is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 17, 29-11-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat ons daarom hopen, dat die levenssfeer veilig gestekt kan worden, omdat deze altijd weer opnieuw de herstellende krachten in zich bergt tegen elke verwording vaneen menschheid, die haar grenzen vergat. De daartoe noodige pogingen zullen beter aanvaard worden, indien wij inde stedelijke samenleving deze volksgroep meer leeren zien als de donkere en stille maar veilige ankergrond voor het trotsche zeekasteel, dat de stadscultuur heeft gebouwd en waarmee onze volksgemeenschap de oceanen van den tijd met gerechtvaardigde» trots heeft te bevaren.

DANKDAG. Gaat bij dit woord niet al het schoon© rijke en machtige, dat inden afgeloopen zo mer dooreen Hoogere Macht inde natuur tot stand kwam, aan ons boerenoog voorbij? Thans is het herfst 1934. Een vruchtbaar Ja ar ligt achter ons. De schuren zijn rijk voorzien van hooi en graan en nog dagelijks ziet men de boeren aan het inkuilen van gras en groenvoedergewassen. 1934 was een gezegend jaar wat de op brengst in hoeveelheid en ook in kwaliteit der producten betreft. Wij zullen en moeten daar dankbaar voor zijn. De eerste Woensdag in November wordt dan ook, inde Noordelijke provincies van ons land speciaal in Zuid Drenthe en Overijssel als een feestdag ge vierd, in dien zin, dat men op dien dag dank stonden houdt ten teeken van dank voor dein dat jaar gegroeide gewassen. Daarom kunnen wij dan ook met het volste recht di jaar dezen dag gedenken, want de oogst was toch immers overvloedig. Ja, volle schuren met hooi en graan. Dus een onbezorgde (?j winter voor den boer en zijn huisgenooten. Evenals in het najaar dankstonden worden gehouden, evenzoo worden elk voorjaar in de maand Maart, op Biddag, bidstonden inde kerken, voor hst gewas, gehouden. We zullen ons toch niet anders kunnen indenken, dan dat de bedoeling van deze bidstonden is, om een zoo’n groot mogelijk en goed gewas te krijgen. , Wat zien we nu gebeuren? Dat terwijl het gebed in vervulling gaat er door menschen gecommandeerd wordt: vernietigt dat gewas. (Zie sleöhfsnaar onze tuinbouwgewasssn, e.a.) Altijd is ons, jonge boeren, door de heeren landbouwonderwijzers voorgehouden, zoo en zoo en niet zó en zó moet ge voeren en mesten om de hoogst mogelijke resultaten te bereiken. Bezoekt men een vergadering, waar een rijksveeteelt-, zuivel of landbouwconsulent spreekt, dan hoort men dit inde meeste gevallen. Deze menschen die hun functie bekleeden om de boeren van voorlichting te dienen, verkondigen nog alle dagen dezelfde theorieën. Nog schrijven ze daar dagelijks over in landbouwbladen enz, maar nog nooit hebben wij er van gelezen of gehoord, dat ze één woord van protest oi lets dergeüjks hebben laten hooren over genomen crisismaatregelen, welke lijnrecht ingaan tegen hun theorieën. Want gaat het besluit van Minister Steenberghe, om 150.000 drachtige vaarzen en pinken af te slachten, niet lijnrecht tegen bun theorieën in? Zeker, we weten wel, dat de zuivelmarkt overstroomd wordt. Wij weten ook wel dat vele boeren hoopten, dat wederom de levering van rundvee aan die Centrale zou worden opengesteld, evenals het vorige jaar. Maar wij; vragen U, geachte lezers en lezeressen, is het niet ten hemel schreiend, dat nu het besluit genomen is om de toekomst van onze stallen en dan nog wel het drachtige jongvee, aan