is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 15, 15-11-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15 Nov. 1934. f3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 15 Tweede Blad.

Uit de Najaarsvergadering van den Drenfschen Boerenbond. De Openingsrede van den heer Oldenbanning. Spr. richtte een bijzonder woord van welkom tot den heer Smid van Voorburg, die voor den zooveelsten keer, niettegenstaande het gure jaargetijde, de boeren bijstaat en voorlicht in hun moeilijken strijd om het bestaan. Spr. verzekerde, dat de heer Smid met deze voorlichting in Drenthe speciaal buitengewone resultaten heeft bereikt. Het platteland begint te ontwaken uit zijn nistigen slaap, opgesóhrikt door de crisis, heeft het de stem van den heer Smid gehoord. Men is de Maatschappij gaan bestudeeren en heeft zich rekenschap gegeven van de feiten, heeft de fouten ontdekt en dezen gang moest men eerst gaan, alvorens men over middelen kon denken, die genomen moeten worden om uit de moeilijkheden te komen. Zoowel sociaal en economisch als politiek heeft het bestuur op advies van den heer Smid zijn richting bepaald. Dit alles is voor enkele jaren neergeiegd in ons beginselprogram en waar nu juist inden tegenwoordigen tijd, de maatschappij op haar grondvesten schudt, nu niets vaststaat en alles zich met den dag wijzigt, getuigt het van het goed inzicht van den beer Smid, in zijn maatschappijbeschouwing, dat het bestuur van den Nationalen Bond „Lapdbouw en Maatschappij” heeft gemeend om bij den tweeden druk dit ongewijzigd te moeten Bij het bepalen van de economische politiek zullen wij, aldus spr., rekening hebben te houden met de onvereenigbaarheid van de vrijhandelsgedachte en onze sociale opvattingen. De heer Smid heeft dit steeds als het kardinale punt beschouwd, waarom alles draaide. Doch wij zullen meer moeten doen dan deze stelling poneeren. Wij zullen of de zijde moeten kiezen van den vrijhandel, doch dan ook consequent doo-rgevoerd, zoowel bij het loon als bij het prijspeil, of wij rullen den vrijhandel vaarwel moeten zeggen, en onze sociale opvattingen zoover doorvoeren, dat de beschutting wordt doorgetrokken In het geheele bedrijfsleven. En dan meen ik, aldus de voorzitter, gezien de tegenwoordige maatschappij, dat dit laatste slechts door ons kan worden aanvaard. Wij behoeven niet te gaan polimiseeren over de vraag, welke manier de juiste is. Wk biet een nuchteren Wik de gebeurtenissen Waarneemt, zal toch moeten toegeven, dat ei vaneen vrije concurrentie op het gebied var de loon-bepaling niets terecht komt als wij toch zien, dat het indexcijfer der Landbouwproducten nog op ongeveer 80 staat ten opzichte van 1913, en de stedelijke loonen nog ®P ongeveer 200; als wij zien, dat de meer 0 enne Ki van gemeenteraden van A ritsterdom en Rotterdam zich nog verzetten teger «en voorstel van d© resp. dagelijks*© besturen om de salarissen met enkele procenter te korten, dan behoeven wij niet te verwachten, dat er van die zijde een aanpassing tol stand komt, wat toch zeker een eerste ver©ischte is voor een gezonde maatschappij. | Wij als landbouwers hebben ook dez( 1 conclusie onomwonden voor te legger ; aan regeering en volksvertegenwoordiging Wij kunnen geen genoegen meer nemer •Wet het constateeren alleen van dezf onvereenigbaarheid. Hiermede is men bij di Vorige Tweede Kamer-verkiezing van liberak ons nog al tegemoet getreden. Mei heeft door de keuze van het meerendeel angora bepaald, dan aanvaardbaar is. Dat d< Vertegenwoordigers van de scheepvaart er dandel de vrijhandels vlag ontplooien is ver toarbaar, doch dat ons lid, aldus spr., Dr E. B. Bierema weinig gesticht was het aflaaien van onze handelspolitiek van den vrij geeft ons te denken. Als hij meen hot hoofözaak is, dat de productiekoster P gelijke lijn moeten komen met het bui-Onland, dan meen ik, dat het boofdzaak is i.....