is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 3, 23-08-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 3 3e Jaarg. 1934.

Donderdag 23 Aug.

Maakt regeering en volksvertegenwoordiging Uw nooderi kenbaar

OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ 11 Weekblad onder redactie van het Dagelijkseh Bestuur. Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ – Tel. 17 – Ruinerwold (Dr.) Alle advertenties aan Drukkerij J. A. Boom & Zn. te Meppel Abonnementsprijs voor leden f 1.50 p. jaar. Niet-leden f 2.50

Leert economen en po)itienden landbouw beten begrijpen

LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ

De sociale onrechtvaardigheid is niet zoo zeer gelegen in het verschil in bezit als wel in het verschil in belooning van den arbeid,

Dit nummer bestaat uit zes bladzijden. EERSTE BLAD. Economische opstellen. Van de Boer voor de Boer. Prijs 60 ct. De voorraad boekjes slinkt reeds geducht. Bestellingen kwamen binnen uit alle deelen des lands. Ongetwijfeld zijn er nog velen, die dit keurige, zeer lezenswaardige en leerrijke boekje wenschen aan te schaffen. Men wachte dus niet langer, maar storte omgaand 60 cent per exempl. op gironummer 192357 len name van Jac ter Haar Ez., Ruinervvold. Franco toezending van het bestelde volgt dan per keerende post. Officieele mededeelingen. Friesche Agrarische Bond, Bestuursvergadering op 17 Aug. Aanwezig alle leden, alsmede de heer Sijbesma, adviseur. De beer Brouwer bedankte als bestuurslid, wegens zijn benoeming als secr. van de plaatselijke afdeeling van den C.8.T.8. Beide functies acht hij niet vereenigbaar. ia zijn plaats werd voor dit jaar aangewezen de heer Femke van Haskerhorne. Sterk werd de houding van enkele door den Nat. Bond bij de verkiezing gesteunde partijen en Kamerleden becritiseerd. Zelfs werd door enkelen de vraag gesteld, of de Nat. Bond niet genoodzaakt zal worden, wil hij zijn program verwezenlijkt krijgen, van koers te veranderen. Volgens hen wordt ’t plattelands- en landbouwbelang aan de partijpolitiek opgeofferd. Anderen zien daarin voorshands nog geen verbetering, maar zijn wel van oordeel dat onze Bond op de partijen meer correctie moet uitoefenen. De penningmeester geeft verslag van de financiën. Er is een voordeelig saldo, maar voor de a.s. wintercampagne zal voor propaganda en vergadering weer veel geld noodig zijn, zoodat een voorzichtig beheer geboden is. Naar een geschikte propagandist voor Friesland wordt nog steeds gezocht. Onderhandelingen met een candidaat daarvoor, zijn in uitzicht gesteld. Voor het nazien der rekening en voor ’t samenstellen van ’t huishoudelijk reglement, is een commissie benoemd. Voor dein October te houden algemeens vergadering zal een spreker worden uitgenoodigd. Verschillende ingekomen stukken werden voorts behandeld. De secr. MIEDEMA. Overijsselsche Boerenbond. Hoofdbestuursvergadering. _ Op Zaterdag 18 Aug. vergaderde het hoofdbestuur in hotel Stegeman te Ommen. ( Bij de ingekomen slokken was een antwoord van den Min. van Econ. Zaken op het gezonden telegram over de moei lijkheden inde afname van zware var kens. Dit antwoord vermeldt 0.m., dat de N.V.C. zoo ver mogelijk gaat bij de af name der zware varkens door deze in te vriezen. Alhoewel het bestuur dit laatste we accepteert, is het toch van oordeel, dat de toestand voor vele kleine mesters noj steeds oudragelijk is, daar deze wegens gebrek aan kapitaal de varkens niet langer kunnen houden en hun dieren tegen lagen prijs noodgedwongen moeten afzetten. Overwogen werd of nog iets in deze aangelegenheid kon worden gedaan ■ :.m de M'ri. Hollen was een schrijven 0e omen, waarin werd gewezen op de noodzaak om steeds met klem aan te dringen op inkrimping der margarineproducltc voor de binnenlandsche markt. Besloten werd er bij het hoofdbestuur van den Nat. Bond L. en M. op aan te dringen, de medewerking van de diverse besturen en directeuren van zuivelfabrieken in Nederland in te roepen tenemde lijsten te laten circuleeren voor Zie vervolg op pag. 2.

