is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 21, 27-12-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27 Dec. 934. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 21 Tweede Blad

INGEZONDEN MEDEDEELING. H. F. KOSTER, Ijzerhandel Wildervank. Uw zaak voor kwaliteits-artikelen en lage prijzen. Met volle zeilen. November is gepasseerd, Sinterklaas is geweest, Kerstmis is achter den rug. doet spoedig zijln intrede. Zoowel November als December waren uitermate fk'schikt voor propagandawerk. De werkzaamheden op het land en de lange winteravonden lieten dat toe. Velen hebben dan ook hun best gedaan en de idealen onzer beweging uitgedragen aan hen, die toog afzijdig stonden. Soms ging dat, voorin den beginne ietwat schuchter, maar toadat Sinterklaas velen had verblijd met e6n nieuwen dosis „moed en vertrouwen”, Zljn ze er op uit gelrokken. Vooral zij, die geregeld ons orgaan van a—z lezen, gevoelen zich sterk en onoverwinbaar, omdat ze weten voor een rechtvaardige zaak te spreken! Nu zijn er verschillende groepen van buitenstaanders aan te wijzen. We willen enkele noemen. In nieuwe gebieden is dikwijls onkunde bu onware voorlichting door tegenstanders oorzaak, dat de menschen nog „even jachten” met lid worden of aboninó. men nader met hen, dan blijkjl Roermalen, dat men niet op de hoogte is 'a|i ons doel en streven. In oudere gebieden treft men dikwijls erschil]ende categorieën aan, die afzijdig bhjven. Daar zijn er die lid waren in het begin, •baar weer bedankten, omdat ze van oorbcel waren, dat onze bond te izacht tas en niet fel genoeg op |de rom sloeg. Zij belmoren bij die mentonen, die vandaag een kwartje uitgeven b morgen een gulden, liever nog een ‘Jksdaalder, daarvoor terug meenen te neten ontvangen. Alleen omdat ze zulks erwachten, werden ze lid. Aboniné? Ho Dat kost weer geld en lezen voelt °n niet veel voor. Men meent daarvoor ven tijd te hebben. Als men echter met spreekt dan blijkt wel hoe droevig t« Dni€ 1 hun economische kennis gestold té i raten ov6r ongelukken, enz. kunnen (jp >eter. Het is diep te betreuren, doch lg Sroep menschen van dat type is he‘s nog vrij groot en iedere organisatie v de oaze niet alleen vangt bij hen Ujb Slechts intensieve propaganda en de vJ*cht der overtuiging kan hier nog iels ttat Te betreuren is het echter, R* -r ‘loze menschen t.o.v. alle optiek S'l6B de meest ongemotiveerde crir . Uitoefenen, terwijl ze eigenlijk klap-Pers zijn en verdienden, dat men hen den rug aankeek. flaar zijn er ook, die eerst de kat uit on boom hebben gekeken. Het koneens tou.pJ’i33? en an 11 meil, z>ch gébla-Rek r .door lid te worden. Bij al ,dat sprrv *S de a echter uit den boom gele n?^n’ tervviJl ze vergaten om zich aan date ben- Ze moeten thans erkennen, Vp]pZf ever|goed lid dienen te worden als ]\lPn ' orPsgenooten, maar ze weifelen nog. vjn, , n hun late toetreding eens gek tPsrfn! Zooals gezegd, aan de eerste catoon r,‘e k,,nnen we weinig doen. Wekimtp j. s|echts trachten het onverstand weg De tweede categorie kun*>ge?.eren’ bevordert het gebruik van uw Producten: melk, boter en kaas. Geeft voorbeeld; eet melkbrood en laat biargarine in uw huis toe. ■■ 1 Huis en Hof verdreven. Sreep uit het boerenleven dezer dagen (Alle rechten voorbehouden.) XXI. St v«etend- daar zellf niet stevig met zijn lewn inde losse aarde, met leden waaruit1 de straalde, blootshoofds, de grijzengo<t !ren inden wind latende waaien., ais oen het p lente, a.s een Balder, de beloften voor men’de ïaar vervuK®nd? Hij kon het niet h?