is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 32, 14-03-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INGEZONDEN MEDEDEELINO. A. WITTER • Heeren-Modentagazijn „De Tijd" Langestraat – Winschoten ONTVANGEN: He nieuwste Stoffen voor ’t Voorjaar. .. Pracht dessins. ■ Chique Coupe. —— Prima afwerking. Lage prijzen ■ Vraagt stalen.

steun met koren dat op een zeef wordt gestort. Spr. gaat daarbi} na, wanneer het bedrijf 1 begint te werken, wie alzoo koren van die zeef ontvangt. Bij landarbeiders, middenstand en bij den ondernemer. De bezwaren van den middenstand acht spr. ongegrond. Spr. onderschrijft göheel het hoofddoel, dat ook de organisatie Landbouw en Maatschappij nastreeft, n.l. het brengen op een juist peil van den landbouwarbeid, het zorgen, dat landbouwarbeid beloond wordt ineen redelijke verhouding tot den anderen arbeid in Nederland. Over het stelsel zelf zal mijn collega Bierema morgen ons standpunt nader uiteenzetten, aldus spr. Spr. dringt daarna nog aan op meer inschakeling van de organisaties, o.m. van den Algemeen Nederlandschen Tuindersbond. De heer Van Voorst tot Voorst (R.K.) aan het woord. Deze begint met een zinsnede uit de Memorie van Toelichting, waarin de Min. zegt: „dat het zijn streven blijft om de zware lasten, welke de landbouwpolitiek op de Nederlandsche consumenten legt, zooveel mogelijk te beperken”, terwijl inde Memorie van Antwoord zijn aandacht trok het gezegde: „dat bij de verlaging van den landbouwsteun zeker niet in de laatste plaats gedacht wordt aan de noodzaak van verlaging van de kosten van het levensonderhoud.” Inderdaad blijven de kasten van levensonderhoud hier te lande, in vergelijking met andere ons omringende landen, aldus spr., zeer hoog, Immers het indexcijfer 137 staat bovenaan in de rij der kostencijfers van alle Europeesche landen. Maar is de prijs der landbouwproducten schuld aan de hooge kosten van het levensonderhoud? Dit is geenszins het geval. Immers de prijzen der gezamenlijke landbouwproducten staan let wel met inbegrip van den landbouwsteun op 74 pet. van het vooroorlogsche peil. Uit deze 2 cijfers 137 en 74 is af te leiden, dat andere bevolkingsgroepen voor hun aan de maatschappij bewezen diensten aanzienlijk hoogere belooning genieten dan vóór den oorlog. Trouwens wij hebben geen Indexcijfers noodig om te weten, dat de geringste arbeider ip de stad een veel hoogere belooning geniet dan de boer en zijn arbeider. Spr. meent, dat het overduidelijk Is, dat aan den prijs der landbouwproducten, met inbegrip van den steun, onmogelijk kan geweten worden het dure leven in dit land, maar niettemin moet de schamele belooning van den landbouwerbeid maar steeds omlaag, om te ontkomen aan verlaging van den levensstandaard inde stedelijke bedrijven. En hoewel de belooning van do landbouwende bevolking voor haar aan de maatschappij bewezen diensten verre achterstaat bij die van andere groepen der bevolking, met name die, welke werkzaam zijn inde bedrijven, die voor het binnenland werken, de z.g. beschutte bedrijven en die in Overheidsdienst werkzaam zijn, heeft men het klaar gespeeld de opvatting in broeden kring te doen postvatten, dat het omgekeerd is en dat de landbouw te veel ontvangt. Men beroept zich daarbij pp den wereldmarktprijs en beklaagt er zich over, dat men hier voor de (rogge t7—fB, voor gerst en haver f 6.50 en voor tarwe flO moet betalen, terwijl men die producten op de wereldmarkt kan koopen voor pl.m. f3 per 100 k.g. en zegt dan: ziet eens wat die landbouw een steun krijgt. Spr. wijst er