De stijging der graanprijzen. ** ** Naar onze mecning was de invoering van het graanmonopolie de eerste stap op het pad, dat leidt naar herstel vajn normale verhoudingen inden landbouw. De tweede stap, die men helaas niet durft doen, is het opvoeren van de heffing op den invoer tot zoodanig bedrag, dat die graanprijzen daardoor alleen reeds op het gewenschte peil worden gebracht en de opbrengst der heffing kan worden aangewend om te komen tot een spoedige aanpassing van de prijzen der dierlijke producten aan de verhoogde voederprijzen op een wijze, dat daardoor de veehouders zoo weinig mogelijk worden geschaad. Akkerbouw en veehouderij zijn dan beide geholpen!. Het ligt inden aard der zaak, dat wij;, die steeds op die hoogere heffing hebben aangedrongen, ons gedrongen voelen op te komen tegen het in „De Nederlandsche Werkgever” van 16 Aug. j.l. opgeworpen balletje van verlaging der monopolieheffinge.n met liet oog op de stijging der graanprijzen. Het blad schrijft dienaangaande het volgende; ■ – „In ieder geval moet worden voorkomen, dat de consument bij stijgende „prijzen van de landbouwproducten ook „hoogere prijzen moet betalen, omdat „de monopoliewinsten niet tijdig zijn „herzien. De Regeering heeft aan de „landbouwers richtprijzen gegarandeerd „voor hun producten, waarvoor een „toeslag uit het landbouwcrisisfonds „wordt betaald. Bij stijgende wereldmarktprijzen zal nu naar wij mee„nen te mogen verwachten deze „toeslag evenredig worden verlaagd. „Vermindert de Regeering evenwel niet „tegelijkertijd de monopoliewinsten, dan „profiteert wèl het landbouwcrisisfonds „van de stijgende prijzen en niet, zoo„als wij willen, de consument. „De verbeterde prijzen dienen dus „met beide handen te worden aauge,grepen om een begin te maken toet de „liquidatie van de landbouwcrisismant„regelen, althans wat betreft de granen „en producten daarvan.” Tot zoover „De Nederlandsche Werkgever”. Wij willen dienaangaande inde eerste plaats opmerken, dat het blad een verkeerden indruk wekt van de hoogte der graanprijzen. Ondanks de plaats gehad hebbende stijging staan de graan prijL zen, in goud uitgedrukt, op de wereld-111 ar kt nog slechts op ongeve.en 50 ;pct. van het vooroorlogsche peil. Met den toeslag ontvangen onze boeren voor de r°gge thans volgens de laatste noteerinig f8.30 de 100 K.G., d.i. 30 cent meer dan de richtprijs, die het vorige jaar nooit is bereikt. Aanleiding tot het verminderen van den toeslag bestaat o.i. dan ook nog niet. Mocht de Regeering daartoe echter overgaan, dan zou het toch verkeerd zijnde monopolieheffing te verlagen. Wat er van de heffing overbleef, zou dan moeten worden gebruikt om de veehouderij zich te doen aanpassen bij de hoogere graanprijzen, waardoor een stap was gezet inde door ons voorgestane richting. „De Nederlandsche Werkgever” wil van den toeslag af door de monopolieheffing te verminderen. Wij willen ook van den toeslag af, maar door de monopolieheffing zóó hoog te doen Z|jn, dat daardoor alleen reeds de graanbouw loon end wordt en een vlotte aanpassing van de veehouderij aan de hoogere voederprijzen kan plaats hebben met hetgeen de heffing opbrengt. Met de belangen der consumenten behoeft o,i. daarbij eerst rekening te worden gehouden,