-’ maar hij eerbiedigde de natuur, want Wrp!1 nu weer keek naar die klein© zwarte E>ijp s’ dan kon hij zich het wonder niet beboeipri’ dat daaruit zoo iets schoons kon , als het ruischende koren. Hij had ze *e st S,aari’ z*in drie mudden haver en als hij S aan die koude nattige aarde toeverk'agw, ,e> dan was hij er van overtuigd, dan * er van verzekerd, dat deze zelfde ‘■‘n j,, aard© zou leven en bewegen en groeien •baai Ien> en Z!>u brengen twintig-, dertigop dQe vrucht. Maar indien hij het zaad weer Np an wagen laadde en er mee naar buis Jjet orn het op den zolder te bergen, zou 'iks8„ea vrucht brengen, er zou niets wonder-Rppleti beuren’ er zc>u kiem komen, geen *aad , geen blaadjes, geen stengel, geen Dit nets' Vpo,,r ,Was Sloter’s heilig wonder. leder }‘>’ort|e_r> ieder herfst als er gezaaid moest ’ Was hij er. Hij had het Koos ge-JJJi be»n Harm vroeger ook, doch wanneer > °htipeep dat ,ze de zuivere handieiwijze Waren,, liet hij hen nauwelijks meer 6(1 V)orndat k'j bet zelf zoo gaarne mocht > stal l6” morgen bad h'j zich gerept in Vré, ~. hij het werk daar gedaan kreeg Pd 'Jk fluitend was hij den weg naar , X 0 opgegaan, waar Koos de -haverzak***6l n wagen meegenomen, reeds neer- begon Sloters een kant op te a°rgende, dat de korrels op het land

nen we echter ernstig bewerken en doen begrijpen, dat wij hun medestrijden zeer op prijs stellen en in geen enkel opzicht iemand zullen minachten door zijn late toetreding. De kat uit den boom zien, is immers een Nederlandsche en speciaal een boereneigenschap. Onze brochures kunnen het bewerken van deze menschen een stevig handje helpen. Naast deze groepen zijn er echter nog anderen. De moeilijkste. Deze hebben vanaf den beginne reeds heel scheef gekeken en waarschuwend hun stem tegen onze beweging verheven. Weliswaar spraken ze zich in het openbaar niet uit, maar aan de bittertafel of onder politieke en andere vrienden werden schimpscheuten gelost. Dat is echter reeds weer voorbij en inwendig moeten ze toch erkennen, dat er veel in ons streven zit, waarmee ze het eens kunnen zijn. Maar dan komt hun een andere stem wleer waarschuwen. Hun positie kon in gevaar komen ingeval ze lid werden en.... neen dan nog maar geen lid worden en sljiekum gaan ze door met bestrijding, alhoewel ze daarvoor geen goede motieven kunnen aanvoeren. In feite behoorden echter juist zij, krachtdadig mede te bouwen aan onze beweging, mede omdat zij ook in staat zijn om te bouwen. Wellicht zijn er nog andere groepen op het platteland, die aan het „verdeelen” meehelpen, waardoor anderen hel „heersch” kunnen toepassen. Het is evenwel een verheugend feit, dat steeds meerderen inzien, dat het ontwakend platteland ook hun steun behoeft. Verheugend is het ook, dat dit inzicht zich niet alleen inde Noordelijke provincies baan breekt, maar zich o.a. ookl in Holland inden vorm van talrijke nieuwe leden en abonné’s ontpopt. Het ontwakend platteland! Inderdaad, uit de talrijke brieven, die qp ons bureau binnenkomen blijkt steeds duidelijker, dal de hooge materieele nood, aanleiding is geweest tot een dieper nadenken. Vooral ook de jongeren, die op landbouwschool of -cursus een goede technische bedrijfsvaardigheid hebben verkregen, beginnen meer en meer te beseffen, dat economisch inzicht en krachtige organisatie op dat gebied hun ontbreekt. Juist zij, die dat goed beseffen, zijnde aangewezen personen voor het voeren van krachtige propaganda. De Kerstdagen gaven ons nieuwe bezieling om te strijden voor een rechtvaardige zaak. Laten de dagen, die ons scheiden in dit jaar benut worden om brochures- en proefnummers van ons blad aan te vragen, opdat het jaar 1935 met volle zeilen kan worden binnemgestoomd. De resultaten van ons propagandaschip zullen in evenredigheid zijn met het werk der matrozen, met het werk van al