is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 5, 06-09-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. Dollfuss op het | Internationaal Landbouwcongres te Budapest. Dr. Dollfuss, de Oostenrijksche Bondskanselier, die door moordenaarshanden voor eenige weken is gevallen, was een zeer geziene figuur op het 16de Internationale Landbouwcongres te Budapest, dat in Juni van dit jaar werd gehouden. Van de rede welke deze Oostenrijksche boerenzoon bij de opening van het congres hield, nemen we het volgende over uit „De R.K. Boerenstand”. ;j Zooals gij weet, is dit niet de eerste keer, dat ik aan zulk een Internationaal Congres deel neem, omdat ik persoonlijk op alle Congressen en Conferenties op landbouwgebied, die de laatste jaren zijn gehouden, aanwezig was. Ik weet, dat tal van menschen, die thuis gebleven zijn, zich afvragen: „Welken zin, welk doel hebben al die manifestaties, als er toch niets door verandert”. „Maar ik antwoord hierop, dat, indien al die Congressen en Conferenties geen ander doel hadden dan de landbouwers vaneen heel werelddeel bij elkaar te halen, om hen onderling tot toenadering te orengen en in hen de gedachte wakker te houden, dat onze taaie arbeid datgene vóórtbreng! waarvan de wereld leeft en l.ndien deze Congressen geen ander resultaat hadden dan dat de solidariteitsgedachte e1’ levend door werd en dat de overal heerschende kommer en zorg tot uitdrukking konden komen dan zou dit reeds voldoende zijn, om de beteekenis dezer Congressen aan heel de wereld duidelijk te maken (levendige bijval). „Wij wisten reeds van te voren, dat het Hongaarsch gebied zich bijzonder goed leent voor dergelijke bijeenkomsten, dat onze Hongaarsche vrienden zullen trachten ons verblijf hier zoo aangenaam en onvergetelijk mogelijk te maken en wij danken hen daar reeds bij voorbaat voor. „Als deelnemer aan de Congressen en de Conferenties der Internationale Landbouw Commissie weet ik, dat de denkbeelden, aan deze conferenties voorgelegd, de wegen, die daar worden aangegeven, de besprekingen, die hier worden gehouden zij het dan niet onmiddellijk bij de sluiting van het Congres maar dan toch binnen weinige jaren een vasteren vorm zullen aannemen. Hetzelfde is het geval met de uitwisseling van ervaringen en vastgesteld kan worden, dat heel wat van deze dingen inde nationale zoowel als inde internationale politiek tot verwezenlijking zijn gekomen. „Deze Congressen hebben heden ten dage in ’t bijzonder ©en groote beteekenis, nu er zulk© belangrijke veranderingen gebeuren. De landbouwpolitiek heeft tot taak uit de ervaringen van onzen tijd de noodige conclusies te trekken en dente volgen weg aan te wijzen. De laatste jaren hebben bewezen, dat het ontnemen aan den boer van zijn vrijheid en van het recht om vrijelijk over zijne producten te beschikken voor den landbouw niet de goede weg is. De andere weg echter, waarbij het beginsel van ongebreidelde vrijheid toepassing vond, was al evenmin goed. Uit hetgeen gebeurd is hebben wijde conclusie getrokken, dat hef noodig is om volgens een bepaald systeem den landbouw te organiseeren, waardoor wij worden gevrijwaard van de slechte invloeden vaneen overdreven vrijheid. Dank zij onze ervaringen ten aanzien van de toepassing van overdreven stelsels zijn wij er toe gekomen de beteekenis van de organisatie van den landbouw te erkennen. Vóór den oorlog beperkte zich de werking van coalities tot bepaalde gebieden en eerst na den oorlog