is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 35, 04-04-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 35 3e Jaarg. 1535 ||

Sü Donderdag 4 April

I OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ Weekblad onder redactie van het Dageljjkseh Bestuur. Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ – Tel. 17 – Ruinerwold (Dr.) Rlle advertenties aan Qnukkenj J fl. Boom & Zn. te Meppei – Abonnementsprijs voer leden f 1.50 p. jaar. Niet-leden f 2.50 I

De Almachtige gaf ons den bodem; Hij gaf ons het hoofd om te denken en de handen voor den arbeid en Hij prikkelde ons door de hehnefte 'i . . menschheid ontwikkeld, zoo werd en bleef de landbouw de grondslag van ons maatschappelijk levend Z°° WCfd d°°r der eeuwen looP d» ‘ (Mr. P. DIELEMAN Nov. ’3O).

Dit nummer bestaat uit tien bladzijden. EERSTE BLAD. Officieele mededeelden. De heer De Lange spreekt: 6 April Koekange. 8 April Overschild. 9 April y.ra. Tjallebert 9 April ’s avonds Mijdrecht. 10 April Hilvarenbeek. 11 April Edam. 12 April Schipborg. 13 April Oldekerk. ♦ * * Leidraad bij de verkiezingen In ons orgaan, dat 11 April verschijnt; zal worden opgenomen het politiek advies aan de. leden voor de as. te houden Statenverkiezingen. ♦ * ♦ Radiolezing. Op Donderdag 25 April des avor's van halfacht tot acht uur, zal de heer ~ Smid een voordracht houden voor d A.V.R.0.-raicrofoon over: De verhoudinf tusschen landbouw en industrie. We twijfelen er niet aan of onze leden zullen trachten bij hen zelf of bi anderen naar ons aller adviseur te luisteren. Daarnaast wekken wij alle» op ook anderen tot luisteren aan te sporen. Drentsche Boerenbond. . Verwijzende naar de advertentie in ons vorig nummer en de onder deze rubriek gedane mededeeling, wekken wede leden van den Drentschen Boerenbond krachtigl op de jaarvergadering te bezoeken. De politieke leidraad zal hun °m. daar worden toegielicht. De afgevaardigden worden verzocht aan öen ingang der zaal hun geloofsbrieven ingevuld af te geven. DE SECR. P.S. Hoofdbestuursleden uit andere provincies zijn natuurlijk van harte welkom. Afdeeling Groningen Nationale Bont. Op Vrijdag 29 Maart heeft bovengenoemde afdeeling ©en vergadering gehouden in „De Pool” te Groningen. Onder de ingekomen stukken bevonden zich enkele aanvragen om geldelijken steun ingevolge extra kosten door groote vergaderingen. Hierop werd althans Voorloopig afwijzend beschikt. Ter. tafel komt dan het voorstel van net Dag. Bestuur om te trachten een gecombineerde vergadering te doen plaats vinden, van de verschillende besturen van de landbouworganisaties en het bestuur van den Groninger Bond. Ren uitnood iging zal worden gezonden ®fn de Gron. Mij. v. Landbouw, den veenkol. Boerenbond, den Groninger Zui-Velbond en den C.8.T.8. Ingevolge rooster van aftreding van het Dag. Bestuur wordt de heer Van Bruggen te Warffura herkozen met algemeehe stemmen. Een belangrijk punt van de agenda, ■ • onze houding bij de a.s. verkiezing voor de provinciale staten, komt dan ®an de orde. Het hoofdbestuur zal zeer innenkort een aparte vergadering beleggen teneinde de candidatenlijsten in °nze provincie aan een bespreking te onderwerpen. Uit de beraadslagingen valt te concluoeeren, dat de sprekers van de politieke Partijen het platteland in hun netten jachten te verstrikken. Hiertegen zal ook e Groninger afdeeling evenals de Natio-Me Bond Landbouw en Maatschappij elve zich weten te wapenen. Nadruk.e vjk worde er op gewezen, dat het oofdbestuur beeft kennis genomen van e rede van den heer H. Westers, uitgesproken te Grijpskerk, en het gezegde aa hem sterk afkeurt, besproken werden ten slotte nog de sulfaten en de wijze waarop de projganda voortgezet zal worden. Het financieel verslag werd uitgebracht °r den heer Dinkla van Wiedderveer. (Zie vervolg Off. Med. 2e Blad, 2e pag.

