is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 29, 21-02-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 29 3e Jaarg. 1935

Donderdag 21 Febr.

Maakt regeering en vol ksve rtegenwoord ig i ng Uw nooden kenbaar

OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ ————————— Weekblad onder redactie van het Dageljjkseh Bestuur. ■ I Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ – Tel. 17 ■ Ruinerwold (Dr.) Alle advertenties aan Drukkerij J- A. Boom & Zn. te Meppel Abonnementsprijs voor leden f 1.50 p. jaar. Niet-leden f 2.50 I

Leert economen en politici den landbouw beter begrijpen^

lANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ

Geen grooter dwaling dan de bewering dat de steun aan den landbouw neer komt op een belasting van de consumenten

Dit nummer bestaat uit acht bladzijden.

EERSTE BLAD. Officieele mededeeliiigeii, Onze Brochures. Eenerzijds tot onze vreugde, anderzijds tot onze spijt moeten wij mededeelen dat de brochures no. 1,2 en 6 totaal zijn uitverkocht. Inde eerstvolgende bestuursvergadering zal worden overwogen of herdruk zal plaats vinden. In volgende nummers van ons orgaan zal in dat geval opnieuw aankondiging volgen. Als brochure no. 7 is verschenen; Is corporatieve vertegenwoordiging in het belang van den boerenstand? Door het bestuur van den Nat. Bond Landbouw en Maatschappij werd het vorig najaar een commissie ingesteld voor bestudeering van bovengenoemd vraagpunt. Deze commissie bestond uit de heeren L. Weyer te Meppol, Mr. Dr. J. Linthorst Homan te Frederiksoord en R. P. Sijbeisma te Heerenveen. Het rapport dezer commissie is thans verschenen als brochure no. 7. Zeer interessant en leerzaam. De prijs der brochure is even hoog als van de vorige. Bestellingen aan ons bureau. De massabetooging te Assen. De afdruk van eest indruk. Elders in dit nummer komt wel het een | en ander naar voren van de groote bijeenkomst inden storm op Zaterdag 16 dezer te Assen gehouden, als symbool van eenheid van de drie grootste organisaties in Drenthe, den Drentsohen Zuivelbond, het Drentseh Landbouw Genootschap en den Drentscben Boerenbond. We plaatsen bier enkele opmerkingen. Allereerst deze, dat vele der duizenden aanwezigen bet betreurden, dat de initiatiefnemer voor deze massale bijeenkomst door ziekte 'verbindend was aanwezig te zijn en die leiding fe nemen. De beer Oldenbanning, onze voorzitter, want hem bedoelen we, was het, die allen Sanspoorde’ tot het houden van ©en dergelijke bijeenkomst. Wij sluiten ons gaarne aan bij de wenschen van den voorz. der vergadering, den