is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 27, 30-01-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 27 4e Jaarg. 1936

Donderdag 30 Jan.

Maakt regeering en vol ksvertegenwoord iging Uw nooden kenbaar

OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ -■ ■ Weekblad onder redactie van het Dageljjkseh Bestuur. Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ • Tel. 17 – Ruinerwold (Dr.) Alle advertenties aan Drukkerij J A. Boom & Zn. te – Abonnementsprijs voor leden f 1.50 p. (aar. Niet-leden f 2.50

Leert economen en politici den landbouw beter begrijpen

LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ

voor onze bezeten menschheid zal slechts gevonden hunnen worden indien het evenwicht tusschen stad èn platte*’ land hersteld wordt, indien de mensch weer leert het geluß te vinden in het eenvoudige, vrije, arbeidzame landelijke teven.

öit nummer bestaat uit acht bladzijden. BLAD. Officieels mededeelden. De heer De Lange spreekt: 1 Febr. te Grollo. 3 Febr. te Grollo. 4 Febr. in Friesland. 5 Febr. in Ommen. 6 Febr. in Friesland. 7 Febr. in Schoonoord. 8 Febr. in Den Hulst? De heer Evers spreekt: 1 Febr. in Steenderen. 3 Febr. in Ommelanderwijk. 4 Febr. in Nijbroek (Geld.). 5 Febr, in Brouwen. 6 Febr. in Rolde. 7 Febr. in Erica. 8 Febr. in Gelderland? Nationale Bond landbouw en Maatschappij Hoofdbestuursvergadering ■ Op 27 Jan. vond een hoofdbestuursvergadeffog plaats in hotel Bloksma te Meppel. In deze Bijeenkomst werden, behoudens de beier Kamphuis te Almelo, die als zoodanig niet weer herkozen wensehte te worden, alle zittende leden in het Dag. bestuur herkozen. In plaats van den heer K. werd verkozen de heer M. te Enschede. Verschillende ingekomen brieven passeerden 4e revue. Ben tweetal antwoorden van resp. 4eu Kon. Ned. Middenstandsbond en de Christelijke Middenstandsorganisatie, betreffende het coöperatie-rapport zullen worden doorgaand en aan de betreffende commissie om ad- Jdes. Verschillende andere stukken werden in van het Dag. Bestuur gesteld ter afdoening; sommige voor kennisgeving aangenomen. Naar aanleiding vaneen door het Dag. Be-Bhiur aan de partijleidingen gericht schrijven, reeds enkele antwoorden binmengeko-6n, welke werden voorgelezen, waarna het °ag. Bestuur ook te dezer zake machtiging verleend naar bevind van zaken te hameien. Waar de jeugdclubs zich in steeds sterkere htate beginnen te ontwikkelen, wordt hetnood-2aselijk geacht een aparte commissie in het le-v“n te roepen, die zich met het leiding geven aa& de plattelandsjeugd belast. Aam het Dag. bestuur werd opgedragen een zoodanige commissie samen te stellen. Het punt zomerpropaganda werd uitvoerig “esproken. De vergadering was unaniem van “ordeei, dat, gezien hetgeen er leeft bij de le-4;en, ook dit jaar wederom ©an landdag Jhoet worden georganiseerd. De ervaringen van het vorig jaar hebben evenwel aangetoond, 4at de inrichting vaneen terrein voor een Vergelijk evenement veel zorg vereischt. Teneinde alle aanwezigen te doen genieten van h'et geboden©, werd het noodig geoordeeld andere maatregelen te nemen. Het hoofdbestuur van de afdeeling Drenthe had daartoe v°orstel!en ingediend. Door dit bestuur wend voorgesteLd over te gaan tot aankoop van a,Sen terreinen en deze im te richten voor het houden van landdagen van zoo’n enormen omang- Temeer, omdat de zekerheid aanwezig is, hat telkenjare een dergelijke hoogtijdag zal borden gehouden. Daarenboven dient naar de h’eening van dat bestuur onder oogen te borden gezien of ook op een dergelijk terrein h'et een gebouw moet worden gesticht, waar ~e jongeren uit de beweging tezamen komen het houden van cursussen e.d., opdat op j n duur een centrum ontstaat, waar het *°n?6 platteland kan worden gevormd inden ®eest van onze beweging. De vergadering kon lch na deze uitvoerige bespreking met dezen Sedachtenganig volkomen vereenigen en nam , ’et belangstelling kennis vaneen door den oor g Veilinga, den sscr. van den Frieschan gi'arischen Bond gemaakt ontwerp-terrein Najh'hflijk vraagt de inrichting vaneen en ander lr‘ancieele offers. Ook dit vraagstuk werd ontar ooSen gezien. De afdeeling Drenthe stelde 4ien opzichte voor, ter financiering van ve*e plannen over te gaan tot bet houden <jan een groote verloting- Men had b»arbij de verwachting, dat de verloting vie jeugdclubs en enthousiaste leden, aar ty.h uian en de vrouw werden gebracht, ter-Uk talrijke leden en belangstellenden voor sytnpathieke doe! gratis prijzen besohikbaai Jietf611 stellen, zoodat de grootst mogelijke V0 ‘“"Opbrengst kan worden verkregen. Dl ofstel werd met algernecne stemmen aan- Zie vervolg op pag. 2

