is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 31, 27-02-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3l 4e Jaarg. 1936

Donderdag 27 Febr.

lANDBOLW EN MAATSCHAPPIJ

Haakt regeering en vol ksverfëgen woord iging Uw nooden kenbaar

OFFICIEEL ORGAAN VAN DE NATIONALE BOND LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ ~ Weekblad onder redactie van het Dageljjkseh Bestuur. —— * Alle stukken voor de redactie, alle abonnementen, enz. te zenden aan BUREAU LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ – Tel. 17 – Ruinerwold (Dr.) Alle advertenties aan drukkerij J fl. Soom & Zn. te Meppel Qiro-nr. 6864 Abonnementsprijs voor leden f 1.50 p. |aar. Nlet-leden j 2.50

Leert economen en politici den landbouw beter begrijpen--

ALS ’T NIET KAN, ZOOALS HET MOET, DAN MOET ’T ZOOALS HET KAN.

öft nummer besta at uit acht bladzijden. EERSTE BLAD. Officieels mededeelden. De talrijke lezeressen en lezers van onze feuilleton moeten we helaas deze week teleur-Bfellen. Door omstandigheden kunnen we het Vervolg dit keer niet plaatsen Red. De heer De Lange spreekt: 29 Febr. te Bellingwolde. 2 Maart in Friesland. 3 Maart te Lutten. 4 Maart te Beemster. 5 Maart in Friesland. 6 Maart te Giethoorn. 7 Maart te Dalen. De heer Evers spreekt: 29 Febr. te Dwingeloo. 2 Maart te Hoogeveen. 3 Maart te Dalen. 4 Maart te Bukten. 5 Maart te Nw. Pekela. 6 Maart te Buinerveen. 7 Maart te Brammen. Maakt propaganda! Met onze brochures. Bij honderden verdwijnen de brochures Van ons bureau naar de afdeelingen, waar 2e aan den man en de vrouw worden gebracht. Dat is goed. Dat is noodzakelijk. Wanneer Mlen meewerken, kunnen er nog duizenden Geplaatst worden. Duizenden bewoners van ®tad en platteland moeten in kennis worden Sebracht met de ideeën van Landbouw en Maatschappij. Duizenden zullen zich dan Gedrongen gevoelen tot onze beweging toe fe treden. De ervaring leert dat. Week aan V'eek boeken we thans meer dan honderd, s°ms meer dan honderdvijftig nieuwe abonhé’s! In alle deelen van ons land. Hoe zou *fet aantal kunnen worden opgevoerd, wanneer alle leden krachtdadig meewerken bij bet voeren van propaganda. Dezer dagen ontvingen we vaneen onzer Actieve leden een bedrag van f5 toegezonflen om te besteden voor verspreiding van brochures. Uit die daad blijkt de warme liefde van flen gever voor onze zaak. Hulde en dank! We vestigen speciaal de aandacht op de brochures: 6 Ons systeem. 8 De dwaasheid der koopkrachttheorle, en 10 De zienswijze over het S.D.A.P.- Plan van den Arbeid. Men vrage deze brochures steeds aan bij; bureau Landbouw en Maatschappij te Ruiherwold (Dr.). Overijsselsche Boerenbond. Hoofdbestuursvergadering. In het hotel G. Stegeman te Ommen vergaarde Woensdagnamiddag 19 Febr. ons hoofdbestuur. . Mede waren op uitnoodiging ter vergaders aanwezig de heeren Jac. ter Haar en • Meinsma. Te ongeveer half twee opende de voorzitter, heer M. Westerdijk van Enschedé, de bijenkomst, waarna de secr. de notulen las. , Eén der bestuursleden stelde de vraag, wel® houding de Overijsselsche Boerenbond njoest innemen tegenover de Overijsselsche van Landbouw. De indruk in Overijssel . as nog steeds, dat de O.L.M. vijandig stond Senover den Boerenbond en gevraagd werd men dan maar niet beter den strijd moest aahinden tegen de O.L.M. De voorz. deelde mede, dat op een vergaj, van A® O-L-M. de voorzitter der O.L.M. liri ezegd, dat met den Boerenbond voe„ ®ehouden werd. Hiervan was noch hem, ,juch het hoofdbestuur iets bekend. Hij moest het aann'emen> dat het alsnog inde bedoeling M KVan de OU.M. om contact te zoeken met h°°fdbestuur van den Overijsselschen Boew°nd‘ Mij, zien gelukkig, dat zich in Nederland in flino a^e provinciën een betere verstandhouboif °ntwikkelt tusschen de provinciale landreni^’'rr>aatschappijen en de provinciale boeip Q°nden, welke goede verstandhouding b.v. in r°ningen en Drenthe reeds is overgegaan vnr^,endrachtig samenwerken. Hij hoopt en a°ht, dat het hiertoe ook in Overijssel (Zie vervolg pag. 2)