Sociale bezwaren tegen de conversies. ** ** Eender hoofdpunten van ons program is een sociale politiek, welke vooral hen steunt, die door eigen inspanning tot welvaart en tot bezit trachten te komen. Wij meenen, dat men alleen langs dien weg tot een redelijke oplossingl van het sociale vraagstuk kan ko|- men. En wij betreuren het, dat de overheid dit niet blijkt in te zien. Als voorbeeld van dit gebrek aan het juiste inzicht hebben wij reeds herhaaldelijk gewezen op het te zeer laten doorwerken van de prijsdaling en op de behandeling van kleine bezitters bij den werkloozensteun. Thans willen wij stilstaan bij een derde voorbeeld, n.l. de conversies van staats-, provinciale en gemeentelijke leerlingen. welke zeer waarschijnlijk neerkomen op een heffing ineens van 20 ü 30 pet. niet inde eerste plaats van g'roote, maar vooral van kleine vermogens- Ons bezwaar geldt niet zoozeer de conversies zelf als wel de voorwaarde p, waaronder de leeningen worden gesloten. Deze voorwaarden zijn oi. zeer ©enzlijdig in het voordeel der gcldLocncndq lichamen en in het nadeel der geldgevers. Inden regel toch is bij die voorwaarden bepaald, dat de staat, de provincie of do gemeente zich het recht de leening te allen tijde af te lossen,, doch dat de geldgever zijn geld eersl na jaren zal terug ontvangen. Wat is hiervan het gevolg? Als de overheid leent tegen oen hooge rcinte, gaat zij, indien de rentestand daalt, zoo spoedig mogelijk tot conversie over. Zij stelt de leening aflosbaar, om tegen lagere rente een nieuwe leening aan te gaap, j waarin de geldgevers noodgedrongen moeten deelnemen, vooral ook doordien zij niet georganiseerd zijn. Enkele jaren geleden werd geleend togen 6 pet. Toen de rentestand tot 5 pet. daalde, werden de 6 pet. leeningen gccouvertcerd in 5 percents. Toen de rentestand verder daalde, werden de 5 pertcents-leeningen omgezet in 4 percents. En thans ziet men reeds conversies togen 31/2 pet. Maar wat zal gebeuren als aanstonds, wat zeer waarschijnlijk is, de rentestand weer stijgt van 3V2 tot 5 a 6 pet.? Dan zal de belegger niet het recht hebben to eischen, dat zijn 3Va percents obligatie wordt verwisseld tegen een van 5 a G percent. Hij kan evenmin zijn geld opvorderen, want de overheid is eerst tot aflossing verplicht volgens een over 40 a 50 jaar of langer loopend aflossinjgsplan. Het gevolg daarvan zal zijn, dat de koers van zijn 31/2 percents obligaties zal dalen van 100 pet. tot b.v. 70 pet. Of met andere woorden: de geldgever zal 30 pet. van zijn geld kwijt zijn, indisn hij dit voor de uitloting moet opvragen. Eu hiervan worden vooral de kleinere beleggers de dupe, daar zij’t spelletje, dat met hen gespeeld wordt, niet doorzien en zoo zij het al doorzién, er toch min of meer hulpeloos tegenover staan door het ontbreken van voldoende gelegenheid om hun geld anders te beleggen. Brengen zij hun geld bij een gewone solide bankinstelling, dan ontvangen zij V* 5 i/a pet. ’sjaars, d.i. ongeveer niets. Van de zijde dier banken is men terecht voorzichtig. Men kan alleen behoorlijke rente maken door obligaties te koopen, maar kan, wat zeer begrijpelijk is, het risico, dat deze obligaties bij stijging van den rentevoet belangrijk in waarde dalen, niet loopen. De eeuige toevlucht, welke den geld-