als de prijzen der landbouwproducten hoog genoeg zijn, om een belooning van den landbouwarbeid mogelijk te maken, die ineen redelijke verhouding staat tot het bedrag, waarmede de landbouwende bevolking de producten en diensten van andere bevolkingsgroepen beloont. Wij verlangen alleen recht, geen bevoorrechting! Thans willen wij nog even terugkomen op het merkwaardige verschijnsel, dat, ondanks den mis-oogst in tal van landen de graanprijzen nog slechts zijn gestegen tot ongeveer de helft van 1929, dajt een normalen oogst had. Sommigen schrijven dit verschijnsel toe aan de groote voorraden, die er nog altijd zijn. Wij zouden willen aanraden de verklaring niet al te zeer in deze richting te zoeken. De star listieken omtrent de wereldvoorraden zijn door verschillende oorzaken zeer onbetrouwbaar, wanneer men althans het eene jaar wil vergelijken met het andere. Naar onze meening wordt door de betrekkelijk geringe stijging der graanprijzen de waarschijnlijkheid grooter, dat die economen gelijk hebben, die de oorzaak van de daling der prijzen sedert 1929 op de wereldmarkt niet inde eerste plaats zoeken bij productie en verbruik, maar bij de waardestijging van het geld (goud). Daardoor is het prijspeil op zo o laag niveau gekomen, dat de golven, welke door den slechten graanoogst ontstaan, nog slechts de halve hoogte bereiken van het normale prijspeil van vroeger. En als men zich op dit standpunt stelt, verschijnen, naar het ons wil voorkomen, tal van vraagstukken ineen ander licht. Gaan weden verkeerden kant op ? Met 1 Sept, zal de zooveelste reorganisatie van het landbouwcrisiswezen haar beslag krijgen. En wat meer zegt, de nieuwe besturen zullen op dien datum zijn verkozen. Niet minder dan 84 organisaties zullen daarvoor aanbevelingen indienen. Dit groote aantal organisaties komt echter niet uit den landbouw alleen. Neen, ook de handel en de industrie zullen straks meerdere plaatsen inde besturen bezetten. * * * We weten nu waar we aan toe zijn en we voegen er onmiddellijk aan toe, dat we lang niet gerust zijn! De tegenwoordige gang van zaken wekt sterk den indruk, dat de landbouw zelf ten bate waarvan al de maatregelen zijn of worden genomen hoe langer, hoe minder krijgt in te brengen en dat handel en industrie straks over landbouwaangelegenheden en toekomst zullen beslissen, Het gevolg ? Wanneer handel en industrie in steeds grootere mate zullen meepraten over het te voeren beleid ter zak© van de speciale landbouwaangelegenlheden, dan weten we er alles van. De landbouw legt het loodje, ontvangt steeds minder en handel en industrie zoeken de mooiste eieren uit het nest. Steeds meer wetten en voorschriften heeft de boer op te volgen en als hij ze niet nakomt.. welnu, met tuchtmaatregelen zal men hem den mond wel snoeren. Het vertrouwen in al de maatregelen wordt als gevolg van het poov er e resultaat steeds minder. Geen wonder! Meer dan twee volle (aren is men bezig geweest en wat is het resultaat? Een leger van ambtenaren zonder een loonend bedrijf. Voor den akkerbouw nauwelijks voldoende productenprijzen. Van loonende prijzen is nog geen sprake, behalve voor tarwe en suikerbieten. Deze beide soorten mogen echter slechts in beperkte mate worden geteeld. Voor den veehouder is het verlies en nog eens verlies. De Crisiszuivelwet beoogde de melk op een prijs van 5a 6c, per kg. te brengen. De basis der wet was de wankele wereldmarktprijs en al is de toeslag ook meer dan 2 cent geworden, waarop men eerst had gerekend, de melkprijs is nog steeds abnormaal laag. Nu men zag, dat dé in uitzicht gesteld© richtprijs nimmer bereikt zou worden met dit systeem, werd de boeren er op gewezen, dat men zich den richtprijs maar uit het hoofd moest zetten. Een schrale troost, als men niet zonder dien prijs aan zijn noo'dzakelijike productiekosten kan komen! En tegelijk word* als vanzelfsprekend medegedeeld, dat aan in-