heer Meiierinfib, toen hij de hoop uitsprak, dat de heer O. spoedig hersteld mocht zijn. Zooals gezegd, was thans de leiding in handen bij den heer Meijeringh en we moeten eerlijk zeggen, dat hij zich dezen dag ontpopte als een 100 pet. Boerenbonder. De leiding was bij hem in goede banden. Het was niet uit plezier, dat we honderden met een plaatsje tevreden moesten stellen inde ijlings opgebouwde linnen tenten '°p het terrein. We konden evenwel niet anders, aangezien de zaal van het Concerthuis ■niet te onzer beschikking kon worden gesteld. Waarom niet? Des avonds zou er een uitvoering zijn van leerlingen van het Gymnasium en daarom konden er overdag geen 1000 boeren Worden geborgen! Wij hebben ons aan het -.wijs beleid” van de leiding van het Concerthuis geërgerd en we zijn heel zacht in ; 'Utize critiek, als we al onze leden adviseeren, hirnmer meer een vergadering in dat gebouw hit te schrijven. We zouden ben zelfs wel 'villen adviseeren ook anderen daartoe te bewegen. Men kan het daar immers wel zonder ' Plattelanders stellen. Er was nog wel aan- i geboden om de zaal te helpen opruimen na , ®foop onzer bijeenkomst, opdat des avonds de Uitvoering kon doorgaan. Maar men schijnt daar nog niet te beseffen dat een bijeenkomst ! van het platteland, óók in Assen vóór alles i dient te gaan. Toen de tenten vol waren en 1 've vernamen dat er nog een extra-trara in 1 öantocht was, werden de reizigers hieruit in i de bioscoopzaal ondergebracht. En zoo waren i er een 3500 tot 4000 bezoekers bijeen en 1 duisterden met gespannen aandacht naar bet- I geen via den luidspreker tot hen werd ge- i dracht. In vrij scherpe bewoordingen werd < de toestand inde zuivel en in het kleine < bedrijf belicht en vanuit de zaal door applaus ( door het woord van enkelen krachtig on- 1 derstreept. Ook de rede van den heer Smid ’ 'verd met bijzondere aandacht en warme in- : lemming gevolgd. Toch bleek dat men inde ( zaal, gezien de enke'e brieven, welke we daar- 1 '°ver ontvingen, den toestand nog scherper had ( 'vdlen schilderen. Een bewijs, dat er niet werd i ■overdreven. We meenen echter dat deze mas- < vale demonstratie, de eensgezinde toon en aarbij het vrij scherp naar voren gebrachte, : oldoende aanleiding kan zijn voor den Mi-- I '•ster van Economische Zaken en zijn advi- j om het roer om te gooien en meer j at oor te lesnen aan ben, die in soberheid f met groote zuinigheid en trouw, Neerlands i , °dem bewerken en daarop thans geen bestaan r tuinen veroveren. De aanwezige Kamerleden, 1 *1 hebben opnieuw kunnen hooren, hoe treu-