De opvoeding moet zich richten o/ de ontwikkeling der persoonlijkheid INGEZONDEN MEDEDEELING. vmt mm&m.... Faleon en Big-Beu. Fa. B. HEUDINK Winschoten. bezitter ten dienste staat, die niet bereid is tot conversie, het geld niet op hypotheek wil zetten of er vast goed voojr koopen en toch ook niet renteloos wü laten liggen, vormen de spaarbanken en daaraan verwante instellingen. Men ziel dan ook, dat zeer veel geld hjij spaarbanken wordt ondergebracht, dat geen spaargeld is en dat weer zal worden opgevraagd, indien de rentestand stijgt, Gevaarlijke gedragslijn dei spaarbanken. Blijkbaar begrijpen de besturen der spaarbanken, die zich hiertoe leenen, niet, welk gevaarlijk spel zij spelen. De moeilijkheden, waarin de spaarbanken anders reeds zullen komen bij stijging van den rentestand, zullen er in buitengewone mate door worden vergroot en in vele gevallen tot een catastrophe moeten leiden. Laten wij dit door het volgende voorbeeld aantoonen. Daar is een spaarbank, die aan spaargelden meest geld van kleine menschen een bedrag van f 400.000 onder zich heeft en beschikt over ©en reserve van f 40.000. Deze f 440.000 is door conversies langzamerhand belegd in 3y* pet. obligaties. Nu stijgt de rentestand van 3Va pet. tot 5 h 6 pet., wat ten gevolge heeft, dat de koers der obligaties daalt tot b;v. 70 pet. De bezittingen der spaarbank hebben dan nog slechts een waarde vajn f308.000 terwijl aan de inleggers verschuldigd is f4OO 000. In plaats vaneen reserve van f4OOOO is er dus een tekort van f92.000, zoodat de spaarbank, indien de inleggers alle hun geld gingen op vragen, niet aan haar verplichtingen zon kunnen voldoen. Wanneer men alleen met spaargelden te doen heeft, en def inleggers de situatie niet kennen, zullen zij hun tegoed echter niet opviragen ©n bestaat de mogelijkheid, dat de zaak ten slotte weer terecht komt. De brengst der obligaties is voldoende om de lage spaarbankrenle te betalen en een latere daling van den rentestand met daaruit voortvloeiende koersstijging brengt misschien de waarde van het ber zit weer op peil. Met dit al is de toestand van deze spaarbank niettemin gevaarlijk. Hij wordt echter hopeloos, indien die spaarbank veel geld tot zich trekt, dat alleen gebracht wordt, om het tijdelijk te beleggen en dat zal worden opgcivraagd, zoodra de eigenaar het weer zelf moet gebruiken, of het op veilige wijze anders kan beleggen. Veronderstellen wij eens, dat de bovenbedoelde spaarbank ook nog f ‘lOO.OOO op deze wijze tot zich' trekt. Zij beschikt dan met de f40.000 reserve overeen bedrag van f840.000. Veronderstellen wij verder, dat dit betdrag is belegd in 31/* pet. obligaties, die bij stijging van den rentestand in koers tot 70 pet. dalen. De totale waarde der beizittingen zal dan slechts f5BBOOO bedragen. De stijging van den rentestand zal echter tevens ten gevolge hebben, dat de f400.000, die voor tijdelijke belegging is aangebracht, wordt opgevraagd. Als de spaarbank dit geld uitbetaalt, blijft er

