is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 3, 1934-1935, no 37, 18-04-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 April 1935. 3e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 37. Derde Blad HIT *7 ATTft rvxYY/-]rv ««H d J » ... _ i ” ' ®

De boeren moeten meehelpen de boterpositie te verbeteren. De heer G(eluk) schrijft in het officieel orgaan van den F.N.Z.: Inde drie voorgaande nummers hebben wijde moeilijke positie besproken, waarin onze melkveehouderij en zuivelbereiding bij den aanvang van dit voorjaar verkeeren en enkele middelen aangegeven, die althans ©enige verlichting inden toestand kunnen aanbrengen. Ben bericht vaneen zuivelfabriek, die haar leveranciers behoorlijk die les Leest over het eten van margarine door de boeren zelf, geeft ons aanleiding aan deze kwestie eens wat meer aandacht te schenken. Want al moge dit eten van margarine door de boeren op zich zelf niet belangrijk lijken, het is in wezen van meer beteekenis dan het oppervlakkig schijnt. De boterproduetie is grooter dan normaal, ze wordt voortdurend nog verhoogd door de , maatregelen die van regeerlngswege genomen moeten worden om de positie van kaas en melkproducten ©enigszins te verbeteren. Terecht gaat men van de redeneering uit, dat boter ten slotte ©en product is, dait altijd plaatsing kan vinden. Dit is met kaas niet zoo, althans niet in die mate het geval. Dit product wordt op een bepaald moment on-I verkoopbaar en de verliezen, die er dan op geleden worden, zijn onberekenbaar. Zoolang er van boter nog surrogaten zijn —wij wezen er reeds eerder op is er plaatsing mogelijk en indien de regeering anders tegenover deze surrogaten optrad, was er voor de boter een nog vrij wat betere positie mogelijk ook. ïntusschen, dit Is nu eenmaal niet het geval ©n wij moeten dus roeien met de riemen die we hebben en traohten zooveel mogelijk ons zelf te helpen. Het is bekend, dat er nog heel wat boeren margarine ©ten. De redeneering is eenvoudig deze: wij hebben geen geld om boter te koopen en men meent dus voordeeliger uit te zijn door margarine te ©ten. Laten wij eens zien of dit wel juist is. De goedkoopste margarine kost fl.oB per k.g., de boter kan de boer als regel tegen winkeliersprijs van de fabriek ontvangen, deze behoeft hem thans dus niet meer te kosten dan f 1.50 per k.g. Op de margarine zit thans een heffing van f 0.42 -f- f 0.161/* = f 0.58V2, op de boter f 1.10 per k.g. In beide gevallen komt de heffing den boer via het landbouwcrisisfonds ten goede. De „netto”-prijizen, die hij voor margarine en boter betaalt, zijn dus resp. f 0.491/2 en f 0.40 per k.g. Koopt de boer niet de goed-koopste, maarde duurste margarine, dan wordt het verschil nog ongunstiger voor de margarine, want dan is hij met de margarine meer dan f 0.20 per k.g. duurder uit. Ook al liggen de prijsverhoudingen en heffingen ongunstiger voor de boter, dan nog kan er in het ©ten van margarine voor de boeren geen voordeel zitten. Wij zien dus dat de boer geld kan verdienen door boter In plaats van margarine te eten. Hij doen er echter nog meer mee, want hij helpt er ook toe mede, dat de groote productie beter geruimd wordt, waardoor de prijzen ook weer gemakkelijker wat kunnen stijgen, hegeen de gebeele situatie ten goede komt. Indien wij aannemen, dat de helft van de boeren margarine ©et wij hopen, dat wij het veel te hoog schatten, maar vreezen het ergste en zij gebruiken Bemiddeld in elk gezin 1 k.g. pier week, dan Wordt er door boeren alleen reeds 100.000 k.g. margarine per week gegeten. Dit laatste is voorzichtig geraamd daar dit voor ©en gezin van 5 personen 10 k.g. per hoofd en ber jaar is, terwijl het gemiddelde vetverbruik 14 a 15 k.g. is. Wij nemen dan ook aan, dat de