Zijn wij tweedrachtzaaiers en revolutionnairen ? *# ** Tot het geven vaneen antwoord opf deze vraag geeft ons aanleiding een driestar in De Standaard, geschreven naar aanleiding van het hoofdartikel in ons nummer van 14 Febr. j.l. over: het Kabinet-Colijn en de antirevolutionnaire boeren. Wij betoogden daarin, dat het Kabinet-Colijn zijn doel, alles te brengen op het peil van 1913, niet heeft kunnen bereiken door de onvoldoende politieke actie der landbouwende bevolking en dat inzonderheid de leiding van den G.8.T.81. in dezen schuldig staat. De juistheid van ons betoog valt naar onze meening moeilijk te ontzenuwen. De schrijver van de bedoelde driestar probeert dit dan ook zelfs niet eens. Om te voorkomen, dat onze opvatting ingang vindt bij de antirevolutionnaire boeren, neemt hij echter een ander midjdel te baat. Hij gaat onze beweging bij zijin lezers verdacht maken en wel op( een wijze, waarvoor o.i. zoowel de anlirevoilutionnaire partij als haar orgaan zich te goed moesten achten. Wij willen intusscht.li aannemen, dat de Redactie van De Standaard zich bij het geven van zoo in het oog vallende plaats aan de bedoelde critiek, zich geen voldoende rekenschap' heeft gegeven van de problemen', waarom het hier gaat en van de daarmede samenhangende doelstelling onzer beweging. Laten wij daarom trachten, haar daaromtrent beter in te lichten. Wij willen voor dit doel beginnen met het verwijt, dat wij tweedracht willen zaaien tusschen verschillende bevolkingsgroepen, door, zooals de schrijver zegt, de boeren op te wekken, zich tot een macht te vereenigen, en, louter lettende op hun zoogenaamd belang, zich te stellen tegenover de sledelijke bevolking en de ambtenaren. Wie dit verwijt durft laten hooren, moet wel in sterke mate onbekend zijn met of opzettelijk de oogen sluiten, voor een kwaad, dat na den oorlog zoo zeer op den voorgrond is getreden. Dit kwaad bestaat hierin, dat de politieke partijen zich uit partijbelang in dienst stellen der politiek sterk georganiseerde groepen, waar deze groepen er naar streven, zich ten koste der niet of zwak’ georganiseerde groepen een te groot deel van het maatschappelijk inkomen toe te eigenen. Vooral toen in 1929 en 1930 de prijzen der landbouwproducten tol een ongekend laag peil daalden, had men met dit streven succes. Met behulp van den politieken invloed, waarover de sterk georganiseerde groepen beschikten, wisten zij te beletten, dat de noodige overeenstemming werd verkregen tusschen de prijzen der landbouwproducten en het loon- en salarispeil. Met het gevolg, dat de landbouwende bevolking de dupe werd vaneen gruwelijk onrecht. Inzonderheid onder leiding van Landbouw en Maatschappij komt die bevolking daartegen met kracht, maar op; waardige wijze, in verzet. Zij tracht hetzelfde te doem wat de bevoorrechte groepen reeds lang hebben gedaan, n.l. zich meer politieken invloed te verzekeren. Dit mag echter volgens den driestarschrijver in De Standaard niet. Men zaait dan, zegt hij, verdeeldheid. Indien dit werkelijk het geval mocht zijn, dan zonden wij toch willen vragen, aan wie Üe schuld van die verdeeldheid moet worden gegeven. Aan hen, die onrecht lijden en daartegen in verzet komen, dan wel