— —i 1 1 i'.imii Üit Huis en Hof verdreven Een greep uit hel boerenleven dezer dage: (Alle rechten voorbehouden.) XV. VI. korte grijsgrauwe dag voor Kerstmis wind huilde door die ontbladerde boomei n zwiepte de takken totdat de kronen bui |jerT kraakten. De wind greep het stroo, he j.°wi en de bladeren rondom de mestvaalt ei «strootjes en bladeren spelen in dwarre nde razernij. Hij greep de losstaande schuur euren en klapte ze dicht met een hardl! v?"s en de losloopende kippen waaiden diwari do F 1)6111 we£' Het leek naar regen, doet ko°r en wind kon d© regen slecht los . wien, maar nu het naar den avond ging zot fit straks wel nat worden. . hoos, die het voederen inde bijsohuui P* gedaan had, kwam met een vork boo den stier het laatste toe te dienen. Om 16n hoek van den stal kreeg de wind hem hn ?akk€n on meer dan de helft van bet ]Ue?1 werd hem van de vork gerukt en ging d< on nt ln’ Met de rest °P d® vork fn den wint hlii hij zich de bijschuur in en was t niet het restant overgekomen te zijn. de n*lie’-^ie met een hark liep waarmede zi ditp i en öm het huis uitgeharkt had, had hem zelfben en meteen gewaarschuwd!, dat hi hooi nakarken kon, wanneer alles weer ondei he,m en str°o bedolven werd. Tevens had ze vnort°?k nog den raad gegeven maar wai zes te maken, daar ze beiden reeds om voo^^..voor het gereedmaken der tooneel-Hoos in nDe Huifkar” moesten zijn. Kierq thoeMe daar echter niet aan herinvro le word©n, want hij was er expres a nu ser5er °m begonnen te voederen, ’t Was Uui>. w geen vier ULtr> zoodat hij met een tij'd’jj anneer alles bestuurd was, nog genoeg zichzelf op te knappen voor ,yde enisWant dit was waar; wanneer

dat hij weet, dat vrij met dergelijke theorieën geholpen worden. (Applaus). Bij bet bepalen van de sociale politiek, heeft de heer Smid steeds gezegd, dat wij zullen moeten uitgaan van de individueel© bestaansverantwoordelijkheid met als gevolg de groote taak van de overheid om te zorgen, dat ieder de vruchten kan plukken van zijn eigen arbeid. Hoe heeft onze regeering hierop gereageerd? leder die bezitloos is, ziet zich beschermd, door de overheid, ieder 'die bezit heeft, hetgeen inden regel verworven is met de grootste opofferingen, moet dit eerst hebben opgeteerd alvorens de helpende hand wordt uitgereikt. Dat door deze sociale politiek onze nijvere, rustige en sober levende kleine boerenstand voor een groot gedeelte al is afgezakt naar het groote leger der bezitloozen, dat binnen zeer korten tijd het geheel© platteland dien weg Js gegaan, dit alles schijnt men in Den Haiag niet te beseffen. Wanneer dit echter eenmaal is geschied, zal het de vraag zijn of dit ruïneerende proces, ook op cultureel terrein nog is te herstellen. De geschiedenis heeft ons geleerd, dat na tijden van hoogcultuur, tijden kunnen komen met bet diepste verval. Wij willen hopen, dat de regeering beseft, dat bet platteland steeds de bron is en blijft, omdat het ’t dichtst bij de natuur is, cm de maatschappij te voeden, zoowel stoffelijk als geestelijk. Wanneer zij dit beseft, zullen wij ook weer krijgen een harmonische ontwikkeling van landbouw, handel en nijverheid. Uw jaren stijgen, meneer