dan op dat vaneen eigenlijke wereldmarkt niet meer gesproken kan worden, want wat wij, aldus spr. daarvoor aanzien, is de prijs van het overschot, dat op de markt wordt geworpen, nadat de behoefte aan graan van het verbouwende land, met Regeeringssteun, bevredigd is. Want elk land steunt zijn eigen graanbouw, daar de landbouw in geen enkel land graan kan produoeeren tegen dezen afbraakprijs. Maar bovendien zou een beroep op den wereldmarktprijs alleen dan juist zijn, indien de belooning der andere groepen onzer bevolking zich door vrije concurrentie bij den wereldmarktprijs aanpaste en niet door contingenteering als anderszins werd gesteund. Indien de consumenten hun aan de gemeenschap bewezen diensten óók betaald kregen op basis van den wereldmarktprijs, d.i. met ongeveer 50 pet. van vóór den oorlog, dan eerst zou steunverleening aan den landbouw den consument onrecht aandoen. Maar het onbillijke van den eisch om den landbouwsteun te verlagen of, liever nog, op te heffen, is gelegen in het ferlt, dat degenen, die de Regeering in die richting dringen, hun eigen belooning door ondememersovereenkomsten en prijsafspraken beschermen, doch de belooning van den landbouw door den wereldmarktprijs willen bepaald zien. Het verschil inde belooning van landbouwarbeid en van den arbeid inde stedelifke bedrijven heeft zich door de groote prijsdaling der landbouwproducten enorm toegespitst, zoodat dit verschil gedurende de crisisjaren steeds meer schrijnend is geworden. Voor de rust en den vrede in het land is het van het grootste belang, dat die wanverhouding wordt ingeperkt en dat de loonen en pri> zen inde stedelijke bedrijven eenerzijds en in den. landbouw anderzijds meer tot elkaar worden gebracht, want dat groote verschil is een der oorzaken van den deplorabeien toestand, waarin de landbouw verkeert eu verwekt groote ontevredenheid op het platteland. Voor hetgeen de landbouw te verkoopen heeft, gelden de vrijhandelsprijzen, ©enigszins gemitigeerd door den landbouwsteun; voor hetgeen hij koopen moet, moet hij den fn bet binnenland beschermden prijs betalen. Dat dit tot elkaar brengen zal kunnen geschieden door prijzen en loonen in beschutte bedrijven en in Overheidsdiensten terug te brengen naar het peil, waarop landbouwarbeid

wordt gehonoreerd; er is, aldus spr., niemand, die het moge lijk acht met het oog op de verbindendverklaring van ondernemersovereenkomsten. Trouwens het gevoel van sociale rechtvaardigheid zou daartegen in opstand komen, maar dan moet men zich ook uiteen oogpunt van sociale rechtvaardigheid er tegen verzetten, dat de prijzen der landbouwproducten, waaruit de landbouw in zijn geheel zijn loon moet ontvangen, telkens naar beneden worden gedrukt. Integendeel dienen die prijzen op zoodanig peil te worden gebracht, dat de belooning van den landbouwarbeid wederom in evenredigheid komt te staan tot de loonen en diensten in andere bedrijven. Daarom betreurt spr. het, dat de Regeering inden laatsten tijd telkens op den steun beknibbeld heeft en de steunbedragen voor fabrieksaardappelen, suikerbieten, gerst en rogge heeft verlaagd. De Minister begint aan den verkeerden kant met zijn aanpassing; in plaats van eersit de 175 der stedelijke bedrijven naar beneden te brengen, begint hij bij de 74 van den landbouw, alsof 74 meer was dan 175. Nu schijnt de Minister het, blijkens zijn opmerking inde Memorie van Antwoord, wel heel dwaas te vinden, dat iemand op de gedachte zou kunnen komen, dat, waar het economisch leven in Nederland kwijnt, toch het landbouwberijf