is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 3, 15-08-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 3 4e Jaarg. 1935

Donderdag 15 Aug.

Maakt regeering en vol ksvertegen woord ig i ng Uw nooden kenbaar

OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ '——————— Weekblad onder redactie vdn hét Dageljjkseh Bestuur. —————_ Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ .Tel. 17 – Ruinerwold(Dr.) flllz advertenties aan Drukkerij J A. Boom & Zn. te Meppel Abonnementsprijs voor leden f 1.50 p. jaar. Niet-leden f 2.50

Leerl' economen en poli hei den landbouw befen begrijpen'-'

lAN DBOUW EN MAATSCHAPPIJ

~~ – VAN DE NT Ö"p" DIE*

Dit nummer bestaat uit zes bladzij den.

EERSTE BLAD. Officieele mededeelingen. Nationale Bond Landbouw en Maatschappij De ontreddering der ± roggeprijzen. Het Dag. Bestuur van den Nat. Bond L. & M. verzond aan den Minister van Economische Zaken het volgende telegram: Minister Economische Zaken Den Haag. Ondergeteekenden veroorloven zich de vrijheid U.E. met nadruk te wijzen op de groote (ontreddering inde roggeprijizen, waardoor de minst kapitaalkrachtige verbouwers worden gedupeerd, aangezien deze juist thans hun rogge noodwendig moeten verkoopen, terwijl bovendien de opbrengst per H.A. aanmerkelijk lager is dan de vorige oogsten; dringen daarom met den grootsten nadruk bij U.E. aan op krachtig ingrijpen tot het ten spoedigste op toonenden prijs brengen van de rogge, zonder daarbij de nog steeds noodlijdende veehouderij nóg zwaarder te belasten. Zij veroorloven zich daarnaast de vrijheid U.E. na drukkelijk te wijzen op de absolute onuitvoerbaarheid van de melfcsteunbeperking. Tenslotte vestigen zij nogmaals de aandacht van U.E. op het door onze beweging gepropa-, geerde systeem der hooge invoerrechten, waardoor men akkerbouw en veehouderij beide «fdoende zat kunnen helpen. Namens het Dag. Bestuur van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, E. Z. OLDENBANNING Voor*. JAC. TER HAAR, Secr. Zuidelijke Agrarische Bond. Zaterdag 10 Augustus vergaderde het hoofdbestuur van den Zuidelijken Agrarischen Bond onder leiding van den heer N. D. Heuff te Dei!. Tegenwoordig waren behalve de hoofdbestuursleden, enkele genoodigden, o.w. de heeren Den Hartog, A. Evers en Dr. Bos. ïn zijn openingswoord wijst de voorzitter op de noodzakelijkheid dezer vergadering, gekten de houding, die het Hoofdbestuur der G.O.M.v.L. tegenover ons aanneemt. Hiertegenover zullen wij ons standpunt moeien bepalen. Terwijl het platteland overal tot ontwaking komt en men ook in Gelderland meer en meerde groote wanverhouding gaat begrijpen, (ondervindt ons werk in onze provincie een tegenstand als nergens anders. Van den be-Iginne af heeft men hier het werk van Landle vervolg op pag. 2. ingezonden mededeeling. fa- B. REUDiNK WINSCHOTEN