boer nog ongeveer 1/3 uit eigen slacht gebruikt. Indien dieze 100.000 k.g. margarine door boter zou worden vervangen, dan zou dit Voor onze boterpositie méér beteekenen dan 100/0 verhooging van het mengpercentage in de margarine, daar dit maar ruim 90.000 k.g. per week vraagt. Er zit nog ©en andere kant aan de zaak. D© poer beschouwt den margarinefabrikant terecht als zijn grootste en gevaarlijkste concurrent. Het is geen gewoonte, dat mijn zijn concurrenten steunt. De boer, die margarine eet, doet dit echter wel, niettegenstaande dat hij geen gelegenheid laat voorbijgaan om tegen de margarine te fuhnineeren. —————— i» . I. – Dit Huis en Hof verdreven Een greep uit het boerenleven dezer dagen (Alle rechten voorbehouden) DOOB J. H. HOLM. XXXVII. Kool stond op en Koos volgde hem, zoodat het gesprek nu ook stokte. Stoters en Harm hadden elkaar niet veel toeer te vertellen; alleen vrouw Stoters vroeg ee’ naar de huiselijke omstandigheden, zoont S.oters de tafel maar begon op te ruimen zijn vrouw haar taak wat te verlichten. Harm bleef over en at het middageten met hen. Hij liep met zijn vader het land over, baarbij ze weer overlegden hoe ze met Harm’s geval moesten handeilsn. Stoters vertelde Harm, hat hij beslist niet meer kon doen, ja, dat hij zich zetf bezorgd maakte over de toeomst, want het viel hem ook al zwaarder zwaarder, aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Hij zei niet tegen Harm, dat hij wgenlijk er al ©ven beroerd voor zat als zijn *°on; dat hij alles ook al borgen moest voor e toekomst, dat hij al sedert geruimen tijd tets meer bij de landbouwvereeniging bestele, omdat daar a.les è contant betaald moest orden, dat hij rekeningen had bij den monaar en den fouragehandel, die inde honerden guldens liepen en dat hij geen timerman of schilder durfde roepen, omdat hij uaar ook al dik in het krijt stond. Na de thee, die ter wille van Harm vroeg – dronken werd, ging deze weer huiswaarts, di 1 u’’aS n*e^s opgeschoten en al zijn hoop, o hij op de hulp van zijn vader gezet bad, . s nu vervlogen. Zijn moeder zag hem na bet afscheid nemen; het was v!.,0t 26 begreep wat er om ging inde ziel W naar zoon. jters deed hem uitgeleide tot aan de poort. »Laat je schoonouders eens komen en Rein-

Hij zorgt er mede voor, dat de margarinefabrikanten nog flink ge!d verdienen, terwijl hij zelf hoe langer hoe meer alle regeeringsmaalregeien ten spijt naar den afgrond zinkt. Voor het eten van boter door de boeren is nu eens geen enkele rage erin gsm aatregel noodig; alleen een vaste wil en goed inzicht inde zaak, waarom het gaat, is voldoende om alle boeren tot het besluit te brengen, dat zij voortaan het product, dat hun erfvijand is, niet meer in huis willen hebben. Ook bedrijfs-economisch moet dit voor den boer als zeer juist worden beschouwd, daar hij, door margarine te eten, raedebetaalt aan hooge dividenden, hooge loonan in beschutte bedrijven en den invoer bevordert van buitanlandsohe vetten, terwijl hij zelf het vet in overvloed en in veel betera kwaliteit produceert, dat hij togen verliesgevende prijzen moet exportccren. Hij moet er dus voor zorgen, dit geld niet aan ean buiten hem staande an nog wel scherp concurreerende industrie te betalen, doch het in zijn eigen bedrijfshiuislhouding ter vermijding van meer verlies aanwenden. Wij doen een beroep op alle aangesloten fabrieken om deze zaak terdege onder de oogen te zien en ertoe mede te werken dat de boeren met elkaar bat besluit nemen om voortaan geen margarine of vreemde vetten meer te eten, doch inde plaats daarvan eigen boter en eigen vet van de slacht. Haagsche geluiden. Alvorens met Paaschvacantie te gaan, heeft de Tweede Kamer op 9 dezer nog verschillende wetsontwerpen afgehandeld. Vooreerst