Op defl verkeerden weg. ’ *» , *• Het was inden tijd der vorige landbouwcrisis, dat ©en Nederlandsch econoom een o.i. zeer juiste opmerking maakte. Het is, zei hij, daarom zoo moei- ; lijk, om tot ©en goede oplossing der economische landbouwproblemen' te komen, wijl onze gezaghebbende economen en 1 politici over het algemeen te ver staan van den landbouw en de leiders der landbouwende bevolking te ver van de algernecne economie. Dit geldt naar onze meening misschien in nog meerdere mate van onzen tijd en wreekt zich op voor de landbouwende bevolking zoowel als voor ons geheele volk zeer noodlottige wijze. En niet het minst hierdoor, dat de landbouwende bevolking haar eigen positie niet begrijpt, zich van alles laat wijsmaken en daardoor zich laat splitsen in groepen, welke elkander bestrijden in plaats van eensgezind op te trekken. En nu Is er onder den invloed van deze situatie een nieuw soort landbouwstudie nnf- ,'an Deze stelt zich niet inde eerste plaats ten do'el, de problemen tot een redelijke en rechtvaardige oplossing te brengen, doch ze zoo te fatsoeneeren, dat aan de landbouwende bevolking ©en oplossing aan de hand kan worden gedaan, die past bij allerlei oude en nieuwe politieke leuzen. Leuzen, die meer het : partijbelang en het belang der niet-landbouwende bevolking op het oog hebben, i dan dat der landbouwende bevolking zelf. ■ Het is tegen dit minderwaardig gedoe, ’ dat Landbouw en Maatschappij wel inde eerste plaatsstrijd heeft te voeren. Bij enkele van deze leuzen willen wij \ een oogenblik stil staan. En wel inde ! eerste plaats bij de bewering, dat voor onze veehouders en onze kleine zandboe! ren lage voederprijzen van primair be. lang zijn. Men heeft dit in het belang i dikwijls van andere groepen zoo vaak • herhaald, dat vele veehouders en kleine zandboeren het zijn gaan gelooven en r daardoor zich laten gebruiken, om te 1 strijden tegen loonende prijzen voor de , akkerbouwproducten. ' i Gelukkig beginnen onder den invloed > van Landbouw en Maatschappij de in\ zichten te veranderen en dringt het besef i door, dat Üe belangen van alle landbou-1 wende groepen samen gaan en zonder 3 loonende boderaexploitatie geen tak van 1 landbouwbedrijf kan rendeeren. 7 Een tweede leus betreft den zooge[ naamden strijd tegen het grond- en hyi; potheekkapitaal. Deze steunt op twee 1 voor een groot deel onjuiste opvattingen, l Inde eerste plaats deze, dat het grondd en hypotheekkapitaal vooral het bezit r vormt van groote kapitalisten. Wij heb-Q ben op de onjuistheid hiervan reeds hert haaldelijk gewezen en aangetoond, dat n de strijd tegen het grond- en hypotheekn kapitaal gevaar loopt neer te komen op neen aanval op het kleinbezit, op spaairn bankinlagen, polissen van levensverzeke“ ring, pensioenfondsen, stichlingert van T liefdadigen aard, enz. Men wacht zich i- echter wel op onze opvatting in dezen e in te gaan. TL n Inde tweede plaats berust de actie ted gen het grond- en hypotheekkapitaal op a een verkeerd inzicht in het verband tus” schen loonen' en grondprijzen. Het is in ir een dicht bevolkt land als het onze onir mogelijk hooge loonen en lage landprijft zen te doen samen gaan, indien men ali- thans de werkloosheid wil tegengaan -• Hooige loonen en lage landprijzen kan