heeft het stelsel zich sterker ontwikkeld. Zwitserland, dat in Prof. Laur zulk een voortreffelijk leider heeft gevonden, strekt ons hierbij ten voorbeeld. „ De organisatie brengt ons de mogelijkheid om de wereldeconomie te verbeteren en evenals het geen toeval is, dat de huidige crisis is begonnen met de landbouwcrisis, zoo is ook net einde der crisis alleen te verwachten doorde oplossing van de landbouwcrisis. In onze dagen zijn wij er allen van overtuigd, dat de boer geen stuk speelgoed is, maar evenmin de agrarische politiek. De amateurs en theoretici doen beter er hunne handen af te houden, want de natuurlijke theorieën der economie moeten toepassing vinden (stormachtige bijval).” Maar 10 millioen. De gevormde zuivelpot wachtte tot nog toe op een bestemming. Thans heeft men echter iets bedachl om zich van die simpele millioenenkwpstie af te maken. Het standpunt wordt ingenomen: de steun aan de zuivel zal moeten worden verminderd, Om dat evenwel nog eenigen tijd uitte stellen, moet het opgepotlc geld dienst doen als een appeltje vopr den dorst, als een reserve, om uitte putten, wanneer de toestand voor den zuiv el boer nog slechter wordt En deze zal slechter worden, althans men schijnt van plante zijn deze inde toekomst slechter te maken. Waarom? Denkt men de consumenten te ontlasten? Is men voornemens nog grootere hoeveelheden naar het buitenland uitte voeren voor ten (hemel schreiende afbraakprijzen? We weten het niet. Wat we wel weten is; dat de noodzakelijke kosten voor het vóórtbrengen van 1 L. melk en hetgeen de veehouder ontvangt, op geen stukken na legen elkaar opwegen. Ondanks dat, beoogt men, dat hij inde toekomst met nog minder tevreden zal moeten zijn. Stijgende productiekosten als gevolg van duurder veevoeder laten we thans maar rusten. ! ) Ook al was er geen 10 millioen aanwezig voor het op peil houden van den melkprijs, dan zou het nog volkomen rechtvaardig zijn dit laatste toch te doen, De geheele handelwijze komt er dan ook lop neer, dat de veehouders een bedrag ivan 10.000.000 gulden wordt ontnomen ten bate van .....??? Indien men het oppotten gestaakt had, dan zou daarin reeds een flinke mogelijkheid, om zich de gedachte verminderde uitbetalingen tecom-

penseeren, gezeten hebben. Dat schijnt < evenwel niet voldoende te zijn. Ook die gevormde reserve moet op deze wijze verdwijnen. De raillioenen hadden reeds lang den veehouders, die men veel meer beloofd heeft, dan ze ooit ontvangen hebben, in den vorm vaneen betere uitbetaling verstrekt moeten zijn. Nu maakt men ze dienstbaar, om den melkprijs te behouden in plaats van dezen te verhoogen. Heel aardig gevonden. En als de 10 millioen uitgeput is, wat hangt den veeboer dan boven het hoofd? Het afmaaksysteem zooals dit bij de drieweeksche biggetjes wordt toegepast? Dan moet de genomen beslissing zeker beschouwd worden als een ©enigszins verdoovenden mokerslag op het hoofd van den veehouder, voordat men dezen laat neerploffen inden trechter, om stuiptrekkend tot pulver te worden vermalen. Wat zal de veehouderij doen? Neerknielen in het stof en de zoom kussen van het kleed van baar helpers, omdat zonder dezen ze reeds ter ziele was geweest? Men zal in Den Haag stillekenis om een dergelijke slaafsheid lachen en haar zooveel te eerder door het hennepen venster laten kijken. Veehouders weert u! Niet door 11 te keeren tegen uw collega, den bouwheer, maar doorn eensgezind te scharen achter de besturen onzer boerenbondien, die onvermoeid, ook thans opnieuw op de bres zullen staan voor uw belangen, in het belang van den geheelen boerenstand. R. ' E. Verdeel en Heersch! Leidt het tegenwoordige systeem van steun aan Landbouw, veeteelt en tuinbouw tot verdeeldheid onder de agrarische bedrijven, en moet dit niet met alle mogelijke middelen worden voorkomen? 