slechts f 188.000 over, terwijl de spaarbank jegens de eigenlijke spaarders een totale verplichting heeft van f400.000. Een tekort alzoo van f212 000. zoodat de bank hopeloos is vastgeloopen en ook een latere koersstijging de situatie niiet meer kan redden. De eigenlijke spaalrders, waarvoor de spaarbank bestemd is en die vol vertrouwen hun gteld bij haar hebben gebracht, zullen een groot deel daarvan kwijt zijn. Want zelfs irudien de koers der obligaties weer tot 100 pet. stijgt, zal het bezit der spaainbank nog slechts komen op * 100 = f 208.000, waartegenover verplichtingen staan van f 400.000. Het bovenstaande moge de spaarbanken in dezen tijd tot voorzichtigheid aamlsporen. Al te groote voorzichtigheid zou er echter toe leiden, dat de nuttige werlkingi der spaarbanken in hooge mate werd geschaad. Daarom is het meest afdoende geneesmiddel, dat door da ovenheid een eerlijken en sociaal betejr te verdedigen conversiepolitiek wordt gevolgd en ook aan anderen, die een bep roep op de geldmarkt doen, wordt voorr geschreven. Deze politiek zou hierin moieten bestaan, dat, evenals bij daling van den rentestand do rente der uitstaande leeningen wordt verlaagd, deze rente zou moeten worden verhoogd bij stijging van den rentestand. Het komt ons wenschelijk voor, dat vooral van de zijde der spaarbanken een krachtige actie in deze rich!- ting plaats heeft, opdat de moeilijkhiel– waarop wij wezen, kunnen worden voorkomen. INGEZONDEN MEDEDEELING. Voor solide en smaakvolle Meubelen en Tapijten „HET WOONHUIS” Die. K. H. SMIT Marktstraat 9 ASSEN. Het systeem van hoogere monopolie heffingen. De voordeelen. Wie de behandeling van het Landbouwcrisisfonds inde Tweede Kamer goed heeft gevolgd, zal het zijn opgevallen, dat verschillende landbouwvertegenwoordigers dit systeem hebben verdedigd, terwijl anderen den Minister hebben aanbevolen het ernstig te bestudeeren. De Minister daarentegen heeft het tegenwoordige systeem misschien wel noodgedwongen verdedigd en kwam daarbij tot de conclusie, dat het door onze organisatie gepropageerde systeem 4 bezwaren heeft. In vorige nummers van ons orgaan zijn we hierop reeds ingegaan en hebben deze bezwaren toen weerlegd. We hebben toen echter beloofd op verschillende punten nogeens terug te zullen komen. Met het oog daarop achten wij het wenschelijk, de vier door den Minister in zijn conclusie geuite bezwaren nog eens onder de loupe te nemen. Allereerst het bezwaar, dat we financieel niet uitkomen. We hebben in ons nummer van 21 Maart aangetoond, dat bij de tegenwoordige verhoudingen de inkomsten van 125 mil. gld. niet te hoog waren geraamd en dat de uitgaven daarmede ruimschoots zijn te dekken. Omzetting van gras – in bouwland geeft geen nadeel. Hoe ontwikkelt zich nu de toestand, wanneer we een omzetting krijgen van gras- in bouwland? Nemen wij aan dat gemiddeld per h.a. 1 koe wordt gehouden. Deze koe levert gem. 3500 k.g. melk, waaruit 130 k.g. boter wordt geproduceerd. De overtollige bo-- ter moet op de wereldmarkt worden geplaatst. Hiervoor is een toeslag noodiig van f 1.20 per k.g. bij een wereldmarktprijs van f0.40 per k.g., teneinde een boterprijs te vormen, welke de productiekosten dekt, zijnde f1.60 per k.g. Wordt dus de boter van 1 h.a. grasland geplaatst op de wereldmarkt als overtollige boter dan kost dit aan het Landbouwcrisisfonds een bedrag van 130 x f 1.20 – f 156. Wordt deze h.a. grasland omgezet ineen h.a. bouwland, dan zal deze oppervlakte leveren gem.