1 Wij kiezen onze eigen rol niet in het leven en hebben ook met de rolverdeeling niets uit ie staan; onze plicht is het, de rol die ons opgelegd is, goed te spelen. Epictetus. men alleen hebben in dun bevolkte landen, wiaar men kan- volstaan met een extensieve exploitatie van den' bodem. (Het is alleszins wenschclijk omtrent d© twee door ons genoemde punten tot verheldering van Inzicht te komen, alvorens men overgaat tot ingrijpende maatregelen inzake de pacht. Blijft die verheldering uit, dan vreezen wij van deze maatregelen het ergste, hoe noodig zij ook mogen worden geacht. Behalve de landbouwers worden de landarbeiders de dupe van de verwerpelijke soort landbouwstudie, welke wij bespreken. De stedelijke arbeiders begrijpen heel goed, dat rij alleen hooge loonen kunnen verdienen, indien de werkgever die loonen vergoed krijgt inden prijs van bet product. Men hoort er dan' ook nooit over klagen, dat het brood of de huizen duur zijn doordien de hakkers en de werkgevers in het bouwbedrijf de prijzen reg -1*?: naar de loonen, die zij moeten betalen. Ten aanzien van de landbouwarbeiders tapt men echter uiteen ander vat. De stedelijke arbeiders hebben medelijden met de landbouwarbeiders wegens hun lage loonen en zij willen hen gaarne helpen aan meer met de stedelijke loonen in overeenstemming zijnde loonen. Dte voornaamste voorwaarde daarvoor, n.l. behoorlijke prijzen der landbouwproducten, willen de stedelijke arbeiders echter niet helpen verwezenlijken niet alleen, maar zij verzetten zich er over het algemeen sterk tegen. Het is ons een raadsel, dat de landbouwarbeiders het bedriegelijke spel, dat door hun collega’s van andere bedrijven met hen gespeeld wordt, niet doorzién. Wiel begint het ©enigszins te veranderen, maar men verneemt in dezen toch nog zeer zonderlinge theorieën. Zoo hoorden wij dezer dagen nog beweren, dat ook als de prijzen der landbouwproducten stegen, toch niet alle landbouwarbeiders in het landbouwbedrijf geplaatst zouden kunnen worden. Daarom, zoo werd betoogd, hebben de landbouwarbeiders meer dan van Landbouw en Maatschappij, te verwachten van het Nederl. Verbond van Vakvereenigingen. daar dit zal zorgen, dat de werklooze arbeiders voldoende steun krijgen. Over het feit, dat ten aanzien van den werkloozensteun, de landarbeiders verre bij andere arbeiders achter staan, zullen' wij nu maar zwijgen. Alleen zouden wij hun, die zoo redeneeren als boven is aangegeven, willen vragen: Denkt gij dan werkelijk, dat men door kan gaan met, zooals tegenwoordig het geval is, Vs der Nederlandsche arbeiders als werkloozen te onderhouden? Wlelke macht het N.V.V. ook mag kunnen ontwikkelen, geld te halen uiteen schatkist, die leeg is, en uit de zakken van verarmde belastingbetalers kan het ook niet. Indien men wil voorkomen, dat de werkloozensteun aanstonds vermindert en misschien wel gei heel ophoudt, is het zaak er naar te stre• ven, dat het aantal werkloozen zoo klein l mogelijk is. En dit kan alleen door loon– en prijsverhoudingen te scheppen zooals • Landbouw en Maatschappij voorstaat. Moge onze actie er in slagen de.overtuiging algemeen te doen worden, dat de i verkeerde weg, waarop de studie der

