is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 29, 21-02-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hchaam en raadde de boeren aan bij de verkiezingen hun stem in het belang van den boerenstand uitte brengen. Twee moties.

De v o o r z. stelde hierop twee moties voor, welke met volle instemming door de vergadering werden aanvaard. De eerste luidt als volgt; De Drentsche Boerenstand, ten getale van 3500 boeren ineen vergadering, uitgeschreven door den D.8.8., het D.L.G., en den D.Z.8., te Assen bijeen op 16 Februari, van oordeel, dat het tegenwoordige systeem de prijzen van alle landbouw- en veeteeltprodueten niet kan brengen op een behoorlijke basis, dringt ten sterkste aan op gezamenlijke grondige bestudeering op korten termijn van het systeem van hooge invoerrechten (systeem L. en M.). Deze motie zal worden gezonden aan het Kon. Ned. Landbouw Comité, den F.N.Z. en Nationalen Bond „L. en M.”, terwijl een afschrift zal worden gezonden aan den C.8.T.8. en den R.K. Tuindersbond. De tweede motie is gericht aan den minister van economische zaken, terwijl een afschrift zal worden gezonden aan alle leden der Staten-Generaai. Zij luidt: De Drentsche Boerenbond, ten getale van ruim 3500 boeren ineen vergadering enz gehoord de Inleidingen over de positie van den zuivel, van den kleinen boer en van het geheele landbouwbedrijf, overwegende dat bet prijspeil van de landbouwproducten, gezien de Indexcijfers nog slechts 8,4 bedraagt van het peil, kort voor den oorlog en dat dientengevolge het landbouwbedrijf, speciaal bet veehoudersbedrijf en bet kleine bedrijf nog in zeer benarde positie verkeeren, terwijl de toekomst geen enkele zekerheid biedt, besluit ter kennis van Uwe Exc. te brengen, dat niet accoord kan worden gegaan met UwEd.’s uitspraak, dat de landbouwsteun niet verhoogd kan worden, meent voorts, dat verbetering van de positie der veehouderij niet gevonden mag worden door verlaging van de prijzen der akkerbouwproducten, voegt daaraan toe, dat de belooning van den arbeid in den landbouw in redelijke verhouding dient te worden gebracht tot de belooning van andere bevolkingsgroepen, acht: le. de beperking van de melkproductie door beperking van de hoeveelheid melk onuitvoerbaar; 2e. verruiming van het gebruik van melk en zuivelproducten In het binnenland dringend noodzakelijk, hetgeen kan worden bereikt o.m. door: a. opheffing van het menggebod; b. beperking en rose-kleuring van de margarine; «. verplichtend stellen van het gebruik van melk in het brood; 3®. ruimere overname van, op t.b.c. reageerende dieren ten zeerste gewenscht; 4e, bijzondere maatregelen noodzakelijk teneinde den kleinen boerenstand voor ondergang te behoeden; spreekt voorts als zijn meening uit, dat •neer contact dient te worden gezocht met den georganiseerden landbouw, daar anders medewerking inde crisis-instellingen hoogst bezwaarlijk gaat worden, en vraagt tenslotte voor de toekomst duidelijke uitstippeling van de te volgen landbouwpolitiek, mede ten behoeve van het landbouwcrediet. De voorz. constateerde in zijn slotwoord, de vergadering een uitstekend verloop gehad en vertrouwde, dat het succes rfvan groot zal zijn. Een dergelijke massale van den boerenstand moet wel indruk ?j*ken op de regeeringspersonen, die zich in ons midden bevinden. tot Huis en Hof verdreven, en greep uit het boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden.) XXIX Sloters zag op het eerste gezicht niet wie uit de auto stapten, dioeh toen hij heenhfï om hen te ontvangen, herkende hij bij Va eu'r eender heeren als dien inspecteur Don, Grond erectie (bank, waarvan hij de hyv ®®ek over zijn landerijen had verkregen. Sloters, nietwaar?”, sprak dein-Fecteur, terwijl hij binnenstepte met de tasch Wf .de:n arm' »lk..weet of u mij nog nj t; ik ben Van