ATTENTIE. Hoewel wij geen bezwaar hebben tegen opname van advertenties voor vergaderingen van politieke partijen, waartegenover onze bond niet afwijzend staat, kunnen wij niet toelaten, dat advertenties in. ons orgaan voorkomen ter aanbeveling van bepaalde candidatenlijsten. De bestuurders van politieke partijen hebben er dus rekening mede te dat der gel ij ke advertenties voor opname worden geweigerd. >, De Redactie. CORRESPONDENTIE. Enkele artikels moesten wegens plaatsgebrek helaas nog een keer blijven staan, Red. 40 h.l. rogge. (Wij nemen speciaal rogge, omdat de ombauw het meest zal moeten geschieden Inde gemengde bedrijven, op de zand- en veengronden.) Deze oogst van 40 x 70 k.g. of 2800 kjg. zat de invoer van granen met eenzelfde hoeveelheid doen verminderen. Het Landbouwcrisisfonds ontvangt dus aan heffing nemen we aan dat f5 per 100 k.g, wordt geheven 28 x f 5 =- f 140 minder. Ook het krachtvoer dat de koe, die op de h.a. grasland weird gehouden, verbruikt, zat niet weer worden ingevoerd. Gemiddeld schatten wij dit op een kwantum van 320 k.g. per koe, per staiperiode. Boven het bedrag van f 140 komt als gevolg daarvan nog 3.2 x f6 =» fl6 minder in bet landbouwcrisisfonds(, hetgeen totaal dus een bedrag van f 156 vormt. Dit zelfde bedrag was echter noodig indien de omzetting niet plaats vond en de boter uiige veer d moest worden. Met deze berekening is dus aangetoond dat het landbouwcrisisfonds geien nadeel van omzetting vaneen h.a. grasland ineen h.a. bouwland heeft. Hoe staat dit nu met het huidige systeem van lage heffingen op den invoer? Door de omzetting van grasland In bouwland komt wel minder in het Landbouwcrisisfonds, dooh er moet meer uit betaald worden, aangezien het graan dat dan geteeld wordt een toeslag moet ontvangen. Hoe grooter de omzetting van grasland in bouwland dus, hoe spoediger dit systeem vastloopt. Een tweede bezwaar van Z.E. was dat ons systeem aan de boeren minder geeft. Hoe is dat mogelijk! Men kan met het systeem van hooge monopolieheffin.gen de prijzen der akbouwproducten op elke gewenschte hoogte brengen. Op de opmerkingen over de f 5-beffing op tarwe en dat dooreen hoog invoerrecht de haverprijls zal dalen, behoeven we toch niet verder in te gaan. Het onjuiste van deze redeneerinig toonden we reeds vroeger aan. De belangen der veehouderij. Doch nu de veehouderij. ledere ingewijde is ’t er toch zeker over eens, dat het tegenwoordig systeem op dit punt wel een zeer groot fiasco heeft geslagen. Zoowel voor de melk en het vleesoh als voor de eieren. Geen enkel systeem zou er dat nog slechter hebben afgebracht. Wanneer wijde maatregelen en resultaten voor de veehouderij onder de loupe gaan nemen, blijkt dat men het momenteel niet verder dan tot 4 cent per k.g. kan brengen, terwijl men een boterproductie heeft, die 20 <Vo hooger is dan het vorige jaar. Daarenboven zitten we met een rundveestapel grooter dan ooit te voren. Alle koelhuizen, slachthuizen en pakhuizen zitten vol vieesch en spek. Niet alleen in Nederland doch ook in het buitenland heeft men voorraden opgeslagen. Men gaat nu het spek smelten, wat tot resultaat zal hebben, dat ieder geslacht varken, door de regeering afgenomen, niets, maar dan ook absoluut niets opbrengt. De eierprijs is gedaald tot 1 a IVa cent per stuk, de ondermelk kan men straks laten wegvloeien omdat het verboden zal zijn kalveren aan te houden om ze aan te vervoederen. Wat dit alles den veeboer brengen moet? We willen er niet gaarne een antwoord op geven. Het is ons dan ook onbegrijpelijk dat men dezen gang van zaken nog één dag laat bestendigen. Onbegrijpelijk dat de adviseurs van den Minister nog durven volharden bij liet huidige systeem. Begrijpt men dan nog niet dat de veehouderij inde ruimste beteekenis van het woord, volkomen geruïneerd wordt? Men kan toch niet als argument aanvoeren dat dit niet waste voorzien! Inde kringen van „Landbouw en Maatschap, pij” heeft men steeds gewaarschuwd tegen het verlokkende goedkoope voer. Ook tegen andere te nemen maatregelen. Om. het op tijd uit de markt nemen van vette varkens,