Het leven is dan alleen heerlijk als men moed heeft. Den moed der rechtvaardigheid, den moed om, trots allen en alles, toch zóó te leven als men weet, zoo diep en innig als een mensch het weten kan, dat God het van ons wil. VAN EEDEN. aan hen, die dit onrecht in stand helpen houden of er van profiteeren. Het antwoord op deze vraag kan o.i. niet twijfelachtig , zij n. Nog minder gerechtvaardigd dan het zoo pas genoemde is een ander verwijt, n.l. dat Landbouw en Maatschappij de boeren wil voeren op revolutionnaire paden, hetzij die van het communisme of wel, die van het nationaalsocialisme. Wij willen daaromtrent het volgende opmerken. Wie onbevooroordeeld gedurende de periode na den oorlog de politiek heeft gevolgd, moet wel tot de conclusie komen, dat de politieke partijen, zonder het te willen ongetwijfeld, zich in dienst hebben gesteld van het communisme. Het betrekkelijk kleine aantal communisten bepaalde voor een groot deel de houding der sociaaldemocraten, die met de communisten moesten concurreeren bij de stembus. En de andere partijen, inzonderheid de rechtsche, moesten, om de stemmen der arbeiders te behouden, weer concurreeren met de sociaaldemocraten. Van dit spelen inde kaart van het communisme is de landbouwende bevolking inzonderheid de dupe geworden. Niet alleen in materieelen zin, maar meer nog in geestelijken zin, doordien werd aangetast het beste wat er inde ziel der landbouwende bevolking leeft. Men behoeft slechts rond te zien te platten lande om zich van de geestelijke verwildering, waartoe dein de laatste jaren gevoerde politiek heeft geleid, te overtuigen. Tegen deze revolutionnaire politiek nu, waaraan alle politieke partijen schuldig staan, trekt Landbouw en Maatschappij te velde. En men moet al zeer slecht op de hoogte zijn of met de waarheid op zeer gespannen voet leven, als men beweert, dat Landbouw en Maatschappij daarbij op het pad dér revolutie is. Evenmin geeft da'artoe het recht de verhouding tusschen Landbouw en Maatschappij en de N.5.8., altijd uitgaande van het standpunt, dat deze inderdaad revolutionnair is. Beide, Landbouw en Maatschappij en de N.S.B. hebben twee punten van overeenkomst. Inde eerste plaats, dat zij beide front maken tegen de communistische strekking, welke er sedert den oorlog lag inde actie der politieke partijen. En inde twaedie plaats, dat beide vrijwel gelijktijdig ontstonden op het oogenblik, toen de geestelijke verwildering onder den boerenstand zoodanige hoogte had bereikt, dat velen op het punt stonden over te loopen tot den door de overheidspolitiek zoo zeer gesteunden vijand: het communisme. Het gevolg vaneen en ander was, dat een groot deel der ontevredenen zich aansloot bij Landbouw en Maatschappij en een klein deel tevens bij de N.S.B. En hieruit is nu de legende ontstaan, dat Landbouw en Maatschappij zou spelen in de kaart van de N.S.B. De zaak staat juist andersom. Indien Landbouw en Maatschappij niet was ontstaan-, zou, in het Noorden des lands althans, de toeloop van de boeren naar de N.S.B. waarschijnlijk grooter zijn geweest. Eensdeels doordien Landbouw en Maatschappij de gelegenheid opent tegen de bestaande misstanden te strijden. En