den dood prijs te geven? Is het niet allerverschrikkeüj'kst? En dan te denken dat onze Regeering gezegd heeft, dat ze sommige maatregelen nemen moest om de positie van ons kleine Nederland op de wereldmarkt te handhaven. Geachte lezers, die positie nu wil onze Regeering zeker probeeren te handhaven met wrakke en oude aftandsche koeien en de producten daarvan! Waarom niet, wanneer er toch een teveel aan melk is, de oude melfcrijlkie koeien opgeruimd? Koeien die toch eenmaal opgeruimd moeten worden? We hielden dan een besten rundveestapel over. Maar het jongvee, dat men oplokt om een beteren stal te krijgen, waar men de toekomst inziet, moet worden algeslacht. Niet verplicht? Zie dan slechts naar de laatste afkondiging van den Minister, waarbij is bepaald, dat wanneer de vrije levering niet bevredigend afloopt, er een verplichte zal volgen, tenminste in zooverre dat kalverschetsen voor 1935 zullen worden, ingetrokken, kalveren, die eerst over 3 jaar, zegge drie jaar, aan de melkproductie deelnemen. Dankdag voor de boeren, afslachting van drachtig jongvee, de toekomst _van onze stallen. We hadden het zoo juist over bet inhouwen van schetsen. Zeker, de Minister heeft gedreigd met het Inbonden van schetsen. Maar dat niet alleen, eerst komt er al een verdere beperking der schetsen. In 1935 zullen er 50.000 minder worden uitgegeven dan in 1934. Er wordt dus, wat de kalverschetsen aangaat, beperkt voor de toekomst, overeen jaar of vier, vijf. Dan zal de melk beduidend minder zijn, terwijl de bevolking van Nederland zich beeft uitgebreid. Wie moet de menschen dan voeden? Zeker de margarinefabrikanten, want de boer zal het dan niet kunnen! Zal d« beperking voor het geheel e land gelijk zijn? Volgens een dezer dagen gehouden radiolezing zal dat niet het geval zijn, de groenbedrijven zullen er niet ondier te lijden hebben, doch wel dte bouwbedrijven, maar jammer genoeg werd niet gesproken over de gemengde bedrijven. Deze bedrijven kunnen beperking van kalveraanfok niet verdragen. Daar moet zoo sterk mogelijk tegen geprotesteerd worden. De Minister denkt, dat hij door die beperkende maatregelen de boeren kan dwingen, grasland in bouwland om te zetten. Maar zou de Minister er ook wel bij stilgestaan hebben, dat lang niet al het groenland geschikt is voor bouwland? We betwijfelen het! Beperken en nog eens beperken. Nooit hebben de heeren van de theorieën hier bij stil gestaan en het schijnt, dat ze er nog niet bij stil staan. Nog dagelijks verkondigen ze dezelfde theorieën van hooge productie en doelmatige bemesting om zoo spoedig mogelijk ©en zouter op 160 pond te krijgen, om 30 liter melk vaneen koe te krijgen en om zooveel mogelijk per h.a. te verbouwen. Nooit hoort men een woord van protest van den kant

van deze heeren. Of zou dat komen, omdat de hoeren zulks niet mogen doen als rijksambtenaar? Dat zou te betreuren zijn, want zij zouden misschien als deskundigen nog wel een open oor in Den Haag vinden, in ieder geval beter dan een enkele boer of een groepje van boeren. Het moet daarom een groote groep boeren worden, die protesteert, een groep zóó groot, dat men spreken kan van de Boeren van Nederland, evenals men sprak van de Zuid-Afrikaansche Boeren. Maar helaas! Nog steeds heerscht er verdeeldheid onder de boeren. In het Noorden is, dank zij de Boerenbonden, reeds veel verbeterd. Maar ook het Zuiden van ons land moet zoo