1 Meer dan ooit wordt de laatst© weken, in verschillende artikelen in onze groote bladen, de landbouwsteun becritiseerd, en door stijging van enkele artikelen op de wereldmarkt, wordt van loonende prijzen gesproken en op algeheele intrekking of sterk© herziening der landbouwcrisismaatregelen aangedrongen. De veehouderij wordt opgejaagd tegenover de akkerbouw, de tuinbouw tegen den landbouw, en het zoo noodig algemeen agrarisch fundament wordt maar al te vaak te eenzijdig gezien en belicht. Dit moet worden voorkomen. Van de 3 groepen is akkerbouw zeer zeker het best geholpen en het meest een loonend bestaan genaderd. Dit ligt ook eenigszins voor de hand, omdat ons land door eenvoudige monopolieheffingen, speciaal voor de granen, een gemakkelijke steunregeling kan treffen, in verband met de binnenlandsehe behoefte. De andere 2 groepen worden in verhouding zeer onvoldoende geholpen, de veehouderij zelfs belangrijk gedupeerd door de verhoogde graan- en voederp.rijzen, de tuinbouw vaak gedupeerd om weer iets voor de veehouderij te bereiken (Handelsverdragen). De Regeering vraagt met recht, om bij onze critiek de zaak uiteen oogpunt van algemeen belang te bezien, maar daarbij mogen wij toch verlangen dat het fundament der behandeling rechtvaardig is en blijft, en niet doelbewust op verdeeling, afgunst en ontevredenheid aanstuurt. De Regeering legt nu in het hedendaagse!)© steunsysteem een ontoelaatbare tendenz, nl. ze wil door verschil in rendement tussehen akkerbouw eenerzijds en veehouderij en tuinbouw anderzijds, de akkerbouw ©enigszins loonend maken en de andere 2 groepen verliesgevend houden cm daardoor de ondernemers te dwingen hun bedrijf cm te zetten in akkerbouw, zonder daarbij ©enige garantie te willen geven. Dit is ontoelaatbare leiding. Immers van die 2 groepen, veehouderij en tuinbouw is slechts een deel dat tot akkerbouw kan overgaan. ’n Overgroot deel onzer tuingronden kunnen noch door hun opstand, noch door hun ligging ook ten opzichte van waterstand en indeeling, noch door hun bedrijfsgrootte, ooit met rendabele uitslagen als bouwland geëxploiteerd worden. Daarom moet de leiding, wanneer ze absoluut ©en deel van den tuinbouw tot bouwland wil maken, méér dan de tegenwoordige teeltbeperking aangeeft, dat deel aanwijzen, maar ze raag niet doelbewust de geheele tuinbouw verliesgevend houden, om een deel van den tuinbouw' op die wijze te dwingen tot akkerbouwgewassen de toevlucht te nemen. Dit is schreeuwend onrechtvaardig. Wij tuinders misgunnen den akkerbouw geenszins een loonend bedrijf, integendeel, ons sociaal-eeonomisch standpunt is inde le plaats een loonend© prijs voor de bodemproduefie, ook voor den tuinbouw. De belangen van landen tuinbouw loopen inderdaad niet altijd parallel, wij willen daarom ook een zuiver© organisatie van tuinders, niet om onze medeagrariërs te bestrijden, maar om onze specifiek© tuindersbelangen zelven te behartigen. Wij zeggen dit nog eens uitdrukkelijk, om elke verdeeling en verwijdering onder de agrarische bedrijven te voorkomen daar meer dan ooit een aaneengesloten optreden tegen verschillende