Sjjferen, inspecteur van de wondcredietbank." ‘1 stak Sloters de hand toe en vervolgde, h[L , deren heer wijzende: „En meneer, H; ® mijn principaal, Mr. Duiitman, medetfcteur van de Bank.” hoirwi Werd Sloters niet behagelijker nu hij e rde> dat een dier directeuren zelf hem met bezoek kwam vereenen. Dat beloofde wat Van bij heel innemend deed bij de ontwensichte hij hen op de Mookorhei. hield efreep zeer B°®d, wat "hun komst In-l6r[ zetten zij zich op de aangeboden stoetvegj116* a'i*ler’'ei onibenuüllige praatjes over het zal 1161 wel komen”, dacht Stoters, IJI hij werktudgeiijk meepraatte, kl! s u alleen, ik bedoel, ongetrouwd?” vroeg •Duiitman. bw,een meneer, maar mijn vrouw ligt te > antwoordde Sloters. ” zeker dat bekende boerenmiddag-J? > zei Duiitman weer lachend. Vt-° ®L’n > meneer, zoo is het niet precies. Mijn fju tl 2-ek, al een geruimen tijd.” tioh; tr(>kken de beide heeren meewarige ge-Slm'1 en vero,ntsdhuldsgde de directeur zich. 8 verteWe bun verder, dat zijn vrouw Viltj . Lang sukkelende was, dlat het niet alleen a,ar arbeid kwam, doch dat de zorgen

Spr. wenschte tenslotte onder applaus dei vergadering den voorzitter van den D.8.8., den heer Oldenbanning, een spoedig herstel toe Hierna sluiting dezer maissa-betooging. INGEZONDEN MEDEDEELING. Voor Huishoud- \ Land- t benoodigdheden en Tuinbouw- j naar H. F. KOSTER, Ijzerhandel WILDEHVANK. Depót Butagas Open brief in dichtvorm aan Min. Steenberghe. Excellentie! Met genoegen mocht ik heden Inde „Drentsche- en Asser Courant” Een berichtje constateeren (Hoewel in beknopte trant), Over Uw reis door Drenthe Per auto, vanaf Hoogeveen, Uw bezoek aan Schoonoord, Grolloo, Steenwijksmoer en ’t dorpje Sleen. Het verheugt me, Excellentie, Dat U hebt geïnspecteerd, Of werkelijk hier de nood zoo hoog is Als de Drentsche boer beweert. Of het waar is, dat de toestand Op het Drentsche platteland Zoo bedroefd, benauwend slecht is, Als ’t geschrijf in menig krant. Of het zin had, dat de boeren Gisteren in massaal betoog, In protest tezamen kwamen Bij duizendtallen; och hoe hoog Moet dan de nood niet zijn gerezen, Eer het kalme platteland Zich voor een „protest” gaat leenen, Tegen ’t Bestuur van ’t Vaderland. Van harte hoop ik, Excellentie, Dat U is geopenbaard, Dat deez’ toestand voor onz’ boeren Wel degelijk vele zorgen baart. Dat U ook hebt mogen inzien, Dat het zoo niet langer kan, Wil men den Drentschen boer behoeden, Voor ’n absoluten ondergang. Dat U, aan ons protesteeren, Het strijden voor ons eerlijk recht, Onz’ bede: „Geef ons loon naar werken,” Nadien groote waarde hecht. Ja, wij hogen, Excellentie, Dat het U thans heeft bezield, Dat de Drenth, uit louter wanhoop Tot deez’ bede nederknielt. Excellentie, wil verhoeren Deze bede hier geuit. Wil trachten, vruchtbaar nu te maken De reden van Uw kloek besluit. Wil bewerken, dat de nooden Verdwijnen uiteen ieders huis; Met liefde blijven wij vertrouwen, Naast God, op ons Oranje-Huls! KOJ. KOJ. De nood inden Tuinbouw. De Ned. Tuindersbond zond dezer dagen het volgende adres aan d'en ministerraad': Excellenties, Geeft met verschuldlgden eerbied te kennen: de Neder landsehe Tuindersbond, dat uit verschillende Afdeelingen zeer verontrustende berichten komen aangaande dreigende executies onder de tuinders; dat zelfs In één plaats tegelijkertijd zeven tuinders de hypotheek werd opgezegd, zonder dat tot heden eenig overleg en regeling mo gelijk bleek; dat een opzegging van hypotheek, of ge-INGEZONDEN MEDEDEELING. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten toonen. Bericht U ons even ? Fa. I. JAKOBS Hzn. – Emmen GRATIS KNIPPEN. haar hadden gesloopt. »Ja heeren”, eindigde hij, „die crisis laat verder zijn invloed geiden dan inde portemonnaie; de crisis sloopt ons lichamelijk en geestelijk. lik wil niet zeggen dat, als er geen crisis was, mijn vrouw niet ziek geworden zou zlJ'n> doch nu ze het is in dezen beroerden tijd, nu laat de crisis zich daarbij terdege gelden en gaat herstel veel langzamer.” Van Sijferen kon best begrijpen wat Sloters zei en uit zijn antwoord klonk een oprecht medeleven. Tol zijn metgezel zei hij dan ook: „Ja, meneer Duitman, gelooft u gerust van mijl, dat de malaisé reeds ingewroet is tot inde ziel van al die boerenmenschen.” >.’t Schijnt wel zoo”, zei Mr. Duitman, „maar ik had wa mlijik niet gedacht dat het hier ook zoo zijn zou. Het ziet er nog al royaal bij u uit, meneer Stoters.” «Hoe bedoelt u dat, meneer?” vroeg Sinters, die hem werkelijk niet begreep. De Argusoogen van den directeur overzagen weer in één blik de kamer en rustten even op de meubels en daarna op Sinters zelf. Er behoefde eigenlijk geen antwoord meer te komen, want Stoters had hem nu begrepen. „Wel”, zei Mr. Duitman, „a’s ik zoo uw woonvertrek rondzie, lijkt me alles nog al degelijk. En de woning zelf, niet te vergeten. Toen we bij u den weg opreden, nam ik uw huis al ©ven op, dat ziet er tooh ook royaal uit." Sinters werd prikkelbaar. „Die kerel gunt een boer nog niet eens ean fatsoenlijke woning”, dacht hij. Hij antwoordde niet, doch zag den spreker recht inde o ogen. _ „Ik bedoel het zoo” zei deze verder gaande, „ik bedoel eigenlijk, het ziet er bijl u toch niet zoo boerschuit, ja, hoe zal ik het zeggen, eigenlijk niet zonafs ik het mij, voorgesteid had.” – IJzig kalm vroeg Sinters hem nu: „Hoe hadt u het zich dan eigenlijk wel voorgesteld, meneerde directeur?” Snel viel Van Sijferen tusschentoeide, want deze begreep de situatie en moest trachten dien vrede te bewaren, die op het punt stond

ëischte gedeeltelijke aflossing op heden gelijk staat met executie, omdat zoo goed als zeker nimmer het volle bedrag elders kan worden verkregen en de önantieele middelen in dezen tijd en vooral inde Februari-maand bij de tuinders niet meer toelaten eenige betaling, c.q. aflossing van beteekenis te forceeren; dat het hem voorkomt thans van alle zijden door verschillende crediteuren een steeds toenemende druk wordt uitgeoefend op den gebeden tuindersstand, waardoor de door jarenlang verlies sterk ondermijnde bedrijven de voortzetting van het bedrijf, met alles walt daarmede annex Is, schier ónmogelijk wordt gemaakt; dat het hem voorkomt dat de oorzaak van dezen crediteurendruk op de tuinbouwbedrijven meet worden geweten aan algemeen verlies van vertrouwen inde tuinbouwtoekomst, c.q. in d© doeltreffendheid der tuinbouwsteunmaatregelen, veroorzaakt dooreen drietal feiten; a. dein 1933 toegezegde, doch tot heden niet in praotijk gebrachte executiewet; deze toezegging die eertijds eenige hoop gaf, dreigt meer en meer een aansporing tot kapitaaiuittrekking te worden; b. de nog steeds zeer onvoldoende steun aan den tuinbouw (50»/o van het verlies), gebaseerd op richtprijzen, die de werkelijke productiekosten slechts benaderen inde finantieel zéér gezonde bedrijven, of daar waar een daadwerkelijke „aanpassing” der vaste lasten is kunnen worden donrgevoerd; c. door de slechte vooruitzichten van onzen export vooral naar Duitschland, in verband met de betalingen via de clearing, waarbij van het totale beschikbare bedrag een zeer groot deel moet worden gereserveerd voor den ontstanen achterstand op het Sonderkonto 1934 èn de rentebetalingen van diverse kapitaalleeningen aan Duitschland; en concludeert: dat thans, in verband met het toenemend gevaar voor openbare en stille executies, onmiddellijk ingrijpen door afkondiging na tijdelijk executieverbod van bodembedrijven, dringend geboden is; dat daarna een algeheele regeling van het hypotheek- en schuldenvraagstuk spoedigst moet warden ter hand genomen; dat herstel van de tuinbouwbedrijven door