is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 33, 12-03-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I2 Maart 1936. 4e jaargang. LANDBOUW EN MAATSCHAPPIJ. No. 33. Tweede Blad.

I Haagsche geluiden. De begrooting van het landbouw-crisisfonds inde Tweede Kamer. Pro en contra over ons systeem. I Meermalen hebben wij er op gewezen, dat Hik *anübouw-crisisfonds de gemeenschappede®, Sc*l,°^e* waaruit alle takken van boen nu en dan ook van visseberij i Van n toeh©deeid, wat hun naar de meening toelr °nZe crisis'hewind voeders „rechtvaardig” dat Meermalen ook toonden wij aan, doe a gemeenschappelijke pot ©en onvolée uden inhoud heeft om daarmede over »er u.eele *'n’e een *oonen,d bodembedrijf mohiet f ma^en' Herhaaldelijk konden we dat ditk ■en van den dag bewijzen. Een extra keering aan de een moet dam gepaard wan met een onttrekking aan den ander, ardoor het „systeem”, dat men toepast, aardt ineen bedee’ing, wat leelijk begint .rieken naar armenzorg. „Distributie van , iioede”, steeds meer gaan we dien kant op! I ‘ a‘!e kracht die in ons is zullen wij hiertiff61} ktyven protesteeren. Het primaire nai seif3 6 de boer voor de gemeen-1 J>ap verricht, is meer waard! ISf k°venstaarMte moge blijken, dat de be-I v ?i0t’n£ van het landbouw-erisisfonds onze ■ e belangstelling heeft. Immers, hierbij wor■ dipll a'h-w- v°or een jaar vastgelegd de be-Ij, a£en, waaruit de verschillende crisismaataBelen zullen kunnen worden gefinancierd. _ aarnaast zal de Kamer deze gelegenheid hgrijpen om haar houding te bepalen ten jjPrichte van het gevoerde landbouwcrisiseieid. Voor ons is dat van groote beteekenis. , e kunnen dan beluisteren de stemmen uit e verschillende politieke partijen en we kum®n daaruit onze conclusies trekken. Dat beeft hov ons meer waarde dan de schriftelijKe |®dachtenwisseling, die vooraf is gegaan. Men ,ah uit dat laatste wel te weten komen, „sommige leden” en „andere leden” of «vele leden” en „verschillende ledian” over dit dat genken of met vrij groote zekerheid i®h men dan die verschillende soorten van wel onder ’n politiek dak brengen, maar htecies aangeven uit welken hoek de wind ®a-t, blijft toch altijd moeilijk, wat bewezen |,ordt door het feit, dat men bij de monde{“"ge behandeling wel eens voor verrassingen ®hit te staan. Wij hopen met dit inleidend °ord de belangstelling te hebben gewekt tt°r ons onderwerp van den dag. Niet minder dan 20 sprekers hebben bij de B!gemeene beschouwinge nhet woord gevoerd 8,1 hun licht laten schijnen over het gevoerde het te volgen crisisbeieid. D© hegr Louwes, lib., voorzitter der Gron. Mij. van Landbouw, opende de rij. Deze begon ;J6t nog eens uitdrukkelijk in het licht te dat men de landbouwcrisiswetgevang vooral niet moet zien als een doel, dat sen,5en, uit zichzelf en om zijn zelfs nastreeft, dat deze ons door de omstandigheden Opgedrongen. Hij geeft ons twee oorzaken ?BrU het feit, dat de wereldmarkt haar regelad karakter heeft verloren ©n de b innen-andsche kostenverstarring. Als derde factor a°emt spreker de begeerte van den boerenhand naar een meer redelijke en rechtvaarbelooning. , (Naar onze meening is dat meer dan een ?cgeerte, het is de ontwaakte boeren-bewust'ei,d, die haar billijke rechten vraagt). Zeer gelukkig, wees deze spreker op dien BteUn, die de industrie ontvangt door con'ngenteering, wat door den Premier is ge/“hat op een bedrag van 100 a 150 millioen rllbenj en adrem voegde de beer Louwes *eraan toe, dat bij dit bedrag