zijn een reeks van „invoerregelen” goedgekeurd. Vroeger hebben we deze al eens mét namé genoemd. Al deze hebben de strekking om aan die bepaalde branches steun te verleenen. Elk voor zich maken ze meer of minder de levenskosten duurder, want de meeste zijn artikelen, die onder de dagelijksche levensbehoeften kunnen worden gerangschikt. We hebben er niets op tegen, dat de binnenlandsche Industrie op deze wijze wordt beschermd, maar we blijven er tegen opkomen, dat juist door deze kringen zoo afgegeven wordt op den „landbouwsteun”. * * ♦ Vervolgens is een wijziging van art. 20 der Invaliditeitswet aan de orde geweest. Hierbij wordt bepaald, dat het Rijk in 1935 geen bijdrage zal geven aan het invaliditeitsfonds, omdat volgens den Minister de Staat deze 10 millioen gulden niet kan betalen. We geven Ds. Kersten gelijk, als deze zegt: „De Regeering schrijft, dat de toestand der schatkist een rijksbijdrage dit jaar onmogelijk maakt, maar dit geldt ook voor den toestand van het bedrijfsleven, voor wat zijn bijdrage betreft.” Zoo Is het. Vele verlies-lijdende boeren hebben hun schulden moeten vergrooten om aan de zegelplakkerij te kunnen voldoen, maar voor hen geldt het regeeringswoord niet „ik kan niet en dus stel ik uit”, voor hen is het „Sijmen betaal, of anders de sterke arm”. ♦ ♦ * Ten slotte willen we nog memoreeren de vaststelling vaneen nieuw tarief van invoerrechten. Eigenlijk kon hierover slechts worden nagekaart, want dit „nieuwe tarief” is reeds van omstreeks het midden van 1934 in werking. Dit kon gebeuren op grond van de zoogenaamde machtigingswet. Het doet ietwat komisch aan, als men overeen dergelijke afgedane zaak nog hooge boomen hoort opzetten. Enfin, ’t zou geen parlement ziJn, als er niet geparlementeerd werd. Eveneens Is ’t vermakelijk te hooren, dat een tarief van 12 pet. niet protectionistisch zou zijn, wèl zou dat ’t geval wezen bij een percentage van b.v. 15. We hebben eenige jaren terug wel eens andere noten hooren kra- INGEZONDEN MEDEDEELING. Aparte collectie Damesstoffen Willen U gaarne onze soorten foonen. Bericht IJ ons even ? Fa. I. JAKOBS Hzn. – Emmen GRATIS KNIPPEN. ders ook. Schrijf me dan even welken dag, dan kom ik ook”, zei Sloters, „want er moet iets op gevonden worden, voordat hst Mei Is.” Harm beloofde dat te zullen doen. Zwijgend drukten ze elkaar de hand en Harm sprong op zijn fiets, een poos nagestaard door zijn vader. HOOFDSTUK XIV. Harm had geschreven. Vrouw Sloters had de post ontvangen, daar Sloters op het land was en had in het kleine kriebelige schrift direct de van haar zoon herkend. Ze had den brief geopend en daaruit niet veel begrepen. Haar man moest morgen maar over komen. Ze niet waarvoor, maar ze kon het wel denken; geldzorgen. Het liep tegen Mei en Harm zou wel geen geld hebben om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Daarvoor had hij verleden week hen ook zeker een bezoek gebracht en zeker met zijn vader over alles gesproken. Ze begreep wel dat ze haar er buiten houden wilden omdat ze zoo zwak was. Doch wat gaf dat, ze werd toch alles wel gewaar. Nu moest haar man haar straks maar eens vertellen, wat Harm weer had. Mistroostig was ze met den brief inde hand naar de kamer ingeloopen. Groeven rimpelden op haar bleek hoofd en scherpe trekken plooiden zich om haar mond. O, wat verfoeide ze die ongelukkige plaats, waarop haar jongen zat. Ze was er altijd tegen geweest. Ze hadden zelf land genoeg, daar had Harm wel wat van kunnen krijgen, doch neen, haar man moest hun jongen groot boer zien, haar jongen moest mee inde rij wonen in die dure veenkoloniën. Ze had haar zin niet gekregen en Harm was daarginds qp een groote boerderij komen wonen, wat hen eerst schatten geld gekost had. En nu, ieder jaar zat Harm te zweeten met tekorten, omdat hij niet alles opbrengen kon en zaten ze zelf diep inde zorgen om Harm en waren ze altijd achterop met hun verplichtingen. En waar