Woorden van dank, hoop en verwachting. De heer Ter Haar heeft in het vorige nummer reeds een beschrijving gegeven van de buitengewone belangstelling, die ik op mijn zeventigsten verjaardag mocht ondervinden. Het past mij niet, daaraan nog veel toe te voegen. Ter kenschetsing diene echter alleen nog het volgende. Toen de besteller mij den volgenden morgen het, naar hij zeide, restant bracht van de ingekomen felicitaties, merkte hij op, dat men op het postkantoor te Voorburg (een plaats met 23000 inwoners) nog nooit zoo iets had meegemaakt. Op den morgen van mijn verjaardag ging de gewone besteller mijn deur voorbij. Weldra kwam er echter per fiets een speciale besteller met een postzak, waarin het voor mij bestemde afzonderlijk werd bezorgd. „U mag wel een secretaris aanstellen, om dit alles te beantwoorden,” zei de man, terwijl hij den zak leeg stortte ineen In haast voor den dag gehaalde mand. En zoo is het inderdaad. Ik heb IV* dag noodig gehad, om alle felicitaties te lezen en eenigermate te ordenen. Ze alle afzonderlijk te beantwoorden, is mij eenvoudig onmogelijk. Ik verzoek dan ook, dat men genoegen wil nemen met een gezamenlijke beantwoording door middel van ons blad. En zoo richt ik dan bij dezen een woord van diep gevoelden dank tot allen, die door hun persoonlijke, schriftelijke en telegrafische gelukwenschen, waaronder meerdere inden vorm vaneen gedicht, door het zenden van fraaie bloemstukken, door het aanbieden van cadeaux in allerlei vorm er toe hebben medegewerkt, den 13den Februari 1935 voor mij te maken tot een dag, zooals ik nog nooit heb beleefd. Aan dit woord van dank wil ik toevoegen een woord van hoop en van verwachting. Natuurlijk stel ik voor mij persoonlijk de ontvangen bewijzen van sympathie op hoogen prijs. Er spreekt uit die huldiging echter nog lets anders, dat voor mij grootere waarde heeft.Het is dit, dat onze beweging bezig is, onder de landbouwende bevolking een nieuwen geest te brengen, dien van bewustwording en samenhoorigheid. Het is die . geest, welke vele landbouwers moet hebben ' aangezet, hun vrees voor pen, inkt en pa- : Pier te overwinnen en mij hun gelukwensch . aan te bieden in woorden, welke bewijzen, ■ dat er iets is wakker geroepen inde hoof- : den en harten onzer boeren. Het zaad, dat door onze beweging is uit- 1 gestrooid, is ontkiemd. Tal van jonge ’ plantjes steken hun hoofd uit de aarde om- , hoog. Het komt er nu maar op aan, ze zoo ’ te verzorgen, dat zij zich verder ontwikke- 1 len, om eindelijk rijke vruchten te kunnen 1 dragen. Voor die verzorging doe ik een beroep op j allen, die mij op mijn verjaardag geluk 1 wenschten. En ik zie in die talrijke geluk- 1 wenschen een teeken, dat dit beroep niet te 1 . f vergeefsch «al zijn. J. SMID. rijg de toestand nog is op liet platteland en van hen wordt verwacht, dat zij hun indrukken overbrengen ter bevoagder plaatse. Zij zullen, evenals wij, gevoeld hebben, hoe de motie uit de vergadering, een verzoek aan H.M. de Koningin om den boerenstand van Min. Steen- c berghe en zijn adviseurs te verlossen, zelfs c nog meer applaus verwierf dan de moties e door de besturen voorgesteld. En toch haid c de heer Smid gelijk, toen hij adviseerde een I dergeiijke motie niet aan te nemen, omdat z het niet ging tegen personen, maar tegen een e verkeerd stelsel. Dit beseften ook de aanwezigen en zij gingen mee met het advies van t den heer Smid. Maar wordt de toestand in het \ boerenbedrijf niet spoedig anders, dan bestaat -v de mogelijkheid toch, dat de voorsteller van de v motie aan de Koningin nóg meer bijval krijgt v dan hij nu reeds had. c Thans is op waardige, correcte wijze, eensge- \ zind uiting gegeven aan hetgeen er leeft op het c Drentsche platteland Mogen spoedig de andere 1: provincies dit voorbeeld volgen en moge bet \ géheele Nederlands dhe platteland eendrachtig s een dusdanige politieke macht ontwikkelen, dat c men in Den Haag rekening moet houden v met de gerechtvaardigde wenschen van de d bloedbron der natiel c JAC TER HAAR. r