uitbetaling van steun tot 100°/o de richtprijzen voor 1934 en de twee daaraan voorafgaande jaren niet alleen voor den tuinbouw noodig, maar ook voor de geheele gemeenschap van zeer groot belang moet worden geacht; dat ten opzichte van de verdeeling der beschikbare Duitsche clearing-gelden de belangen van de bedemproducenten niet mogen worden opgeofferd aan de belangen van de kapitaalvorderingen; zooals de toestand nu is zal in 1935 van het beschikbare bedrag ±100.000.000 gulden gebruikt worden voor afbetaling Sonderkento en rentebetalingen en ook slechts 4-100.000.000 gulden voor betaling van Nederlandschen export naar Duitschland, beschikbaar zijn. Deze toestand, afgezien van de oorzaken die dezen hebben bewerkstelligd, is totaal onhoudbaar en dreigt een alles overtreffende débacle op tuinbouwgebied te veroorzaken, zoodat hij dringend verzoekt ten opzichte van deze kapitaalvorderingen een andere afdoende regeling te treffen, waarbij de Sonderkonto-bedragen geheel door de Banken of het Rijk warden ov erger omen en den Nederlandscben exporteurs weder de beschikking over het, buiten hun schuld onttrokken handelskapitaal wordt gegeven en waarbij de rensebetalingen op zoodanige wijze worden gekegeld, dat zij In normale verhouding staan ;ot ©en op heden bereikbare en gewensehte goederenruil. INGEZONDEN MEDEDEELING. Fa. L. TEN BRINK & Co. Nleuw-Amsterdam. Specialiteit in Heerenkleeding naar Maat en fijne Damesstoffen.

gevaarlijk verstoord te worden. „Ziet u eens, Stoters, meneer Duitman kent de toestanden hier niet. Hij is hi-er nog niet zoo heel lang en heeft altijd in stede’ijke kringen verkeerd. Om de waarheid te zeggen, hij wist eigenlijk niet, dat de boeren zich ook meer in stedelijlken trant hebben ontwikkeld en zoodoende verbaast het hem hier, dlat jullie boeren op zoo’n burgerlijken voet leven.” „Nu, mag dat dan niet?” vroeg Stoters nog ©enigszins scherp. ,JDat heeft meneer Duitman toch. niet gezegd”, antwoordde Van Sijferen weer. „ik zeg nogmaals, meneer Duitman meende, 'dat jullie boeren nog leefden, zooals juffie ouders en grootouders, zoo’n vijftig jaar geleden leefden.” „O, zoo”, zei Stoters, »»ia> ja, nu begrijp ik het”, doch bij zich zelf dacht hij; „ik voelde drommels best, dat die kerel me ©ven weten liet: „Wat doe je zoo royaal te leven, terwijl je eigenlijk tot aan de ooren inde schulden steekt.” Het gesprek stokte iets; het wilde niet hartelijk meer vlotten en in zoo’n ©ogenblik, wanneer niemand een woord sprak, een moment, dat Stoters voelde als een stilte, dlie zwaar op zijn hoofd drukte, zei Mr. Duitman: „Maar ter zake. Van Sijferen, we hebben meer gevallen nog vandaag. Vertel jij maar eens het doel van onze komst.” Van Sijferen haalde zijn tasch boven de tafel en sprak tot Stoters: „Ziet u, Stoters, onze komst is eigenlijk, om eens wat te praten over de omstandigheden ’* Hij kon geen woorden vinden om het nare van de komst te verdoezelen. ..om eens te zien, wat wij eigenlijk doen moeten, om de zaak wat meer in het reine tie brengen, is ’t niet zoo van Sijferen?” vulde Mr. Duitman aan. „Juist, zoo zal het wel zijn”, zei Van Sijr feren. Stoters voelde zich onbehaaglijk te moede. Hij verwachtte van den directeur niet veel heil. Als het van dézen afhing, zou er voor

