is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 34, 28-03-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 Maart 1935. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No 34. Derde Blad.

De economische politiek onzer Regeermg. Haar consequenties, Inde Nieuwe Veldbode van 22 Maart komt onder bovenstaanden titel een artikel voor van Dr. W. H. C. Knapp, dat een zeer juist beeld geeft van de onzerzijds iederen keer aangehasldle wanverhouding tusschen de prijzen dier landbouw-I producten en het stedelijk en industrieel loonpeil. De redactie van de Nieuwe Veldbode teekent er bij aan, dat dit artikel achtereenvolgens aan verschillende groote dagbladen ter plaatsing werd aangeboden. Het heeft echter bij niet één redactie een gunstig onthaal gevonden. Men durft blijkbaar de menschen inde stad de niet te vermijden consequenties onzer huidige deflatiepolitiek nog niet gedrukt voor oogen te zetten, concludeert de Red. terecht. Zoo is het inderdaad. Men speelt struisvogelpolitiek en zal later daarvan de wrange vruchten plukken. Maar we geven verder het woord aan Dr. Knapp Red. L. en M De economische (deflatie-) politiek onzer re geering is onder anderen gericht op het bren gen van de prijzen der landbouw voortbrengselen op het peil van vóór den oorlog, hetgeen met zich medebrengt, dat ook die inkomsten van werkgever en werknemer op boerderij en tuinderij zich aan dat peil zullen aanpassen. Dat met het doorvoeren van deze economi sche politiek een streven naar het verkrijgen Van prijzen van diensten en producten in andere bedrijven op hetzelfde peil hand in hand moet gaan, is duidelijk. Het laten voortbestaan vaneen prijspeil in andere bedrijven en beroepen belangrijk lager of hooger dan in 1913 het geval was, is een economische onmogelijkheid, daar dit een sterke verbreking zou beteekenen van het evenwicht, dat var nature (d.i .bij vrije mededinging) ineen gezonde maatschappij tusschen de drie groote takken van volkswelvaart: landbouw, nijverheid en handel, bestaat. Verbreking van dat natuurlijke evenwicht beteekent werkloosheid verlaging der werkelijke loonen, salarissen, winsten e.d., algemeene verarming, enz. Wij laten bij onze beschouwing dus In het midden of de door de regeering gevolgde economische politiek van kunstmatige aanpassing aan de prijzen, welkte in 1913 voor diensten en goederen golden, de juiste is, dan wel of aan een andere oplossing der huidige moeilijkheden op economisch gebied de voorkeur moet worden gegeven. Velen meenen bijvoorbeeld, dat een kunstmatige aanpassing van het landelijke loon- en prijspeil aan het stedelijke wenschelijk is. Anderen bevelen een dergelijke aanpassing op den levensstandaard van 1900 of nog vroeger aan. Weer anderen leggen den nadruk op manipulaties met het geldwezen (zooais tegenwoordig met een deftig en diplomatiek woord een handeling wordt genoemd, waartoe in ,eeuwetl vorsten overgingen wanneer I geWverlegenheid zaten), kunstmatige vergrootmg der werkgelegenheid door het uitzetten van het crediet (credlet-lnilatiie), enz. Tegenover al dezen staan zij, die door herstel der vrije prijsvorming in alle beroepen en bedrijven een natuurlijke aanpassing bepleiten. Maar deze uitweiding slechts terloops. Zooais gezegd, nemen wij aan, dat onze regeering met haar gereglementeerde staatshuishouding of pLanhuisihouding op den goeden weg is en dat zij onder de huidige omstandigheden niet anders handelen kan. Wij hebben dan na te gaan, in hoeverre de genomen, reeds tamelijk ingrijpende, maatregelen tot het gestelde doel hebban geleid en Welke verdere consequenties de tot dusver