ook moet . orden opgeteld wat uit ons fiscaal tarief van als industrieeie hulp kan worbeschouwd. Dan zou een bedrag vér-Ngen worden, dat dat van de landbouw- zeer dicht nadert. XMet dit feit voor oogen, moéten n.o.rn. FEUILLETON. Onvervulde Hoop Door HATé. A 28. .Dergelijke stemmingen en gemoedsuitdruk-SnBen beheerschten Lammie dag aan dag. gelukte haar slechts zelden zich aan mijmeringen te onttrekken. Het beste plukte haar dit, wanneer ze volop inde erkzaamheden zat. Daarom had ze den °oten tuin voor zich alleen genomen en al ® Producten gedurende den zomer zelf inbakt en geweckt. Maar nu was de zomer weer voorbij en tnfS er voor aar geen werk meer inden 0 Zij was blij, dat de jacht weer gev e«d'was. Nu draaide Van Hagen niet zoo>w .m heen, doch zocht zijn vermaak i. ziin honden en geweér in het veld. V « rustig vond Lammie een dag, toen Uir, HaSen vroegtijdig was vertrokken met 1 Hij ,Wa§en, omdat hij elders ging jagen. Ofjj had een uitnoodiiging vaneen kennis, eens een prettigen jachtdag door 6n®en en Lammie wist, dat het laat het 1'v°rclen, aleer hij terug kwam. Hij had voie ar *e hennen gegeven, omdat ze üS h*m, geen avondeten voor hem gebehoefde te hebben. t d <ien d'Oorgebracht als gewoon, he[j toen de avond was gevallen, had ze zich in de woonkamer genesteld, we°ngestoord te zullen zijn. Alle deuren eZ6 gegoten, zoodat niemand binnen kon a*s zii het niet wilde. En toch het vfee °ne van het alleen-zijn had haar ai d en onaangenaam aangedaan, zoodat S tpVr°egtijdig naar boven was getrokken, ■Het ?aan slapen. k°n niet laat zijn, als ze door bet do^de raam 'n rle duisternis keek in 'hng van het dorp, waar nog zoovele

de industrieel© monden wat minder wijd gapen!) Vervolgens is er nog een ander© groep, die zoozeer den mond vol heeft over landbouw• steun, doch die zelf met steun opstaat en , niet steun naar bed gaat, b.v„ en dat is maar ' een greep uit vele: thans verdienen 7355 bestellers bij de P.T.T. ieder f1540 per jaar, op de vrije markt i zouden deze stellig voor f3OO per jaar minder zijn te krijgen, aiz00.... een steun van meer ; dan f2.000.000. Vóór 1915 verdienden 4859 bestellers een gemiddeld loon van f760 per jaar, alzoo staan deze op een index van 200, terwijl bet indexcijfer voor de landbouwpro■ ducten 71 is en dat voor het loon van den landarbeider 141. Ook op ander terrein wordt de vrije ontplooiing van het maatschappelijk leven tegengewerkt, door de afsluiting van collectieve arbeidscontracten. Als voorbeeld noemde spreker de verveners, die hun bedrijf slechts met groote moeite kunnen handhaven. Werkelijk, de landbouwcrisiswetgeving mag niet de zondebok zijn! Handig leek ons ook de herinnering aan de droogmaking van den Noord-Oostpoilder, waarbij de gewonnen grond op f2600 per h.a. komt te staan, zonder rente, en waaruit noodwendig voortvloeit, dat men erkent, dat de beste grond van Nederland momenteel f2600 per h.a. waard is, maar ook, dat men erkent, dat men onze bodemproductie zoo hoog mogelijk moet opvoeren. In dit verband prijst spreker bet systeem van Landbouw en Maatschappij, dat als ©en nationaal belang terdege moet worden bekeken. Volgens den beer Louwes berust de Minister te gemakkelijk inde moeilijkheid om de kosten op de bedrijven naar beneden te brengen en in hetzelfde om de landbouwprijzen te verhoogen. Die twee heersdhende machten beheerscben ’s Ministers beleid en daarvan is de boerenbevolking de dupe! Op den heer Louwes volgde de heer Van den Heuvel, dén