De Tweede ronde. Het wordt door mij een voorrecht geacht om tijdens mijn tweede bezoek aan Drenthe inde gelegenheid te zijm geweest „Assen” mede te maken. Het was massaal en geweldig en onwilliekeurig heb ik me afgevraagd: Welk geheim bezit het bestuur, dat deze duizenden doet gevolg geven aan eiken oproep, die van hem uitgaat? Teneinde hierop een juist antwoord te kunnen geven, heb ik me onder hen gevoegd en met hen gepraat. Lukraak is natuurlijk zoo’n aanknooping, noch positie, noch geestesrichting zijn daarbij gekend. Maar allen borduren op hetzelfde stramien: de door de Regeering gevoerde landbouwpolitiek is een mislukking, die dagelijks aan den lijve wordt gevoeld, en men wil een gansch ander systeem, dat veel meer kansen van slagen in zich bergt. Ongevraagd gaat men hierop door en wordt in eigen toonaard een pleidooi geleverd voor het program der Boerenbonden. Het antwoord op de opgekomen vraag is nu gemakkelijk te geven: Al deze menschen zijn zich volkomen hun toestand bewust en zij zijn zich tevens bewust, dat het zóó niet behoeft te zijn; integendeel, zij zijn overtuigd, dat het anders kan en dat dit in bet belang zou zijn van ’t geheele volk, kortom,, het zijn bewuste boeren geworden. Onafgebroken propaganda heeft hen uit de het-moet-zoo-zijn-sleur weggetrokken en zij gevoelen nu voortdurend beter de waarde, die de landbouw voor het nationale leven beeft en daardoor ook gevoelen zij steeds meer hun eigen waarde als boer. Dat zijn geen menscben meer, die tevreden zijn mat een fooi, neen,, zij allen vragen de positie in het maatschappelijk beste!, die hun op grond van hun beteekenis toekamt. Wekelijks worden zij daarin gesteund door hun krant, die spreekt in hun taal, die zij begrijpen. Ook de mondelinge propaganda mag in dit verband niet worden vergeten. De heer De Lange heeft succes met zijn werk; niet één dier duizenden, die hem niet kent of niet heeft gehoord. Ik kan niet

INGEZONDEN MEDEDELING. BRILLEN •« Prima afwerking – Lage prijzen JOH. REPRO WINSCHOTEN

hem niet veel genade zijn en als die man stond op zijn centen,, dan kon hij wel van zijn boerderij afstappen. Als ©en bliksemflits schoten Stoters al die narigheden sinds verleden November weer door het hoofd. Eerst bad hij die brieven gehad; eerst een stille wenk, dan een zachte aanmaning, tenslotte een krachtige eiseh. Hij had op dien laatsten brief niet geantwoord!, maar had het beter gevonden zelf naar die bank te gaan. Hij had bet getroffen; de oude directeur was een welwillend man, die gevoel bad en meeleefde met de boeren; hij had van hem weer uitstel gekregen, voor een paar maanden. Hij was blij geweest dat hij eerst weer een paar maanden verder was. Met Nieuwjaar had hij blijk gegeven van zijn Willenen ’n gedeelte gebracht van de rente, die verleden ja,ar Mei al verschenen was, doch mear hadl hij ook niet kunnen doen. Ditmaal had zijn belofte om weer wat aan te zuiveren, zoo gauw hij het kon, niet zooveel effect gehad als anders en had hij begrepen, dlat ze aan de bank hem nauwer op de vingers zouden kijken. Weer volgden al gauw die ellendige brieven van aanmaning tot aanzuivering. Hij antwoordde steeds: „zoo spoedig als mij mogelijk is, zal ik aan uw aanmaning voldoen”, doch bij wist vooruit, dat dlat „spoedig” onmogelijk was. Hij bad er al zooveel hoofdbreken over gehad en zijn vrouw was er beslist ziek van. Hij was er heilig van overtuigd, dat zijn vrouw ziek was van verdriet over die geldzorgen. ledere brief die van die beroerde bank kwam, maakte haar weer erger. En nu zaten die heeren daar voor hem. De slaapkamer was naast het vertrek, waar zij zaten en hij wist stellig, dat zijn vrouw wakker te bed lag; hij wist, dat ze met angst in het hart en een borst vol benauwenis daar lag piet baar bleek gelaat; in zijn gedachten zag hij de tranen stil over haar wangen loepen, want ze droeg haar smart steeds zonder klacht. „Nu zal je ’t hebben”, dacht hij, „,nu zullen ze me voor de laatste maal de wacht aanzeggen en als ze het een beetje luid doen, zal mijn vrouw hen woord voor woord kunnen

INGEZONDEN MEDEDEELING. ' mm C'-qqr een oeiittiGE^n, HM) MEUBELEN BH VERHUIZINGEN IrEENDAM jgj M S ÊBB H UITERST LAGE PRIJZEN H INGEZONDEN MEDEDEELING. Voor HEERENKLEEDING zoowel gemaakt als naar maat, naar Fa. H. VAN DER VEEN EN ZOON t/o Hoofdstation – STADSKANAAL. Prijzen voor elke beurs.