wanverhoudingen noodig is. Verdeel en Heersch! schreven wij hierboven. De crises en de geschapen instellingen en toestanden maken planmatige beheersching van de productie noodig en mogelijk, wij verzoeken de Regeering dit dus ook te doen, volgens duidelijke gezond© richtlijnen, maar eischen daarbij; Verdeel niet de bevolkingsgroepen, maar verdeel de productie zooals U meent dat dit moet zijn, en geef allen, ©en loonend bedrijf, aansluitende bij indexcijfers en levensstandaard voor de niet-agrarische bevolkingsgroepen, en neem de ontoelaatbare achterstelling van den tuinbouw (c.q. ook veehouderij) ©ogenblikkelijk weg. Wanneer die omzetting van tuinbouw in akkerbouw noodzakelijk is in het oog der Regeering, en diverse uitlatingen bevestigen dit. dan is het een verderfelijke politiek, dit de betrokkenen onderling te laten uitvechten, zonder dat positiel wordt opgedragen hoever de Regeering wil gaan, dan is dat een slappe leiding, ©en onvoldoende „heerschen”. Wij vragen dus verdeel de gronden naar hun geschiktheid en uw wenschen in akkerbouw en tuinbouw, laat tuinders en boeren geen on-

derlingen strijd gaan voeren, maar geef de leiding aan, van boven af; Verdeel en Heersch! Wij hebben nu reeds enkele jaren een inmenging in het productieproces, een geweldige staf van ambtenaren ©n commissies. Dit ingrijpen zegt de Regeering was noodig, omdat anders het platteland ten gronde zou gaan. Het platteland, van huis uit zoo wars van alle ambtenarij en onvrijheid, erkende deze noodzakelijkheid, maar het resultaat tot heden is voor den tuinbouw in elk geval zeer onbevredigend. ondanks alles gaan wij langzaam maar zeker naar den kelder. Ondanks de erkende noodzaak van hulp, leiding en regeling, ligt o.i. inde tegenwoordige maatregel te weinig de idee „hoe helpen wijden tuinbouw aldcende”, en te veel, hoe komen wij er met een koopje af! R (Uit de Ned. Tuinbouw.) Boer enHypotheek. Ineen van onze groote bladen werd er op gewezen, dat het ongewenscht is, dat degeen, die aan den boer geld onder hypotheek geleend heeft, getroffen zou worden door verlaging van de hypotheekrente enz. Het landbcuwcrediet zou daardoor onthalsd worden. Echter dit landbouwcrediet is reeds onthalsd, immers; nu de boer eenmaal ervaren heeft tot welke lage prijzen zijn producten kunnen vallen, zal hij in afzienbaren tijd zich wel wachten, gebruik te maken van crediet en hypotheek. Het crediet is gebleken geen hulp, doch een groot gevaar voor den credietnemer te zijn. Inde geheele wereld en vooral inde Ver. Staten van N.-Amerika heeft zich een bloeiend eredietwezen ontwikkeld, echter nergens heeft men zorg gedragen, dat dat crediet geen gevaar voor den credietnemer en dus voor het geheele maatschappelijk leven zou worden, nl. nergens heeft men zorg gedragen voor geld roet een stabiele koopkracht, of voor wat op vrijwel hetzelfde neerkomt; gegarandeerde prijzen. De Regeeringen hebben zelfs bet tegendeel gedaan. Dooreen voortdurend zilveraanbod, zoowel als dooreen steeds sterker vraag naar goud, zijn zij aanleiding geweest tot een sterk dalen der goederenprijzen. De Regeeringen onzer beschaafde Staten hebben voor een paar zilverlingen hun zoon: den credietnemer, verkocht en de crisis gebracht. Dwaasheid zou 'het zijn, cm nu de hypotheekrente te gaan verlagen, daar dit nog slechts het halve werk is, nl. ook de hoofdsom moet verlaagd worden, in koopkracht. De eenige juiste oplossing is het weer opvoeren van de prijzen tot het