leider van den C.8.T.8. Deze betreurt het zeer, dat hij genoodzaakt is tot critiek op het beleid van dezen bekwamen en sympathiekèn bewindsman. Hét lijkt ons, dat men de waarde der critiek van dézen spreker van den negatieven kant moet bekijken. Als hij b.v. „vertrouwt, dat de Minister hervinden zal het vroeger zoo ruim bij hem aanwezige goede inzicht inde sodaal-economische beteekenis van den landbouw”, dan moeten wij daaruit constateeren, dat Z.E. thans dat inzicht kwijt is. Vervolgens goochelt deze spreker wat met de ons bekende cijfers 70 140 175. Aan d’eenen kant moet daaraan geen waarde worden toegekend, aan d’anderen kant zijn ze toch ook niet waardeloos, alleen men mag er geen onjuiste conclusies uit trekken. (Dat laatste Js juist en we, meenen, dat we ons daaraan ook niet bezondigen). Volgens dezen spreker mag men niet zeggen, dat deze landbouwcrisispolitiek niet is geslaagd, men mag alleen zeggen, dat ze niet voldoende geslaagd is! (Zie, dat is nu politieke-, maar geen boerentaal! Van grooter beteekenis voor ons is, dat de heer Van den Heuvel geen geloof heeft in ons omdat hij niet gelooft inde mogelijkheid meer uit het Nederlandsche publiek te halen dan er op bet oogenblik gehaald wordt, omdat er groote elasticiteit zit in het verbruik van bijna elk artikel en dat verbruik bijna altijd terug loopt bij verhooging van den prijs, uitgezonderd brood, en hierop kan geen hoogere vertoaling toegeiaten worden .Spreker ziet eventueele ver- INGEZONDEN MEDEDEELINGEN. Linoleum – Balatum De mooiste dessins vindt U bij: Woninginrichting L. J. FLIER – Emmen WilH.str. 11 ramen als vurige oogen naar haar toe staarden. Het was heel stil in deze herfstdonkerte en niet koud, doch bij het sluiten van de ramen deed zich een heftig gefladder inden naastbijzijnden boom booren en een schrille rauwe kreet doorsneed' de stilte. Lammie huiverde: „Alweer die boschuil. Dat belooft niet veel goeds”, dacht ze. Ze stak het licht op, sloot de gordijnen en begon zich te ontkleeden. * * * Ze wist niet hoe lang of ze al in bed gelegen had, ze wist zelf niet recht of ze al maar in gepeins bad liggen luisteren, of dat ze werkelijk geslapen had, maar ze kwam tot de werkelijkheid terug, doordat ze meende te hooren kloppen. Ja, daar had je het weer. Werkelijk werd er aan baar deur geklopt en met schrik herinnerde zij zich, dat ze de deur niet eens op slot bad gedaan. „Lammie, slaap je?”, boorde ze de stem van Van Hagen aan de andere zijde. „Neen, wat is er?”, vroeg ze, opgelucht zijn stem te herkennen. „Och, ik had nog iets”, zei Van Hagen weer. Zij meende een vreemden toon in zijn stem te bespeuren; de stem was niet zooals ze het gewoon was. Zou hij wellicht een ongeluk gehad hebben, zoodat hij werkelijk hulp noodig had? Zij zag hem in haar gedachten al met een bebloed hoofd of gebroken arm staan, zoodat er toch beslist hulp verleend moest worden. Ondanks al baar afkeer van hem, maakte zich nu een groote bezorgdheid voor hem van haar meester. Ze sprong haar ledikant uit, draaide 'het licht op en opende de deur. „Wat is er dan? Wat hebt u?”, vroeg zij bezorgd. i Inde deuropening stond daar voor haar i de gestalte van Van Hagen, nog in zijn jachtcostuum. Zijn hoed had hij zelfs nog : op en die stond tamelijk schuin naar achteren. Zij overzag zijn figuur ineen oog- , opslag van boven tot beneden en zag geen enkele verwonding aan hem. „Wat wilt u dan?”, vroeg zij nogmaals, i minder bezorgd, doch meer beangst voor zich zelf.

