven, dat is opgenomen in „De Vrijheid” van <1 Maart. Ik meen, dat het zijn nut kan hebben, cr ook de lezers van „Landbouw en Maatschappij” kennis van te doen nemen en laat het artikel daarom hieronder volgen. Socialisme of Liberalisme. In het nummer van „De Vrijheid” van 20 Febr. j.L wijdt de. heer Belinfante enkele beschouwingen aan de bestrijding, die mijn artikel over den landbouwsteun in „Landbouw en Maatschappij”, sedert ook als brochure verschenen, ondervond van de zijde van „De Nederlandscbe Werkgever”. Ofschoon ik deze bestrijding inde laatste nummers van „Landbouw en Maatschappij” reeds voldoende meen beantwoord te hebben en daarop thans dan ook niet verder wil ingaan, zoo acht jkjmij toch verplicht protest aan te ieekenen tegen de voorstelling, welke de heer Belinfante bij de lezers van „De Vrijheid" ingang wil doen vinden inzake mijn standpunt. Dit protest geldt inde eerste plaats de bewering, als zou ik er behagen in vinden, een tegenstelling te scheppen tusschen stad en platteland. Deze tegenstelling schep ik niet, maar zij' bestaat. Men moet wel ziende blind zijn, als men de uitbuiting van het land door de stad niet ziet. Eu als ik tegen dit kwaad te velde trek, dan doe ik dat niet voor mijn pleizier, maar word ik tot dit zeer onaangename werk gedwongen door de verontwaardiging over het gruwelijk onrecht, dat de landbouwende bevolking wordt aangedaan. Daarbij heb ik ook de overtuiging te handelen in het belang van de stedelijke en industrieele bevolking, en steun te geven aan het inden boerenstand sterk levende liberale beginsel der individuen c bestaansveranlwoordelijkheid. Over dit laatste ecu enkel woont. Bij de oplossing van het sociale vraagstuk gaat het uiteindelijk tusschen het socialisme, dat de verantwoordelijkheid voor het bestaan wil leggen op de gemeenschap en het liberalisme, dat steunt op de individueele bestaansveraulwoordelijkheid en ieder door arbeid en spaarzaamheid zelf tot welvaart wil doen komen. Dit liberale beginsel vereischt echter, dat men zich geen toestanden laat ontwikkelen, waardoor de een gaat strijken met het resultaat van het streven van den ander, zooals geschiedt door de waardeverandering van het geld, die wij inde laatste jareu hebben beleefd. Met dergelijke gi’oote veranderingen van het prijsniveau is ra.L het genoemde liberale beginsel alleen vereenigbaar, indien men kans ziet met behulp van het door Prof. Mees gepropageerde systeem alle loonen en schulden zich vlot hij’ de veranderingen van het prijsniveau te doen aanpassen. Ziet men daartoe geen kans en ik wil mij op dit standpunt stellen dan kan alleen uitkomst brengen het scheppen vaneen constant prijsniveau, zooals door mij wordt voorgestaan. M.i. staat of valt het liberalisme hiermede. En als de heer Belinfante den heer Mees en mij beiden bestrijdt, dan geeft hij daardoor m.i. blijk, de problemen, waarvoor onze maatschappij en vooral ook het liberalisme staat, niet te begrijpen en, ongetwijfeld tegen zijn bedoeling in, den weg vrij te maken

voor .het socialisme. Mijii tweede protest betreft de voorstelling, die de heer Belinfante bij de lezers van „De Vrijheid” tracht te wekken, als zou ik er naar streven, den landbouw eenzijdig te bevoordeelcn ten koste van het stedelijke bedrijfsleven. Ik kan mij voorstellen, dat, dank zij de onbekendheid met alles wat dAn landbouw raakt, dit er bij vele lezers van „De Vrijheid” nog al in wil. Daarom kan er niet vaak genoeg op gewezen worden, dat, ondanks den landbouwsteun, de boer voor zijn producten gemiddeld slechts ongeveer 80 procent van den vooroorlogschcn prijs ontvangt. Als andere maatschappelijke