Niet het verstand alleen, ook het gemoed moet gevormd worden en vooral veredeld. Colijn en de devaluatie. Bij de behandeling van de Rijksbegrooting inde Eerste Kamer, heeft de Ministerpresident Dr. Colijn de monetaire politiek van onze regeering verdedigd. Het Is zonder twijfel van belangde argumenten onder oogen te zien, die hij hiervoor heeft aangevoerd en met een critisch oog te bekijken. Deze argumenten zijnde volgende: 1. De exportmogelijkheden zijn in hoofdzaak beperkt door de contingenten, die vreemde landen ons vergunnen in te voeren,” Het Is zonder twijfel juist, dat men, ook na devaluatie van onzen gulden, het vastgestelde contingent niet kan overschrijden. Maar men heeft dan tenminste dit voordeel, dat men op dezen uitvoer geen verliezen behoeft te lijden. Bij de gecontingenteerde artikelen als boter, vleesch of kaas is de toestand thans zóó, dat men op den uitvoer schade lijdt en dat men deze schade verhaalt op den binnealandschen consument. Feitelijk werkt men dus, om het uitvoercontingent vol te krijgen, met een uitvoerpremie. Men zou deze uitvoerpremie ook in vele gevallen nog moeten gebruiken na de devaluatie; maar zij zou dan minder hoog behoeven te zijn om hetzelfde effect voor de boeren op te leveren. En als ze intact werd i gelaten, zouden de boeren hiervan grooter i profijt trekken. Dit gaat althans op als men ; Nederlandsche boter, kaas en vleesch, produceert met behulp van Nederlandsch veevoeder. En in deze richting zal men hét toch moeten sturen. 2. „Na devaluatie zal het buitenland : _contingenteering in het leven roepen voor artikelen, welke het nu nog niet contingenteert.” Doordat onze gulden zijn goudwaarde behouden heeft, wordt in ons land duurder geproduceerd dan elders inde wereld. Onze bedrijven kunnen de concurrentie met de gedevalueerde landen niet volhouden en hebben daardoor den uitvoer verminderd. Zal nu het buitenland tegen ons contingenteeringsmaatregelen gaan nemen als wij het vroeger bestaande evenwicht herstellen? Hiervoor is geen enkel motief aan te voeren. Men heeft ook andere devalueerende i landen niet getroffen toen ze hun munt j op lager peil brachten. M.l, is het hier ge- i noemde gevaar veel geringer- dan wanneer J wij met rechtstreeksche subsidies, loontoe- > slagen of uitvoerpremies werken. En deze | weg zal de regeering toch moeten bewan- i delen als ze onzen uitvoer weer wil opvoeren.!' Slechts als zij zich neerlegt bij den bestaan- ' ( den toestand, als zij dus de verdringing van , Nederlandsche producten van de internationale markt als een voldongen feit aanvaardt, ontloopt zij de door haar geschetste i kansen voor meerdere contingenteeringen. I Maar dan aanvaardt zij ook onzen onder- < gang als mededingende natie. i < 3. „Devaluatie helpt niet, want wel ontvangt men bij uitvoer meer guldens, . maar men moet bij invoer ook meer (1 guldens betalen en onze uitvoer is altijd nog grooter dan onze invoer.” De voorstanders van devaluatie meenen, dat de productie in eigen land wordt bevorderd, doordat de productiekosten weer op eenzelfde niveau komen te liggen als de productiekosten inde gedevalueerde landen. Meerdere productie in eigen land veroorzaakt mindere invoer of meerdere uitvoer en verbetert dus onze betalingsbalans. Minister Colijn schijnt een verslechtlng te verwachten op grond van het feit, dat wij in het geheel meer invoeren dan uitvoeren. Dit is echter volkomen onjuist. Wat wij meer invoeren dan uitvoeren, betalen wij thans met diensten, renten, dividenden ■ of effecten. Als de gulden devalueert, ontvangen we ook voor deze diensten, renten, Z dividenden en effecten meer guldens. Om hetzelfde invoeroverschot te betalen hebben J wij dus niet meer en ook niet minder diensten, renten, dividenden en effecten noodig dan op dit oogenblik. Daar echter het invoersurplus kleiner wordt, behoeven wij minder effecten aan het buitenland te verkoopen ■] dan vroeger; verarmen wij dus niet in die j mate, als thans het geval is. ‘ ï