economisch© landbouwvragen is terecht : gekomen, ten' spoedigste wordt verlaten, 1 Niet lalleen de landbouw, maar onze geheel© maatschappij heeft daaraan behoef- ( te als aan brood. j ——— 11. ■ 1 ytfjeeJcoi/jehtèicAt. _ SS? t” Verleden week hebben we het fraaie stuk van den heer T. P. Huisman, naar aanleiding van onze propagandavergadering te Rotterdam, juist voldoende belicht om een onbevooroordeeld lezer te laten voelen, welke kolossale blunders deze secretaris der Holl. Mij. v. Lb. daarin maakte. We beloofden verdere onthullingen te doen op het moment dat correct optreden dergelijke publicaties zal toelaten. We zullen er dus ditmaal niet op ingaan. Voor hen, die nog een schijn van waarde zouden willen toekennen aan het stuk, moge het volgende recente voorbeeld dienen, om aan te toonen welke beteekenis men aan ’sheeren Huismans betoog mag toekennen. In het weekoverzicht van het Holl. Landbouwblad, redacteur de heer H., wordt op pagina 4 een lang betoog opgezet naar aanleiding van de Stichting Qraanhandelsbelangen. Het betoog berust op de zinsnede: „Daarnaast tracht de graanhandel op hem de gelden voor een fonds tot steunverleening aan graanhandelaars te verhalen, welke twee kwartjes per 100 k.g. bedragen.” Verderop komt de schri; ver dan tot de berekening, dat er hierdoor 5 a 10 millioen gulden per jaar in ’t laadje komt, waarop dan weer een volgend betoog wordt gebaseerd. We spreken niet over de .strekking van het stuk. Wél evenwel vermelden we, dat de heer H. zich hier „eventjes” vergist! De heer H. vermeldt een heffing van 50 cent per 100 k.g., doch die heffing bedraagt slechts 50 cent per 2000 k.g.! Oftewel slechts het twintigste deel! Weg betoog, weg millioenen! Een ieder kan zich vergissen, ook wij zullen dat nog vele malen doen. Doch de heer H, is inde eerste plaats uit hoofde van z’n functie zoo bijzonder geraakkelijk in staat om hier met juiste gegevens te komen en de heer H. stelde zich in z’n aanval naar aanleiding van Rotterdam op een zoo hoog standpunt! De beoordeeling van brochure no.'6 door den heer H. is, dat mogen we alvast wel verklappen, geschreven met dezelfde „slordigheid”, die bovenaangehaald betoog kenmerkt. ♦ * * Het is een gelukkig verschijnsel, dat meer en meer de landarbeiders beginnen in te zien, dat hun strijd voor een redelijk bestaan, is de strijd voor loonende productenprijzen. De belangstelling van deze zijde voor Landbouw en Maatschappij is dan ook met den dag groeiende. Meer en meer begint men in te zien, dat het den landarbeider in z’n politieke én vakorganisatie vergaat, zooals het den boer verging inde politieke partij, waarbij hij thuisbehoorde, n.1., dat hij de dupe werd en bleef van den overheerschenden invloed van stad en industrie, die uitliep op uitbuiting van het platteland, óók van den arbeider. En meer en meer rijpt het inzicht, dat dus de arbeider naast z’n vak- en politieke organisaties, noodig heeft een organisatie, die deze funeste overheersching van de stedelijke industriëele belangen 1 kan vernietigen. Niet door welvaartvernieti! ging inde stad ten doel te stellen, doch lout ter om voor de agrarische werkers loonen te eischen en te verkrijgen, die in redelijke verhouding staan tot die andere loonen. Het ligt voor de hand, dat de landarbeider i hier begint in te zien, dat de strijd van L. en M. óók zijn strijd is en dat hij begint te begrijpen, dat in het groote geheel de boer niet z’n tegenstander, doch z’n medestrijder is, ali thans behoort te zijn, zoowel als de plattelandsmiddenstander, die toch voor 100 pet. afhankelijk is van de welvaart van boer en ! arbeider. i In het noorden van Friesland is zich op een paar plaatsen een proces bezig te ontwikkelen, dat van groote beteekenis kan worden l voor onze geheele beweging. Zoo vond men. – onlangs op een propaganda-vergadering van L. en M. te Stiens een belangrijk aantal landarbeiders, leden en niet-leden, die blijk ga' ven in boven-aangehaalde logische richting te i denken. Dien kant moet het uit! Doch dan heeft ook de werkgever verplichtingen. Dan zal die in z’n arbeider ook niet langer alleen 5 hebben te zien de arbeidsmachine, doch de mensch, die organisch ingeschakeld in het bedrijf, recht heeft op een redelijke levenspositie en die mét hem strijdt voor recht 3 voor beide. r Om elkaar dan als medestrijder te willen.