loonend zou kunnen zijn. De structureele verandering, die in da wereld heeft plaats gehad, kan da oorzaak zijn van het tenietgaan van bepaalde takken van export en van onze scheepvaart, omdat men nu eenmaal het buitenland niet kan dwingen b.v. onze katoentjes te koopen of onze schepen te gebruiken als het die katoentjes niet wil hebben of onze schepen niet noodlg heeft. Maar die veranderde wereldltoestand behoeft geen belemmering te zijn om onzen eigen bodem zoodanig te exploiteeren, dat hij ©en bestaan geelt aan een zoo talrijk mogelijk aantal menschen, die weer aan een’ deel der industrieele en middenstandsbevolking werk en brood kan verschaffen. Nu een loonende export ons voor ©en groot deel ontvallen is, mogen wij blij zijn, dat wij nog hebben onzen eigen vruchtbaren bodem, die niemand ons ontnamen kan en die, indien wij hem oordeelkundig exploiteeren en onze invoerpolitiek daarnaar richten, aan een groot deel van ons volk onmiddellijk en middellijk werk en brood kan verschaffen. Spr. zou het ten hoogste betreuren, indien de Minister van meening zou zijn, dat, indien andere bedrijfstakken worden aangetast, onze binnenlandsche landbouw dat lot zou moeten deelen. Ook de landbouw moet aanpassen, zegt de Minister. Waaraan? De bedoeling zal wel Zijn aan het niveau van die Landen, die op een gelijk cuituurpeil staan als wij. Dus van Duitschland, Frankrijk en Zwitserland. Maar daar zijnde prijzen der landbouwproducten, dank den Regeeringssteun, veel hooger dan hier. Onze landbouw is, in vergelijking met die landen, (reeds te veel aangepast. Wij kunnen ons land het best vergelijken met Zwitserland, het eenige land, dat met Nederland nog de vooroorlogsdhe goudvaluta heeft. Daar zijnde indexcijfers der loonen en prijzen in handel en industrie ook nog tusschen 180 en 200 pet., dus ongeveer gelijk als hier; de kosten van het levensonderhoud staan genoteerd met 130 en het indexcijfer der landbouwproducten is 113 tegen hier te lande 74 of 39 punten hooger. De voorzitters der Kamers van Koophandel te Amsterdam en Rotterdam en de voorzitter der Vereeniging van Nederiianldsche Werkgevers, die dappere voorvechters voor de verlaging van den landbouwsteun, zullen kippenvel krijgen, wanneer zij vernemen, dat in Zwitserland de boeren voor hun tarwe 36 francs of pl.m. flB per 100 k.g. ontvangen en dat de Molkereien, met Regeeringssteun, in staat zijn voor de melk 19 rappen de liter of pl.mj 9 eents te betalen en dat de prijs der varkens is frs. 1.20 of 60 cents per k.g. levend gewicht. Dat zijn andere prijzen dan ten onzent, waartegen hier reeds zoo wordt gefulmineerd. Onze akkerbouw verkeert in verhouding nog inden meest gunstigen toestand, hetgeen in hoofdzaak te danken is aan de abnormaal groote oogsten der laatste jaren. Aan rogge werd per h.a. 10 è 15 h.l. meer geoogst, dan normaal, waardoor de opbrengst f5O è f75 hooger was. IJij normale oogsten is bij de thans geldende prijzen ook dit bedrijf alleen loonend bij een zeer lage arbeidsbeiooning en bij zeer lage landprijzen. De toestand van den tuinbouw, de veehouderij en van de kleine bedrijven, die den steun aan den akkerbouw betalen en daarvoor geen compensatie vinden ineen hongeren prijs van hun product, is buitengewoon ongunstig, waarom spr. er ten zeerste op aandringt, dat de Regeering, bij het geven van steun, in verband met het totaal beschikbaar bedrag, ■ er nauwlettend voor zorgt, dat de verschillende : takken van bedrijf, zooveel mogelijk in even■ redigheid steun ontvangen. . In het algemeen vallen er twee feiten te