Smid, vervolgde de voorzitter. Ik hoop, dat hot u gegeven mag zijn, de resultaten te zien, van uw streven, nj. een platteland, de maatschappij begrijpend, eensgezind, zichzelf begrijpend en bijgevolg een plaats aan den geroeenschappeiijken disch, die haar krachtens haar positie in de maatschappij toekomt. De voorzitter richtte een woord van welkom tot den heer Weijer, die een inleiding zal houden over „de plaats van den boer”. Dat vandaag de opkomst zoo groot is, zal in' de eerste plaats een gevolg zijn van de regeerings-maatregeten, die voor enkele dagen zijn bekend gemaakt ten behoeve van de Rundveehouderij. Daarna was spr. er ook zeker van, dat zeer velen speciaal zijn geko-Imien om naar den heer Weijer te luisteren. Inden tegenwoordlgen tijd gebruikt men graag de kwalificatie „Mijn vriend”. Spr. gaf de verzekering, dat de heer Weijer de vriend van den boerenstand is. Tenslotte heette de voorzitter nog welkom de leden Broekhuizen en Holm. Wij hebben gemeend, aldus spr., dat in deze najaarsvergadering den toestand inde veehouderij en akkerbouw te moeten doen inleiden door twee practische landbouwers en u daarvoor te moemoeien uitnoodigen. Spr. was dankbaar, dal aan deze uitnoodiging gehoor is gegeven. Over den toestand inden landbouw wilde spr. alleen maarde cijfers noemen 80, 135 en 170. De agrarische diensten worden bewezen [pret 80, terwijl de diensten van de beschutte I groepen worden bepaald met 200, alles in verhouding tot den toestand in 1913. Dat bi deze verhoudingen de Staatsmachine jmoet vastloopen is zeker en als zij nog niet vastzit, zou ik het ten zeerste betwijfelen. Op politiek terrein zal uw bestuur, aldus spr. tot de vergadering, de gevolgde gedragslijn zooveel mogelijk handhaven, door zei) niet als politieke partij op te treden doch cm de leden voor te lichten over de gestie van de verschillend© partijen, cm d« verschillende politieke partijen en beweginger in onze richting te duwen. Dat wij daarbi met geheel andere verhoudingen krijgen te doen, is hoogst waarschijnlijk. Spr. meende noj even de aandacht te moeten vestigen op de verkiezing van den heer Davids, te Norg onzen penningmeester, tot hoofdbestuurslid vai het Drentsche Landbouw Genootschap ei wenscht© hem van harte geluk. Op zeer vele plaatsen hoort men klachten over de verhouding van de technische organisatie tot onze beweging. Men meent dan soms te moe t ten overgaan tot bedanken van deze organi salie. Niet genoeg kan hiertegen gewaarschuwd worden. Men zal moeten trachten eei juiste verhouding te scheppen tusschen de de rederijkerskamer van het dorp haar jaar-1 lijksche uitvoering gat, moest al hef andere zwichten; die dag was een evenement even I groot en belangrijk als de dag van de jaarmarkt. Het werd dan een avond van vreugde en jolijt; een avond, waarop oud en jong alk zorgen op zij zetten om eens onbekommerd hei leven te genieten. Voor de ouderen was hel een dag van vreugdevolle herinneringen-, daal zij vroeger ook eens lid van de rederijkexskamer geweest waren ©n vol trots zagen i ze hun rol overgenomen door hun eigen kinderen; voor de jongeren was het een dag van nog grooter gewicht, want op dezen avond zochten jongens en meisjes aanknooping tot vrijage en verkeering, daar wie • dezen avond niet slaagde groot kans liep, den geheeien winter alleen te blijven staan, itearom mocht deze dag stellig een gewichtig© dag genoemd worden. Snel begon het te donkeren en de lampen moesten inden stal ontstoken worden om de laatste bezigheden te kunnen