krimping van de margarine-productie niot kaï worden gedacht. Meten met twee maten, oordeelt mei en o.i. terecht! Naast den slechten melkprijs, zit de vee ihouder-varkensmester nog met ettelijke zwar; varkens „inde maag”, welke hem daarnaas zeer zwaar op de leege portemonnaie drukken De schuld ligt sdhijhbaar niet bij de N.V.C Deze instelling wascht haar handen in on schuld ondanks het feit, dat er geen meer var kens zijn als door haar merken zijn toegestaan Men had mogen verwachten dat de Central* voor voldoende afname van varkens zou heb ben gezorgd en dat er geen debacle was ont staan! In ieder geval, de boeren moeten maar zier dat ze hun vette varkens kwijt worden. Ei wordt nu gezegd, dat de tellingen uitwijzen da er straks minder vette varkens zullen komen We helpen het hopen. Optimistisch zijn w< daarover nog niet! Men heeft ons dat in Janu ari ook al verteld en nadien is juist de „strop’ gekomen. In ieder geval zullen tal van klein* en ook wel groote boeren hun varkens moeilijk kunnen vasthouden, omdat ze reeds te vee aan de „verwachtingen” hebben gehoor gege ven en ter wille van hun financiën verder mesten noodgedwongen moeten staken en hun die ren verkoopen. Hadden ze vooruit geweten dat het voeren van zouter tot vette big hun van den wal inde sloot had geholpen, ze zouden zeker andere maatregelen hebben geno men. Wanneer inderdaad die prijzen door min der aanbod inde naaste toekomst zullen „aantrekken ”, dan profiteeren veten, die het zoc bitter noodig hebben, daarvan helaas niet meer Zij moeten hun dieren voor 12 a 14 cent afzetlen en geven idem zooveel aan ieder varken als verlies mee! Met het oog op dezen onlhoudbaren toestand is het van het allerhoogste belang, dat de N.V.C. nog zoo spoedig moge lijd ingrijpt inde afname dezer varkens. * * * Ondanks den steeds strenger toegehaalder gordel van crisismaatregelen rondom ieder boerenbedrijf, is van verbetering der economische positie van het landbouwbedrijf nog weinig te merken. Waar moet dat naar toe? In dezen tijd roept men dikwijls, toch vertrouwen te hebben inde leiders. Dat vertrouwen wankelt bij den boer steeds meer. Wie zal hem dat ten kwade duiden? Het is absoluut niet onze bedoeling om goed te pratende handelingen van hen, die tegen de genomen maatregelen zondigen. Ongetwijfeld zijn er, die dat onwetens doen; wie kan overal mee op de hoogte zijn? Er zijn er echter ook, die er een beroep van maken om alles zooveel mogelijk te ontduiken. We keuren dit ten sterkste af! Zij die diat doen, bevoordeelen zich zelf ten koste van hun standgenooten. Hun handelingen dienen daarenboven te worden gecontroleerd en deze controle gaat ten koste van de goede leden. Dus dienen allen mede te werken de maatregelen zoo goed mogelijk te helpen uitvoeren, zij het dan ook onder protest. Geenszins gaan we echter mee met hen, die alles wat wordt uitgevoer-d, zonder voorbehoud willen goedpraten. Waarvoor is dat noodig? Men bewijst er den boerenstand geen dienst mee! Wie wél, zullen we thans tusschen beide laten. * ♦ * Men moet „karakter en moed” bezitten om den werkelijken toestand objectief onder de oogen te zien. Om te durven verdedigen andere maatregelen, waarvan men meer heil verwacht. Oók, ondanks de herhaalde waarschuwingen welke men den boerenstand influistert om toch vooral niet met wat anders te beginnen. Het bestaande is zoo goed! Men kan slechts andere maatregelen verdedigen, wanneer men bezield is van de agrarische gedachte, men gegrepen is door het geloof dat men wil helpen opbouwen een maatschappij, waarin sociaal onrecht de nek wordt o rage dra ai d, waarin de boerenstand wederom als drager wordt gezien van de volkskracht en beloond wordt in ge 1 ijk e verhouding als andere bevolkingsgroepen. Zij. die daarvan bezield zijn, worden nimmer verblind door alles wat glinstert en blinkt, maar wat slechts klatergoud is. Vertrouwen moet men inde toekomst! Zonder hoop geen leven! Toch is ons vertrouwen op de toekomst voor den boer ernstig geschokt. Of dat komt door uitlatingen welke we zoo nu en dan op vangen? Wel voor ©en gedeelte. Daarnaast echter zien wede werkelijkheid. Reeds maanden is de veehouderij verliesgevend. Reeds maanden weten de veehouders, dat er in Den Haag meer dan 10 raill. gulden liggen opgestapeld, welk bedrag hun toekomt. Reeds maanden legt het graanmonopoli© veeen varkenshouder hoogere voederprijzen op. Dat geld ontvangen zij echter niet terug in den vorm vaneen hoogeren productenprijs. Wel heeft men zulks beweerd, maar hadden de I betrokkenen zonder de monopolieheffingen dan I niet evenveel recht op dezen boogaren toeslag?