ken en toen ging het oin het tarief van 5 op 8 pet. te brengen. Maar, de omstandigheden zijn, zooals ze zijn en dus aannemen! Voor ons geen bezwaar. Integendeel, wij zien ineen doelbewuste tariefwet een voornaam middel om den binnenlandschen toestand naar omstandigheden zoo dragelijk mogelijk te maken. We zijn het, wat dat betreft, meer eens met den heer Westerman dan met den Minister van De redelijke verdeeling van belastingdruk, waarop ons belastingstelsel gericht is, heeft met al die nieuwe en nieuwere tarieven van invoerrechten wel een knauw gekregen, zoodat eenige correctie daarop niet overbodig ware. Natuurlijk is de zaak, we stelden dat reeds voorop, gebleven, zooals ze was! J. W. Bloempjes. Landbouw en Maatschappij, onze krant. De heraut van het Agrarische front klaroent, dat onze krant iedere week in ongeveer 13000 gezinnen verschijnt. Geen kleinigheid! Voor adverteerders om van te watertanden. Gelukkig zien dezen hun welbegrepen eigenbelang hiervan in Eén rubriek missen we... familieberichten. Worden er geen jonge boerenbonders geboren en ontvallen ons soms geen bondsmakkers ? Wordt er nooit verloofd en getrouwd in onze kring ? Gevoelen onze leden niet, dat publicatie van dergelijke berichten in ons blad, ook een onderlingen band schept ? Ook op dit terrein moeten we ons leven beteren. ♦ » ♦ Grooten en kleinen. Ket wordt vooralsnog niet noodlg geacht om het mengpercentage van boter in margarine terug te brengen van 15 op 25. Hierom o.m. niet, omdat daardoor de inkomsten van het Landbouwcrisisfonds zouden verminderen, want, „de boter, verwerkt in margarine, brengt feitelijk niet meer op dan den prijs van de grondstoffen van laatstgenoemd product, zijnde een aanmerkelijk geringer bedrag dan bij export van de boter wordt verkregen”. De grondstoffen van margarine moeten dus wel goedkoop zijn! En de prijs van het product? En dus de winst? Wie veel heeft, dien zal veel gegeven worden. Wie niet veel heeft, dien zal ontnomen worden, ook wat hij heeft. * * * Aanpassen? Door de devaluatie van de franc komt het Rotterdamsch havenbedrijf inde knel. De concurrentie wordt nu al te. moeilijk. De burgemeester, vertegenwoordigers der K. v. K. enz. hebben den Minister om voorzieningen gevraagd, op zoo kort mogelijken termijn. Niets op tegen. Ook naar onze meenlng moet zoo iets abnormaals niet zonder meer worden aanvaard, maar staat het voor den landbouw anders? Zijn die „voorzieningen” niet synoniem met „steun”? * ♦ * De Crisis kruiwagen, De heer Amelink (a.r.) heeft aan de ministers van economische zaken en van sociale zaken de volgende vragen gesteld: 1. Zijnde ministers in staat, mede te doelen, of het juist is, dat door den directeur van de gemeentelijke ArbeidSsbeurs te ’s-Gravenhage aan een bij deze beurs ingeschrevene het volgende is medegedeeld; „Uw brief van 1 dezer kwam in mijn bezit. In verband daarmee kan ik u mededeelen, dat men wel voornemens is de plaatsing bij de crisisbureaux te doen via de openbare bemiddeling. Tot heden is dit echter niet bet geval. Volgens mijn ervaring berust de tewerkstel.ing bij d;e bureaux, enkele uitgezonderd, uitsluitend op voorspraak (protectie). Men schijnt iemand te moeten hebben, die ter ==^SSS^BS zou het einde nog zijn? Zij durfde niet aan de toekomst denken, ja, zij durfde zeifs niet meer te hopen. Zij deed met moeite haar werk en kon maar niet weer op krachten komen. Zij twijfelde er ze.f wel eens aan of ze wel weer de oude zou worden, die ze vroeger was geweest. Vooral in dagen als die geldzorgen zoo duidelijk naar voren