volvoeren. Met een buitensporigen ijver werd er door Slotesrs en Koos gemolken. „Nu mag jij je wel gereed maken Koos”, sprak Sloters, toen ze beiden hun koeien uitgemolken hadden. „Ik zal het hooi wel toedienen en den boel aanwegen”. Koos nam het voorstel gaarne aan en ontdeed zich vlug van zijn jas en vest om zich eerst een beetje bij de pompte reinigen, alvorens naar de woonkamer te gaan. Annie was hem al voor en liep in haar onderkleeren met kmltang en haarknipjes heur haar op te knappen. „Ijdelheid, uw naam is vrouw”, spotte Koos tegen haar, terwijl zij voor den spiegel stond. „Zoo broertje, pas maar op. Wie vraagt er straks naar een mooi boordje en een mooi dasje en wie kan zijn mooi© sokjes niet vinden? Wie worden de schoenen niet mooi genoeg gepoetst? Heeft hij dat van den mannetjespauw afgekeken?” Koos had daar niet van terug aan zijn fcusje, die direct zoo geestig uit kon vallen. Hij verdween dan ook maar vlug om zich te verhleeden, te wasschen ea te schcrec. Nog

twee organisaties. Spr. meende ook in dat lacht gezien, dat de keuze van den heer Davids een gelukkige keuze is en dat onze organisatie met dezen uitslag gelukgeweiischt mag worden (applaus). Vervolgens hield de heer L. We ij er te Meppel zijn lezing, welke met groote aandacht werd gevolgd. De beteekenis van den Land- en Tuinbouw voor ons land Begrijpt het Nederlandsche volk haar voldoende ? 2. Steunmaalrege'en voor den landbouw geen persoonlijke ondersteuning. Het nadeel van dezen toestand is natuurlijk, dat men zeer gemakkelijk ook in omgekeerde richting de economische beteekenis van den boerenstand foutief kan aanslaan. Men ziet dat aan de velen, die geneigd zijnde steunmaatregelen van heden te beschouwen als een soort persoonlijke ondersteuning, vergelijkbaar met die aan de werkloozen- Doet men zulks, dan heeft men het recht zich de vraag te stellen, of wij in deze tijden maar niet beter zouden doen de landbouwproducten, die wij noodig hebben op de wereldmarkt, voor uitverkoopsprijzen aan te schaffen- Immers, zoo wordt er geredeneerd, de boter is te krijgen voor een prijs per kilo, die lager is, dan die men hier voor margarine per pond betaalt. Zou men dan niet beter doen, met zoo weinig mogelijk menschen in dit thans verliesgevende landbouwbedrijf tewerk te stellen? Dat is een kinderlijke vraag, di© zich laat beantwoorden met het kinderlijke antwoord, n-L waarvan moet bet Nederlandsche volk de rekening betalen, die voor deze boter weliswaar per kilo vrij laag is, maar la totaal voor ons heele volk toch bedenkelijk hoog zou, worden? Dat zou alleen kunnen door den uitvoer van industrieproducten, of door inkomsten uit scheepvaart en handel. Deze bedrijven zouden dan ook nog alle werklooze boeren moeten opnemen. U voelt de dwaasheid vaneen dergelijke voorstelling van zaken. Nu kan men wel zeggen, dat deze redeneering dan de steunmaatregden nog niet In zich sluit, maar aan den anderen kant kan men toch ook niet aannemen, dat de gehede Nederlandsche boerenbevolking als een stel dwangarbeiders kan worden beschouwd, die verplicht worden, de levensmiddelen voor het volk te produceeren, die men in het buitenland met het oog op onze handelsbalans, niet meer kan koopen- Want zij zouden niet kunnen verwachten, dat de Nederlandsche bodem bij ©en verliesgevende bodemproductie blijvend op intensieve manier zou worden bebouwd, zooals voor onze voedselvoorziening noodig zou rijn. De extensieve cultuur met verminderd© opbrengst en verminderde arbeidsprestatie hiertegenover, zou