INGEZONDEN MEDEDEELING. Reeds maanden wordt o.m. ook de noodtoestand voor de kleine bedrijven bestendigd. Mag van dat alles niets gezegd worden? Moeten vee- en varkenshouder daar zonder meer in berusten? Dat men het dan openlijk en duidelijk zegge! De boer weet dan wat hij te verwachten heeft en kan zijn conclusie trekken. Wat wil men eigenlijk? Den geheelen boerenstand aan een loonend bedrijf helpen, door de geheele bodemproductie rendabel te maken of een gedeelte van den Nederlandschen boerenstand half op het droge trekken en het andere deel veehouderij en kleine boeren laten verdrinken inde crisisgolven? De tegenwoordige maatregelen wijzen zeer sterk in die richting, alleen is het nog niet zeker of de akkerbouw wel op het droge blijft; gezien de vele stemmen welke er uit handel en industrie (straks ook inde uitvoerende lichamen der landbouwcrisismaatregelen vertegenwoordigd) opstijgen. De graanprijzen op de wereldmarkt zijn immers gestegen. De monopolieheffingen dienden verlaagd! * * * Misschien is het een gevolg van de rede van den negentigjarige uit het jaar 2000, dalt men meer die richting uit wil. Zou men niet liever alle maatregelen gaan opheffen? Het Nederlandsche volk was dan eerder op het redactiebureau van Ec. Stat. Berichten, om te vragen wat er dan zou moeten gebeuren* Wij voelen het momenteel zoo, dat de tegenwoordige maatregelen het lijden van den boer iets verzachten, maar ze b steekenen fel tel ijk uitstel van executie. ♦ * * Men praat zooveel en dikwijls zoo minachtend over de nieuwe Duitsche Regeerders* Wij willen alles wat daar geschiedt allerminst goedpraten. Toch willen we er op wijzen, dat men daar beter weet wat een gezonde, koopkrachtige boerenstand beteekent dan in ons land, We vernamen uit zeer betrouwbare bron dat de Duitsche boer best tevreden is. En geenl wonder! Minder lasten, roggeprij,zen van ft2 per 100 kg., ta-weprijzen van fl4 en goede • prijzen der veetee'.tproducten. Daar moet men' hier om komen! De indexcijifers wijzen nog steeds een groot verschil aan tusschen da prijzen van de landbouwproducten en de gemiddelde kosten van het leven. Maar blijkbaar ter wille van den vrijhandel is men bevreesd aan dat verschil een eind te maken* Of zijn er andere, politieke motieven? Wij zijn nimmer pessimist geweest. En toeft beangstigt ons een dergelijk gevoel. Temeer, omdat wij helaas bekend zijn met de groota laksheid van den Nederlandschen boer; de goeden uitgezonderd. Meer dan ooit, zal de Nederlandsche boer thans zijn toestand dienen te beseffen. Meer dan ooit zal hij zich rekenschap hebben te geven van zijn functie inde maatschappij. Meer dan ooit zal' hij zich moeten organiseeren. En niet alleen' dat. Hij zal inde bestaande organisaties met kracht voor zijn belangen dienen op te komen* Hij zal anders ervaren, dat hij verkocht wordt, waar hij zelf bijstaat; dat men beschikt bij hem, over hem en zonder hem. En wil men dan nog niet luisteren. Welnu da ni zal de Nederlandsche boer zijn maatregelen kunnen nemen en zijn vertrouwen moeten zoeken ineen ander politiek streven, dat er meer, op uit is den landbouw en den boerenstand het fundament der samenleving te doen zijn* A De Amato te Amsterdam. In vorige nummers deden we reeds mededeelingen over deze, vanwege de stad Amsterdam, te houden groote tentoonstelling ter gelegenheid van de opening van de nieuwe markthallen. Dezer dagen waren we inde gelegenheid een en ander in oogenschouw te nemen en we kunnen niet nalaten mede te doelen, dat de opzet van deze nieuwe terreinen buitengewoon grootsch aandoet. Het terrein, waar tevens de tentoonstelling van 14—24 Sept. zal worden gehouden, beslaat een oppervlakte van ongeveer 25 H.A. Niet minder dan 370 stands zullen hier Sn de diverse gebouwen worden ingericht. Op een keurig, kort bij den Ingang gelegen' grasveld zullen demonstraties van het Warmbloedpaard plaats hebben, terwijl tevens kuü-