peil van 1926. Of nu dit bereikt wordt door garantieprijzen voor de eerste levensbehoeften, die op de boerderij voortgebracht worden voor Nederlandsche consumptie, of dat dit gebeurt door Index-geld, of door geld met veranderlijke goudbasis, dat is voor den boer vrijwel hetzelfde. Hoofdzaak is. dat de winstgevendheid van zijn bedrijf en de prijzen der gronden tot zulk een hoogte worden opgevoerd, als ongeveer in 1926 bestond. Vanzelf zullen dan ook de hypotheken niet te zwaar en zal de hypotheekrente met te ftftog zijn. Ook cm deze reden dus za! bet gewenscht zijn, nu de gulden een veel hoogere koopkracht gekregen heeft dan in 1926, de koopkracht van den gulden te verlagen en dit te bereiken door het in omloop brengen van veel zilvergeld (waardoor onze Staat mede per millioen gulden ongeveer f 800.000 verdient en dus aan belastingheffing uitsparen kon, welke belasting feitelijk indirect geheven wordt van de houders van geld) en eventueel van muntpapier en tegelijkertijd het gewicht aan gcud, vertegenwoordigende f 10, terug te brengen, öf definitief tot een bepaald gewicht van bijv. 3.5 gram, öf, wat nog beter is, tot een gewicht, hetwelk eenzelfde percentage is van het oorspronkelijke goudgewicht, als de index van kosten van levensonderhoud het Is tegenover de index in 1926. Hilversum. S. A. R. DE WOLFF v. WESTERRODE. Onderschrift der Redactie, Dat de boeren, door de thans opgedane ervaring geleerd, in het vervolg geen gebruik meer zullen willen maken van het crediet, lijkt ons niet waarschijnlijk. Wel zijn wij het met den schrijver eens, dat zij het eigenlijk niet moesten doen, want .ook naar onze meening blijft geld leenen -een gevaar, zoolang niet wordt gezorgd voor een vaste waarde van het geld. Wat de tegenwoordige hypotheekquaestie betreft, hebben wij ons ,ook altijd op het door den schrijver ingenomen standpunt gesteld, dat de eenige weg ,om dé hypotheekboeren afdoende te helpen, bestaat in het brengen der productenprijzen op zoodanig peil, dat het land weer een voldoende overwaarde krijgt. Men kan dit bereiken door invoerrechten etc. en ook door verlaging van de waarde van het geld. Over de wenschelijkheid, cm voor dit doel meer zilvergeld uitte geven durven wij niet oordeelen. Hoe groot moet het verschil tussehen stads- en plattelandsloon zijn ? Een commissie, bestaand© uit drie bestuursleden van de Friesche Coöp. Zuivel-Export Vereeniging te Leeuwarden, twee vertegenwoordigers van den Centralen Bond van Transportarbeiders en één vertegenwoordiger van den Bond van Chr. Fabrieks- en Transportarbeiders heeft ©an onderzoek ingesteld naaide vraag, hoe groot het verschil zou moeten zijn tussehen de loonen vaneen plattelandsen een stadsarbeider. Blijkens dat onderzoek bedroeg de gemiddelde woninghuur voor de stad f4,27, voor het platteland f2.08 per week. of voor de stad f2.19 meer per week. Voor de belastingen werden de volgende bedragen vastgesteld; Platteland f36.11, voor de stad f33.66, of voor het platteland f2.65 per jaar meer of 5 cent per week. De post voortgezet onderwijs bracht voor den plattelands-arbeider een© meerdere uitgaaf van 16 cent per week. Geen overeenstemming kon de commissie krijgen over de posten voor meerdere kleeding, schoeisel, enz., alsmede voor de meerdere uitgaven voor ontspanning en ontwikkeling wat het stadsleven met zich medebrengt. Een deel der commissie meende hiervoor een bedrag van respectievelijk fl en f 0.75 1© moeten vaststellen. Een ander deel der commissie meende, dat