Hooge graanrechten en de kleine zandboeren. Mil v 11. i ** Wij willen nog eens op bovengenoemd onderwerp terug komen en wel inzonderheid naar aanleiding van enkele opmerkingen in zake varkens en eieren, welke wij ter ondersteuning' van het standpunt der G.O.Mv.L. aantroffen in het Geldersch Landbouwblad van 28 Juli. Wij citeeren daaruit het volgende: „Waarop schat men de oonsumtie, als „de prijzen eens werden opgestuwd „van varkensvleesch op plm. 50 cent „in plaats van 35 k 36 cent? Heel het „gemengde bedrijf ondervindt de rampspoedige gevolgen van de beperking, „die nu plaats vond. Maar waar zelfs „nu nog niet dan met groote zorg en „ten koste van groote offers de aanlassing hij de binnealandsche con„sumtie ©enigermate plaats had, daar „zal met geen mogelijkheid een schat„ting gegeven kunnen worden, waar „dit evenwicht zal gevonden worden, „als de elndprijs de, hooge graaurech„ten moet vereffenen. Bij de boter gold „tot dusver in „normale” tijden de re„gel, dat de consumtie met evenveel „pet. af- of toenam, als de prijs steeg „of daalde. Als die regel ook voor het „Vleesch ©enigermate geldt, dan zou ©en „prijsverhooging van 30 h 35 pet. van „varkensvleesch een consumtiedaling „van 25 pet. op zijn minst ten gevolge „hebben. Als we nog zoover terug moe„ten, wat rest er dan van de levensdansen van het kleinbedrijf.” Soortgelijke redeneering nu wordt verder ook gehouden in zake de pluimveehouderij. Het wil ons voorkomen, dat de aangehaalde passage en de aan het slot gestelde vraag in hooge mate typeerend Zl’jn. ten aanzien van de verkeerde gedachtensfeer, die bij de bepaling van het standpunt vaQ het hoofdbestuur der G.O.M.vL. heeft voorgezeten. En wij meenen niet ver van de waarheid te zijn, als wij beweren, dat die sfeer voor een belangrijk deel is ontstaan onder den invloed van opvattingen vail specialisten op het gebied der varkens- en pluimveehouderij, die, wat verklaarbaar is, zoo zeer opgaan in het onderwerp hunner bemoeiingen, dat zij aan een uevenbedrijf, zooals de productie van vleesch en eieren met ingevoerd graan toch slechts is, het primaire deel van onzen landbouw, de bodemexploitatie, willen opofferen. Tot schade niet alleen van onze geheele landbouwende bevolking, de kleine zandboeren incluis, maar tot schade ook van de levensbelangen van ons geheele volk, welke vooral met het oog op de verandering inde wereldstructuur een intensieve exploitatie van onzen bodem eischen. En deze intensieve exploitatie is alleen mogelijk bij loonende prijzen der bodemproducten. Bij deze voor het primaire bedrijf wenschelijke prijzen moeten zich die van varkensvleesch en eieren aanpassen en niet omgekeerd de prijzen der bodemproducten bij prijzen van varkensvleesch en eieren, welke men wenscbelijk vindt, om een zoo groot moelijken varkens- en pluimveestapel te kunnen handhaven. Voor dit laatste doel wil men nu de prijzen van varkensvleesch en eieren houden op 50 k 60 pet. van het vooroorlogsche peil. En om dit mo-

gelijk te maken, moeten de prijzen der bodemproduclen, Welke als grondstof voor de veehouderij dienen, laag worden gehouden. En verder maken de lage vleesch- en eierprijzen het op peil komen der prijzen van andere menschelijke voedingsmiddelen ónmogelijk. Naar onze meenlng heeft de ervaring der laatste jaren wel geleerd, dat het verbazend moeilijk is, een artikel op een bepaaldenprijs te houden, als een concurreerend artikel in verhouding veel gioedkooper is. Wlat wij inde eerste plaats noodig hebben, zoowel in het rechtmatig belang der landbouwende bevolking als In het belang van het economisch herstel, is, dat de bekende cijfers 70-140-175 aan elkaar gelijk worden. Als men ziet hoe moeilijk het is, loonen en salarissen naar beneden te krijgen, dan is het wel duidelijk, dat de; prijzen der landbouwproducten belangrijk zullen moeten stijgen, om het verbroken evenwicht, dat uit bovenvermelde cijfers spreekt, te herstellen. Deze stijging is heel goed mogehjk, indien die overheid maar bot de overtuiging wordt gebracht, dat zij zoowel uit sociaal als uit economisch oogpunt noiodzakelijk is. Onze bodem is niet in staal zooveel landbouwproducten voort te brengen, als wij noodig hebben. Dit hebben de oorlogsjaren wel bewezen. Onder die omstandigheden is bet, als men maar wil, mogelijk, onze productie zoo in te richten, dat men over de geheel® linie komt tot behoorlijke prijzen. > Hiermede is echter onvereenigbaar het Streven, de prijzen van varkensvleesch en eieren op het huidige bespottelijk lage peil te houden. Wie dit, zij het te goeder trouw, wil, werkt er toe mede, die boeren de paria’s te doen blijven, die zijl door een zeer verkeerde politiek geworden zijin. En dit geldt wel inzonderheid voor de kleine zandboeren. Wij komen zoodoende tot de aan het slot der aangehaalde passage gesteld© vraag; Wlat rest er van, de levenskansen van bet kleinbedrijf, ilndien de varkensvleeschprijzen van 35 cent op 50 cent de k.g, moeten worden gebracht en -dientengevolge de oonsumtie van varkensvleesch met 25 pet. moet worden ingfeperkt? De eenige redding van het klein bedrijf. Wij schromen niet, op deze vraag zonder eenige aarzeling te antwoorden, dat in deze prijsverhooging alleen de mogelijkheid is gelegen van het kleinbedrijf zooveel te redden als er van te redden is, ook al wordt de consumptie van varkensvleesch met 25 pet. verminderd. Wij willen hier nog eens herbal© wat wij in ons vorig artikel opmerkten. Door de stijging van den prijs van het voer zal de kleine zandboer met voordeel zijn land, zoowel zijn grasland als zijn bouwland, kunnen exploiteeren. Hij zal voor zich en zijn kinderen werk vinden inde groote bedrijven. En de mogelijkheid zal worden geschapen, dat het aantal varkens voor zijn bedrijf minder dan 25 pet. zal behoeven te werden gekort, terwijl hij op dit matig beperkte aantal zal verdienen. Wat zal echter het gevolg worden, wanneer men de prijzen der varkens op 85 cent de k,g. wil houden? Dat de kleine zandboer met de exploitatie van zijn land niets kan verdienen. Dat hij noch zijn kinderen werk zullen kunnen vinden in de grootere bedrijven. En verder, dat misschien wel over het geheele land meer varkens zullen kunnen worden gehouden