constateeren: vooreerst dat den boer geen behoorlijk bestaan gewaarborgd is en inde ■ tweede plaats, dat zijn bedrijfsvrijheid zooda– nlg beperkt is, dat hij niet meerde veranti woordelijkheid voor zijn bedrijf kan dragen. Er wordt veel te veel door het centraal i gezag gedecreteerd zonder dat de organisaties , tevoren in die regelingen zijn gekend. Men ■ kan eenvoudig weg niet uit Den Haag met het domme potlood bedrijfsregelingen treffen, i zelfs niet voor dezelfde categorieën van landi en tuinbouwbedrijven, omdat deze niet fabriek• matig zijn, omdat de omstandigheden, waatrt onder deze bedrijven of bedrijfjes worden uitgeoefend, geheel afhankelijk zijn van de ■ grootte der gezinnen, van den meer of mln■ deren welstand, van den aard van den bo; dem, de afzetmogelijkheden der producten, enz. 1 leder, die schematisch ia de bedrijven wil

ingrijpen, begaat domheden, welke voor de gezinnen op ongeLijke behandeling en dus in zijn gevolgen, op onrechtvaardige handelingen uittoepen. Het tegenwoordig systeem van sfeuiwerkening heeft ten aanzien van de vee- en varkenshouderij weinig baat, doch veel ontevredenheid gebracht, zoodat het zoo spoedig mogelijk gewijzigd dient te worden in dier voege, dat binnen het raam der productiebeperking, de boeren belang hebben bij het slagen dezer ■oeperking. Daarvoor is noodig dat een financieel belang wordt geschapen voor hen, die inde door de Regeering gewenschte richting meewerken. Dit komt practisch hierop neer, dat de boer weer meet terugkrijgen de verantwoordelijkheid voor zijn eigen bedrijf. Het boerenbedrijf eischt nu eenmaal een sterke bedrijfsvrijheid, omdat de resultaten afhankelijk zijn van weer en wind, van ziekten en ongemak, van kennis en ervaring. De Regeering bepale zich tot enkele groote richtlijnen, het aan den Indivueelen boer overlatende hoe 'hij die op de voor hem voordeeligste wijze kan naleven, maarde Regeering onthoud© er zich zooweel mogelijk van om op elk bedrijf den baas te spelen, want de boer weet veel beter dan den Haag hoe hij op de voor hem meest geschikte en voordeeligste wijze aan de verlangens der Regeering kan voldoen. De Minister bedenke, dat de huidige toestand zeer waarschijnlijk voor lange jaren zal worden bestendigd, waardoor het zich voortdurend bemoeien met alle onderdeelen van het bedrijf op den duur den dood zou beteekenen van het landbouwbedrijf en ook veel te kostbaar zou worden. Waar de tegenwoordige toestand blijvend zal zijn voor onaf denbaren tijd, moet Inde richting van verbouw van meer voederartikelen en beperking van vleesoh en zuivel worden voortgegaan. Maar vele boeren worden weerhouden van het scheuren van grasrand, wegens ae onzekere en weifelende politiek, die de Regeering volgt. Men weet niet wat er met dein graansteun zal geschieden en of in volgende jaren de granen een loonenden prijs zulten opbrengen. En daarom zou het voor een richtige bedrijfsvoering inden landbouw van het grootste gewicht zijn, indien de Regeering ten minste voor drie jaren een eenigszins loonenden graanprijs zou willen garandeeren. Door de groote onzekerheid omtrent hetgeen de Regeering van zins is, is er geen vertrouwen meer inde toekomst, want hoe zal men in landbouwkringen vertrouwen kunnen hebben, wanneer over de toekomst niets, maar dan ook niets met eenige zekerheid bekend is. Voor den landbouw is stabiliteit, een vaste lijn inde agrarische politiek, van het hoogste gewicht. Daarom gevoelt spr. veel voor het door den Boerenbond „Landbouw en Maatschappij” gepropageerde stelsel, hetwelk beoogt heffing