anderdeels doordien de scholing, welke Landbouw en Maatschappij geeft, niet alleen de oogen der leden opent voor de fouten der bestaande politieke partijen, maar ook voor de ondoordachtheid van sommige leuzen der N.S.B. Ten slotte willen wij er nog eens weer voor de zooveelste maal op wijzen, dat onze organisatie de N.S.B. precies behandelt als andere partijen. Wij trachten onze leden voor te lichten. De partijen moeten dan maar trachten met de door ons voorgelichte leden klaar te komen. B r Er is ons gevraagd eens iets te zeggen omtrent de kostprijsverhooging der melk bij hooge invoerrechten. Een en ander in verband met de van zekere zijde in veehouderskringen nog al eens gepropageerde stelling, als zou die verhooging zbó belangrijk zijn, dat daaruit groote bezwaren voor de veehouderij naar voren zouden komen. in ons stelsel van hooge invoerrechten gaat men uit van de gedachte, dat bij een invoerrecht van f 5 per 100 k.g. de melkprijs ongeveer 6 cent per k.g. moet bedragen, om daarmee te komen tot een toonenden prijs bij het duurdere voer. Zooals men weet, wordt in dat stelsel die prijs van 6 cent verkregen dooreen voldoend hoogen toeslag te geven aan de melk uit het fonds van invoerrechten op granen, veevoer, vetten en andere agrarische producten. Vergeleken bij den melkprijs van het afgeloopen jaar komt men dan tot een melkprijsverhooging van 1% cent per k.g. Nemen we nu aan, dat het krachtvoer thans door de heffing van f 2 per 100 k.g. op granen en van diverse hoogte op de verschalende koeksoorten, gemiddeld is belast met f 1.80 per 100 k.g., dan zou een heffing óf 5 dus beteekenen, dat het voer f5—f 1.80 is f3.20 duurder zou worden. We nemen verder aan, dat de melkproductie per koe 3500 k.g. per jaar bedraagt en het krachtvoerverbruik 600 k.g. per dier per jaar, welke cijfers zeker geen te gunstig beeld geven voor een doelmatig beheerd bedrijf. We krijgen dan dus, dat de melkproductie van 3500 k.g. 6 maal f 3.20 duurder gaat worden, oftewel f 19.20. Dat wil dus zeggen dat de productiekosten per k.g. melk zullen stijgen met f 19.20 :3500 is 0.55 cent. Tegenover een melkprijsverhooging van 1.75 cent, komt dus een verhooging van productiekosten te staan van 0.55 cent, zoodat de vooruitgang zou bedragen 1.75 0.55 is 1.20 cent per k.g. Het zal duidelijk zijn, dat de verhalen van de groote bezwaren van het duurdere krachtvoer ongegrond zijn en men zal dus goed doen dergelijke opmerkingen te waardeeren naardat ze waard zijn. Ten overvloede wijzen we evenwel nog op de omstandigheid, dat een dergelijke melkprijs een intensieve weidecultuur mogelijk maakt, die kan leiden naar béter hooi en beter ingekuild gras, in het bijzonder wat het eiwitgehalte betreft. Een en ander zal tot gevolg kunnen hebben, dat men komt tot een voedermethode, waarbij men met belangrijk minder krachtvoer kan rondkomen, zooals thans al wel blijkt uit de resultaten op verschillende proefbedrijven. Het is duidelijk, dat in dat geval het duurdere krachtvoer den melkprijs in nóg mindere mate zal gaan bein vloeden, • • ♦ Landbouw en Maatschappij tracht te komen tot een eensgezind agrarisch front, teneinde voor het platteland datgene te verwerven, waarop het recht heeft, datgene tevens, waarop een welvarend platteland kan worden gebaseerd, uiteindelijk in niet geringe mate óók ten bate van stad en industrie. Voor dat eensgezind agrarisch front is inde eerste plaats noodig, dat de boerenorganisaties elkaar zooveel mogelijlk trachten te steunen, elkander vertrouwen en waardeeren. Eventueele verschillen zal men daarbij binnenskamers kunnen uitvechten, zonder gevaar te loopen, dat derden die verschillen gaan benutten om de boeren onderling tegen elkaar op te zetten. Helaas heerscht niet overal deze opvatting van L. en M. en blijkt men er in sommige kringen op uitte zijn om de verschillen zoodanig op de spits te drijven, dat de boereneenheid tot een aanfluiting wordt, met natuurlijk de te verwachten funeste gevolgen op den toch al zoo geringen invloed onzer boeren inden lande. De Landpachter, het orgaan van den Bond van Landpachters, is wel een voorbeeld van een blad, dat opzettelijk tweespalt zaait en dat erkende verschillen in opvatting niet slechts gaat uitspinnen tot onoverkomelijke

