is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 35, 04-04-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 April 1935. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No 35. Derde Blad.

De begroeting van het Landbouwcrisisfonds.

Nadat de algemeene beschouwingen over I k bovenstaande begrooting inde Tweede Kamer I op 12 Maart waren geëindigd, werd den volgenden dag deze begrooting afdeelingsgewijze behandeld. Hoewel hierbij verschillende punten naar voren zijn gebracht, kunnen we toch deze behandeling niet uitvoerig vermelden. Bovendien achten wij dit niet noodig, omdat wij meer bij de algemeene lijnen wenschen te blijven. Wij volstaan daarom met het vermelden van enkele passages, welke onze bijzondere interesse hebben. Met klem heeft de heer VAN RAPPARD bij den minister aangedrongen op het nemen van afdoende maatregelen tegen den invoer van paarden uit oostelijke landen, voornamelijk Lithauen en Polen. Spreker bedoelt niet de Russische pony’s, maar paarden boven de maat van 1.45 m., welke als slachtpaarden in ons land worden ingevoerd en niet op het abattoir terecht komen, maar op de markt.. Spr. zou deze dieren in verzegelde wagens haar de slachthuizen vanaf de grens willen doen vervoeren. ! (Zou het niet beter zijn zc heelemaal te Weren ? Red.) Opvallend vonden we een passage in het betoog van den heer v.d. Heuvel. We laten het hier volgen. Inde tweede plaats zou ik de vraag willen stellen, of, nu vrijwel alle producten gesteund worden, er langer aanleiding bestaat om de tarweteelt te beperken en of men haar niet aan haar lot kan overlaten. De teelt van tarwe in plaats van andere granen is nu zoo weinig meer aanlokkelijk, dat mien haar volkomen gerust op dit oogenbük kan vrijlaten, omdat het niets inde war brengt. Dan kan een einde gemaakt worden aan den bestaanden toestand, dat men op de zeer zware klei, om graan te verbouwen, rogge moet verbouwen, wat minder geschikt is. Ik ben er volkomen van overtuigd, dat, ook indien men de teelt vrijgeeft, het niet mogelijk zal zijn zeer veel verder met de tarwe te g'aan, maar op de beste kleigronden is de tarweteelt mogelijk in plaats van de teelt van andere granen, natuurlijk niet in plaats van de teelt van hakvrucbten, dat zal natuurlijk niemand in zijn hoofd halen. Ik zou dan ook de Regeering in overweging wellen geven de beperking van de tarweteelt tot 1/3 te doen vervallen. Verder heeft de minister tii zijn antwoord bij de lilde afdeeling een oprmnv / king gemaakt, die ik niet zonder meer t ' wil laten voiobijgaan, nl. de meening, dat . I de hoogte van den broodprijs voor de R«?gee.-ingr niet van invloed is bij haar maatregelen. Ik kan mij voorstellen, dat men zich op het o ogenblik op * dat standpunt stelt, maar wij moe- t ten dat vraagstuk ook vaneen anderen kant bezien. Waarom wil de Regeering die hef Hingen niet verhoogen? Omdat daardoor te zware lasten komen ] te drukken op den consument. Een van de redenen, waarom dus niet tot verhoogtng kan worden overgegaan, is, dat ©r zoo’n belangrijke marge is tussehen ] kostprijs en uiteindelijken prijs van het product. Daarom kan de minister zich niet op het standpunt blljlven stellen, dat de andere elementen, die dien kostprijls I van het brood bepalen, onverschillig zouden moeten zijn, door den minister niet I in rekening zouden mogen worden ge- 1 –

Smeer nooit Margarine op Uw brood Eet altijd Natuurboter met Melkbrood Gij verricht daarmede een goede daad Die Neerland» welvaart baat En tevens bevordert Uvv eigen zaak!