gereorganiseerd worden om te kunnen spreken van de Boeren. Want in ons kleine Nederland wordt nog steeds verderf en verdeeldheid gezaaid en dat ten koste van de boeren en ten voordeele van de ons vaak vijandig gezinden, Laten we toöh beseffen, dat we het sterkst voor den dag komen en onze tanden het scherpst kunnen laten zien, wanneer we allen en niet alleen de boeren maar allen op het platteland, omgord zijn door één band. Dan kunnen we onze eischen en onze rechten die met voeten getreden zijn, laten gelden. Lezers, zie naar het buitenland, zie terug in onze eigen geschiedenis en neem een voorbeeld aan het spreekwoord; Eendracht maakt macht. Daarom lezers, laten we ons allen omgorden door den band van Landbouw en Maatschappij en daarvoor propaganda maken. Dan zullen, evenals de Zuid-Afrikaansche Boeren hun Recht en Vrijheid behielden, ook eens de vrije, fiere, krachtige, doelbewuste, godsdienstige Boeren, op vrijen grond in het vrije Nederland, overwinnen. De Minister heeft besloten dat niet alle melk meer gesteund zal worden, maar een zeker percentage. Niet alle melk meer gesteund, terwijl wij nog nooit den richtprijs, die indertijd door den Minister in uitzicht is gesteld, ontvingen! Dankdag voor de boeren en van de 12 millioen inden zuivelpot, 1 millioen voor alle boeren! En de andere 11 waar wij als producenten recht op hebben? Dankdag voor de boeren, pf is het nu een treurdag? Dw. C. M. Haagsche Geluiden. De rondedans om de begroeting van Economische Zaken en Landbouw heeft weinig nieuwe perspectieven geopend. Het teeken, waarin zij zou staan, kenden we reeds uit de mededeeliogen, ter persconferentie, op 15 dazer gehouden, gedaan. De secretaris-generaal, Mr. Dr. A. A. van Rhijn, zei het in weinige woorden; Stond inde landbouwcrisispolitiek aanvankelijk voorop de financieele steun, thans slaat voorop de teeltbeperking. Inden beginne kon slechts door geldelijke tegemoetkomingen een ineenzakking worden voorkomen, thans moet worden gestreefd naar „aanpassing”, wat met de teeltregeling wordt beoogd. De eenige maatstaf, welke hierbij dienen kan, is de behoefte voor de binnenlandsohe markt, vermeerderd met d© export-mogelijkheid. In dezen gedachtengang fe het dan ook volkomen logisch, dat de teelt van producten, waaraan wij een tekort hebben, wordt uitgebreid. Onze graanteelt komt daarvoor allereerst in aanmerking. Neen, zegt het Rotterdamsch kamerlid ,de heer Schilthuis, want daardoor zouden verschillende kosten van levensonderhoud worden verhoogd. De uitbreiding van de graanteelt zit genoemd V.D.- Kamerlld dwars. Geen gelegenheid laat hij voorbijgaan om daartegen op te komen. In het eerste nummer van „Algemeen Beursblad”, een „onafhankelijk weekblad voor den goederen-, geld- en fondshandel”, hamert hij eveneens op dit aambeeld. „Uitbreiding van de Nederlandsche graanproductie op het bloote gevoelsargument, dat wij zooveel mogelijk van eigen bodem dienen te voorzien in onze behoefte aan graan voor mensch en dier, heeft vermindering van invoer van het goedkoopere buitenlandsche graan tengevolge.” Natuurlijk een benadeeling voor de verschillende veehouders, die duurder voer hebben aan te schaffen, iets, waarvoor we al zoo vaak het geneesmiddel aan de hand hebben gedaan. Natuurlijk ook schadelijk v00r.... den graanhandel! Hiermede komt de schrijver in volkomen overeenstemming met hetgeen de Kamer van Koophandel voor Rotterdam