onze propagandisten en dus.... ook met het werk van u allenl Mogen de resultaten groot worden. A De landarbeiders en de Boerenbonden. De heer Van Houten heeft het inden laatsten lijd in Volk en Vaderland op de Boerenbonden gemunt. Hij doet zich daarbij voor als de vriend, die feilen toont, maar iedereen kent het gevleugelde woord: Heer .bewaar me voor mijn vrienden, voor mijn vijanden zal ik zelf het doen. De vraag, welke hij aan ’t begin van zijn laatste artikel stelt, „Waarom worden zoo weinig landarbeiders lid der boerenbonden en waarom worden zij wel lid van de N.5.8..?”, beantwoordt hij: „Evenals vroeger, ineen liberale 'samenleving, (dat vroeger klinkt wel naief!) de arbeider alleen een menschwaïardig bestaan kon veroveren door er desnoods voor te bleven, bij elke twee passen wierp hij met breeden zwaai van den arm het zaad ver weg en gelijkmatig als een regen daalden die korrels op de aardklonten neer. Suizend verlieten ze Sloter’s hand en met zacht getik kwamen ze aan den grond. Op het eind van den akker keerde Sloters zich om en begon opnieuw. Hij liep over de voren in hun geheele lengte en had zoodoende geen bakens te verzetten, daar bij die niet noodig had. Zoo zaaide bij regelmatig voort; iederen keer als hij weer terug kwam zijn zaaibak weer bijvullend uit de zakken met haver. Reeds na een half uur parelde bet zweet hem op het gezicht, want niet alleen de inspanning van het wegwerpen van het zaad maakte hem warm, doch ook het moeitevoi loopen door de losse kleverige aarde viel hem zwaan. De lucht klaarde meer en meer en de wind werd ook krachtiger. De blauwe plekjes tusschen de grijza wolkenmassa werden grooter en grooter en tenslotte brak de zon door. werd een echte voorjaarslucht en Sloters voelde zich zoo gelukkig bij dit mooie weer en had zoo’n schik in zijn werk, dat de zorgen voor da toekomst hem voor een wijle geheel ontgingen. Zonder het zichzelf bewust te zijn voelde hij zich een met de omgeving, was hij mede opgenomen in het geheel van het landschap. Er kwam een wagen aangerateld over den dijk. „Dat zal Koos wel zijn”, dacht Sloters, die al maar doorzaaide. „Nou, nou, je hebt er nog al schik in!” riep een stem, dóe Sloters op deed schrikken. „Je zaait er op los als een jonge kerel, ouwe baas!” Sloters hield op met zaaien en keek wie daar wel met den wagen was. Het was Pienter, die uit het achtereind- van het dorp, hier zelden langs kwam,, doch van wien Sinters wist, dat hij aan het eind van dezen dijk een kleine weideakker had liggen. Hij zag balen met kunstmest op den wagen en zeker ging Pienter naar zijn akker, om stikstof op het ontluikende gras te strooien. Naar die

staken, zal den landbouwer inde liberale maatschappij, die de boerenbonden voorstaan, (de heeren Geldeman, Croone, c.s. zullen glunderen!) vaak eenvoudig geen andere weg openstaan. Er zijn nu eenmaal Onder de boeren te velen, die al te zeer doortrokken zijn van den liberalen geest, dan dat zij, wanneer het hun beter gaat, vrijwillig zullen besluiten tot verhooging der loonen van hun arbeiders.” In den gedachtengang van den heer Van Houten zou men, als buitenstaander, geneigd zijn aan te nemen, dat inde bedrijven, waarin de hoogste loonen worden betaald, ook de meest sociaal voelende werkgevers te vinden zijn Zóó naief zal de heer v. H. wel niet zijn. Integendeel, objectief rondziende, zal hij met ons moeten concludeeren, dat juist inde landbouwbedrijven, gezien de uiteindelijke bedrijfsultkornsten, relatief de hoogste loonen worden betaald. Het weten, dat er onder de boeren wel eens een barbaar-werkgever voorkomt, doet aan dit feit niets af. Op deze gronden ontkent de 'heer v. H., dat het streven