het noodzakelijke en fatale gevolg zijn- Bij het overdenken van de economische beteekenis van den boerenstand dient men er rekening mee te houden, dat aan de hoofdvoorwaarde voor de geldigheid van bet meerendeel van de gehouden redeneeringen, nJ. de vrije prijsvorming, niet meer wordt voldaan- Na de periode der physiocraten en der eerste liberale economie, zijn wij weer teruggekeerd tot den tijd der mercantilisten- Er wordt geprobeerd door regeling en ordening de nadeelige gevolgen van anderer maatregelen zooveel mogelijk onschadeüjk te maken- De ge- INGEZONDEN I mREWIHO-ANKI voldoen aan Primo Uurwerk. NIKKELCHROOM vanaf f 9.75. – ZILVE Het volmaakte horloj JOH. REPRO – i in geen kwartier later kwamen moeder en zusje er beiden aan te pas om al zijn Zondagsche spullen bij elkaar te zoeken, opdat ook hij toch maar op tijd' klaar werd. Een half uurtje later togen Koos en Annle beiden per fiets op het punt van samenkomst af. Koos, die geen andere kleeren noodig had bij zijn rol, droeg een groot© koffer voor Annie onder den arm. Het was begonnen te regenen, doch de wind ging nu ook meer liggen. Met den wind in dien rug waren re spoedig op de plaats van bestemming, waar ze reeds door andere medespelers bij de deur van de feestelijk-versierde zaal opgewacht werden. Ze waren echter niet de laatsten, want er werd nog gewacht op enkele laatkomers en de regisseur van hun kamer, meester Van Boekeren, liep onrustig met de handen op den rug het tooneel op en neer. Alvorens straks het spel begon, wilde hij sommigen nog eenige raadgevingen geven, doch juist zij, die dat het meeste noodig hadden, kwamen het laatst. Het tooneel van het eerste bedrijf van bet drama: „Ter wille van het geld” stond kant en klaar, zoodat er niets meer verricht behoefde te worden. In groepjes, druk sprekende, wachtte men op die laatkomers. De groote zaal was in drie rijen tafeltjes en stoelen verdeeld en bood, hoewel ©r ruim gezeten kon worden, nog wel voor een paar honderd menschen plaats. „Zou er veel volk komen?” vroeg Jan van der Weide aan Koos, „’t weer valt niet mee”. „Och, uit eigen plaats blijft om het weer niemand achterwege en wat van ander© plaatsen komt, zijn gewoonlijk toch maar jongens, die op onze meisjes azen. Weer of geen weer, die komen tochl” meende Koos. „Bij jouw zusje hebben ze dlan toeh maar geen kans meer; die houdt maar vol met haar Jan van Hameren”, mengde zich Hendrik Kampers in het gesprek, die nog altijd een oogje op Annie had. „Ik kan me niet begrijpen”, spotte Jan v.d. Weide tot hem, „dat jij je tijd niet beter benut hebt. Jij had toch de kans, daar jij een poos met haar onder één dak geslapen hebt”. ,

volgen van dit verschijnsel liggen natuurlijk vei buiten het bestek van deze voordracht. Wi willen ons niet afvragen, of men de opheffing van deze vrij© prijsvorming als een tijdelijli verschijnsel zal moeten beschouwen, dat zal verdwijnen, zooals de periode der mercantilisten is gevolgd door die der physiocraten en vrijhandelaren, of dat men het systeem dei bestuurde productie zal moeten zien als eer nieuwe pfhase inde volkshuishouding. Op hel ©ogenblik schijnt het, of er geen keuze is. Wel is het voor onze vraag naar de economische beteekenis van den boerenstand nog goed in verband met de rechtvaardiging der genomen en te nemen maatregelen ons af te vragen in hoeverre er min of meer fundamenteel© wijzigingen inde wereldhuishouding optreden, waarvan een gemakkelijke terugkeer niet is te verwachten- Ondanks de juiste opmerking van collega