dan bij een prijs van 50 cent, maar dat niettemin, zooals wij in ons vorig artikel aantoonden, het kleine zandbedrijf aan een buitengewoon sterke beperking van zijn varkensstapel zal moeten worden onderworpen, zoodat het door dit bedrijf te houden aantal varkens niet met 25 pet., maar zeker met 50 pet. en misschien nog meer zal moeten worden beperkt, terwijl bet altijd nog de vraag blijft, of met dit

Wat wij doen^A Idat DOEIV wij + Johan de Witt had als lijfspreuk: Wat ik doe, dat DOïHk. Met andere woorden: wat ik doe, dat doe ik Dit is ook de grondstelling bij het werk, dat wij, plattelanders, verrichten. Wat wij doen, dat doen wij Dat is geen eigenwaan, geen laatdunkendheid, geen zelfoverschatting...., dat is een gepast gevoel van eigenwaarde. Wat in deze tijden voor den mensch onontbeerlijk is. Want zoo gauw beschouwt iemand zich in deze wereld als overbodig, zoo gemakkelijk wordt hij ineen pessimistische stemming gebracht, als hij iets nieuws wil aanvangen. Tegenover die sfeer van verflauwing, van het dooden van energie, moet de houding van het overtuigd-zyn-van-eigbn-künnen geplaatst worden. Zooveel van het oude is tot ondergang gedoemd, wordt met den grond gelijk gemaakt. Daarnaast rijst het nieuwe op. Voorziet dit ineen behoefte, zal het bestaansrecht hebben? Het blad „Landbouw en Maatschappij”, voorlooper van de Nationale Agrarische Pers, was drie jaar geleden „iets nieuws”. Het heeft zijn bestaansrecht sindsdien af doende bewezen en ons agrarisch persbedrijf annex drukkerij zal straks temidden van de woelingen des levens een héchte onderneming blijken te zijn. Omdat wij plattelanders doen, wat wij doen. Wat wij doen, doen wij goed! Het platteland is een zinkende drenkeling gelijk. Maar het wil „ontkomen”. Het heeft zich tot devies gekozen het devies van de provincie Zeeland; Luctor mm et emergo ik worstel en kom boven. Het platteland zal „boven” komen. Het zal door zijn S||l eigen pers een dam opwerpen tegen den stroom van onjuiste voorlichting dooreen stedelijk georiënteerde pers. SPI Met onze eigen pers zullen we stevig stelling nemen tegen degenen, die we als onze vrienden dikwijls beschouwen, maar die in wezen onze vijanden zijn: de bladen, die uit winstbejag, onwetendheid of een verkeerden kijk op de maatschappij zich plaatsen tegenover het platteland. De dappere Noordhollandsche boeren hebben niet versaagd, toen zij bij de drooglegging van hun meren met veel tegenspoeden te kampen hadden. Met taaie volharding hebben zij overwonnen. Hun parool daarbij was: wij doen, wat wij doen. Wij allen, jongeren en ouderen, doen, wat wij doen. Wat wij ten opzichte van ons persbedrijf doen, doen wij goed. Daarom zal het slagen! ——— . ig—^ggg«enßSßaggßßggß=gs=M«

beperkte aantal nog wel iets zal worde® verdiend1. En wat wij hier van varkens opmerken, geldt ook van pluimvee en ook van rundvee. .Wij spraken onlangs een veenkolonia-Icn boer, die op een bedrijf van 15 ha, één koe en één varken mocht houden. De man had daar geen bezwaar legen, mits er behoorlijke zekerheid was, dat' de akkerbouw loonend werd gemaakt.