Uit Huis en Hof verdreven. greep uit het boerenleven dezer dagen. (Alle rechten voorbehouden) DOOR J. H. HOLM. I XXXV. Sloters hoorde alles meewarig aan, wat f|>uw Kooi hem vertelde. Hij vroeg niets, j°ch Kool die geen oog van zijn vroegeren af had, bevestigde de woorden van zijn °aw af en toe met hoofdknikken'. Stoters Jjf'de zich zelf half schuldig aan het leed, v®, over deze mensohen gekomen was, alhoe®l hij toCh niet anders gehandeld had, dian at het verstandigste voor zijn eigen zaakwas. »Dus je hebt op het oogenblik niets te °ea Kool?”, vroeg hij. ..Neen baas, dat wil zeggen, straks ga ik v,m eigen lapje grond in orde maken”, antwoordde Kool. je het wilt, kom dan overmorgen maar. heb je eigenlijk wel eerst met Mei gewon- Ook’ doc}l reken> 'dat af en toe vóór Mei >k h no® wel werk voor je heb. Morgen wilde he rpest naar het land rijden.” k zal er zijn baas”, zei de arbeider blijde, ees daar maar zeker van”. was Sloters die enkele dagen, alsof al-V6er was zooals vroeger. Hij had zelf >ojj. hl het werk. Vroeg liep hij overal al Op en wanneer Kool de achterdeur in kwam warmerl stal, had Sloters er schik in H man. zi]n oucle werkzaamheden weer te la•w'^'aóehten’ de hakken van de koeien klaar Hp ®n en de paarden afmesten. Hij zelf en ap Singen de melk naar den weg brengen j^ervolgens eten. Hilj het vervoeren van de mest naar ver'Wende Perceelen land, gingen eenige dagen 6n daanla meest ze uitgestrooid worden, men daarmede klaar was, ging men aan

bracht bij de steunmaatregelen. Wij hebben te doen met de eenvoudige omstandigheid, dat, doordat het brood te duur is, de minister niet verder durft te gaan met een zwaarder belasten van het bedrijf. Ik beoordeel dat gevoel van den minister op het oogenbïïk niet, maar zoo is de toestand. Als er geen bezwaar was voor den consument, zou de minister uit het brood wel wat meer willen halen om de vele tekorten aan te vullen. Inzake de rechten op voedergranen is de huidige toestand onbevredigend; deze kan niet bestendigd blijven. Als de Regeering met de huidige middelen niet kan bereiken verhooging van varkens- en zuivelprijzen en voldoende compensatie voor bet pluimvee, dan mag op den huldigen weg niet voortgegaan worden. Waar het Landbouwcrisisfonds de monopolie-heffingen niet missen kan, zal de Regeering, wil zij met de huidige middelen bet ncodige bereiken, van tweeën één moeten doen. Allereerst is bet mcgelijk de rechten, die nu op de voedergranen drukken, te doen drukken op het broodgraan; dat is geen verzwaring, maar alleen een verplaatsing van den last; in het ©ene geval drukt hij op een bepaald aantal afnemers, in het andere geval op het gebeele Nederiandscbe volk. Een ander middel zou zijn de rechten op voedergranen iets te verhoogem en dan de volledige opbrengst van die heffing te gebruiken als vergoeding, die dan ook gedeeltelijk als vergoeding voor thans bestaande nadoelen zou kunnen gelden. Het voordeel van volledige vergoeding is, dat ook de producten, uit het eigen bedrijf gebruikt, hooiger in prijs worden en beter betaald. Daardoor zou ©enige verhooginig, wanneer die volledig werd uitgekeerd als compensatie in bepaalde gevallen ook uitkomst kunnen bieden, In elk geval ben ik van oordeel, dat de tegenwoordige toestand niet bestendigd mag blijven. Wij hebben ons de vraag gesteld of bot hier betoogde iets anders is dan ons systeem. Zeer raak vonden wij het gesprokene van den heer VAN DER WEIJDEN. „Ik wensch mij, aldus de heer v.d. Welfden, te bepalen tot enkele hoofdzaken ten opzichte van de verhouding tusschen akkerbouw en veehouderij. Ik meen te mogen zeggen, dat de minister het eens is, ook at is het niet met de cijfers 80 en 140, met de opmerking, dat het agra- INGEZONDEN MEDEDEELING. J. Fröling Tandheelkundige WINSCHOTEN Houdt lederen Dinsdag van 10—11 spreekuur in ’t Café BOELE GEERTS, Groningerstraat, ASSSEN Vol gebit met garantie f 50. Kliniek gebit f35