I 4. „Devaluatie werkt als een heel ( slecht invoerrecht.” Devaluatie werkt als een invoerrecht, ge: paard met een uitvoerpremie. De gedevalueerde landen passen thans dit invoerrecht en deze uitvoerpremie toe op de niet deva-I lueerende landen. Zij verdringen daardoor onze bedrijven op de binnenlandsche en buitenlandsche markt. Als wij echter evenveel devalueeren als het buitenland, houdt plotseling de werking van dit invoerrecht en deze uitvoerpremie op. En dit is het eenige doel wat de voorstanders van devaluatie beoogen. Het is merkwaardig, dat de vrij handelsman Colijn de devaluatie, waardoor een gelijke concurrentiemogelijkheid geschapen wordt, verwerpt. Deze gelijkheid van concurrentiemogelijkheid Is toch wel de meest noodzakelijke voorwaarde om tot een vrijer ruilverkeer te komen. 5. „Als bij devaluatie de graanprijs gelijk blijft, dan kan de boer zijn vaste lasten volstrekt niet beter betalen dan op dit oogenblik.” Dit is volkomen juist. Als een bedrijf werkt voor vaste regeeringsprijzen en als deze prijzen na devaluatie op het vastgestelde bedrag blijven staan, wordt de betaling der vaste lasten niet gemakkelijker. Maar dat de regeeringsprijzen niet vast zijn, blijkt uit het feit, dat de tarweprijs van f 12.50 successievelijk gereduceerd werd tot f 10 en dat dein uitzicht gestelde melk- en vleeschprijzen op verre na niet worden bedongen. Wat de boer als ontvangst kan boeken, wordt tenslotte beïnvloed door de prijzen van boter, kaas, eieren, stroocarton, karwijzaderijen, die bij uitvoer kunnen worden bedongen en van de prijzen, die hij van den Nederlandschen consument kan loskrijgen. De prijzen, die de boer bij qitvoer ontvangt, zullen niet hoog zijn als er een groot verschil bestaat tusschen den gulden eenerzijds en de ponden, dollars en | kronen anderzijds. En ook zal hij geen hooge | prijzen in het binnenland kunnen krijgen ' als hij zijn product moet leveren aan een leger van werkeloozen. Wij, boeren, vervallen niet inde fout van vele leiders van stedelijke bedrijven, die meenen het boerenbedrijf te kunnen missen. Wij weten, dat wij ook bloei inde industrieele bedrijven noo-1 dig hebben voor onze welvaart. 6. „Nederland als een grondstoffeninvoerend land, heeft belang bij lage prijzen der grondstoffen.” Deze opmerking is bij vroegere gelegenheden door Minister Colijn gemaakt en komt ook bij alle andere verdedigers van onze monetaire politiek om den hoek kijken. Het is echter eender slechtste argumenten, welke kan worden aangevoerd. Het zou slechts juist zijn als wij onze gave guldens tot een onbeperkt bedrag in het eigen land zouden kunnen maken. Dit is echter niet het geval. Wij krijgen deze gave guldens waarmee wij onzen invoer van grondstoffen betalen, slechts als we aan het buitenland onze producten en dus onzen arbeid verkoopen. Een dure gulden beteekent dure arbeid. En dure arbeid koopt men in het buitenland niet. Juist omdat wij vele grondstoffen moeten invoeren, kunnen wij onzen gulden niet op een peil houden dat ver uitsteekt boven dat van andere munteenheden. Ik laat het aan den lezer over, de argumenten, die Colijn, en met hem onze regeering, aanvoert tot handhaving van den duren gulden, te beoordeelen. Persoonlijk ben ik overtuigd, dat deze argumenten niet zeer overtuigend zijn. J. OORTWIJN BOTJES. De heer De Lange spreekt: 23 Febr. te De Wijk. 25 „ te Rolde. 26 „ te Nieuwe Pekela. 27 „ te Haskerhorne. 28 „ te Rolde. 1 Maart te Harkstede—Schermer. 2 „ te Westerbork. 4 „ te 2e Exloërmond, café Gr Denier. 5 „ te Coevordeu, café Abels. 6 „ te Dcdemsvaart. 7 „ in Friesland. 8 „ te Zeijen, café Medeina. 9 „ te Annen, café Luth. INGEZONDEN MEDEDEELING. L. J. FLIER BEHANGER!] – STOFFEERDER!) COMPLETE WONING-INRICHTING : EMMER i Tel. No. 165 —Wilhelminastraat 11. Vakkundig. Betrouwbaar adres.