aan de grens op granen, vetten, veevoeders, en apdere agrarische producten, alsmede op alle andere artikelen, welke met deze agrarische producten in concurrentie treden, met compensatie aan de producenten van vleesch en zuivel, en opheffing zooveel magelijk van maatregelen en heffingen io het binnenland, waardoor de landbouw weer voor een groot deel de noodige vrijheid van bedrijfsvoering terug erlangt. De Regeering maakt er zich met enkele algemeen© opmerkingen af om dit systeem, dat on tegenzeggelijk veel goeds bevat, te veroordeelen, zoodat Ik, aldus spr., den indruk niet van mij kan afzetten, dat men geen ernst heeft gemaakt met de bestudeering van dat systeem. Blijkbaar is de Regeering zóó doordrongen van de onmisbaarheid van ingewikkelde regelingen, dat zij een systeem, hetwelk door eenvoudigheid gekenmerkt wordt, al bij voorbaat de bestudeering niet waard acht. Aangezien ons land meer landbouwproducten noodig beeft dan het zelf kan vóórtbrengen, staat het onomstootelijk vast, dat men den binnenlandscben prijs, door het heffen van invoer- of monopolieheffing op de hoogte kan brengen welke men wenscht. Dit geldt wel inde eerste plaats voor den graanbouw. Nu zegt de Minister op blz. 6 der Memorie van Antwoord, dait de hoogere productiekosten voor de veehouderij, ten gevolge van de hoogere graanprijzen geen voldoende compensatie kunnen vinden inde hoogere prijzen van de veehouderijproducten, in verband met de uitkeerlng welke uit deze hoogere graanrechten eventueel voortvloeit. Maar hier blijkt met hoe weinig ernst dit gewichtig vraagstuk bekeken is, want het fonds waaruit de veehouderij moet worden schadeloos gesteld, wordt, volgens het voorgesteld© stelsel, niet alleen gevoed uit de graanrechten, maar niet minder dooreen heffing op alle ingevoerde landbouwproducten en met die producten in concurrentie tredend© producten, als vetten, veevoeders, traan, enz. Maar die aanzienlijke bron van inkomsten gaat de Minister stilzwijgend voorbij. Nu had spr. verwacht, dat, ter adstructie van de afwijzende houding der Regeering, aan de hand van cijfers, waarover het Departement beschikt, overtuigend ware aangetoond, dat de uit die verschillende heffingen verkregen bedragen niet voldoende zijn om aan een afnemende veehouderij voldoende compensatie te verstrekken, maar overtuigend bewijs, aan de hand van cijfers, hebben wij, helaas, niet gevonden. De Regeering houde mij ten goede, wanneer ik zeg, dat de subjectieve meening van den geachten Minister voor mij, in deze aangelegenheid, weinig overtuigend is. Zijn Excellentie verklaart, dat bedoeld systeem In leder geval een scherpere teeltregellng dan op het oogenblik geldt, noodzakelijk zal maken. Maar is deze verklaring zonder meer te aanvaarden? Immers de hoogere prijzen van de voedermlddelen, zullen het gebruik van buitenlandsch krachtvoer temperen en daardoor zal de melkproductie zich meer baseeren op den eigen bodem, zonder teeltbeperking. Daar komt nog bij, als secundair voordeel, dat de waarde van het zelf verbouwde gras en de andere zelf verbouwde voedergewassen als kuilvoer en ook aardappelen wordt verhoogd. Voorts viel spr. nog op, dat de Minister van meening is, dat van dit systeem een vermeerdering van Regeeringsbemoeiïngen met den akkerbouw het gevolg zal zijn en als voorbeelden voert de Minister de haver en de aardappelen ten tooneele. Dooreen Invoerrecht op haver, zoo is de redeneering, zal deze duurder worden, waarvan het gevolg zal zijn toeneming van den