schrijft in hare nota, waarin deze zaak wordt bekeken van „specifiek Rotterdamsch standpunt.” Dat laatste is ons veel minder onsympathiek dan de pogingen om, langs verschillende redeneeringen, hieruit een landsbelang te construeeren. Wat te zeggen b.v. van de stelling van den heer Schilthuis, dat uitbreiding van onze graanteelt benadeeling zou zijn voor onzen uitvoer, wegens de wisselwerking tusschen in- en uitvoer! Zoo lets te zeggen Ineen tijd, waarin onze invoer verre onzen export overtreft, waarbij nog allerminst evenwicht zal zijn bereikt, als onze graanteelt tot het maximum zal zijn opgevoerd. Als naar deze Rotterdamsche stem geluisterd werd, dan zou het weinige licht, dat nu voor den landbouw Is opgegaan, spoedig weer In volmaakt duister verkeeren! In tegenstelling met het vorengaande, Met de R.K. vertegenwoordiger, de heer v. Voorst tot Voorst, een duidelijker agrarisch geluid hoeren. Deze is van meening, dat onze bodem best een bestaan opleveren kan aan het overgroote deel der landbouwende bevolking, als de Regeering maar „afweermaatregelen” treft. Ook komt deze op tegen het praatje, als zouden het vooral de prijzen der landbouwproducten zijn, die het leven duur maken. Deze spreker doet zich ook kennen als een devaluatie-man. De heer Van den Heuvel sprak ongeveer In gelijken geest, terwijl de heer Van Houten een vernieuwde lans brak voor verlaging der vaste lasten. De heer Lovink vestigt de aandacht op de m de laatste jaren opgekomen organisaties van kleine landbouwers, die niet bij decentrale organisaties zijn aangesloten. Met name wijst hij als zoodanig op den Nat. Bond Landbouw en Maatschappij. Hij vraagt met het oog daarop, van de Regeering overweging van de instelling vaneen landbouwraad, die dan officieel advies-lichaam zou zijn. De heer Westerman ziet in het beleid van den Minister geen algemeene lijn, waardoor hij steeds achter de feiten aanloopt. Deze afgevaardigde wil meer regeling in onze productie, ze meer ingesteld zien op de behoeften van 8.000.000 menschen, die op onze kleine oppervlakte moeten leven.

De heeren Ebels en Smeenk hebben zich gekeerd tegen het stelsel der persoonlijke toelagen. Het lijkt ons dan ook wel heel erg, ais in dezen tijd de salarissen van sommige hooge ambtenaren met een paar duizend gulden zouden worden verhoogd. Voor dezen drang uit de Kamer is de Minister gedeeltelijk gezwicht. Overigens kan niet worden gezegd, dat deze Minister met forsobe lijnen een vast richtsnoer heeft uitgestippeld, zeer zeker niet wat onze Landbouw-politiek betreft. We zullen op het compas der tegenwoordige adviseurs voortzeilen. Belangrijk lijkt ons de mededeelftng, van den Minister, dat hij op één der crislsbureaux 40 pet. heeft weten te bezuinigen. Wat moet het daar een..... zijn geweest! Zoo’n mededeeling is een aanklacht tegelijk 1 K., 23-11. J, W. De veehouderij in het stelsel van Landbouw en Maatschappij. (Uit brochure no. 6, getiteld: Het door L. en M. gepropageerde systeem. Zie 3e blad, Ie pag.). Grondgedachte: Primair is de melkveehouderij (bodemproductie) met vleesch als bijproduct. Secundair Is de varkensraesterij en -fokkerij ter aanvulling van de vleesohvoorziening en de pluimveehouderij ter voorziening van eieren en eveneens een deel der vleeschbehoefte, omdat varkenshouderij en pluimveehouderij voor een groot dool worden gedreven met geïmporteerd voer en als zoodanig niet op bodemproductie