gevolgde politiek met zich medebrengt. Wij hebben daartoe uit verschillende bronnen cijfers verzameld, betrekking hebbend op prijzen van enkele diensten en producten in 1913 en thans. Niet altijd is het cijfermateriaal volkomen vergelijkbaar, dat stellen wij uitdrukkelijk voorop. Om een voorbeeld te noemen, treft men onder de verschillende ambachten (alle uitgeoefend te Amsterdam) aan wagenbestuurders en conducteurs van de gemeentetram in genoemde stadia. In 1913 nu was de werkweek 54, thans 48 uren, terwijl de pensioenaftrek eveneens sedert den oorlog veranderd is. Voorts bestonden in 1913 minimum- en maximum-weekloonen (waarvan we het gemiddelde genomen hebben) en zoo is er meer. Het is dus m.a.w. best mogeiifk, dat deze of gene cijfers vindt, welke eenigszins van de onderstaande afwijken, maar dat feit doet aan de strekking van het betoog niets af. De prijzen van diensten en goederen zijn alle op 1913 als 100 berekend. Dienst of product 1913 1934 + minister 100 160 1.6 Tweedekamerlid 100 250 2.5 timmerman 100 212 2.1 metselaar 100 212 2,1 sjouwer 100 217 2.2 wagenbestuurder 100 200 2.0 conducteur 100 204 2.0 landarbeider 100 145 1.4 landbouwproducten (grootendeels gesteund) 100 70 0.3 boter (vrije markt) 100 29 0.7 tarwe (vrije markt) 100 48 0.5 rit tram Amsterdam 100 220 2.2 porto (drukwerk) 100 300 3.0 Wie bovenstaand statistiekje bestudeert, zal terstond opmerken, dat alle stedelijke beroepen en diensten thans belangrijk hooger gehonoreerd worden dan vóór den oorlog het geval was: 2en 2.5 maai hooger is geen uitzondering, maar regel terwijl de arbeiders op de boerderij slechts weinig meer verdienen dan in 1913. Aan den anderen kant zijnde prijzen der landbouwproducten op de wereldmarkt veel lager dan vóór den oorlog en blijven de prijzen dezer voortbrengselen niet onbelangrijk onder het peil van 1913, zelfs met den regeeringssteun van rond 200 millioen gulden per jaarl Nu willen wij allerminst betoogen, om maar één voorbeeld te noemen dat het salaris vaneen minister van ruim f14.000 te hoog is, gezien het feit dat het ministerambt het hoogste inden staat is en het werk er sedert 1913 zeker niet gemakkeiijker op geworden is. Maar waar de regeering zelf zegt aan te sturen op prijzen van diensten gelijk aan die van het jaar 1913, zal aan een verlaging der ministerssalarissen niet te ontkomen zijn. Een verlichting van ons budget beteekont een verlaging met een 30 pot. natuurlijk niet, daar de te besparen f50.000 in het niet verzinken in vergelijking met de honderden milliioenen der staatsbegrooting. De moreels kant van deze verlaging eChter is niet te onderschatten, daar ieder de door de regeering voor te schrijven verlagingen van salaris of loon veel gemakkeiijker zal aanvaarden, wanneer de ~'hoogeren” in dat opzicht een voorbeeld geven van hetgeen zij zeggen na te streven. Wij zullen het bij deze ééne opmerking laten, daar de cijfers voor zichzelf spreken. De conclusie er uit is, dat er nog heel wat door de regeering te regelen valt. Het fundament van haar planhuishouding is nauwelijks gelegd. Zoo zal zij op de één of andlere wijze hebben zorg te dragen voor verhooging van het cijfer 70 der landbouwproducten op 100, waarbij hoogstwaarschijnlijk aan een drastische inkrimping en een wijziging der agrarische productie niet te ontkomen zal zijn. Aan den anderen kant zal zij tot een geleidelijke, maar niet onbelangrijke salarisvermindering van ministers, kamerleden e.d. moeten overgaan en

