is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 32, 14-03-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Maart 1935. 3e jaargang. LANDBOUWi EN MAATSCHAPPIJ. No 32. Derde Blad

Individueeie bestsansveranlwoordelijkheid ** ** Op de agenda der op 23 en 24 Maart te Amsterdam te houden Algemeene Vergadering van de Liberale Staatspartij „De Vrijheidsbond” vinden wij eendoor enkele afdeel ingen voorgestelde motie, waarin een passage voorkomt, naar aanleiding waarvan wij enkele opmerkingen wenschcn te maken. In deze passage wordt ten aanzien van de crisis o.a. betoogd: „dat een deugdelijke oplossing alleen „gevonden kan worden, wanneer de regeerders worden doordrongen van het „liberale inzicht, dat ieder zooveel moge„lijk verantwoordelijk moet zijn voor zijn „eigen bestaan en dat de Staat de voorgaarden dient te verwezenlijken en te „handhaven, waaronder die verantwoordelijkheid kan worden aanvaard.” Op deze passage volgt dau een betoog, dat wij zoo spoedig mogelijk terug moeten koeren tot de vrije maatschappij en zoolang dit niet het geval is, speciaal ten opzichte van den landbouw lijdelijke maatregelen moeten nemen. Het kan o.i. zijn nut hebben naast bovenvermelde molie te plaatsen punt 6 van ons beginselprogram, hetwelk aldus ’uidt: „Op sociaal gebied moet worden uitge„gaan van het diep inde ziel der plattelandsbevolking levende besef der indivi„dueele bes tams verantwoordelijkheid. leder „dient zooveel mogelijk door arbeid, zuinigheid en overleg zijn eigen welvaart te „bevorderen. De voornaamste taak der „overheid op sociaal gebied is, te zorgen, „dat ieder de vruchten plukt van zijn eigen „streven. Inde eerste plaats dient er daar„om voor te worden gezorgd, dat de „Regeeringsraaatregelen niet de strekking „hebben, den een van het eerlijk verworpene te berooven om het anderen, zonder „dat zij zich moeite hebben gegeven, ten „goede te doen komen. In dit opzicht „wordt door onze sociale politiek in hooge „mate gezondigd. En inde tweede plaats „behoort de overheid in te grijpen, wan„neer zich toestanden ontwikkelen, die „dezelfde strekking hebben, als waarop hier „boven is gewezen, n.l. dat zij den een „onverdiend verrijken door den ander bui„ten zijn schuld te verarmen. Speciaal valt „in dit opzicht te wijzen op groote schom„medngen van het prijsniveau, welker ge„volgen voor de landbouwende bevolking „zoo noodlottig zijn, dat een overheid, die „haar sociale taak begrijpt, deze schom„melingen zich niet ongehinderd mag laten „voltrekken, inzonderheid niet, waar deze „overheid door den werkioozensteun het „loonpeil belet, zich aan de veranderde „waarde van het geld aan te passen.” Bezwaren tegen de liberale politiek. Uit het bovenstaande blijkt, dat onze i beweging op sociaal gebied hetzelfde doel nastreeft als inde boven vermelde motie is aangegeven. De vraag is echter, of de politiek, welke door den Vrijheidsbond Uit Huis en Hof verdreven Een greep uit het boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden) XXXII. •4» Het dier strekte nu de pooien en hief, den kop omhoog, een zacht gekreun aan. Koos ging staan en vond het tijd worden zijn vader er bij te roepen. Door de staldeur schreeuwde hij naar de kamer tot Sinters, om te komen. Sloters kwam en beschouwde het liggende „’t Heeft den tijd nog wei, Koos” zei hij. ’>®a maar zoolang mee inde kamer”. „Och nee, ik zal hier wel zoo lang blijvende kunt het nooit weten”, zei Koos. „Ga maar gerust mee”, hernam Sloters, „de offje is klaar. Laten we eerst maar koffiedrinken. Moeder is ook nog op; dan is het Wel zoo gezellig voor haar.” Koos zwichtte voor ds overredingskracht van zijn vader en verliet mede den stal. Inde woonkamer zat vrouw Sloters ineen "o°gen leunstoel met kussens aangevuld voor mi de tafel. Zij was weer aan de beterende and, doch