berusten. A, ZUIVEL, De productiekosten der melk bedragen in het stelsel dat wij voorstaan gemiddeld 6 cent per L. Deze prijte dient onder alle omstandigheden gehandhaafd te Wijven. Bij de huidige internationale omstandigheden moet aan bet bodemproduot, de boter, bij de vetvoorziening van de binnenlandsche markt, de voorrang worden gegeven. De rest der vetbehoefte kan worden gedekt door andere vetten, gesmolten vet, olie en margarine, de laatste, evenals het gesmolten vet, zooveel mogelijk mlandsche grondstof bevattende. Aan de boter moet op de binnenlandsche markt zooveel plaats worden ingeruimd als noodig is om naast loonende of anderszins waardevolle export, volledige afzet te vinden. Verminderde boterproductie door omlegging van daartoe geschikte graslanden In akkerbouw, verminderde toediening van krachtvoer op te sterk geïndustrialiseerde bedrijven, ligt in dit stelsel opgesloten. D© oomsumptiemelkregeling kan vervallen omdat de prijs der consumptiemelk zich automatisch zal aanpassen evenals voorheen op de industriemelkprijs van 6 cent. Door verlaging der slijtersmarge, die buitengewoon hoog is (100 «/o van den boerenprijs) zou men niet tot boogere melkprijzen inde steden behoeven te komen. Om praktisch© overwegingen, stellen wij ons zuivelmaatregelen voor, die zoo nauw mogelijk aansluiten bij de bestaande regeling. We komen daarbij tot een om- en uitbouw van de ■crisiszuivelwet, waarbij de volgend© raaatregeien zouden drownen worden getroffen. a. Opheffing raenggebod boter-margarine ©n instelling vaneen mengverbod. Toelichting van dit punt zal overbodig zijn, gezien de uitvoerig© rapporten der F.N.Z, b. Beperking van het totaal te produceeren kwantum margarine, ter vervanging van het menggebod en voorts voor zoover nóodig, om de resteerend© boterproductie in ons stelsel te kunnen plaatsen, met ongeveer 30 o/„. c. Verplicht© bereiding van melkbrood, (Bij algemeen verbruik dooreen verplichting, wordt de hroodprijsverh oogi ng zeer gering, misschien één cent per brood. Daarmee Js inde eindprijs van bet brood nog allerminst een onevenredige verhouding geschapen van de grondstof tegenover de kosten en loonen). d. Heffing op botervet en op alle daarmee in concurrentie tredende vetten. e. Toeslag op den export naar markten die voor de toekomst van belang moeten worden geacht. i I. Bereiding van melkpoeder, loonend geworden door de verhoogde voederwaarde. g. Opheffing van de consum pliemelkregeling. h. Scheurpremie, toe te kennen onder bepaalde voorwaarden. J. Directe beschikbaarstelling van extra winsten op gecontingenteerde markten, J. Tijdelijk© steun bij opruiming van overtollig vee; i k. Aanvulling van den indusfriemelkprijls door toeslag uit het crisisfonds, waarin de verschillend© heffingen zijn gestort, l. Boter. Productie 88 millloen kg. è f 1.60 = melkprijts a 6 cent per kg. 1B nnill. naar Duitschland è f 0.90; benoodigd© toeslag 1B millioen x f 0.70 – f 10.800.000 6 millioen kg. naar andere landen è f 0.40; Toeslag f1.20 = f 6.000.000 3 millioen kg. in melkbrood (200 millioen kg. melk = 19 mill. kg. kaas 40-1—h 8 mill kg. boter) p.m. 65 miilioen kg. in ’t binnenland è f 1.30, toeslag f0.30 – f 19.500.000 88 millioen kg. boter heeft aan toeslag noodig f 36.000.000 2. Kaas. Productie geschat op 140 millioen kg. (huidig kwantum melk, zonder beperking; 1930: '37 mill. kg., 1931; 133 mill. kg.) Consumptie in Nederland aan kaas 48 mill. kg. Melkbrood (boter en 40+ kaas) aan kaas 19 mill. kg. Melkpoeder (voor kippen, varkens en rundvee) aan kaas 25 mill. kg. Export van kaas, aan kaas 48 mill. kg (Bij minder export: ondermelk direct als veevoeder te gebruiken, mogelijk, aan kaas, 10 mill. kg.; bij meer export; minder melkpoeder voor veevoer.) Aan kaas 140 inill. kg