mogelijkheid bepaald eu beperkt, wat d( noodzakelijke consequentie medebrengt dat wij onzen invoer daarmee zooveef mogelijk in overeenstemming moeten brengen. Immers ingevoerde goederen moeten worden betaald met uitgevoerdc producten. Ligt dat laatste aan banden, dan kan bet eerste niet bandeloos doorgaan, zonder onze handelsbalans hopeloos inde war te brengen. Hiertegen verzet zich ’s lands belang, waardoor de Overheid is verplicht regelend en ordenend op te treden. Geen ander leidend beginsel kan aan dergelijke överheidsbemoeiïng ten grondslag liggen dan het inde hand werken vaneen productie, die zooveel mogelijk op eigen behoefte is ingesteld. Het is het eenige middel om den invoer te kunnen beperken, waardoor we minder aan anderen hebben te betalen,, waardoor we van de weeromstuit bij onzen noodzakelijken uitroer ook minder afhankelijk zijn. Een groot onderscheid tusschen het heden en het verleden, dat we bespraken, is er ontegenzeggelijk. Toen wilden anderen wel alles hebben, wat we zouden willen uitvoeren, doch wat wijzelf dringend behoefden, dat wilde men ons slechts in beperkte mate afstaan. Daardoor werden wij gedwongen om te trachten daarin zelf zooveel mogelijk te voorzien, wat maar beperking moest opleggen aan onzen uitvoer. Thans willen anderen wel alles aan ons leveren, wat wij noodig hebben en zelfs goed koop er dan wijzelf het kunnen producecren, maar men wil niet, dat wij dit dan met onjz© goederen naar keuze zullen betalen. Deden wij dit laatste desondanks toch, dan zouden verschillende binnienlahdsche bronnen automallsch builen werking worden gesteld, oa, onze grond zou braak komen te liggen. Een vierde deel onzer bevolking zou daardoor zonder overgang, direct en wellicht nog een paar millioen I landgenooton indirect, op staatszorg zijn aangewezen, dus praclisch hierop neerkomende, dat de eene helft onzer bevolking de andere helft zou moeien onderhouden. Ziehier een mogelijkheid, die de K.v.K. van Rotterdam inde door haar uitgegeven beruchte brochure in stands belang achtl Zou die Rotterdamsche gewenschte mogelijkheid ook kunnen uitvloeien uit nog een ander verschil, dat bestaat tusschen den oorlogstijd en het heden, omdat toen de stedelijke bevolking, de consument, aan alles te kort had en zelfs bij overvloedige verdienste armoe leed en nu slechts het platteland, de producent, de boer, crepeer l? ♦ ♦ ♦ Voor de afdeeling Rotterdam van den Vrijheidsbond sprak Maandag 18 dezer de heer Th. Liglhart, oud-directeur van die Javasche bank over: Exportlanden ineen autarkische ' wereld. Volgens den spreker is in die economische politiek der liberalen vooral het invoeren van belang, het uitvoeren komt pas op de

INGEZONDEN RIEDEDEELING. I ffieeren § Zoekt U iets fijns, probeert IJ don eens I .VOS SEN-BREUERS-SIG AREN I Prijzen vanaf 3 tot en met IS cent. i Beleefd aanbevelend, | J- E. TULLEKEN v/h W. J. TULLEKEN I Langestraat 20 – Telef. 264 – WINSCHOTEN.