het kunstmest-zaaien over het winterkoren. Dit was nog niet afgeloopen of men stond al voor Koos zijn trouwdag. Alles ging zoo snel m zijn werk en leek zooveel op voorheen, dat niemand er bij gedacht had, hoe dit eigenlijk gekomen was. De bruiloft verliep heel kalm, want noch van Sloters’ kant, noch van Beukers’ zijde was men er op gesteld, veel ruchtbaarheid aan het huwelijk te geven. Slechts enkele der naaste familieleden en de buren van weerszijden waren van de partij, geweest. ’tHad meer weg vaneen groote visite, dan vaneen boerenbruiloft. Den volgenden dag ging Koos weer gewoon aan zijn werk. Hij voelde ziöh heelemaal niet getrouwd, zoolang Martje niet bij hem onder één dak was. Het leek ham alles zoo vreemd, zoo geheel anders dan hij Zich voorgesteld had. Wanneer men trouwen ging, dan ging men met zijn beiden op een boerderij wonen, geheel alleen, doöh nu, bij je vrouws ouders in, dat leek hem niet het ware. Was het niet precjes ais op school: als je overging naar een andere klasse, dan kreeg je ook een andere onderwijzer en zoo leek dit precies. In stee dat hij nu onder Sloters’ hoede stond en diens raadgevingen en bestellingen had' op te volgen, zou hij dat nu allemaal van Beukers moeten aan nemen. Dan leek hem zijn vader een plezieriger man dan zijn schoonvader, die het leven zoo ernstig opnam. Daarom was hij °ok recht blij, dat hij dit voorjaar het werk bij zijn vader eerst mee gedaan mocht maken. Alle morgens was hij vroeg present bij zijn vader, die gewoonlijk de koffie nog niet eens klaar had en eerst ’s avonds na da boterham ging Koos weer op zijn nieuwe tehuis af. Hif telde eéhter in stilte de dagen die er nog voor Mei waren, want dan was het afgeloopen. Hoe meer Mei naderde, hoe stiller Koos werd en zijn vader, die dit wel bemerkte, vroeg hem eens naar de reden van zijn verdriet. Koos wilde echter niets bekennen en gaf een ontwijkend antwoord.