men kon zien, dat ze dezen winter merk verouderd was. Mager en bleek, met mpe rimpe.s in het galaat, leek ze nu voor aar jaren oud. De tijden drukten zwaar hun «-mpei op het gelaat van de eerbare vrouw, le het in haar boerentrots te na kwam, dat "aar mande verplichtingen niet op tijd na »n komen. Ze vreesde vooral dat dit naar mten uit zou lekken en dat het geheele dorp r mede te koop zou loopan. Er waren maar amgen, die het wisten: Jaeob, haar broer, öa a„ , zou nooit verder vertellen; dan bank, maar die zou het nieuws ook niet v 1 rooien, d:e had wel zooveel gevallen en 0r j knnk was het een zakeiijk iets, dat mand aanging; de notaris, doch die zou het vj „. verklappen; Van Hameren zou het nicht gewaar worden, doch hierin zou zij berusten. 'Maar er waren nog zooveel an-

tot dusver werd gevoerd, wel de juiste is, om dit doel te bereiken.. En deze vraag durven wij niet bevestigend beantwoorden. Het willen handhaven van den vrijhandel, terwijl de voorwaarden daarvoor afwezig waren, heeft in twee opzichten noodlottig gewerkt. Inde eerste plaats heeft het geleid tot het laten doorwerken van prijsdalingen, die velen van het resultaat van hun streven beroofden. En inde tweede plaats is men, om in schijn den vrijhandel te handhaven, gekomen lot een beperking der bedrijfsvrijheid, die met de individucele bestaansverantwoordelijkheid zeer weinig strookt. W ij hebben altijd sterk den indruk gehad, dat vele leidende liberalen te ver van het eigenlijke volk en wel inzonderheid van de plattelandsbevolking staan, om te kunnen beseffen, welk kwaad zij inde hand hebben helpen werken. Wij hebben de illusie gehad, dit besef te doen doordringen. Helaas moesten wij daarbij ervaren, dat behalve gebrek aan inzicht, bij velen ook onwil om te begrijpen, waar het om gaat, in het spel is. Laat ons dit laatste nog eens uiteen zetten. Communisme of Liberalisme. Wij staan nog altijd voor de oplossing van het sociale vraagstuk, d.w.z. het verschaffen aan de bevolking vaneen redelijk bestaan en vooral van bestaanszekerheid. Twee beginselen treden daarbij op den voorgrond. Het eene is het socialislisch-communistische beginsel, dat debe- Istaansverantwoordelijkheid wil overbrengen van het individu naar de gemeenschap. Het tweede is liet liberale beginsel, dat de verantwoordelijkheid voorliet bestaan wil leggen op het individu. leder moet voor zich zelf het sociale vraagstuk oplossen en tot welvaart en bestaanszekerheid trachten te komen. En om dit te bereiken, is boven alles moedig bezit. Zonder bezit is ineen op privaat bezilt gegronde maatschappij geen redelijk bestaan mogelijk. Het is dit beginsel der individueele bestaansveranlwoordelijkheid, dat leeft in onze landbouwende bevolking en dat ! steunt op de meest eerbiedwaardige eigenschappen van den mensch. Deze crisis leert echter wel, dat dit l;e- i osei der individueele beslaaiisverantwoordeirkh i I zijn groolsten vijand vindt inde veranderingen van de waarde van het geld, zooals wij die inde laatste jaren hebben medegemaakt. En wel doordat 3eze veranderingen den een zonder moeite Inde schoot werpen, wat de ander met t rooie inspanning heeft verworven. Zal de oplossing van het sociale vraagiluk op den grondslag van het beginsel INGEZONDEN MEDEDEELINO. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten toonen. Bericht U ons even ? ?a. I. JAKOBS Hzn. – Emrnen GRATIS KNIPPEN. ere schaMeischers. Als die het gewaar weren, zouden ze aandringen op betaling, want an had haar raam geen uur crediet’ meer. aar vreesde zij lederen dag voor en dat leed weide haar het meest. Hier voelde ze zich ek van. Indien ze maar over ©enige duiden in contanten had te beschikken, zou Jar ziekte met een dag verdwenen zijn. Vaak ichtte ze in stilte: „O, dat geld, dat gakt, ch, wat mis je dat, als je liet ryet hebt”. Koos zette zich dicht bij de kachel, terwijl oters voor allen de koffie inschonk. Onder de koffie spraken ze over den tijd,, e er zoo bedroefd en onzeker voor stond, aos had het vooral over biggenmerken en Iverschetsen. De laatste hadden in het bijnder zijn belangstelling. >,Men moet straks toch weten, hoeveel kalren men houden mag”, zei hij. „Met eenige -ken gaan we weer aan het zaaien en poi, dan moet men toch weten, hoeveel groen>d men moet laten liggen. Men weet nog n niets.” >,O, dat kan nog wel komen”, sprak Sloters. «,Ja, dat zegt u altijd. Maar weet u dan hoeveel aardappels u mag poten. Van de tarwe weten we alleen waar we ons aan te -houden hebben: een derde van het land. Maar verder weten we niets: niets van de aardappelen, van de bieten, nergens wat van bekend”, mopperde Koos. „Haver”, zei Sloters. „Haver. Altijd haver. Maarde verbouw van haver kan op stukken na niet uit. Harm heeft mij verteld, dat bij hem vele boeren waren, die heelemaal geen haver meer verbouwen wilden, omdat het zoo onloonend was. Hij zelf was ook al sterk van plan om geen haver meer te verbouwen.” „Dat moet hij niet doen”, zei vrouw Sloters. „Harm moet altijd één kamp haver verbouwen. ’tls altijd gemakkelijk als je het hebt en hij kan een kamp haver gemakkelijk „op”. „Maar moeder, als hij er nu zomertarwe voor verbouwt, dat kan toch veel beter uit", voerde Koos aan. „Jawel, dat is goed. Maar als je geen haver hebt, voeder er dan maar eeas van. En koo-

der persoonlijke beslaansveraulwoorde; lijkheid mogelijk zijn, dan zal men óf moeten komen tot een vlot werkende automatische aanpassing van alle loonen, prijzen en schulden aan de waardeveranderingen van het geld, zooals Prof. Mees deze propageert. Of men zal moeten overgaan tot stahiliscering van het prijs- I niveau in overeenstemming met de bestaande loonen en schulden. 'Nu het stelsel van Prof. Mees van liberale zijde bestreden op grond van zijn onuitvoerbaarheid. Er blijft dan o.i. voor de liberalen maar één weg open: het zoodanig ordenen der maatschappij, dat men krijgt stabiliteit van het prijsniveau. En deze ordening moet rusten op nationalen grondslag. Haar te willen bereiken op internationalen grondslag lijkt ons een utopie, die althans voors- I hands onbereikbaar is. Uit het voorgaande volgt, dat de liberalen het denkbeeld van het vrije inter- I nationale ruilverkeer voorloopig wel kunnen laten varen. Houden zij daaraan vast, dan heeft o i. de liberale oplossing van | het sociale vraagstuk op den grondslag van de individueele bestaansvcrantwoordelijkhcid geen toekomst. Het liberalisme bereikt door het vasthouden aan de vrijhandelsleus alleen, dat het dén strijd I tegen het socialisme en communisme ver- I liest. Wij beweren dan ook niets te veel, wanneer wij zeggen, dat de actie van I sommige libcialen tegen den zoogenaam- 1 den landbouwsteun ten slotte deze uit- I werking heeft, dat de landbouwende bevolking haar vertrouwen inde iudividuecle beslaausverantwoordelijkheid ver- I best en haar rijp maakt voor het communisme Strijd der overheid tegen de kleine bezitters. Hoe weinig nieii hl liberale kringen van deze dingen begrijpt, blijkt ook wel sterk hieruit, dat men stilzwijgend aan- I ziet, hoe door het Departement van So-1 ciale Zaken een felle strijd wordt gej voerd tegen de individueele bestaansver-1 antwoordehjkhoid. Wij hebben hier het I oog op het feit, cl at men bij de steunver- I leening den eisch stelt, dat het bezit eerst groolendeels moet worden opgeteerd, voor men voor steun in aanmer-1 kl'ng komt. Kort gezegd komt dit hier f op neer, dat arbeidzaamheid en zuinigheid strafbaar worden gesteld en het leven van de hand inden tand als ideaal I ten troon wordt verheven. Treurig is het echter te moeten oonsta- I teeren, dat van liberale zijde zelden een I INGEZONDEN MEDEDEELING. WESTERWOLDE en Omgeving 1111 D. KLEIN Vlagtwedder Meubelhuis Uw adres voor Complete Meubileering TEL,. 