de stad wel tot meerdere uitgaven aanleiding gaf, maar dat dit hier niet in aanmerking kwam. Tenslotte is er dooreen deel der commissieleden op het eindrapport een bijlage ingediend, waarin wordt vastgesteld, dat behoudens de bedragen waarover alle commissieleden het eens waren, er bovendien nog een verschil van f 1.75 aan dient te worden toegevoegd, zoodat het totale verschil bedraagt f3.75. Uit het bovenstaande bericht valt o.i. slechts de conclusie te trekken, dat öf de loonen inde stad veel te hoog zijn, of de loonen van de landarbeiders veel te laag. Misschien is beide het geval. Dm echter de thans geldende loonen der landarbeiders te kunnen betalen uit het product, moeten de prijzen der landbouwproducten reeds veel Jiooger worden. Ook voor verbetering der positie van de landarbeiders is er daarom geen andere uitweg dan mee te strijden voor hoogere prijzen der landbouwproducten. Dat vormt de eenige goede basis voor het verkrijgen vaneen evenredige belconing tussehen den landbouw- en den stedelijken arbeider. Korte Berichten. Ruïneerende suikerprijzen. Blijkens het verslag van de Friesch-Groningsche Coöp. Beetwortelsuikerfabriek werden in de campagne 1933/34 verwerkt 208.421.857 kg. beetwortelen (v. j. 186.954.373 kg.). Het gemiddelde suikergehalte bedroeg 17.65 pet. (v. j. 16.04 pet.). De gemiddelde opbrengst per geoogste H.A. was 33.935 kg. met 6.001 kg. suiker (v. j. resp. 34.561 kg. met 5.547 kg. suiker). De prijzen zullen echter vermoedelijk: dit jaar f 1.75 per 100 kg. lager zijn dan in 1932/33, wat ook ongeveer overeenkomt met de daling op de termijnmarkt. De leden zullen dan f 2.84 per 1000 kg. bieten kunnen ontvangen, terwijl de prijs voer op aandeel geleverde bieten f 2.85 (v. j. f 4.75) per 1000 kg. zal kunnen bedragen. De afrekening is echter belast met f 48. per aandeel (v. j. f42.93) of f2.04 per 1000 kg., zoodat de leden dus f2.85 f2.04 = 81 ets. per 1000 kg. geleverde bieten kunnen ontvangen. Hier komt echter nog bij de veel besproken regeermgssubsidie van f7.25 (v. j. f8.25). De gemiddelde totaal-ontvangsten zullen dus f 0.81 + f7.25 = f8.06 bedragen of f 2.80 per 1000 kg. minder dan verleden Jaar. De eigenlijke bestwortelprijs bedraagt dus slechts het één negende deel van den steun. Zoover is het dan op do suikermarkt gekomen. Inderdaad ruïneerende prijzen. Nog meer boeren die hun positie met be«riioen. In het vorig num.i.t. van ons blad werd in het tweede hoofdartikel melding gemaakt van het gebrek aan inzicht dat onze collega’s rondom Woerden en Gouda toonden, door een adres naar den Min. te zenden, waarin met Mem om opheffing van de monopoliereehten op veevoeder werd gevraagd, opdat niet een nijvere groep van koe-, varkens- en pluimveehouders inde weides treken zou worden cpgeofferd aan den akkerbouw. Thans heeft ook het gemeentebestuur van Barneveld een dergelijk adres gezonden. Het komt ons voor, dat het zijn nut zou kunnen hebben, dat een zoo groot mogelijk aantal van onze propagandamenschen met pakken bladen eens naar deze bedreigde streken trokken, om de menschen daar tot andere gedachten te brengen. Hier is werk aan den winkel. Nogmaals valsche oormerken. Wederom wordt melding gemaakt, dat bij een varkenshandelaar in Tiel 15 varkens in beslag werden genomen, omdat hun ooren voorzien waren van valsche merken. Nogmaals willen wij waarschuwen, om vooral bij het koopen goed toe te zien, dat de oormerken niet valsch zijn, wamt men zal onherroepelijk na eenigen tijd het gelag voor deze nalatigheid hebben te betalen. Het opnieuw laten merken zal f 10.