INGEZONDEN MEDEDEELING. l» lil ll!■! Woninginrichting. Om meer bekendheid te geven aan deze afdeeling. hebben we een modelwoning ingericht Hoofdstraat no. 4 (boven de Showroom van de Chevrolet auto’s). Alle belangstellenden worden uitgenoodigd, dit eens te komen zien. Geopend iedere werkdag van 2-6 uur, op andere tijden na afspraak. GEBR. ZWARTSENBERG ».v. STADSKANAAL. Wij adviseeren U zonder verplichting uwerzijds over Uw Woninginrichting, zooals bij Trouwen – Verhuizing – Nieuwbouw, als gedeeltelijke veranderingen. ■m mi

niet aan zijn lot worden overgelatem. Het moet blijvend en vooral tijdig worden verzorgd om er met recht vrucht van te mogen verwachten, waarmede we te kennen willen geven, dat onze propaganda geen oogenblik mag stilstaan. Wat baat ons het ploeteren op het land, als daarnaast maatregelen zouden worden getroffen, die al ons werken opnieuw tot nul zouden reduceeren? En dergelijk gevaar is geen oogenblik van de lucht. Van alle kanten blijft men op onzen „steun” aanstormen. Bij de behandeling der begrooting van Economische Zaken inde Eerste Kamer is dat weer duidelijk gebleken. De liberale burgemeester van Rotterdam ziet zijn graanhandel verloren, de CU. heer Ter Haar tvü, dat de Minister zoo■ spoedig mogelijk terugkeere tot den normalen import van goederen, de liberale heer Helderman wil vereenvoudiging bij de teeltbeperking en de S.D. heer Wibaut wenscht, dat men ten aanzien van den crisislandbouwsteun terugkeert „naar het gezond verstand”, waarmee waarschijnlijk hetzelfde wordt bedoeld, wat de heer Ter Haar wil. Gelukkig staan er anderen tegenover, die dergelijke opvattingen bestrijden. Zoo de heer Otten (V.D.), die de actie tegen den landbouwsteun heg treurt, de heer Ruyter die loogt, dat de steun aan land- en tuinbon''1 niet verminderd kan worden, terwijl not* een paar andere R.K hoeren zcCr /k7"- invoerrechten bepleiten. Voldoende blijk*- uit dat alles, hoe weinig „safe” onze P°' sitie nog is, en hoe noodzakelijk hie blijft, voortdurend op onze qui-vive tc zijn. En dat geldt nog slechts om te behouden wat we hebben, laat staan de strijd, die nog zal moeten worden gevoerd om te bereiken, wat we beoogenden meer gewaardeerde positie in on2o samenleving! Die laatste strijd zal door ons in het offensief moeten worden gastreden. Geen mannetje kan daarbij wonden gemist en geen halven kunnen daarbij worden gebruikt. J. W. INGEZONDEN MEDEDEELING. In HOEDEN hebben wijde beste kwaliteiten Modehuis S. M. KROHf Torenstraat 37 – Winschoten Telefoon 307 Bloempjes. Zij kunnen niet wacht o®: Geen dag en geen «ach* De Ned. Vereeniging van Werkgever* in het bakkersbedrijf heeft zich metce adres gewend tot den voorzitter van <* Eerste Kamer teneinde hem te verzoeke® zoo spoedig mogelijk een aanvang te 'VI len doen maken met de behandeling v‘® het wetsontwerp op de verbindendvc klaring van ondememerso vereen komste®1' Mclkbrood op komst? * * * Lot of bondgenoot Tijl Uilenspiegel, de door het Vlaand’renland, w-aande Wc vier eeuwen terug en hoorde nog woorden zijns vaders: „Tijl, ga en vC‘ kond den Vlaamschen boeren, dat van nu af tot in der eeuwigheid smadelijken boon zullen te verduren ben, indien ze de kracht niet bczß zich vrij te vechten.” En Tijl heeft zl' o( vaders boodschap gebracht, hij ging de Viaamsche landouwen en hekelde* groote onrecht, den Vlaamschen boer aangedaan. En thans verzucht hij: staan we inde twintigste eeuw, de cc van licht en beschaving, maar vooi ,e boeren meer dan ooit de tijd van 1 duisternis. Nog altijd worden de te bespot en vernederd, nog altijd zijLl i de Lamme Goedzakken! en hij v,.‘l je of de hoeren nog altijd karnemelk 11 aderen hebben? Wij hebben Tijl een nummer van ; krant gezonden,