anders dan herhalen, wat ik reeds eerder schreef: als ’t overal inden lande zóó was, dan zou ’t agrarisch deel den toon aangeven. Zoowel het D.L.G. als de Dr. Zuivelbond hebben een uitnemend werk gedaan door zich bij deze beweging aan te sluiten. Zij hebben daarbij eigen positie niet te verloochenen, zij blijven behouden een eigen taak, die wellicht, in aller belang, in onderling overleg wat nader moet worden omschreven, Drenthe heeft het voorbeeld gegeven aan andere provincies. Het is te hopen, dat deze aan de hand van de haar toegezonden motie in dezelfde richting zuilen denken en handelen! Slechts een eensgezinde boerenstand zal aan het alierwege ingestelde offensief weerstand kunnen bieden. Een compliment aan de secretarissen, die bij de organisatie van deze massa-betooning de touwtjes in handen hadden, acht ik verdiend. ♦ * « Te Meppel, Marum en Zuidlaren, waar ik sprak, overal dezelfde medelevende en begrijpende belangstelling. Drenthe is op den goeden weg. Het platteland is ontwaakt en laat zich niet meer zonder verzet onder dien voet loopen. J. W. INGEZONDEN MEDEDEELING. Onze speciaal-artikelen zijn: Dameskleeding – Damesstoff en Tapijten – Gordijnen Vloerbedekkingen. E. O. Huizing Zonen MUBBELKANAAL. INGEZONDEN MEDEDEELING. Dames- en Herenkleding naar maat PRIMA STOFFEN. SOLIDE AFWERKING. Vraagt U eens Stalen aan. H. J. v.d. STEEN Zandberg Musselkanaal ———1 i. volgen.” In zijn ziel kookte het en allerlei dwaze gedachten borrelden bij hem op. „Zal ik hen de deur uitzetten? Zal ik hun zeggen, dat ze hun geld en <Je hypotheek terug bunnen krijgen, dat ik wel ander geld machtig kan worden? Zal ik hun zeggen, dat ze mijn vrouw geen doodsangst op het lijf moeten jagen, doch dat ze mij niet bang zullen krijgen, mij niet, ik, Sloters?! Eigenlijk moest ik dien directeur, d)ien stadlschen kerel, met Castor aan zijn been er uit trappen.” Zijn ooren suisden hem. Hij zag nauwelijks wat er al uit de tasch van Van Sijferen kwam. Hij zag ze niet, de groote vellen met lijnen en cijfers, de papieren met teekeningen, die Van Sijferen op de tafel uitspreidde. Eerst toen de directeur een blad opnam en daarvan aflas: „In massa groot 24 h.a. 33 a„ beleend met f32.000, is het niet zoo Van Sijferen?” keerde Stoters terug tot de werkelijkheid. „Ja, meneer Duitman, dat is het.” „Zoo, en vertel mij nu eens, hoe groot is Sloters’ adhfcerstalligheid?” „f 1725” antwoordde Sloters. „Klopt dat, Van Sijferen? Kijk eens na.” Van Sijferen zocht wat Inde papieren en vond wat hij hebben moest. „Ja, dat komt uit.” „Dus, dat loopt al naar de 34 mille”, sprak de directeur. „O, nee”, zei Van Sijferen, „zoo erg Is het niet. Sloters heeft ook jaren afgelost.” „O, pardon, dat wist ik niet. Hoe groot was die jaarlijksche aflossing?” „f250” zei Sloters. „Ziet u even na, Van Sijferen. Staat dat er?” Van Sijferen had het en noemde meteen de som van de aflossing: f3250. wDus krijgen we in hoofdsom f32000 en daaraf f 3250 , dat is f 28750” rekendie dte directeur; „daar komt weer bij f1725 dat wordt f 30475. Dat is een heel bedrag, meneer Sloters.” (Wordt vervolgd).