der Boerenbonden tot het verkrijgen vaneen rechtvaardigen prijs voor de landbouwproducten, tegelijk omvat een streven voor een rechtvaardig bestaan voor den landarbeider. Gelukkig wil de heer v. H. niet ontkennen, dat een rechtvaardige belooning van den landarbeid, voor zoover deze verricht wordt door den landarbeider, slechts mogelijk is bij een rechtvaardigen prijs der landbouwproducten. Mein Liebchen, was willst du noch mehr? Doet nu iedere landarbeider niet hoogst verstandig door de eerste en eenigste voor waarde te helpen scheppen, waaronder een rechtvaardige belooning voor hemzelf slechts mogelijk is? In het welbegrepen belang van den boerenarbeider mag deze niet kopschuw worden gemaakt legen de Boerenbonden. Maar als het doel der laatste bereikt zal zijn, wat dan?, vraagt de heer v. H. Laten wij het antwoord daarop nog wat uitstellen, maar ondertusschen samenwerken voor het doel, dat voor het einddoel der N.S.B. „geen vuiltje” inden weg legt. Tegelijk zal de heer v. H. goed doen om zijn landarbeiders-N.S-B.’ers te bewegen leden te worden der Boerenbonden. Hun nationale geest zal als een zuurdeesem inwerken op de anderen, wat zijn en onze beweging ten goede zal komen. K. 10-12. j. w> Onderschrift. Ook ons en vele ♦an onze leden, die lid van de N.S.B. zijn, hebben de onvriendelijkheden die de heer v. Houten aan ons adres riehtte zeer onaangenaam getroffen. Het schijnt den heer Van Houten te hinderen, dat de toeloop der boeren naar de N.S.B. niet zoo groot is, ais hij wel zou wensdien. Hij zoekt de schuld daarvan blijkbaar bij ons, doch is dan aan het verkeerde adres. Hij moet die bij zich zelven zoeken en bij de N.S.B. In onze kringen wordt de critiek, die door de N.S.B. wordt uitgeoefend op de oude politieke partijen door velen voor een groot deel onderschreven. De Boerenbonden hebben hunne le- j den de oogen geopend voor de oude versleten leuzen, waarmede de oude partijen hen altijd I hebben weten te vangen. Zij zullen het echter ook doen voor de holle leuzen, waarmede de N.S.B. hen wil vangen. Deze doet in dezen voor de oude partijen niet onder. En dit is voor velen, die op de N.S.B. verwachtingen hadden gebouwd, een groote teleurstelling. Als de N.S.B. onder de boeren aanhangers wil winnen, zal zij van meer inzicht moeten blijk geven dan tot dusver het geval is geweest. Laten onze leden, die tevens 1M zijn van de N.5.8., alle krachten inspannen, om dit inzicht te bevorderen. INGEZONDEN MEPEDEELING. Stoffen – Bukskins De betere Kwaliteiten. Vraagt stalen. Fa. L JAKOBS Hzn. Markt —. EIMJViEN. Jalen wijzende riep hij dan ook terug: „Als k die zakken daar zie, zou ik zoo zeggen, dat ijl, ouwe kerel, niets minder van plan bent!” ,Nou, ik ben dat wel gewoon, ik moet toch alijid werken”, was het antwoord. „Zool Maar dacht je dan, dat ik niet meer verken kon?” „Och, zoo’n rijke kerel als jij, die zal zich laar toch wel buiten kunnen stellen.” „Dat zeg jij nou, Pienter. Maar zoo is het iet.” , „Ja, ja, dat kennen we. Zoo zeggen die ri altijd.” Pienter beschouwde Sloters als zeer rijk, mdat hij zooveel land bezat en zijn zoon ok nog een groote boerderij gehuurd had n nog wel van dat dure land inde veenkoloniën. Hij zag Sloters vaak bij den weg a dan als heer gekleed; hij wist dat Sloters oei functies bekleedde in het vereenigingslean en dat alleswas voor hem het leeken an welstand. Sloters trachtte den man te overtuigen van at tegendeel, wat er echter niet gemakkefk in wilde. Tenslotte nam Pienter, tegen zijn overtuiging , de woorden aan en sprak vergoelijkend: la Sloters, het wordt voor ons allen er niet : ter op. ’t Is crisis hè.” Daar had je het weer. Sloters’ humeur veriderde