— per varken moeten kosten. Verbod van verbouw van wratzieke aardappelen. Reeds eenigen tijd geleden werd melding gemaakt vaneen voor den oogst 1935 verbod van verbouw van het voor wratziekte zeer vatbare aardappelras Bravo. Dit ras is niet braaf meer. Met de mogelijkheid, dat hetzelfde zal geschieden met de soorten De Wet en Kampioen, zal men rekening moeten houden, en het verdient aanbeveling reeds dit najaar of het volgend voorjaar pootgoed aan te schaffen van andere rassen, welke dus niet of minder vatbaar voor deze wratziekte zijn. Inlichtingen hierover verstrekt de Plantenziektenkundige Dienst te Wageningen, de bij dezen Dienst werkzame ambtenaren, alsmede de Rijkstand- en tuinbouwconsulenten. Men stelle zich met dezen in verbinding. Drenthe vooruit- Het is een prijzenswaardig initiatief van de Drentsche Prov. Vereen, van Vreemdelingenverkeer cm een uitgebreid fietspadennet door de geheele provincie tot stand te brengen. De Ned. Heide-Maatsehappij heeft hiervoor een uitgebreide kaart ontworpen, waarop geen enkele Drentsche gemeente is vergeten, De lengte van het totale net zal niet minder dan 1000 K.M. bedragen, terwijl de kósten voor aanleg;,zijn geraamd op 3V2 ton. Men heeft gegronde hóóp (besprekingen daaromtrent zijn reeds met diverse autoriteiten gevoerd), dat het Rijk voor dit werk een belangrijke bijdrage zal willen verleenen uit het zestig mil-11 oenen-plan. Het plan heeft drieërlei doel: le. Bevordering van het vreemdelingen- en interloeaal verkeer. 2e. Ontlasting der wegen voor snelverkeer, dus bevordering van het veilig verkeer. 3e. Het verkrijgen vaneen geschikt werkv e rseh a f f i n gs o b je c t. Wij hopen van harte, dat de reeds ver gevorderde plannen tot uitvoering mogen worden gebracht. Het zal aan velen werk kunnen verschaffen. Moeilijkheden bij onze ontginningswerken. Reeds eenigen tijd geleden was gebleken, 1 dat de financieel© toestand van onze noorde-

g INGEZONDEN MEDEDEELING. g r Ontginningsm,aatschappi|en, tengevol. ’ g e vau de malaise inden landbouw i zoodanig was, dat onverwijld de vraag onder , de oogen moest worden gezien, of en hoe ( op den ingeslagen weg inzake de ontginnings* werkzaïamiheden kon worden voortgegaan. . Thans zal ir. F. P. Mesu, lid van de Directie der WieringCTim&er, op korten termijn een landbouwkundig-economisch rapport over den toestand der maatschappijen uitbrengen, opdat aan de hand van dit rapport maatregelen kun* nen worden getroffen. Wij zijn zeer benieuwd • naar den inbond van dit rapport en hopen dat i het spoedig openhaar mag worden gemaakt. Gaat het niet den weg op van het rapport* Addens, dan zal het misschien tot weder* opbauw van gezonder landbouwtoestanden ©en steentje kunnen bijdragen. Het melkdrinkrecord Op naam van Zwitserland. Volgens eendoor het Amerikaansche mi* nisterie van Landbouw uitgewerkte statistiek zijnde Zwitsers de grootste melkdrinkers van de wereld. i Zwitserland verwerkt per jaar 280 liter per hoofd. Inde tweede plaats komt Duitschland met 220 liter, alsmede de Vereanigde Staten met eenzelfde hoeveelheid. Dan volgt op grooten afstand pas Groot-Brittannië met slechts 120 liter per hoofd der bevolking en Frankrijk staat met 100 liter nog lager op de lijst. En waar blijft het land van melk en honing? Zou onze melkstroom naar onrendabele oor* den niet wat