tegenstellingen, doch dat tevens op niet nader te noemen wijze organisaties en personen aanvalt, hetgeen de noodzakelijke samenwerking uitsluit. We willen op den inhoud van dit blad niet ingaan. Hoe ver het evenwel met de redactie al is gekomen, blijkt wel duidelijk, als men slechts nagaat, wat de inhoud en de bedoeling der verschillende artikelen is. Het blijkt dan, dat b.v. in het laatste nummer op twee pagina’s 16 verhaaltjes voorkomen, waarvan er 8 d i r e c t en eenige andere nog bedektelijk, zijn geschreven met de bedoeling om L. en M. af te breken. En op welk een wijze! Het wordt tijd, dat men zich in landpachterskringen eens gaat afvragen, waarvoor men eigenlijk z’n organisatie heeft: voor het dienen van rechtmatige belangen voor de huurders, dan wel ter bestrijding van L. eni M. Indien het laatste het geval mocht zijn en het begint daar hard op te gelijken —■, dan zou het overweging verdienen zulks openlijk vast te leggen, om den leden duidelijk te maken tot welk negatief werk men> den Bond wil verlagen. Bovendien zou L. en M. dan zijn houding tegen dezen, mede door deze houding, hard aftakelenden Bond, kunnen bepalen, zooals dat tegen een vija n d betaamt. Evenwel: „Het is geen slechte vrucht, waaraan de wespen knagen!” * * ♦ De „agrarische beweging” wint onderwijl veld. Eender voor de- toekomst wel meest hechte steunpunten daarbij zal kunnen worden: De Agrarische Pers. Het is een verheugend feit te kunnen meedeeien, dat dit „zal kunnen worden” eigenlijk al mag worden vervangen door „is bezig te worden”. Dezer dagen namen we eens poolshoogte omtrent da ontwikkeling van het Agrarisch Persbedrijf en wat we vernamen, stemt tot groote voldoening. Het geeft den strijder tevens opnieuw moed voor den nog komenden eindstrijd. Naar we vernamen is de eerste ton gpuds binnen afzienbaren tijd bij elkaar gebracht in den bekenden vorm van kleine aandeeltjes* zoodat men binnenkort zal moeten overgaan tot het scheppen van de gelegenheid met het plaatsen van aandeelen verder te gaan, totdat het noodzakelijke kapitaal zal zijn bijeengebracht, door uitbreiding van het voorloopig vastgestelde kapitaal der N.V. Men denke zich het werk eens in om van onzen verarmden boerenstand een dergelijk kapitaal bijeen te brengen. Welk een opoffering hebben onze leden zich daarvoor niet al moeten getroos» ten. i Hulde aan deze belangelooze propagandisten ! Vedrer namen we een kijkje in het bedrijf. Wie het aangekochte pand in z’n vroegere bestemming heeft gekend, zal versteld staan van de wijziging ten goede. Kantoren, als waren ze voor „Onze N.V.” gebouwd; bergplaatsen en drukkerij netjes en doelmatig en vooral eendruk bedrijf, waar het gerikketik van de machines een gezellige werksfeer schept. Het bedrijf is nü al een lust om te zien, en welke groote verwachtingen schept dat dan niet voor de nabije toekomst, als de groote rotatiepers het geheele bedrijf zal gaan beheerschen! En als men dan tenslotte bij de directie informeert naar drukorders, en naar den gang van het bedrijf, dan blijkt al gauw, dat men met dit bedrijf niet te hoog heeft gemikt, doch dat de zaak lóópt, op een manier, die bij den opzet bij lange na niet is voorzien! D e „PERS” g roe i t d e „BEWEGING” groeit! ♦ ♦ ♦ L. en M. heeft nog een grootsche taak: de» boerenstand in Nederland bij te brengen, dat slechts eendracht uitkomst zal kunnen brengen. Op dat gebied valt er nog veel op te redderen. Indertijd maakten we melding vaa de ‘ ’ . actie van de kleine boeren in Gelderland en Noord-Brabant en van de beweging, die zich door toedoen van Dr. Dijt daaruit heeft afgescheiden, n.l. de vereeniging „Maatschappelijk Herstel”, waarbij de groep onder leiding van den heer Tromp te Winssen behoort. Nu vernemen we evenwel later, dat het ongenoegen tusschen de beide oorspronkelijke leiders: de heeren Bouwman en Tromp zelfs van dien aard is, dat ook de heer Bouwman een organisatie voor kleine boeren heeft gesticht! Als men het nu eens precies verkeerd wil doen, dan moet men op dezen weg verder gaan! . ♦ * * De beruchte margarine-advertentie heeft wel veel beroering inden lande verwekt, doch het lijkt ons toe, dat de rimpels al weer vervlakken en dat men straks ook wel weer zal gaan berusten in deze historie, die men momenteel zoo terecht fel afkeurt. Minister Slingenberg heeft dan misschien bereikt, wat hem het meest aangenaam is, doch hij heeft allerminst het onrecht, de veehouderij aangedaan, goedgemaakt. Integendeel, hij zal kunnen opmerken, dat de margarine-propagandisten verder gaan en op de eenmaal gepubliceerde verklaring een reclame-caimpagne gaan baseeren, op de mar