43. pen in dezen tijd, al is het nog zoo goedkoop, I daar kan toch niet van komen”, vond vrouw { Stoters. „Haver moest gesteund worden”, zei Sloters. „Dat zeg ik ook" sprak Koos, „haver moet evengoed gesteund worden als het andere graan.” Uit den stal klonk gedempt gekreun. „Dat is Gerda” zei Koos opspringend, „nu zal het wel tijd worden.” Hij ging den stal in om te zien hoe het er bij stond. Ijlings kwam hij terug en riep om den hoek van de deur: „Kom gauw, d'e pootjes zijn er al.” „Drink maar eerst je koffie op”, zei Sloters, „anders is het straks toch koud.” Sloters ging nu ook naar den stal, terw> Koos vlug zijn kopje leegdronk. Inden stal was het onrustiger geworden. De koeien naast de koe, die moeder zou worden, waren opgestaan en nu lag het barende dier met de poolen rechtuit gestrekt te persen en hief af en toe een zacht gekreun aan. Uit de scheede staken twee witte stompjes ineen slijmerig vlies, waarmede het kalfje zijn komst aanduidde. „Nog vroeg genoeg” zei Stoters. „Wachten maar. Nog niets doen." „Zal ik ook nog hulp halen?”, vroeg Koos. „Nee, laat dat maar. Aan de pootjes zie ik, dat het kalf goed Ligt. Heb je touw bij de hand?” vroeg Sloters, terwijl hij de koe oritisoh opnam. „Ja, de touwen heb ik daar vlak bij u neergelegd." „Stop de grup maar • vol stroo. En werp er ook maar flink wat onder de koe” beval Sloters, „dan ligt het dier gemakkelijiker.” Terwijl Koos met strOo aan kwam dragen, sprongen alle dieren overeind, meenende dat ze weer gevoederd zouden worden. Koos wierp het stroo zoo goed als het ging onder het dier, dat daar in barensweeën lag. Terstond begon het echter in het stroo te vreten en richtte zich met moeite op zijn beenen. „Dat had ik liever niet gehad” zei Sloters, „nu houdt het weer zooveel te langer aan." Het dier bleef echter staan en vrat gretig! |

protest tegen dezen aanval op de Lndividueele bestaansverantwoordelijkheid wordt vernomen. Hieruit blijkt wel in hooge mate, hoezeer men in leidende liberale kringen den kijk op de maatschappij en op eigen taak kwijt is. Zal de liberale staatspartij niet ten doode zijn opgeschreven, dan behoort er in beide opzichten spoedig verandering te komen. Er moet komen een geheele heroriënteering op economisch gebied. Hel is zoodanige heroriënteering, welke Landbouw en Maatschappij voorslaat, en die moet beginnen met het economisch denken weer zijn uitgangspunt te doen nemen in don landbouw en inde natuur, zooals inde 18de eeuw ook de voorgangers van het liberalisme hebben gedaan. Bij die heroriënteering gaat het er vooral om twee groote gedachten te doen samenwerken. De socialistische gedachte der ordening en de liberale gedachte der individueel© bestaansverantwoordelijkheid. Bij onbeperkte vrijheid op economisch gebied is in onze tegenwoordige ingewikkelde maatschappij de individueele bestaansverantwoordelijkheid niet te dragen. Er moet komen een ordening, welke niet zoo ver gaat, dat de individueele bestaansverantwoordelijkheid in het stroo. De beide mannen Weven geduldig staan wachten op hetgeen komen zou. De koe vrat door, doch niet rustig, want af en toe stond het met den kop omhoog en een top stroo inden bek. Dan zag men weer de vlagen door het dier schieten, dian schoven de blanke kalvervoetjes wat meer naar voren, totdat eindelijk de vlaag weer voorbij was. „Ging het dier maar weer liggen” wensohte Sloters. Koos zei niets. Hij keek met aandacht naar de staldeur. Stoters zag zijn scherp spiedenden blik en vroeg: „Hoorde je iets?” „Ja, ik meende dat er „volk" geroepen werd”, zei Koos. „Nou, ga dan ©ens kijken. Je weet, dat moeder zoo moeilijk gaat.” Koos ging den stal uit om te Zien of er werkelijk