Mees, dat in dit verband te gemakkelijk van structuurwijzigingen wordt gesproken, zou ik dat nog zonder nadere beschouwing van de oorzaak dier wijzigingen voor een drietal punten willen doen. Be aarde één woonruimte geworden. Inde eerste plaats is de aarde door het toenemende verkeer in steeds sterkere mate één woonruimte geworden. Dit is geschied, zonder dat de toestanden in verschillende landen op economisch en sociaal gebied in dezelfde mate op elkander zijn ingesteld als het verkeer tusschen deze landen is gegroeid. De theorie van de vrije prijsvorming, die zich in onze dagen ook aankondig! als aanpasslngstheorie, ondervindt dientengevolge de moeilijkheid, dat men bij deze prijsvorming invloeden ondervindt, welke vroeger niet werkzaam waren. Wanneer wij onzen landbouw en industrieele productie vrij plotseling moeten aanpassen aan het laagst bestaande economische peil binnen den kring, welke thans in het wereldverkeer is op genomen, dan heeft dit voor onze samenleving catastrophale gevolgen. Dat men probeert deze aanpassing althans eenigszins geleidelijk te doen geschieden door het nemen van bijzondere maatregelen, is los van elke problematiek van vrije prijsvorming of bestuurde productie een vanzelfsprekend verschijnsel. Een tweede belangrijke wijziging is gelegen in het feit der industrialisatie van de vroegere koloniale gebieden. Ruil van grondstoffen en landbouwproducten uit deze landen tegenover dein de industrieproducten opgeboopte arbeidskracht van Europa vormde een groot gedeelte van onze welvaart- Hoe meer men kon uitvoeren, hoe meerde hier aanwezige arbeidskracht in waarden kon worden omgezet, hoe meer aan grondstoffen en koloniale waren kon worden ingevoerd. Hel zou wel eens kunnen zijn, dat bij de verminderde exportmogelijkheid van de industrie en bij verminderde inkomsten van handel en scheepvaart, op den landbouw de taak zou komen te rusten een zoo groot mogelijk gedeelte van de voedselvoorziening van onze volkshuishouding voor zijn rekening te nemen en de verminderde invoermogelijlkheid te compenseeren dooreen gewijzigde en aan onze eigen behoefte aan te passen voedselproductie- Een derde verandering hangt samen met de vorige, n*., dezelfde exportmoeilijkheden, welke onze industrie ondervindt, bepalen eveneens het lot van de industrie in de ons omringende landen- Dientengevolge hebben onze oude klanten voor de producten onzer hoogopgevoerde veeteelt en kwaliteitstuinbouw een verminderde mogelijkheid tot invoer van die producten. Dit beteekent het opnieuw wegvallen vaneen exportmogelijkheid, thans ook aan den agrarischen kant, die een bepaalde overproductie op het gebied van zuivelindustrie en tuinbouw te voorschijn roept, terwijl deze moeilijkheid tegelijk een verminderde invoermogelijkheid van noodzakelijke voedingsstoffen tengevolge heeft. MEDEDEELING. SR” HORLOGES | alle eischen. Fraaie Kast vorm. H vanaf f 16.50. GOUD vanaf f 27.50. e voor dame of heer. WINSCHOTEN Hendrik werd rood in het gelaat en geërgerd liep hij weg, zonder antwoord. Hij kon het niet verkroppen, dat verleden herfst, toen hij bij Stoters inde schuur sliep, na hun brand, hij geen kans had om met Arm ie verkeering aan te fcnoopen. Hij wist ook, dat hij zoo duidelijk zijn best had gedaan, dlal de heele buurt het was opgevallen en dat olies dan zonder succes. Ineen anderen hoek van het tooneel stond een groep meisjes drukte babbelen en te giechelen. Soms barstte een schaterend1 gelach bij hen uit, zoodat de schuchtere Wolter Berends, die niet veel