merkbaar. Je kon niet even met elkaar ireken, of dat ellendige woord „crisis” kwam ' terstond bij. Nu had hij den geheelen morïn zoohi plezier gehad in het werk, geen •rgen in het hoofd en nu vergalde dat oene oordje hem den geheelen dag weer. ’t Was goed voor Pienter dat hij zijn paard eer aan den gang zette, want Veel woorden /.ou Sloters niet meer aan hem besteden. „Heeren hebban rare knepen”, mompelde Pienter en luider tot Sloters: „Nou, goeie morgen, ik moet ook maar eens zien, dat tk bij mijn land kom.” Sloters zaaide weer door, maar nu niet met die lust en het plezier van zooeven. Doordat ééne woordje „crisis” maalden hem nu weer allerlei narigheden door het hoofd. Hij was juist met jjver aaa het werk gegaaa om die

Pieternel: Ja Thomasvaer, ik zal ’t maar zeggen Onze kippen willen niet meer leggen, Het laatste ei heb ik reeds gekookt, De haan heeft ze vast opgestookt.” Thomasvaer: Maar Pieternel, ’t Is toch niet waar, Doen non de kippen ook al raar, Is dat non dank voor al dat voeren, Wat een respect voor ons, als boeren Pieternel: Ja Thomasvaer, hoe kan ’t bestaan, Ik zal eens informeeren gaan, De haan moet nu geen oproer kraaien' En daarbij ook nog tweedracht zaaien Thomasvaer: Hoor eens mijn beste Pieternel, Doe wat je wilt, bedenk dit wel, Zoo’n haan, die kan zich best vergissen En daarbij zou ’k hem niet graag missen Pieternel; Ja Thomasvaer, jij hebt gelijk, Maar ons varken gaf ook blijk Van groote ontevredenheid, Het is toch ook zoo’n rare tijd! Thomasvaer: Ja Pieternel, ’t is ongehoord, Zoo’n varken pleegt misschien nog moord (centrale) Ik kan er hensch toch niets aan doen, Zoo’n varken heeft ook z’n fatsoen. muizenissen te vergeten ©n nu had die vervelende Pienter hem er weer middenin gezet. Hij zaaide werktuigelijk voort, doch in zijn hoofd woelde alles door elkaar heen. Eerst berekende hij welk bedrag hij nog maken zou uit de koeien, die hij voor Mei wilde verkoopen. Dat zou niet meevallen, want de prijzen Hepen steeds onderuit. Dan had hij nog een partijtje koren over, doch het zou niet veel zijn, daar hij nog al heel wat bekken had, die wel wat konden verorberen. Stroo had hij nog genoeg over, doch dat was bijna waardeloos. Met elkaar zou alles niet veel worden. Daarna dacht hij aan de lioopende rekeningen. De rekeningen, die hij om nieuwjaar van smid, stelmaker, schilder en molenaar had ontvangen, wachten nog al’.e op betaling. Dat was al een heel bedrag. Misschien evenveel als hij uit het andere kon maken. Dan zou de vrouw ook nog wel wat rekeningetjes hebben. Hij wist niet hoe het moest. En als een sombere wolk van stapels zorgen kwam zijn stikstofaffaire daar nog bovenop. Hij had gedacht het op crediet te kunnen klaar spelen. Honderdvijftig baal had hij noodig. Ruim duizend gulden! Maar op dien morgen, toen Harm er geweest was, was het misgeloopen. Zijn kinderen wisten nog van niets. Als Koos vroeg wanneer de stikstof kwam, zei hij maar, dat hij ze niet zoo vroeg wilde hebben. Doch zijn vrouw had hij het geval wel moeten vertellen en die had er weer een geheelen nacht niet om geslapen. Eindelijk na lang zoeken en vragen had hij het toch op vertrouwen kunnen lospraten bij Goedkoop en Co., die nogal in relatie stonden met Van I Hameren. Hij had hun gezegd, dat als ze hem niet vertrouwden, ze maar bij Van Hameren informatiën over hem zouden inwinmen: zijn dochter was verloofd met een zoon van Van Hameren! Dat had den doorslag gegeven en de firma was genegen hem 150 baai stikstof te leveren op crediet, doch met bijbetaling van 1 pet. per maand, gerekend vanaf den dag van levering. ’t Was wel afzetterij geweest, maar hij had geen andere keus ©n nam hel dus aan.