zien, zal er aan beide kanten vaak van houding veranderd moeten worden. De arbeider zal hebben in te zien, dat, zoolang zijn landarbeidersbond via decentrale vakorganisatie de huidige maatschappelijke verhoudingen, waarbij het platteland ten onder gaat, helpt bestendigen, hij dan door die eigen organisatie meewerkt om in z’n ellendige positie te blijven. De boer zal moeten inzien, dat z’n houding tegen een medestrijder een andere moet zijn dan die tegen een tegenpartij-loontrekker. In dat verband komt ons de eisch, naar we meenen te Stiens gesteld, dat de boer in overleg zal treden met de landarbeidersorganisaties over het loon, alleszins redelijk voor. Er zal daartegen ook voor niemand bezwaar behoeven te bestaan, als men zich bij het overleg slechts instelt op de eenig redelijke basis; dat slechts dat loon kan worden gegeven, hetgeen mogelijk is uit de bestaande productenprijzen. Men legt dan daarmee tevens een hecht fundament om te strijden voor betere prijzen, waarvan men beide afhankelijk is. In dit verband valt het niet te verwonderen, dat men zich in zekere S.D.A.P.-kringen zorgen gaat maken over den toekomst!gen steun van de landarbeiders aan de huidige S.D.A.P.- politiek, die nu eenmaal voor den agrariër nimmer uitkomst zal brengen. Op welk peil zou b.v. het Plan van den Arbeid het platteland stellen, zelfs al gingen alle verwachtingen van dat plan in vervulling? Men weet, dat de achterstand ten platten lande slechts zou blijven bestendigd. En dus mag de landarbeider met recht een politiek eischen, èn in z’n vakbeweging, èn in z’n politieke partij, die meer rekening houdt met zijn rechtmatige verlangens, de strijd, die thans een aanvang heeft genomen, en waarbij L. en M. voor den landarbeider zal strijden als voor eiken anderen agrarischen werker. Te betreuren is het, dat men nu blijkbaar bezig is om bij de Plan-propaganda van de S.D.A.P. tevens een actie in te lijven om den arbeider kopschuw te maken voor L. en M. Begrijpelijk is het wel, doch als de landarbeider straks begint in te zien, op welk een funeste manier hier z’n eigen belangen worden opgeofferd aan die der stedelijk-industrieele werkers, dan zullen zij, die wind hebben gezaaid, storm krijgen te oogsten. In dit verband wijzen we op een vergadering van de S.D.A.P. over het Plante Jelsum, welke vergadering klaarblijkelijk mede moest dienen om de vrucht van Stiens te vernietigen, waar zij geheel en al stond in het teeken van bestrijding van L. en M. De spreker, de heer W. van Dok, van Wijk aan Duin, heeft daar blijk gegeven bereid te zijn mede te werken aan het blijvend onderdrukken van het platteland, dan wel heeft hij doel en streven van onze organisatie niet begrepen! Arbeiders, ontwaakt! Onze strijd vóór den arbeider is er geen tégen z’n vakorganisatie en tegen z’n politieke partij. Wèl tegen de foutieve opvattingen en tegen de foutieve doelstellingen, die men daarin aantreft en die er toe leiden, dat er voor den landarbeider nimmer uitkomst zal zijn. Mocht men evenwel in die organisaties de positie van den landarbeider niet slechts onbewust, doch ook, o.m. na onze uiteenzettingen door onze propaganda èn in ons blad èn brochures, bewust miskennen, dan dreigen er gevaren, juist voor die vakbeweging voornamelijk- In dat verband wijzen we op den achteruitgang van het ledental der vakbeweging, die wel demonstreert, dat men aan een moeilijk moment gekomen is. Het aantal leden be’ droeg in ons land in 1933 828.900. In 1935 is het gedaald tot 750.200. 1 Wij voorspellen een grooten afval onder de landarbeiders, indien men niet doelbewust dien landarbeider hetzelfde recht toekent in 1 alles en bij alles, als aan den stedelijkindustrieeien werker. De tegenstelling tusschen stadsloon en landbouwloon is groot, de tegenstelling schrijnend. Doch ook dichterbij merken we schro; melijke uitwassen aan de tegenwoordige loon■ vorming. Als men de melk produceert, re■ kent men op de boerderij met loonen van . wel niet nader aan te duiden hoogte. Komt i daarna de melkvervoerder van de fabriek, dan krijgt men te doen met een tweeden i werker in het zuivelbedrijf, die er als regel ■ al niet beter aan toe is, vaak slechter nog. i Loontjes van ver beneden de tien gulden per i. week, waarbij nog rekening moet worden i gehouden met gebruik van eigen materiaal, – zijn heelemaal geen uitzondering! Dan evenwel treedt het product het geze; gende beschutte bedrijf binnen, de muren der zuivelfabriek. Zonder te willen generaliseei ren en de toestanden kennende, waarbij op i vele manieren de hand wordt gelicht met deze ; beschutte loonen, constateeren we dat daar– na de zuivelbewerker een alleszins redelijk – loon krijgt toebedeeld, althans volgens norm. t Waarom die tegenstelling tusschen boerenarbeider en melkrijder en den fabrieksarbeii der? We misgunnen den laatste z’n loontje