kwamen, had ze een gevoel alsof ze niet oud zou worden. S.oters kon er niet aan ontkomen en moest, toen hij thuis gekomen was, zijn vrouw wel een verklaring geven van Harm’s brief. Hij probeerde het geval luchtig bebandslen, maar rijn kwasi onverschilligheid werd door zijn vrouw doorzien en zoo verteld© hij haar dan ook de heel© werkelijkheid. Dien dag hield vrouw Sloters ean naar gevoel bij zich, dat ze niet van zich af kon zetten. ♦ ♦ ♦ Den volgenden morgen sprong Sloters op zijn fiets op weg naar Harm. ’t Was prachtig voorjaarsweer en men zou met plezier uit reizen gaan. Eerst ging het door het dorp, waar de tallooze kennissen Sloters vriendelijk groetten. Nog had hij zijn aanzien; door de goede huwelijken van zijn jongste kinderen was dat zelfs nog gestegen. Dit had hij bemerkt op de protestvergadering onlangs in het dorp, waar geagiteerd werd tegen de aansluiting aan decentrale waterleiding, waarover men druk doende was inde gemeente. Staande de vergadering had men hem gekozen als voorzitter van de Vereeniging tot actie van verweer. De waardeering van zijn persoon door het dorp monterde hem op. Hij gaf zich over aan de natuurbeschouwing, wat hij zoo gaarne deed, als hij alleen was. Buitensporig vroeg stemden de hoornen in blad dit voorjaar, ’t Was nog geen Mei en reeds maakte het gebladerte een overschaduwende wegbedekking tegen de zon. Vogels zangen in aiieriiei toonaarden tusschen die jonge groene spruiten. De rogge

— I 111 —— T. stond er prachtig voor en was wel al een voet hoog. Nog lag de dauw over het blad. De weiden boden een levendigen aanlblik met hun gele en witte bloempjes en het vee, dat bijna overal ai inde weide liep, verhoogde het landelijk schoon. Bedrijvigheid heerschte overal. Er werd #iog bietenland geploegd en de aardappelakkers werden geëgd. Paarden liepen met knikkende koppen voor de mestkarren en inde verte wuifde een lange sliert van rook van het loeaaltreintje, dat in het groen verdween van de bebossching der Staatsbossehen. Inde verte zong een jongen zijn hoogste lied achter een paard en jonge meisjes die lagen te wieden ineen tarweakker zongen daar tegen in. „Wat kan het land toch mooi zijn” riep Sloters halfluid. „Wat is de stad daarbij toch een benauwenis.” Hij fietste maar verder en al voortgaande veranderde het landschep. Hij kwam meer en meer langs groenland te rijden: al maar weiden, waarin de beesten zich scherp afteekenden tegen den donkergroenen achtergrond. Dan lag daar voor hem aan den horizon een lange reeks geboomte, uren lang, het leek wel nooit op te houden. Hier en daar doemde een rood dak of een roode gevel uit dat groen te voorschijn. Dat waren de veenkoloniën, lange streekdorpen met een liniaal uitgemeten, kaarsrecht, eentonig. Sloters deed zijn intree aan het eene eind van het streekdorp. Hij keek altijd hoog op tegen de veenkoloniën. Daar stonden van die groote gebouwen, zooals hij ze bij zich inde buurt niet had. Trolsch stonden die gebouwen daar aan het vaarwater op dien hoek bij den ingang van de wijken. Dat vond' Sloters ook zoo prachtig, die lange vaarwaters langs het land. Er behoefde geen aardappeltje voor die fabriek op den wagen, men kruide ze maar in het schip en men was er af. Alleen hét koren gaf hier wat gerij met de wipkarrep, doch als Sloters hipr woonde, probeerde hij stellig met een praam of schuit het trraan