tweede plaats. Wanneer dus door liberalen.' mond wordt gezegd, dat Nederland export, land is, dan wordt daarmede bedoeld, dat Nad erfland veel moet invoeren. Export is er alleen om den import te kunnen betalen. We moeten trachten zoo goedkoop mogeHjk in te voeren, maar levens pogen om onzen uitvoer zoo duur mogelijk te verknopen. Nu doen we precies andersom, zegt de spreker. Onze Regeering koopt zoo duur mogelijk en voert zoo laag mogelijken prijs uit. Het Nederlandsohe volk in zijn geheel immers neemt het verlies. Het zou moeilijk zijn alle steunmaatregelen ineens te laten varen, doch we moeten steeds in het oog houden er voortdurend op bedacht te zijn zoo spoedig mogelijk van die maatregelen af te komen. Een tweede liberale stelregel is: consumentenbelang gaat vóór producentenbelang. Spreker verzet zich niet tegen den steun, maar tegen de wijze, waarop deze wordt verleend. Selectie, opruiming zou moeten toegepast zijn. De regeering gaat echter uit van het standpunt, dat de boer zijn prijs moet halen. Waarom hij alleen? En niet de winkelier, de industrieel? Spreker vraagt waarom bijv. ineen tijd van crisis als deze dte tarwebouw zoo moet worden uitgebreid? Het buitenland kan toch veel goedkooper tarwe produceeren dan Nederland. Spreker critiseert in dit verband ook de instelling van de hypolheekcommissies als een geweldige onbillijkheid. Waarom moet de boer gespaard blijven, ais hij niet aan zijn verplichtingen kan voldoen? Het gaat todh niet om den boer, doch om het instandhouden van het productie-apparaat! Er zijn nu eenmaal eenige bedrijven, die behooren te verdwijnen. Spreker zette in dit verband zijn bekende opvattingen omtrent de bietsuiker en de rietsuiker uiteen. De voorzitter, Mr. J. Drost, heeft den spreker dank gebracht voor zijn welsprekend woord. Nergens voelt men de gevolgen van het verlaten van het liberale systeem zoo sterk als „hier in deze stad”. Het is onze plicht roo hard mogeiijik te strijden voor liqu'dafie van onze steunmaatregelen. Ziehier het „goede beproefde liberalisme” met zijn „economische wetten” en ..elementaire waarheden” in zijn volle naaktheid en in zijn volle wreedheid. Geen sprankje van gevoel spreekt er uit, nog veel minder is er sprake van eenig aanvoelen van de ellende, die speciaal in onzen kleinen boerenstand wordt ge«eden. We willen niet in conflict komen met onze Red., vandaar, diat we onze laatste woorden, die we op die tong hebben, inslikken! J. W. INGEZONDEN MEDEDEELING. J. Fröling Tandheelkundige WINSCHOTEN Houdt iederen Dinsdag van 10—11 spreekuur in ’t Café BOELE GEERTS, Groningerstraat, ASSEiV Vo! gebit met garantie f 50. Kliniek gebit f35.

Uit Huis en Hof verdreven. Een greep uit hel boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden) XXXIV. „Wat is nu je plan Beukers?”, vroeg vrouw Sloters. „Plan? Plan? Er is toch zeker geen ander Plan, dan hen zoo spoedig mogelijlk te laten trouwen?”, zei Beukers, weer driftig wordend. ,Ja, maar blijf nou eenis bedaard man. Ik bedoel, ze moeten toch onderdak hébben” verduidelijkte vrouw Stoters hem. „Wél, ze komen bij mij in”, sprak Beukers beslist. „Ik héb maar één kind en dat wil ik «'iet missen. Daarbij, ze is nog jong en jouw jongen is ook nog jong genoeg. Ik kan er best een jonge kracht bij gebruiken; hij zal ,atl onder mijn leiding staan en ais hij later eröl genoeg is, wel, dan aanvaardt hij de heéle boel.” „Maar als ik er ook eens zoo overdenk, . eukers. Ik kan Koos ook best gébruiken, aa.rbij zou de hulp van Martje mijn vrouw sst te pas komen” zei Sloters, Hij meende CQhter niet wat hij zei. jj «Niks daarvan”, zei Beukers. „Je jongen amt bij mij. Die boerderij wordt later de .me, daar hoort hij dus thuis. Maar we zuld„ daar no'? wel eens overpraten. Ik wil nu en longen nog eens even zien.” dunkt, hij zal zoo komen” beweerde hls &rS’ hoorde hem juist met den emgo,L,rTmellen en de p'omP gmg ook- In ieder het melken beeft hij gedaan.” ark olijk kwam Koos schoorvoetend de ka- I