slag had om met meisjes om te gaan, doordat hij dan zoo zenuwachtig werd, meende dat ze hem bespotten en zich wat meer naar achteren begaf. Eindelijk, daar waren de laatkomers en een zucht van verademing ontsnapte hoorbaar aan de borst van meester Van Boekeren. „Ziezoo, jongens en meisjes, wij zullen nog even repetitie houden”, riep hij. Hij bedacht zich nog ter juister tijd, maar hij had zijn handen tot ~inklappen” gereed, zooals hij altijd op het schoolplein gewoon was, om de school aan te roepen. Allen kwamen met hun boekjes inde hand bij hem staan. De een maakte hij nog attent op een zwakke stem, een ander speelde de toegedaeldle rol te stijf, moest losser van beweging zijn; een derde moest niet zoo druk doen; weer een andere speelde te gemaakt en moest natuurlijker zijn; zoo had hij voor ieder nog wat, bang dat het anders niet goed zou gaan. Met oogen van jolijt, doch ernstig getrokken gezichten hoorden allen meester aan; meester die hen allen geleerd had van hun tiende (aar af, als ze inde hoogere klassen van de dorpsschool gekomen waren. Zooals meester hen kende, zoo kenden zij allen meester, wisten wat zijn zwak was, doch hoorden hem aam om hem ter wille te zijn, maar vervelend vonden ze het wel. Echter, bij was hun meester en ook vaak hun leider en leeraar geweest Jn hun latere jaren der jeugd; op avondschool en bij landbouwonderwijs. Beter dan met den dominé, die hun jaren na den schooltijd In I beslag wilde nemen, waren ze met dea boven- I

In verband met de bijzondere voorzieningen, die oa. deze drie wijzigingen met zich mee brengen, is er van vrije prijsvorming ook op agrarisch gebied nauwelijks sprake meer. Dat deze wordt uitgesehakeld, is op zichzelf reeds een bezwaar. Men heeft daarbij bovendien te waken, dat men niet van den nood eén deugd maakt en inde thans noodzakeiijke ordeningen een soort ideaal gaat zien. Vermoedelijk zal I echter de practijk van het leven het menschdom daarvoor wel behoeden. (Wordt vervolgd.) Uit de afdeelingen. Woensdagavond, 31 Oct, sprak de heer De Lange te Ommen. Aandachtig werd naar zijn gloedvolle rede geluisterd, terwijl zich na afloop eenige nieuwe leden en ebonné’s opgaven. dpi 2 Nov. J.l. vergaderde de afd. D ie ver in café Balsma. Tot afgevaardigden naar Assen werden de heeren J. de Ruiter en K. 11. Balsma aangewezen. Verder kwamen de nieuwe maatregelen van den Minister en de verlaging van den roggesteun ter sprake. Eenige boekjes met economische opstellen zullen, ter circulatie bij de leden, worden besteld. Inde op Zaterdag 3 Nov. gehouden vergadering der afd. Buinerveen, werd de heer W. Popken te Exloërveen tot plaatselijken propagandist benoemd. Den heer De Lange zal worden verzocht om een spreekbeurt te vervullen. De afd. Zuid-Barge vergaderde 3 Nov. in café Stuulen. Naar Assen werden de heeren Cr. Braams en W. Hadders afgevaardigd. De heer Hr. Bloeming werd tot plaatselijk propagandist benoemd. Besloten werd om een proaaganda-avond in Noord-Barge te houden, met len heer De Lange als spreker. Ojp 5 Nov. hield de afd. D win gel o o een vergadering in hotel Wesseling. Aan het verdoek van de afd. Ruinen om een vergaderingl n Meppel te bezoeken, teneinde te trachten) neer biggenmerken te verkrijgen, zal worden voldaan. Inde vacature van den heer J. Doorten Hzn,* benoemd tot hoofdbestuurslid), werd de heer I. Zoer Wzn. tot bestuurslid en de heer J, Jekker tot kringbestuurslid benoemd. De prij:en voor afname van het drachtige jongvee en iet aardappelprikben, werden besproken en e