1 INGEZONDEN MEDEDEELING. 1 INGEZONDEN MEDEDEELING. Voor solide en smaakvolle Meubelen en Tapijten „HET WOONHUIS” Oir. K. H. SMIT Marktstraat 9 ASSEN. Vergiftiging van de publieke opinie. „Hier in Holland” wonen rare menschep. We wisten het al Lang. Uit de Haagsche Post van 9 Febr., die ons van bevriende zijde werd toegezonden, nemen we het volgende woordelijk over; Eerlijk gezegd moet het ons verwonderen, dat er met den landbouwsteun niet nog veel geruchtmakender dingen gebeuren dan nu en dan békend worden. Bij een steun, die in totaal net zooveel per jaar verslindt a's vóór dan oorlog de heele Rijksbegrooting bedroeg ■— in ronde cijfers 200 millioen gulden moeten de b e d e e Iden wel eens den indruk krijgen, dat men in het veen niet op een turfje hoeft te kijken. Bereiken ons niet herhaaldelijk berichten van landbouwers, die op een goeden dag vaneen departementalen Sinterklaas een aanzienlijke chèque thuis krijgen, waarom zij niet hebben gevraagd, waarop zij niet hebben gerekend en waaraan zij zelfs volstrekt geen behoefte hebben? 'Zelfs indien dergelijke gevallen op zichzelf staan, wat wij gaarne aannemen ;al zijn wij benieuwd of onze lezers ons hieromtrent niet uit eigen ervaring vo 1- komen betrouwbaar materiaal zouden kunnen verschaffen wijzen zij toch op een misstand. Het komt ons voor dat de „Hier in Hoilamd”- sehrijver het niet zoo heel erg nauw neemt met de waarheid. Critiek op den landbouwsteun hooren we menigmaal en daartegen kwamen we ook diverse keeren op. Zulke laagbij-de-grondsche-critiek als deze schrijver echter aan zijn lezers te slikken geeft over den landbouwsteun, betitelen we met vergiftiging van de publieke opinie. Wij hebben er niet van gehoord, maar misu schiep weten onze lezers meer van den Departementalen Sinterklaas, die zooveel chèque’s wegstuurt. Chèque’s die landbouwers ontvangen zender dat zij er op gerekend hebben en.... zender dat ze het noodig hebben. De Haagisehe Pest heeft er herhaaldelijk berichten over gehad. De boeren weten van niets. Mogen wij daarom niet eischen van den schrijver van zooveel schoons, om nader door hem te worden ingelicht? Wij vragen echter volkomen betrouwb aar materiaal! Voorts zegt de schrijver, dat de landbouwsteun evenveel verslindt als voor den oorlog de geheel© Rijksbegrooting. Hoe is dat nu met elkaar te rijmen? Met den landbouwsteun er bij ontvangt de boer voor zijn producten gemiddeld minder dan 80°/o van voor den oorlog, Hoe komt men dan toch aan die £OO mlll. gld.? Dat bedrag wordt nog wel ©eins genoemd, maar het schijnt moeilijk te zijn het na 'te rekenen. Nemen we echter aan dat het getal klopt. Dan beteekent dit, dat de landbouwers 200 mlll. gld. voor hun producten meer ontvangen dan de prijzen Op de wereldmarkt zijn. Hoeveel ontvangen echter alle andere Nederlanders, werkzaam in alle mogelijke bedrijven buiten den landbouw, meer dan de wereldmarktprijs voor hun diensten of voor hun producten? Kan de schrijver van .De Haagsche Post ons dat ook eens uitrekenen? En wil hij daarnaast even uitrekenen hoeveel door contingepteeringen er. invoerrechten vele industrieproducten boven den wereldmarktprijs zijn gestegen? Wanneer het hem mogelijk is dat alles uitte rekenen, op te tellen en te vergelijken met de 200 mlll. gld. z.g. landbouwsteun, praten we eens weer. Wij wachten eerst echter ©en nadere specificatie af. Zoolang men ons die niet heef' gegeven, durven wij met een gerust har! de titel handhaven en zeggen dat de „Hier in Hcllaind-Echrijver” in De Haagsche Pos! druk bezig is om de publieke opinie te ver giftigen. s A