Consumptie in Nederland geeft tekort 0 vet opbrengst door te geringe heffingsmoge lifkhiead tegenover jam, eieren, vleesch, koel enz. Bij een heffing van de helft van d huidige heffing op boter, de boternoteerin; stellende op 60 cent, zal de kaasconsumptl niet worden geschaad, daar in ons systeem vleesch, eieren, enz. ook een redelijke prij zullen moeten kosten. Toeslag noodig op de binnenlandsch' consumptie, voor een melkprijls van 6 cent 48.000. x f 0.20 (vetgehalte kaas) xVa (Hal ve heffing) x 100 : 85 (boter-vet) x fl (huidige heffing op boter) = f 5.600.001 Melkbrood. Prijte der melk en volle melkpoeder op basis 6 cent = p.m. Melkpoeder. Ondermelkpoeder, opbrengst voldoende ter dekking kosten boterbereiding. p.m. Export. 4/10 naar Duitschland 4/10 naar België en andere landen, 1/10 naar Frankrijk en 1 tiende naar Engeland, resp. de kg. vet berekend op f2.16, f0.90, f1.40 en f 0.83, of gemiddeld + f1.45; toeslag 48.000.000 x 0.20 x (1.60-1.45), (ondermelk w aarde berekend op 1 cent per kg.) f1.500.00C Toeslag benoodigd op kaas f7.100.00f We merken hierbij op, dat wede koster van kaasbereiding gemakshalve stellen op d< waarde der resteerende wei- en die der boterbereiding op die der ©verblijvende ondermelk, Minder export heeft geen directe nadeelige invloed, omdat het voeren van ondermelk in ons stelsel loonend is. Meer export (minder melkpoeder-veevoeder) heeft per millloen kg. méér f30.000 toeslagverhooging tot gevolg. Kaas prij zen binnenland. Als wede ondermelkwaarde stellen op 1 cent en de opbrengst van het vet inde kaas op basis-boterprijs plus f0.50 heffing, dan moet 204- kaas kosten 22Va cent; 40+ kaas 37 cent en volvet circa 46 cent per kg. en gros. De waarde der ondermelk behoeft bij deze berekening bij de boterberedding slechts de kosten dezer bereiding goed te maken, d.w.z. drca 0.6 cent per kg. melk of 0.7 cent per kg. ondermelk omgerekend. Met een heffing op veevoer van f 5. bij import zal de waarde der ondermelk boven dat bedrag uitgaan (kosten melkpoederbereiding gesteld op f3.50 per 100 kg.) 3. CONDENS. Productie = export = 168.000 ton (1933) (1/4 vol, 3/4 mager). Benoodigd© toeslag op magere condens p.m. Idem vette condens, 47.000 ton, netto 34500 ton, è BV2 % vet = ± 3000 ton vet= pl.m. 3500 ton boter, waarvoor aan toeslag noodig 3.500.000 x (f 1.60 – f 0.60) = f 8.500 000 In mindering de méér opbrengst op magere en vette condens p.m. Toeslag benoodigd op condens f3.500.000 4. MELKPOEDER, Expert 1938: 15000 ton; 8400 vet, 6400 mager. Benoodigd® -toeslag op magere melkpoeder ' p.m. 8400 ton vette è 25 «/o vet = 2400 ton botervet = 2400 ton boter. Ben nodigde toeslag 2400.000 x (f 1.60-f 0.60) = f2.400.000 Melkpoeder voor veevoeder, geen toeslag noodig p,m. Toeslag benoodigd op melkpoeder f 2.400.000 Recapitulatie Zuivel. Toeslag op: 88.000. kg. boter f36.000.000 140.000. kg. kaas en op kaas berekende grondstof f 7.100.000 168.000. kg. condens f 3.500.000 15.000. kg. exportmelkpoeder f 2.400.000 Uitvoeringskosten f 1.000.000 Totaal noodig aan