rische gedeelte van de bevolking ook reoht beeft op een belooning van zijn arbeid, die in redelijke verhouding staat tot de belooning van andere soorten van arbeid. Aanvaardt men dit, wordt dit toegegeven, dan is er over de middelen, om dit te bereiken, zeer goed verschil van meening mogelijk. Het geheel© agrarisch bedrijf moet uiteindelijk als een geheel worden gezien, en de groot© fout is m.i. steeds geweest, dat men deze waarheid niet genoeg voor oogen heeft gehouden en in het begin der catastrophe incidenteel op bepaalde punten wat verbetering trachtte te brengen. Zoo lijkt het mij ook, te moeten worden gezien bij de verhouding akkerbouw en veehouding. N;et alleen moet er ieder jaar opnieuw worden gezocht naar het meest rendeerende gebruik van den bodem door de verschuilende voortbrengselen, maar evenzeer, of de zuivel- en vieeschproducenten zonder teruggave van de monopolierechten aan die gebruikers, niet te gronde gaan. Want tal van die producten verhouden zich als grondstof en eindproduct, zooals het veevoeder voor den veehouder grondstof is en voor den akkerbouwer eindproduct. De juiste verhouding tusschen akkerbouw en veehouderij dient dus gezocht te worden. Het lijkt mij echter een ontzaggelijk gevaarlijk avontuur als dit gebeurt op een manier, als dit geschiedt door den Bond van Kaasproducenten, die den akkerbouw voorstelt als den boeman voor de veehouderij. Men kan wel zeggen, wij moeten de granen hebben voor den wereldmarktprijs, dan kunnen we goedkoop produceeren. Vrijhandel dus. Dit komt vrijwel overeen met het verhaal van den arbeider, die een kippenhok wilde maken. Hij deed dit echter ineen achterkamer. Hij zaagde de planken, maakte de schutten, alles paste precies. Hij zette het hok in elkaar, maar toen het klaar was, kon hij het de deur niet uit krijgen. Deze opzet lijkt mij ten eenenmale onjuist. Het staat todh wel vaat, dat, zelfs al zouden de voedergranen in Nederland worden ingevoerd, zeg voor f3 per 100 k.g., dat dan daardoor het veehoudersbedrijf niet blijvend loonend te maken zou zijn. Het gevolg zou dan zijn een overmatige zuivel- en vleeschproductie, welke wij onder de huidige omstandigheden niet anders dan voor afbraakprijzen over de tolmuren zouden moeten gooien, misschien zelfs vernietigen. Het gevolg zou zijn, dat een groot deel van akkerland, om van de exploitatiekosten af te komen, eenvoudig weer groen zou worden gemaakt, in plaats vaneen omzetting te bevorderen van weiland tot bouwland. Juist immers de lage prijzen van enkele jaren terug van de voedergranen hebben inde hand gewerkt de overmatige uitbreiding van de zuivel- en vleeschproductie. Het is begrijpelijk, dat van deze zijde de oplossing niet kan komen, al is het ook zeer begrijpelijk, dat de veehouders of de producenten van vieesch en eieren bij de lage prijzen van die producten hierop hun aandacht vestigen. Het ligt dus voor de hand, dat onze akkert) ou|w moet worden uitgebreid en de zuivel- en vieesch- en eiereniproductie moeten worden ingekrompen. Mijnheer de Voorzitter! Hiermede wordt geen blijde boodschap verkondigd, maar een diep ingrijpend vraagstuk aan de orde gesteld. Inden regel begrijpen we pas de waarde van de dingen wanneer we ze kwijt zijn. Onze zeef talrijke handelshuizen, scheepvaartondernemingen, kantoren, fabrieken, al of niet met den land- of tuinbouw in verband staande, gaven ook werk en brood aan hondcrdduizendlen. Dit alles te moeten veranderen, soms vernietigen, INGEZONDEN MEDEDEELING. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten toonen. Bericht U ons even? Fa. I. JAKOBS Hzn. – Emmen GRATIS KNIPPEN. „Als je liever bij Beukers blijft, dan kan dat nu ook wel al”, zei Sloters, die meende dat juist dit de grootste zorg van Koos was. „Neefl”, zei Koos snel daarop, „dat doe ik niet. Eerst moeten de aardappels er in, voordat ik jullie ga verlaten.” Verder wijde hij er niet overpraten. Het werk vlotte snel en het voorjaar was ongekend mild. De granen stonden er dan ook voordeelig voor en ook het gras liet zich vroeg aanzien. Inde stallen was het al benauwd en warm, zoodat men maar besloot wat van de jongbeesten naar de weide te brengen. Eerst zou men ze achter het erf laten loopen, opdat ze zich eens goed zouden uitspringen ©n dan moesten ze na den middag maar nadir de „Strengen”. Een voor een werden de jonge dieren van hun kluisters losgemaakt en naar buiten geleid. Inde buitenlucht gekomen, in het helle zonlicht, bleven de dieren eerst als versteend staan, begonnen dan te snuiven, de staart begon gevaarlijk omhoog ie zwiepen en dan kwamen de beenen los. „Oppassen jongens!”, schreeuwde Sloters dan, „houdt ze vast tot aan den dam van dte weide. Laat ze daar maar schieten,” Zoo goed als het ging volgden Koos en Kool het begel op, maar toch ontkwam eender dieren, voordat de weide bereikt was, aan de handen van Kool. Het rende als een bezetene den hof in. Zoo hard het maar loopen kon, rende het overal op af; dwars door de frambozenstruiken, over en door de kruisbessen; het vloog door de omrastering voor de kippen en zat eensklaps tusschen de overal heen fladderende en kakelende hoenders. Kool volgde van verre het dier en trachtte het weer in handen te krijgen. Koos bracht het zijne gauw inde weide en deed het hek dicht, om dan j Kool te helpen. Plotseling kwam het dier om I den hoek van de schuur gevlogen, pardoes op de mestvaalt af, die, opnieuw aangelegd, in een laagte lag en zeer drassig en week was. Het beest koa zich niet meer inbonden en