groepen zich ook met een dergelijken prijs voor hun diensten tevreden stelden, zouden de kosten van het leven cok op 80 pet. van het vooroorlogsche peil staan. Zij staan echter op ongeveer 140 pet. Hoe komt dal? Eenvoudig doordien de stedelijke en industrieele bevolking voor haar diensten een helooniug geniet, die gemiddeld ver boven de 110 pet. uitgaat, ja waarschijnlijk zoo om en bij de 200 pet. ligt. En nu komt de heer Belinfante ons vertellen, dat de stedeiijke en industrieele bevolking met haar 200 Ie kort komt en niet de 80 van de landbouwende kan betalen. Hij moet ons dan echter eens verklaren, hoe voor den oorlog de stedelijke bevolking melde 100, die zi| ontving, de 100 betaalde, waarmede teen de arbeid der landbouwende bevolking werd beloond? De zaak staat zoo. De hoer Belinfante wil het liberalisme gebruiken, om de uitbuiting van liet land door de stad te doen voortduren. Ik daarentegen meen, dat het van geene part ij zoo zeer de plicht is, aan die uitbuiting een eind te maken als van de liberale. En ik meen in dezen geheel te staan op het standpunt van de vaders van het liberalisme inde 18de eeuw. Het liberalisme is toch juist voortgekomen —■ het kan in deze dagen niet vaak genoeg worden gezegd uit hef streven, om de toen heevschende uit soortgelijke oorzaken als thans voortvloeiende uitbuiting van liet land door de stad te doen ophouden. Als middel van herstel werd toen de vrijhandel zoowel voor de stad als voor het land ingevoerd. Vrijhandel beteekent aanpassing door middel van de vrije concurrentie van het geheele loon- en prijspeil aan de door de vrije concurrentie op de wereldmarkt bepaalde prijzen der landbouwproducten. Of men thans nog vaneen wereldmarkt mag spreken betwijfel ik. In elk geval hebben onze sociale opvattingen finaal met den vrijhandel gebroken. Zij gaan uit van naar de behoefte vastgestelde loonei) en aanpassing van de prijzen aan die loonei», Dit systeem geldt voor een zeer groot deel voor wat de landbouwer moet knopen. Voor wat hij echter moet verknopen, wil men nog zooveel mogelijk bet door het stedelijk en industrieel bedrijfsleven verlaten vrij handelsbeginsel laten gelden.. I : Daartegen heeft de landbouw mi. niet alleen het recht, maar zelfs de plicht met kracht op te komen. Ik vraag voor den landbouw geen bevoorrechting, maar herstel van gepleegd onrecht, gelijkstelling met andere groepen, wat betreft de bepaling der prijzen van de landbouwproducten. Deze dienen op zoodanig peil te worden gebracht, dat de landbouwarbeid wordt beloond op een wijze, die ineen redelijke overeenstemming is met de belooning van anderen arbeid. En deze overeenstemming is nog op geen stukken na bereikt. , i ; Nu komt het mij' voor, dat de Vrijheidsbond niet langer op twee gedachten moet blijven hinken. Hij zal moeten kie-

Er zullen zeker weinigen zijn, die «lurven ontkennen, dat onze beweging 10l dusver een succes is geweest. Ineen paar jaren tijd hebben wij hel zoover welen te brengen, dat rekening niet ons wordt gehouden. Toch zijn er leden, die nog niet begrijpen, hoeveel arbeid en hoeveel geld er «nodig is, om dit te bereiken. Het is heel gemakkelijk en goedkoop, een vereeniging op te richten, een bestuur te benoemen en dan af en toe eens een vergadering te houden. Voor de laak, die onze organisatie op zich heeft genomen, is dit echter niet voldoende. Zal die taak naar den eisoh worden vervuld, dan is het niet alleen noodig onze leden voortdurend voor le lichten en het ledental uitte breiden, maar vooral ook naar buiten invloed uitte oefenen. De heer Ter Haar is in dezen, men mag wel zeggen, dag en nacht bezig. Eu