" mer binnen. ~Nu, en gaf de koe nog al wat?” vroeg Beu"ers> zich naar hem toewendende. nJa, dat ging best. Stellig wel tien liter”, ■ zei Koos. „Zoo! Dat is goed voor de eerste maal. Maar nu heb ik nog wat anders”, zei Beukers opstaande en naar Koos toegaande. »Jij kereltje, moet mijn dochter trouwen. Morgenavond verwacht ik je bij mij aan huis en dat moet niet overgaan hoor! Versta je?” »«ïa”, zei Koos met bedeesde stem. ..Goed. Af gesp,rok en dan. En den volgenden winter ga je naar de lidmaten--catechisatie. Ja moet lidmaat van de kerk worden, dat behoort zoo in Beukers’ familie.” Koos zei niets, maar vrouw Sloters vond dat dat best kon. Nu nam Beukers afscheid. Buiten was het donker, zoodat men haast niets zien kon. Sloters beval Koos om Beukers naar den weg te geleiden, desnoods maar mee aan Beukers’ huis toe. Dat vond Beukers niet nood.ig en Koos was blij dat hij zijn aanstaanden schoonvader op den weg had. XIII. Eenige dagen later was het een publiek geineim, dat Koos Sloters trouwen, zou gaan met Martje Beukers. Men benijdde. Koos, omdat deze zich de beste partij uit flet dorp had uitverkozen en vele jongens, die eigenlijk ter wille van Martje trouwe kerkbezoekers waren, staken het voor hem ook niet onder stoelen en banken, doch lieten hem het duidialijk voelen. De zoon van Van Vemelen, wiens vader ouderling inde kerkwas, en eveneens eenig kind, zooals Martje, had zich altijd met

wetten in het leven dienen te roepen, waardoor het haar mogeiijk wordt prijzen van diensten en artikelen in bedrijven buiten dien landbouw in eenige étappes, verdeeld overeen periode van bijvoorbeeld 3 jaren, op het peil van 1913 terug te voeren, zoodat ook in die bedrijven een aanpassing der inkomsten van werkgevers en werknemers in analogie met den landbouw kan plaats hebben. Wettelijke bepalingen inzake vaststelling van pachten, Huishuren e.d., alsmede verlaging van publieke i lasten zullen evenmin achterwege kunnen blij- j ven. Door middel vaneen wet op het algemeen verbindend en onverbindend verklaren van ondernemersovereenkomstan zal de overheid in staat gesteld kunnen worden de prijzen van producten en diensten geleidialijk tot het vóóroorlogsohe peil terug te brengen! Halverwege, dat is aanpassing alleen van de prijzen van landbouwvoortbrengselen op het peil van 1913, kan de regeering niet halt houden. Vaneen krachtige nationale regeering a's de onze mag men ook de consequenties van die door haar gekozen economische politiek verwachten. Zou zij die consequenties niet aanvaarden, dan blijft de groote disharmonie tussohen de drie voornaamste takken van volkswelvaart : landbouw, nijverheid en handel, bestaan, welke disharmonie op den duur tot een algeheeie ineenstorting van ons economisch leven moét leiden! Rotterdamsche Klanken. In oorlogstijd was de voortbrenging en ook de verdecling van goederen door de groote stoornissen in het internationaal verkeer inde war geraakt. Daardoor kwamen, deze onder leiding der Overheid, in ’slands belang. Onder normale omstandigheden spitst de producent zich op de voortbrenging van die producten, welke voor hem de grootste ruilwaarde hebben, hem