Pieternel; Ja Thomas, was ’t alleen maar ’t varken. En ook de kippen, ’t was niet erg, Maar onze koe was ook al nukkig, We zijn heusch toch niet gelukkig.0’ Thomasvaer: lOch Pieternel, ons beste kalf, Die maakt een leven wel voor twalf. Het stond te bulken als een vent, Precies als in ’t parlement? Pieternel; Inde Kamer zijn ze, wel verstandig, Maar ons kalf is zeer onhandig, Neen, Thomasvaer, ga nou niet fitten, Inde Kamer kunnen geen kalveren zitten, Thomasvaer: Och malle Nel, dat zeg ik niet, Maar ook ons paard heeft groot verdriet, Van morgen stond het al te treuren, Vat zou er nu weer gaan gebeuren,? Pieternel: Ik zeg je Thomas, ik wil ’t weten, Ze lijken allen wel bezeten, is dat nu trouw en dankbaarheid, is dat nu steun in dezen tijd? Thomasvaer: la Pieternel, ik weet de reden, 5e zijn allen ontevreden, det parlement erkent ons niet -n daarom hebben ze groot verdriet. Pieternel: daar Thomasvaer geloof mij vrij, Landbouw en Maatschappij” 'al met kracht gaan protesteeren lij al die groote Haagsche heeren. Thomasvaer: a Pieternel, wij zijn een paar ingaan samen in ’t nieuwe jaar -eden werven voor onze krant, -endracht maakt machtin’tboerenland. \ LANDBoow I||p7 ImATSCHAPPIJf|||? ytuneLmbfWl \abonne m ONZE WEN NIEUWE LEDEN Piet M. INGEZONDEN MEDEDEELING. .. J. ILIEU BEHANQERII STOFFEERDERIJ COMPLETE WONINQ-INRICHTING ENHEN . No. 165 —Wilhelminastraat 11. ckundig. Betrouwbaar adres. „Hé Pa, koffie! ko-o-o-ffie!” schreeuwde and. i gedachten verdiept had Stoters niet gerd dat Koos met paard en wagen gena* d was. Koos hield zijn paard in en reeuwde uit alle macht, terwijl hij met koffiekruikje zwaaide, loters schreeuwde terug, dat hij kwam, hij weer terug was op het eind. Koos laad* nu de eg, die hij op den wagen had, af legde haar neer op den akker, om straks laver er mede onder te eggen. Hij spande paard voor den wagen weg en liet het den berm naar de jonge grassprietjes zoe-Op het wageneenspan gezeten wachtte hij de komst van zijn vader al. ~-e bent ook niet vroeg, jongen”, zei Sloters tot hem, toen hij naderde. een ben ik ook niet, doch juist toen ik weg wilde, kwam een vrachtauto van Goedkoop met kunstmest. Deze moest ik dus wel helpen afladen en inde schuur bergen en daar ging wei een uur mee heen.” „Zoo”, en Stoters zuchtte opgeruimder; „Is de kunstmest gekomen?” „Ja, maar niet allemaal; ze hadden slechts vijftig baal bij zich”, zei Koos voorover gebogen, bezig de kommetjes vol met koffie te schenken. „Maar vijftig? Ze moesten er toch honderd meer brengen?” Stoters keek Koos vragend aan met een kommetje inde hand'. „Die zouden ze een anderen keer meebrengen”, zeiden ze. En Koos keek nu zijn vader onderzoekend aan. „Nou,-en wat ?” vroeg Sloters zijn zoon. „Zeg het nu maar”, en of u vanmiddag even bij de heeren op het kantoor wilde komen.” „Hebben ze dat gezegd?” Sloters kromp inwendig ineen en voorzag weer aïe narigheid, noch onversoniEig deed nij tegen zijn zoon; :„Nu, dat moet ik eerst nog eens zien. Als Ik het wachten kan.” „Ja, maar eerder brengen ze het andere niet”, zei Koos met bezorgde stem. (Wordt vervolgd).