laag bevonden. Het bestuur koos den heer Joh. v. Es tot 'oorzitter, De afd. Dalen vergaderde 6 Nov. in hotel )e Boer. De heer Tj. Weggemans werd tot ilaatselijk propagandist benoemd. De heer J. (enting hield ©en korte inleiding over het verk van den Boerenbond. Verschillende regeer! ngsmaatregelen werden besproken. Een preker zal binnenkort worden uitgenoodigd. De heer L. v.d. Hof presideerde de verga,- lering van de afd. Zuidwolde in café Koes. De heer W. Bovenhof! werd als afgevaariigde naar Assen benoemd, nadat verschllende crisismaatregelen, alsmede de verkiezingen voor de Prov. Staten waren besproken. Inde vergadering van de afd. Drou w e S verd de heer P. van Boven naar Assen afgevaardigd. Besloten werd om te trachten den ieer De Lange een avond als spreker te rijgen. De vergadering van de afd. Gro 11 oo Ichoonloo wees den heer H. H. Holt tot laatselijken propagandist aan. lanvang Economische cursus BATHMEN. Op 2 Nov. werd alhier de eerfe les gegeven in Economie inde groote aal van den heer Boode. De heer J. B. van er Sluis te Olst, voorz. van den opene de bijeenkomst met een kort, krachtig welkomstwoord. Speciaal wendde hij zich tot en heer J. A. Verhoef te Diepenveen, die den ursus zal geven en tot het groote aantal (leelemers. Hij sprak de hoop uit dat deze cirrus mocht bijdragen tot verruiming van den lik der boeren en dat de gedachten, welke In en boerenbond leven, zich zullen mogen oortplanten. I Na een korte inleiding begon de heer Ver* oef vervolgens met zijn eerste les. Aan d'een cursus nemen 50 personen deel uit Holten n 40 uit Bathmen, in totaal dus 90. Er zullen ezen winter 10 lessen gegeven worden. Oner de deelnemers zijn vele oud-leerlingera an landbouwcursussen. S=B==.. 1 ■*' ' icester vertrouwd. Zij, die het eerst moesten optreden, troksn zich terug inde kleedkamers om zich te ïrkleeden voor hun rollen en om geschminkt i worden door den dorpsschilder, die dat der jaar deed. Achter de gesloten kkedlkaerdeurtjes ging het vrooüjk toe, want het ilach en geschater dat daar weg kwam, ;ed de vreugde bij de anderen ook aansteken» Reeds daagden de eerste bezoekers op en. i lieten een paar meisjes het toon.ee',gordijn nlaag. Door enkele spleetjes in het versleten rrdijn gluurden ze naar de zaal in om te en wie er kwamen. Ze noemden namen m bekenden of familie en waren verbaasd, aar dat meisje met de nieuwe japon weg vam of hadden medelijden „met die, die weer itzelfde kleedje van verleden jaar droeg”. Jongens kwamen bij hen staan en gluurm mee de zaal in, doch konden stiekum niet ilaten de meisjes te kittelen. Dan kregen, even een standje en maakten ze dat ee egkwamen. Een half uur en langer liep het geleidelijik n vol inde zaal. Vooraan bij het tooneel aren de tafeltjes besproken door den dokr, den veearts en enkele andere notabelen n. het dorp. Daarnaast ineen andere rij horaan hadden Sloters en zijn vrouw met nige kennissen hun tafeltjes. Het voorste deelte van de zaal was dan ook bezet door : ouderen, terwijl de jongeren en vooral de ngens, adhter inde zaal bij de deuren, plaatn innamen. Ineen hoek bij het tooneel was aafs voor de muziek. Op de piano werd et i toe reeds dooreen of ander even getokld, doch daar de musici nog niet aanwezig aren, werd hier geen aandacht aan geschonr n. Druk pratend, terwijl de bedienden de hffie in potten en kannen op de tafeltjes »eta, zoodat de aanzittenden aan ieder tafeltje ïhzelf konden bedienen, waren allen in stichting van de dingen, die komen zouden, (Wordt vervolgd).

>n ;n •e.