toeslag f50.000.000 Heffing; , op 40.000.000 kg. zuivere margarine a 50 ct. f20.000.000 op vetten, reuzel, enz, è f3O f 2.500.C00 op spijsoliën è f0.30 f 1.500.000 Totaal aan heffing f24.000.000 Uit bet crisisfonds zal dus moeten worden geput een bedrag van f 50.000.000—f 24.000.000, = 126.000.000, cm ongeveer te komen tot ©en melkprijs van 6 cent per kg. De redelijkheid van dezen toeslag van 26 mill. gulden uit het Landbouwerisisfonds blijkt, als we berekenen, dat de belasting op de melkveehouderij door het invoerrecht (-monopolie), geschat è 1 cent per kg. melk, bedraagt, ongeveer 1.400.000 (aantal melkkoeien'' x 3400 (kg. melk per koe) x 1 cent = f 47.600.000. Bij bovenstaande becijferingen is geen rekening gehouden met de invloed van caseïneen blokmelkbereiding, van de beschikbaarstelling van goedkoop volksvet, met koelhuiskosten en met kosten ter dekking van de scheurpremies en Kot het uit de markt nemen van overtollig melkvee, enz. Voorts kan men zeer wel tot andere becijferingen komen, zoowel door uitte gaan van ander© hoeveelheden als van andere prijzen en heffingen. Aan het principe doet dat evenwel niets af en het becijferde eindresultaat laat voldoende speling toe om desnoods grootere bedragen uit het landbouwcrisisfonds te putten. Bij dit stelsel kan de teeltregeling voor rundvee worden afgeschaft. (Beperking melkproductie; minder krachtvoer en grasland scheuren). B. RUNDVLEESCH. De productie is ingesteld op de zulvelproductie. Rundvleeseh zal ongeveer moeten kosten: varkens vleesch plus 15 cent per kg. Varkensvleesch te stellen op per kg.; 4 x imeelprijls +lO cent (meelprijs + flO.— bij f 5. heffing op den invoer) = ± f 0.50. Rundvleesch dan f0.66. Deze prijs te bereiken via een op f 0.50 gebrachte varkensvleeschprijs, door uit de marktnerofng van rundvee. Kosten: uit de marktnemlng van vee p.m. C VARKENSVLEESCH. De teeltregeling van biggen behouden. Doel: fokkerij naar de kleine zandboeren, die alleen

van bodemexploitatie niet kunnen bestaan. Productie via die teeltregeling aanpassen aan de consumptie- en exportmogelijkheden. De mestregeling kan dan vervallen. Varkensvleeschprijs stellen op f0.50 per kg', (zie onder nmdvleesch). Deze prijs te bereiken via toeslag op export en uit de marktneming van varkens. Kosten; Uit de marktnemen van varkens p.mi. Toeslag op export naar waarde volle markten voor de toekomst (heffing veevaar retour) p.ro. Toeslag export overschotten varkens en vleesch tijdens de aanpassing p ,m^ D. PLUIMVEE. Productie aanpassen aan de binnenlandse!» consumptie plus de exportmogelijkheid tegen productiekosten min extra voerkosten. Bij export de heffing op veevoer retour, om de industr le eieren produceeren met ingevoerd, goedkoop krachtvoer en die eieren 10 Bxporteeren tegen loonend© prijzen te behouden. De pluimveehouderij meer concentreeren op het kleine zandbedrijf (meer gebruik Diaken van eigen werkkrachten, van weidegangj ier dieren en van afval van de kleinboerderij). Eierprijs binnenland stellen op productiekosten met verhoogde voerprijzen. Productiekosten! hans bij f1.50 heffing 2Vs cent. Bij {s. leffjng -f- 4 cent. Deze prijs te bereiken door jxportpremie, vergoeding hoogere voerkosten >ij export, te putten uit het 1 andbouwcrisisonds. 