1 T"1 ' ,========ass=====^s naar de schuur te brengen. Hij had het Harm ook reeds voorgestel, doch die had er om gelachen en gezegd dat niemand dat hier deed. Langzaam, een weinig vermoeid van de lange reis, reed Stoters door de streek. On* derwijl hij de woning van zijn zoon naderde, kwamen de zorgen weer bij hem boven. Als hij dan langs zoo’n kapitale boerderij reed, die vast wel 30 è 40 m. lang was, dacht hij bij zich zelf: „Zou dat ook allemaal schijn zijn, zooals bij mij? Van buiten lijkt alles prachtig en mooi, doch binnen zitten wellicht de lui evenveel met zangen als ik of de kleU ne keuterman.” Hij wist wel, dat een ooievaar evengoed zijn veeren noodig had als een musch, dat de grootere ook grooter slagen had te weerstaan dan de kleine man. ’t Zal wel overal zoo gesteld zijn alls bij ons”, besloot hij rijn gedachtengang. Hij naderde meer en meer zijn plaats van bestemming. Hij rekende uit hoeveel bruggen hij nog voorbij moest. Eindelijk zag hij do boerderij van zijn zoon voor zich. Wat was hij trotsch geweest, toen hij daar voor de eerste maal langs dit bedrijf gestapt was, toen zijn zoon er zijn intrek had genomen. In stilte had hij de hoop gehad, eenmaal zoo’n plaats voor zijn jongen te kunnen koopen. En wat was daar nu van overgebleven? Nu reed hij weer over die beug en misschien wel voor de laatste maal, want als ze vandaag niet tot een accoord konden komen, wat dan? Hij stapte van de fiets en dadelijk stoof een kleine dreumes op hem af. „Opa, Opa!” riep het kereltje luid, inde hoopvolle verwachting zijn uitgestoken bandje gevuld te zien met een versnapering. Sloters lachte gul tot zijn kleinzoontje en stak het een reep chocolade in het knuistje. „Daar jongen, dat is voor jou. Kerel, waf ben je groot geworden.” Harm zijn vrouw stond met een droef lachje op het gelaat, aan de deur bet voorval aan te zien, (Wordt vervolgd).

INGEZONDEN MEDEDEELING. J. Fröling Tandheelkundige WINSCHOTEN Houdt lederen Dinsdag van 10—11 spreekuur in ’t Café BOELE GEERTS, Groningerstraat, ASSEN Vol gebit met garantie f 50. Kliniek gebit f35. nlsatie zijn aangesloten hetgeen als regel wel het geval zal zijn —, zijnde door den minister van economische zaken getroffen maatregelen tot tegengaan van executies van. landelijke eigendommen op hen van toepassing. Voor het treffen van bijzondere maatregelen met betrekking tot deze plaatsjes is derhalve geen aanleiding. Het doet ons genoegen, dat de Minister deze opvatting huldigt, maar daarmede is deze categorie niet afdoende geholpen. Een stap verder op dien weg zou zijn, verschuiving van het aflossingsbedrag naar betere tijden, precies zooals de Staat met zijn fondsstorting doet. Zijn we goed Ingelicht, – dan komt deze kwestie ter sprake op de vergadering der Vereeniging van Nederlandsche gemeenten.

INGEZONDEN MEDEDEELING. VERLOVINGSRINGEN Voegloos en massief • Graveeren gratis en direct. Öepko | Wr%> lanse-straat winschoten

plaatse invloed heeft.” 2. Indien dit juist is, zijnde ministers dian bereid te bevorderen, dat voortaan voorzoover geen geschikte wachtgelders beschikbaar zijn, het betrekken van personeel bij crisisinstellingen uitsluitend door bemiddeling van de arbeidsbeurzen zai plaats hebben? j De tewerkstelling bij de crisisburaaux zou berusten, enkele uitgezonderd, op voorspraak! ’tls kras, vandaar dat ons de vraag te tam is gesteld. j 7“ De maatregelen inzake executie van landelijke eigendommen. Antwoord op een vraag van den heer Hiemstra betreffende krachtens de landarbeiderswet uitgegeven plaatsjes. Op een vraag van den heer Hiemstra (s.d.): Is de minister bereid, in aansluiting aan de, door den minister van oeconomische zaken getroffen maatregelen, tot het tegengaan van executies van landelijke eigendommen, eveneens maatregelen te treffen, waardoor inde, door den minister te bepalen gevallen, executies van, krachtens de bepalingen van de landarbeiderswet, uitgegeven plaatsjes, worde voorkomen? heeft de minister van financiën geantwoord : Voor zoover de eigenaren van krachtens < de bepalingen der landarbeiderswet uitgege- ■ ven plaatsjes bij eenige crlsislandbouworga- ;