iemand was. Juist toen hij de staldeur uit trad, hoorde hij veel duidelijker „Volk!” fiij ging snel naar de zijdeur en dacht: „Wie zou daar zoo laat nog zijn?” Hij opende de deur en zag bij het matte schijnsel van de ganglamp niet wie er -was. „Goeien avond” sprak de man. Koos schrok. Hij had de stem herkend. Onbewust riep hij hardop „Beukers”. „Ja, Beukers”, zei de aangesprokene. „Zijn je ouders thuis jongen?” Koos was zoo rood geworden als vuur. Hij voelde zijn ooren tintelen en gloeien. Weifelend bleef hij staan. „Zijn je ouders thuis, jongen?” herhaalde Beukers, „of hoorde je mij niet?” „Jawel, jawel”, sprak Koos hakkelend. „Pa is inden koestal en Moeder zit inde kamer." „Zoo, nou laat mij maar eens binnen”, sprak Beukers, terwijl hij Koos voorbij trad de gang in. Koos sloot de deur. Uit den stal werd nu hard geroepen: „Hé Koos, waar blijf je, ’t wordt nu tijd.” „Moet ©r een koe kalven?”, vroeg Beukers. „Ja” zei Koos en rende den ouden man snel voorbij. „Dan eal ik even meehelpen”, bood Beu-

INGEZONDEN MEDEDEELING. I COLBERT I COSTLOfSI -ff 19351 Profiteert van de „ eerste B keus” uit onze voorseizoen I aanbieding van Heren B i|| | 1 Gostuums inde nieuwe B tinten en dessins H M23.50, 11.-, 14.75, I MÉi 19o*f 300- en hooger. 9 mMj Uitsluitend prima fl ™ Kleermakerswerk fl Gebr. Röben] Laugestraat – Winschoten i

wordt opgeheven, maar toch ook ver genoeg, om het individu in staat te stellen die verantwoordelijkheid voor eigen bestaan te dragen. Wij komen hier geheel inde lijn der inden aanvang genoemde motie. De vraag is echter, of de huidige liberalen dein deze motie vervatte taak durven aanvaarden. Durven zij dit niet, omdat zij er niet toe kunnen komen, oude versleten leuzen te laten varen, dan is er o.i. voor het huidige liberalisme geen taak meer. INGEZONDEN MEDEDEELING. J. Fröling Tandheelkundige WINSCHOTEN Houdt iederen Dinsdag van 10—11 spreekuur in ’t Café BOELE GEERTS, Groningerstraat, ASSEftf Vol gebit met garantie f 50, Kliniek gebit f35. kers aan en volgde Koos. De koe lag weer en Sloters was juist bezig de kalverpootjes inde touwen te bevestigen, opdat men straks daaraan kon trekken en het dier behulpzaam zijn. Hij keek even snel van zijn werk op en was verbaasd Beukers voor zich te zien. „Wat zou die nog zoo laat op den avond hebben?” dacht hij. „Goeien avond! Ik zie, ik kom juist van pas”, zei Beukers. „Wel Beukers! Wat voert je hier nog zo» laat heen?”, kon Sloters niet nalaten verwonderd te vragen. ~0”, zei Beukers, „daar kunnen we straks wel overpraten. Laten we maar eerst dat dier verlossen, ’tls de tijd.” Sloters had inmiddels de touwen bevestigd. Beukers schoof Koos ter zijde, pakte een top stroo en lei die onder zijn knie en vatte eender touwen van Sloters aan. Koos stond als een verlegen sch o o,'jongentje achter de ruggen der beide mannen. „Koos! Pak aan”, riep Sloters, die hem een der touweinden toestak. De koe kreunde hard en het groote lichaam bewoog heftig op en neer. De kalverpootjes kwamen nu halverwege het moederlichaam uit. „Trekken”, beval Sloters. Voorzichtig en geleidelijk begonnen de drie mannen te trekken. Het dier perste als eet» blaasbalg en steunde aldoor. De kalverpootjes werden steeds meer zichtbaar, de kop van het kalf met de tong uit den bek schoot plotseling het groote lichaam uit en nu had men het jonge dier reeds voor de helft. „Doorzetten”, beval Beukers, „het moet er nu uit." Ze trokken door, de drie mannen, zoo sterk als ze waren. Het kalf kwam steeds meer te voorschijn en zat enkel nog voor het kruis, doch dat hield het meeste tegen. De koe kon haast niet meer, het dier loeide van de pijn. Daar schoot plotseling het kalf uit het moederlichaam...... Sloters boog zich over het kalf. „Wat is ’t?”, vroegen Beukers en Koos beiden tegelijk. (Wordt vervolgd).