betering in hoofdzaak in vermindering van lakten. Hij heeft daarbij op het oog het wetsontwerp op de landbouw-hypotheken. (Onze anti-rev. boeren mogen deze uitspraak van hun leider wel eens ernstig overwegen en tegelijk eens nagaan, welke mogelijkheden het aangehaalde hypotiheken-ontwerp voor hen biedt). De heer Droesen, R.K., is, precies als wij, gestooten op $ Ministers opvatting, als zou onder redelijk bestaan (voor den boer) moeten worden verstaan „voldoende om het bedrijf in stand te houden”. Wij hebben dat ineen „bloempje” gewraakt en ook de heer Droesen meent, dat een landbouw-minister hooger moet mikken! De landbouw is met de aanpassing aan een lager welvaarts-niveau alles en allen vooruit. Deze spreker vestigt er nog eens weer de aandacht op, dat bij becijfering van duurder leven enz. als gevolg van den „landbouwsteun” men daarbij altijd uitgaat van de wereldmarktprijzen, die niets anders dan afbraakprijzen zijn. (Volkomen juist!) Hij voegde hieraan toe een becijfering, die ook vaak door ons is gebruikt: „In 1935 waren de kosten van het levensonderhoud vaneen arbeidersgezin in Amsterdam 136.7 (basis 1911/13). en de kosten van voeding slechts 119.2. Het indexcijfer voor akkerbouw- en veeteeltproducten was toen 72 op basis 1910/14, waaruit vqjgt, dat niet de prijzen, die de boer ontvangt, de levensmiddelen duur maken!” Deze spreker durft evenwel den consument niet zwaarder belasten. Onze verlies gevende export zal moeten worden ingekrompen. Hij vreest echter, dat bij de thans gevólgde financieele- en lamdbouwcrisispoiitiek zelfs d© thans geldende prijzen niet zijn vol te houden, zelfs niet bij handhaving van de bestaande belasting van het Nederiandische volk. Over het systeem van Landbouw en Maatschappij wil hij het resultaat der commissie-Van Loon afwachten! (Als dat nu maar geen kapstok-commissie wordt!) (Wordt vervolgd.) Eensgezindheid. Voor eiken boer of boerin, ongeacht hun geloof of politieke richting, is het meest brandende vraagstuk van dezen tijd, het brengen van hun stand op die plaats inde maatschappij, waarop deze krachtens zijn beteekenis voor de samenleving recht heeft. Die plaats moeten wij, boeren en boerinnen, ons zien te veroveren. De tijd ligt achter ons, dat wede stille werkers waren, die zich nergens anders mee inlieten dan met de boerderij, huis en hof. Steeds meer is er ook voor de boerenbevolking de behoefte aan meerdere kennis en vakkundige opleiding gekomen. Aan den technischen vooruitgang hebben we allen met hart en ziel medegewerkt. Maar hebben we met dit al niet iets vergeten? Hebben we niet verzuimd ons daarnaast een plaatste verschaffen inde maatschappij om invloed uitte oefenen op de publieke opinie en op de Regeering en volksvertegenwoordiging? Wij, boeren en boerinnen, moeten ons zelf hooger gaan achten. We moeten er trotsöh op zijn, boeren en boerinnen te zijn. Er dient meer respect te komen voor den boerenstand en daarom moeten we ons zelf een plaats bereiden inde maatschappij, die ons toekomt. En die plaats moeten we zelf veroveren; niemand die dat voor ons doet. Is er een bedrijf zoo mooi als dat van den boer; een taak zoo uitgebreid als die van l de boerin? Ten eerste is de huisvrouw, bovendien opvoedster, tevens berust bij haar gedeeltelijk de verzorging van den bloementuin, den groenten- en den fruittuin. Dat is ook het geval met de melkverzorging, de verzorging van de