de grootste winst geven. Door deze methode van voortbrenging wordt de kapitaalvorming bevorderd. Met de voorziening inde plaatselijke behoefte wordt geen rekening ge-, houden. Maar deze wijze van voortbrenging onderstelt een ongestoord internationaal ruilverkeer. Toen dit grootcndeels werd stopgezet, toen zelfs de, aard en de hoeveelheid van in- en ui (gevoerde goederen ons van buitenaf werden aangewezen, toen was wijziging van systeem onafwijsbaar. Wij konden niet meer invoeren, wat wij het meest noodig hadden en wij konden niet meer uitvoeren, wat wij het best konden missen. Daardoor waren wij gedwongen om zelf zooveel mogelijk in dg"n behoeften Ie voorzien. Die Overheid wees aan, welke voortbrenging het meest was in ’slands belang. Zij dreef den producent iu die richting door garantieprijzen, zelfs door premies. Het Nederlandsclie volk aanvaardde die noodzakelijke consequentie. Evenwel niet zonder morren en zonder grieven. Tal looze handelaren b.v. gevoelden zich in hun bestaan bedreigd door hun afhankelijkheid van de willekeur van ambtenaarswege. Anderen vreesden, dat die Vèr doorgevoerde regecringsmaatregclen zouden voeren tot een bestendigden socialist}!1 sclicn staat. Dergelijke nieeningen kwamen inde Tweede Kamer tot uiting, maar zoowel de een als de ander zagen de noodzakelijkheid er van iu, al pleitten beiden voor een niet langer dajn strikt noodzakelijks instandhouding♦ * * De hcdendaagsche lijd heeft veel overeenstemming op economisch terrein met het tijdvak gedurende den oorlog. Vast staat, dat we weinig of geen zeggenschap hebben over den aard en de hoeveelheid van goederen, die we meenen te kunnen missen en dus aan anderen in ruil willen afslaan. Hiermede wordt onze betalings- INGEZONDEN MEDEDEELING. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten toonen. Bericht U ons even ? Fa. I. JAKOSS Hzn. – Emmen GRATIS KNIPPEN. de stille hoop gevleid, eens met Martje te zullen trouwen. Dan zou hij verreweg later de grootste grondbezitter >Van het dorp zijn. En nu was daar die Koos Stoters gekomen, „zoo’n lichtmis” nog wei, zooais hij hem noemde,, en stak hem de loef af. Weg waren nu al zijn luChlkasteelen en toekomstplannen; hij was er zoo door ontsticht, dat hij in het vervolg tegen Koos, „die heiden”, geen mond meer open deed. Er waren ook vele moeders in het dorp, die groote zoons hadden, dje haar hoopvolle verwachtingen eveneens plotseling in rook zagen vervliegen. Ondertusschen trok Koos ziCh van de menskien heel weinig aan. Het was nu eenmaal gebeurd en verder zat er niets anders op, dan met Martje te trouwen. Hij zag daar niets tegen op en zou het met haar wel best kunnen vinden en hij wist, dat Martje hem ook wel neet gaarne moöht. Minder mooi leek het hem dat hij bij zijn schoonouders zou inwonen; hij kende de ouders nog niet zoo goed, doch hij wist dat daar een heel' andiere geest heerschte dan bij hem thuis. Hij was dan oök schoorvoetend dien avond na Beukers’ bezoek op stap gegaan naar zijn toekomstige schoonouders. Zijn hart had meer dan gewoon geklopt, toen hij de woonkamer betrad, doch toen hij een glimp van verstandhouding uit Martje’s oogen had opgevanigen, was zijd angst gekalmeerd- Bij zich zelf had hij gedacht: „Ik ben straks Martje’s man, dus moeten haar ouders mij ook als hun kind beschouwen en kunnen ze niet altijd boos op me zijn”. Hij had dien avond dan ook meer het gevoel vaneen schooljongen, die iets kwaads bedreven had en daarom bij den meester voor de klas moest komen. Na de berisping zou het heele geval 1 wel afgeloopen zijn.