verbouw. Daardoor zal de productie niet in het land te plaatsen zijn, met het gevolg, dat de prijzen dalen en deze daling zal weer gedwongen beperking der teelt noodzakelijk maken. Maar hoe heb Ik het nu, vraagt spr. Indien toch de haver goedkooper wordt, zal daarvan het gevolg zijn, dat er meer haver gevoederd zal worden, waardoor de prijs wordt gesteund. Maar dit kan rustig worden overgelaten aan het inzicht van de boeren, want Indien de haver minder prijs doet dan andere gewassen, wordt de teelt vanzelf verminderd, omdat men overgaat tot de teelt van rogge, gerst of andere gewassen, die op dat moment loonender zijn. Daarvoor heeft men werkelijk vadertje Staat niet noodig. Dezeredeneering van den Minister is een gevolg van de ongelukkige mentaliteit, die op het Departement heerscht, waar men alle onderdeden van den landbouw van hoogerhand wil regelen, in plaats van zulks aan het inzicht van den boer zelf over te laten. Daarom herhaalt spr. nogmaals, hetgeen hij reeds zoo dikwijls heeft gezegd: Regeerlng, blijf toch zooveel mogelijk met uw handen van de bedrijven af, want het is deze bemoeizucht waarop uw systeem vastloopt. En wat nu de opmerking omtrent de aardappelen betreft, die is van even weinig steekhoudend gehalte. Maar hier zou spr. den Minister wel willen vragen, hoe hij met het tegenwoordige systeem de granen op prijs wil houden, indien, zooals toch noodig is, de productie zich uitbreidt en de invoer afneemt. Men zal er niet aan kunnen ontkomen de monopolleheffing te verhoogen, -waardoor de veehouderij weer dieper inden put komt, indien zij geen compensatie zal ontvangen, hetgeen de positie van het Landbouwcrisisfonds, zooals de Minister mededeelt, niet toelaat. Het door Landbouw en Maatschappij voorgestane stelsel heeft spr.’s bijzondere belangstelling, omdat hij reeds in 1933 bij de interpelatie-Weitkamp op hetzelfde aambeeld heeft geslagen. Maar hoewel deze voorstellen spr. wel aanlokken, kan hij niet voldoende beoordeelen of ze uitvoerbaar zijn, omdat hij niet over voldoende cijfermateriaal beschikt en van de mogelijkheid hangt af of de Regeering haar systeem voor het gepropageerde stelsel zal moeten verlaten. INGEZONDEN MEDEDEELING. HET BESTE ADRES VOOR TRICOT ONDER- en ROYENKJLEEDINO. De zaak met Jarenlange reputatie I Zlchtzendingen op aanvraag franco. Firma B. B. STERN Hoofdstraat 250 Tel. 60 – HOOQEVEEN. Haagsche Geluiden. Welhaast is de tijd weer aangebroken, dat zal worden gezaaid en gepoot. De arbeidsdagg is dan vol, vroeg beginnen en laat eindigen. Na zoo’n langen werkdag nog een vergadering meemaken, met de kans laat op bed te komen, is van den werkenden plattelander wat veel gevergd. Men kan dan ook wel zeggen, dat het vergaderseizoen straks afgeloopen is. Gelukkig mogen we wat dat betreft met voldoening op ons winterwerk terugzien. Overal is er leven en actie geweest. Avond aan avond was onze De Lange aan het woord en nergens had hij over gebrek aan belangstelling te klagen. In vele afdeelingen werden onze propaganda-tooneelslukjes opgevoerd en daarnaast hielden verschillende onzer voormannen inleidende of propagandistische redevoeringen. De clou van dat alles is Assen geweest. Met een zekeren trots brengen we dat alles in herinnering, want er zullen weinig landbouwvereenigingen zijn, die op dergelijke activiteit harer ledien kunnen bogen, doch wij willen er een paar opmerkingen aan vast knoopen. Het zaad, dat we uitstrooiden, mag