gestuit kunnen worden, door zelf eens wat meer melk te gaan drinken? De producent dooreen meer rendabele af* name en de consument dooreen betere voeding, zouden hier beiden ten zeerste door zijn gebaat. Onze handelsbalans en de misère inde scheepvaart. Volgens gepubliceerde cijfers van het Centr. Bur. v/d Statistiek zijn onze scheepvaartontvangsten ten gevolge der inkrimping van onzen internationalen handel voor het jaar 1933 wederom sterk gedaald. Op grondslag van betrouwbare opgaven kon* den de netto-inkomsten van onze geheele nationale koopvaardijvloot volgens de betalings* balansen over 1930, 1931 en 1932, op resp. 155, 125 en 86 millioen gulden worden ge* setrat. Voor het jaar 1933 moest onze vloot met slechts 65 millioen tevreden zijn, dus slechts ruim do helft van 1931. In verband hiermede is het interessant ken* nis te nemen van onze betalingsbalans ten opzichte van enkele landen waarmede wij het meest zaken doen. Zoo bedroeg onze schuld aan Duitschland per 31 Dec. 1933 ruim 61 millioen, terwijl wij van Duitschland op dien datum 167.5 millioen tegoed hadden. Duitschland was ons toen dus reeds 106 millioen schuldig. Hoe groot dit cijfer momenteel is, is heel moeilijk na te gaan. Wij veronderstellen echter, gezien de betalingsmoeilijkheden mei Duitschland, dat het reeds weer belangrijk is gestegen. Onze schuld aan Engeland bedroeg op 31 Dee. 1933 precies 35 millioen, terwijl wij meer dlan 80 millioen hadden te vorderen. Verschil 45 millioen. t Aan Frankrijk moesten wij nog betalen 41 millioen, terwijl het tegoed bedroeg 67.5 millioen, verschil dus 26.5 millioen. In totaal hadden wij dus alleen van deze drie landen bijna 180 millioen gulden meer te vorderen dan wij schuldig waren en dat alleen nog wat betreft den goederenhandel. Het komt ons voor, dat Nederland dan ook te lang heeft gewacht met maatregelen te treffen, welke moesten leiden tot een vlotte afwerking van dit schuldenprobleem. Verlaging der spoorwegtarieven voor den Duitschen landbouw. Teneinde den landbouw inde door de droogte getroffen streken van Duitschland in de gelegenheid te stellen op goedkoope wijze inde voedselvoorziening van het vee te voorzien, geven de Duitsche rijksspoorwegen met ingang van 30 Aug. j.l. een nog verdere verlaging van de thans geldende vrachten ten bedrage van resp. 20 pet. voor hooi en 30 pet. voor stroovrachten. Voorloopig zal deze verlaging tot 15 Juni 1935 gelden. Het komt , ons voor, gezien ook diverse andere maatregelen, welke ten behoeve van den Duitscheni . landbouw worden getroffen, dat landbouw ext ! industrie, (waaronder dan ook het vervoerwezen is begrepen) elkander in Duitschland , beter steunen, dan in sommige andere landen 1 en wel met name Nederland. . Duitschland is in vele opzichten zeer arm , en zijn economische toestand is verre van , rooskleurig. Toch kunnen wij, wat het elkaan ; steunen der verschillende volksgroepen betreft, ’ van Duitschland nog heel wat leeren. Varkensprijzen stijgende,. i in Amerika. Voornamelijk ten gevolge van de droogte, ’ doch ook mede door de regeeringsaankoopen van zeugen, stijgen de varkensprijzen in Amerika nog steeds. In October 1930, dus een jaar na de beurspaniek, bedroeg de prijs 9.25 doller per 100 n pond. Het laagste punt werd in October 1932 bereikt met 3.31 dollar. Een jaar geleden was de prijs 5.45 dollar, – terwijl deze momenteel is gestegen tot 7.90. dollar per 100 pond. En in Nederland? Aan de varkenshouders het woord. 4r,