s====s^====^==^^=a Hij was er dan ook recht verwonderd' over geen berisping te hooren; integendeel het was zelfs een heel gezellige avond geworden. Beukers vroeg hem bet honderd uit over de boerderij, het vee, het werk en wat er nog meer was. Koos vond, hij, had in geen tijd zooveel gepraat. Vrouw Beukers informeerde over de familie en toen Koos zoowat uitverteld was, was Beukers over zijn bedrijf begonnen en over den ouden tijd. De koffie was opgeruimd geworden en Koos had er voor bet eerst zijn borreltje gedronken. Tenslotte was het bedtijd geworden en de oude lui gaven hem zooveel te kennen, dat ze wel naar bed wilden. Koos meende nu te moeten opstappen, doöh Beukers zei tot hem, dat aüs hij nog wat met Martje napraten wilde, daar nu geen enkel bezwaar meer tegen was. Meteen had vrouw Beukers afgesproken om zijn ouders den volgenden avond te komen bezoeken, daar vrouw Stoters todh nog niet op avond uit zou kunnen gaan. Koos had zidh dat goed' inde ooren geknoopt en hij-wist nu wel', waar hij dien avond zijn z0u.... De tijd ging voort en van dag tot dag naderde men meer het voorjaar. De werkzaamheden op het land kwamen weer opzetten. Vol ijver toog Koos dit voorjaar aan het werk, omdat dit wel het laatste zou zijn dat hij zijn vader helpen kon. Beukers had voet bij stuk gehouden en wilde Koos met alle geweld bij zich in hebben. Sinters begreep wel, dat hij daar maar in berusten moest, ofschoon hij Koos heel best. gebruiken kon. Men was overeen gekomen dat Koos en Martje ©en week nadat het geval ruchtbaar was geworden, maar in ondertrouw moesten gaan en dan met veertien dagen maar moesten trouwen. „Hoe eer-

1 ■ —*-—” der hoe beter”, had vrouw Beukers gezegd:. ; Stoters had toen geopperd, dat hij Koos juist tegen de drukste werkzaamheden zou missen, doch daarop had Beukers hem gerustgesteld en gezegd, dat Koos dit voorjaar het werk bij hem gedaan modht maken. Hier had Sloters niets tegen in kunnen brengen en hij moest dus maar zien met Mei een andere arbeidskracht te Winnen. Hij had wel al iemand op het oog, nJ. Kool, zijn ouden arbeider. Kooi had hem jaren gediend, doch door de crisis had Stoters hem zijn ontslag moeten geven. De arbeider had er niet leniger meer af gekund en Sloters moest nu zeil de handen maar meer uit den mouw steken en Koos, ofschoon die genoeg deed, moest ook nog maar wat meer aanpakken. Maar als Koos weg ging, dan moest er hulp bijgeihaald worden. Kool zou wel gaarne willen, zou misschien ook niet te veel loon vragen, want hij was op het steunfonds aangewezen. Voor de werkverschaffing kwam hij niet in aanmerking, daarvoor had hij het nog te goed, omdiat hij ©en eigen huisje met een stuk land bezat. Dat moest hij maar eerst opmaken ©n als hij de handen heelemaal leeg had, mocht hij wel weer terugkomen. Sloters had het wel goed gezien, want toen hij Kooi op een avond bezocht en hem het voorstel deed, maar weer vast bij hem in loondienst te komen, kreg de man tranen van vreugde inde oogen. Zijn vrouw was wel zoo gelukkig, dat ze tenslotte in snikken uitberstte, toen ze Sloters vertellen ging, in welke kommervolie omstandigheden zij waren komen te verkeeren, nadat Sloters haar man „op de keien” had gezet. (Wordt vervolgd).

INGEZONDEN MEDEDEELING BAROMETERS Rond model – Schaal 110 m/m Prima werk – Solide kast Met volle garantie p franco per post . , 3 vjIQ. JOH. REPKO – Winschoten

In vele dorpen en steden wordt reeds uitsluitend melkbrood gebakken. Kan men dit van Uw dorp ook zeggen? Indien dat nog niet het geval is, helpt dan mee door uitsluitend melkbrood te vragen.