vloog er dan ook in, zoodat die pooien er halverwege in wegzakten,. Nu was het beangste dier een gemakkelijke buit voor Koos, die het met de hulp van Stoters en Kool uit de mest leidde en naar de weide bracht. Het was een genoeglijk gezicht om een poosje te blijven kijken naar de rondstoeiende beesten, die niet wisten wat hen overkwam, na bijna een half jaar ineen vunzen stal opgesloten te zijn geweest, zonder bewegingsvrijheid. Het was een mooie aanblik: op het donkere groen van het grastapijt tegen den donkerblauwen horizon verlevendigde het wit der jongbeesten de rest van de zwarte huid. Dan eens liepen allen ineen lange rij met wuivende staarten de weide rond, dan weer waren ze tegen elkaar aan het stooten en stoeien en probeerden uitte vinden wie van hen de sterkste was. De toeschouwers, over het hek geleund, begonnen te raden wie der dieren de baas zou worden. Een klein plat beestje, donker van kleur, waar niemand aan gedacht had, begon zich te meten tegen een groot lichtlbont dier, dat al menig ander had overwonnen. En ook de groote moest het afleggen tegen hot zwartje. Lang stonden ze piet stijve koppen tegen elkaar, de poolen vast op den bodem geplaatst. Geen wilde wijken. Toen zag men trillingen komen inde Leden van het grootere dier. Het moest terug, eerst aarzelend, doch daarna al sneller en sneller, totdat het tem slotte op de vlucht sloeg voor den tegenstander, die nog trachtte de horens in zijn zijde te boren. Andere probeerden het ook nog tegen het zwarte beestje, doch moesten zich eveneens gewonnen geven. Het zwartje was allen de baas. „Dat had ik toch stellig niet gedacht”, zei Kool. „Ik ook niet”, riep Koos. „Neen, dat had ik er ook niet in gezien, ! maar dat zwartje was op stal ook altijd even vinnig”, zei Stoters. „Kom aan, laten wij nu i de stallen maar eens leeg halen. Ze zullen er zeker niet weer op komen, hoop ik.”

INGEZONDEN MEDEDEELING. BAROMETERS Rond model – Schaal 110 m/m Prima werk – Solide kast Met volle garantie r pi j franco per post . , VJiQ# lOH. REPKO – Winschoten

I. Terwijl de mannen zich. weer naar de schuur begaven, kwam Harm hen tegemoet. „Wel, Harm, jongen je bent ook niet laat opgestaan”, riep Stoters op de begroeting van zijn zoon. „Nou, om het weer behoef je ook niet In het bed te blijven wel?”, vroeg Harm, ondertusschen ieder de hand drukkende. „Kom, loop jij dan maar mee naar de kamer. Ik zal dan koffie laten zetten. Of ben je al bij moeder geweest?”, vroeg Sloters zijn zoon. „Neen, ik heb moeder niet gezien. Ik ben wel even inde kamer geweest, maar daar was niemand.” „Dan zal ze wellicht nog te bed liggen. Ja, ze is de oude nog lang niet weer. Als ze het maar ooit weer wordt, Harm” zei Sloters met een zucht. „Wat dan, Pa, is er dan iets ernstigs met moeder?”, vroeg Harm met aandoening in zijn stem. „Och, dat niet. Maar ik wilde hebben, moeder zou beter aansterken en doet doet ze niet.” Harm keek naar zijn vader, doöh zei niets en op zijn beurt nam Sloters zijn jongen nauwkeurig op. Hij zag het wet, en hij had het ook wel gedacht; zijn jongen zat weer vol zorgen, geldzorgen: altijd dat beroerde geld natuurlijk. Hoe was hij, ook zoo dom geweest om voor zijn jongen zoo’n groote boerderij te pachten. Die kon nu op stukken na niet uit. leder jaar moest er veel geld bij, heel veel geld zelfs. En waar moest de jongen dan anders loopen dan bij hem, die hem er toch ook aan geholpen had? Een lamme boel was het, dat hij zelf ook niet beter bijspringen kon. ’t Zou hem benieuwen wat Harm straks weer noodig had. ’tZou wel niet zoo heel weinig zijn, doch hij zou ditmaal Harm beslist niet kunnen helpen. Wat had hij zelf al wel niet op crediet gekocht. „Kom, loop maar mee naar binnen!”, noodigde hij zijn zoon. (Wordt vervolgd).