daar hij' klein behuisd is, werd zijn geheele woning langzamerhand door den rompslomp, die aan zijn functie verbonden is, in beslag genomen. Reeds gedurende eenige maanden overwoog het bestuur, boe aan dezen onhoudbaren toestand een j INGEZONDEN MEDEDEELING. zen tusschen het standpunt, dat inde artikelen van den heer Belinfante tot uiting komt en dat, hetwelk ik voorsta. Bij bet doen van deze keuze doordringe men er zich echter goed van, dat de vrije maatschappij bezig is, meer en meer plaatste maken voor de planhuishouding, zoodat het eenvoudig dwaasheid is, de zich voordoende problemen nog te willen oplossen met uitsluitend op het beginsel der vrije maatschappij steunende wijsheid. Ziet men dit in liberale kringen niet heel spoedig in, dan zal men er toe medewerken, de maatschappij geheel te brengen onder den invloed der socialistische opvattingen, terwijl het naar mijn meening heel goed mogelijk is de gedachte der planhuishouding te combineeren met de liberale gedachte der individueele bestaansverantwoordelijkheid. , : i Tot zoover mijn aan „De Vrijheid1’ gezonden artikel. Ik wil daaraan voor onze lezers nog een enkel woord toevoegen. Inde eerste plaats zij opgemerkt, dal

eind ie maken. Onverwacht deed zich daartoe éen geschikte gelegenheid voor, doordien juist tegenover de Iwcrdcrij van den heer Ter Haar de helft vair een burgerwoning legen schappelijk en prijs te huur kwam. Daarin is thans de administratie overgebracht. En als onze leden zich nu eens willen overtuigen van wat er bij „Landbouw en Maatschappij ’ omgaat en waar hel geld blijft, dat in het propagandafonds wordt gestort, dan moeten zij eens een bezoek brengen aan het bureau, dat men hierboven ziet afgebeeld. Als de heer Ter Haar daarin niet door de reizen, die hij* moet ondernemen, wordt verhinderd, kan men hem inden regel reeds ’s morgens vóór 7 uur voor zijn schrijftafel aantreffen, bezig met het afdoen der geweldige correspondentie of met de verzorging van alles wat de redactie en de administratie van ons blad medebrengt. Moge de Nationale Bond Landbouw en Maatschappij' zoodanig in beleekenis toenemen, dat dit eenvoudige bureau spoedig ook te klein wordt. 1.1, SMID. Ons Nationaal Propagandafonds Gelukkig! Tot ons genoegen kunnen wa inderdaad een vrij goede lijst van hydra-4, gen vermelden'. Er blijkt uit, dat niet alleen afdeelingen, maar ook tal van andere vereenigingen het nut van ons fonds inzien, wat ons zeer veel genoegen doet, 4 Hoeveel vereenigingen zijn er nog niet, waarvoor een bijdrage voor dit fonds slechts een „peulschilletje” is, terwijl zi| daarmede den landbouw zeker nog grooter dienst bewijzen dan alleen met subsidies voor technische doeleinden, hoe nuttig deze overigens ook zijn. '* Het is ons daarom bijzonder aangenaam, dat enkele „schapen over de brug” zijn en wc koesteren de verwachting, dat op die wijze anderen mogen volgen- ’ Wij danken intusschen de gevers hartelijk. Wij ontvingen van: ' ;• AM. Menden f87.41; afd. Vnescheloo f37.50; afd. Harkstede f86.75; landheer, te Rolde f75: marktgenooten te Rolde f 10; id. te Balloo f 10; id. te Deurze flOf id. te Eldersloo-Nijlande f 10; J. W. v.d. V. te R. f5; K. H. te R- II; P- Wl te R, fl; J. B. te R. f2.50; W-J. te R 10.2j. afd. Vries f 160; afd. Roodeschool f 2/.BU, afd. Winschoten f 43; J. v.d. S. te P. f O.jO. Totaal f 567.74. __ „liberalisme” door mij bedoeld is als „economisch liberalisme ’ inden meest uitgebreiden zin, zoodat cr ook ouden vallende economische opvattingen, die leven in breede kringen van recht scheu huize. .. En inde tweede plaats wil ik wijzen op de slechte voorlichting door onze pers