700.000.000 stuks export, premie £ 2 sent, kosten ± f 14.000.000. Bij eventueel© kleitere consumptie is beperking van het aantal e houden leghennen op bedrijven met b.v. méér lan 200 stuks. (Verband bodemproductie.) E. TUINBOUW. Ons systeem van het loonend maken van het Igemeene prijspeil onzer landbouwproducten ioudt in zich do mogelijkheid om de tuinbouw e beperken door omlegging op grover© gev assen. Voorts invoermonopolie (-recht) evenals bij Se andere agrarische producten en exportremi© verleenen voor het behoud van waarde* olie markten inde toekomst. Debjnnenlandsche prijzen loonend maken door effing op den invoer, toeslag op de producten n uit de marktneming van overschotten. Samenvatting. ■1 •aten. ian heffingen bij den invoer (gloaal) £ 125.00C.00Q ! osten. 1. Toeslag op export pootaardppels p.mt , Toeslag export restant overehot aardappelmeel p.m , , Toeslag export peulvruchten p.m. , Scbeurpremies pjn. , Toeslag uit de marktneming an tuinbouwproducten p.m. Toeslag zuivel f26.000.Q0Q Kosten uit de marktneming jndvee , p.m. Idem varkens p.m. Toeslag export varkens, 3XCar- jpP"* taal p.m, ). Toeslag export varkensoverïhotten, tijdelijk p.m. I. Toeslag export eieren f 14.000.00fl t. Kosten uitvoering, behoudens livel p.m. ■ -4 Totaal kosten f40.000.000! Er bleef dan dus nog te beschikken geïk 85.000.000 gulden, waartegenover staat, at op den duur het bedrag der heffingen! >u dalen door kleiner invoer, hoewel bij de an meer en meer, aan de nieuwe toestanden ingepaste omstandigheden, ook veel minde** ui toeslag noodig zal zijn. De strekking van dit systeem maakt het moïlijk om door het scheppen vaneen algeeen hooger prijsniveau, zoo spoedig mogeiïlijk te komen tot opheffing van verschilnde bijkomstige regelingen naast het funk ïerend deel daarvan, t.w. heffingen en toe» agen. Op dat verhoogde prijsniveau zal dart eer vaneen groot© mate van bedrijfsvrijheidi irake kunnen zijh. let groote probleem ran dezen tijd. Dezer dagen hielden de Vrijzinnig-demoaten een algemeene vergadering, waarin! en trachtte de scheuren dicht te maken, e zich in het Vrijz.democratisch gebouW ïrtoonen ten gevolge van het aanvaarden! meen Ministerszetel door de heeren Oud i Marchant. Wij zullen geen antwoord trachten te ge>n op de vraag, in hoeverre men daarirt geslaagd. Eén ding echter trof ons wel jzonder als bewijs, hoezeer men in dié ringen het verband met de maatschappij vijt is. Ter vergadering toch ging het! >oral over drie zaken: 10. de parlemen,lre democratie, 20. het onderwijs en 30. dé ‘fensie. Het groote vraagstuk, dat thans alle an>re vraagstukken beheerscht, werd echte* Huwelijks genoemd, nl. de crisis. Gaarné idden wij eens vernomen, hoe de vrijzingdemocraten zich de oplossing van dé Isis denken. Men durft zich op dit pad ijkbaar echter niet begeven, omdat de irlementaire democratie door de economlhe verdwazing, waardoor zij zich in het irleden heeft gekenmerkt, meer dan iets iders tot het ontstaan van de crisis seft bijgedragen en herstel alleen mogelijk , wanneer een algeheele heroriënteering 3 economisch en en sociaal gebied plaats seft. Deze durft men echter niet aan. ndat daarvoor noodig is het op zij itten van allerlei oude politieke leuzen» Dch is het noodig, om de parlementairs imocratle te redden. conomische Opstellen. Hiervan zijn nog ©enige exemplaren voor* idiig. lederen dag komen echter nog be»- ©Hingen binnen, zoodat we spoedig uitvet*' xsht zullen zijn. Men haaste zich dus. Alle bestellingen adressoere men aam Bureau Landbouw cn Maatschappij Rninerwold (Dr.)