kippen en bet pluimvee en in vele gevallen den „oppas” van de kalveren en de varkens. Somtijds moet zij ook nog behulpzaam zijn bij de oögstwerkzaamheden. En al is alles heel weinig waard, toch vraagt "r- Hij stond stijf inde deuropening naar haar te staren, met een lach om den mond. „Lammie? Jij ”, maar verder sprak bij geen woord. „Zeg dan toch, wat wilt u van mij?”, vroeg ze hem. Hij deed nu een paar stappen nader en stond midden in haar kamertje. Hij stak een hand naar haar uit en riep meer dan dat bij het sprak: „Lammie, jij moet mijn vrouw worden!” „Maar meneer Van Hagen, wat bezielt u?”, riep Lammie, die hem trachtte te ontwijken. „Is dit een manier van doen op zulk een uur van den nacht?!” Hij lachte om haar woorden en naderde haar om haar te grijpen. „Meneer Van Hagen, u raakt mij niet aan! Schaamt gij u niet, mij, een weerloos meisje, zoo te overvallen?! In het volste vertrouwen opende ik u de deur, bang, dat u iets was overkomen en nu handelt u zoo”, voegde zij hem toe. Hij lachte steeds door en uitte enkel dezelfde woorden: „Je moet mijn vrouw worden! Je moet mijn vrouw worden!” „U. weet wel, meneer Van Hagen, ik kan uw vrouw niet worden, omdat ik een ander lief heb”, zei zij, hem afwerend met haar beide armen. Hij was haar nu zoo dicht genaderd, dat zijn adem over haar gelaat schroeide. Lammie rook een sterke dranklucht uit zijn keel en de schrik sloeg haar om het hart. Hij was dronken, misschien wel niet erg, doch toch erg genoeg om voor het oogenblik niet toerekenbaar te zijn. Lammie stond duizend angsten uit. Wat moest ze met een dronken kerel aanvangen? Wanneer Van Hagen niet dronken was, zou ze zoo’n aanval op zijn verstand en gentlemanschap kunnen doen, dat hij zijn eigen wrange daad zou beseffen, maar nu? „Meneer Van Hagen, u is dronken”, riep ze, alsof dat haar kon helpen. „Een beetje mijn liefje”, riep hij lachend, „een beetje! Het was daar een lollige boél. Het ging er prettig tóe. Wij hadden een ' succesvollen dag en hebben daar misschien,, een glaasje te veel opgenomen. Maar dat j zakt wel weer af, Lammie, vooral als jij maar mijn vrouw wordt.” |

t het om verzorging en om een plaats in ons – hart. Mogen onze boerinnen-moeders haar groote c verantwoordelijke taak, die er ligt inde i opvoeding van ons eenvoudig, flink en fier i boerengeslacht, goed verstaan! 1 In enkele streken van ons platteland neemt men waar, dat de boerenzoons en -dochters J zich aan verschillend boerenwerk willen outt trekken, vooral aan ’t melken. Dat wil men j zelfs niet leeren! Onze toekomstige boeren ( en boerinnen, die zich hieraan onttreKken, ( en zich voor boerenwerk schamen, zijn voor j dien boerenstand verloren, Hier ligt een groote taak voor de vrouw | om bij de kinderen liefde te kweeken voor , het boerenbedrijf en de verzorging hiervan, | inde ruimste beteekenis. Zij moet hun bovendien leeren hun stand [ hoog te houden. Niet neerhalen, zooals door ( ons zelf soms wordt gedaan. We denken dan o.a. aan onze boerenbruiloften, waar , voordracht en zang hoogtij vieren. Hoe vaak gebeurt het dan, dat men zich grimeert of . potsierlijk toetakelt, een voordracht ten beste . geeft en dan een lompen, dommen boer L tracht uitte beelden. Zoodoende maken we . al gebeurt het dikwijls ondoordacht L onzen eigen stand belachelijk! Door vele stedelingen wordt de boer voor , lomp en dom versleten, ’t Is maar een boer, wordt er dan gezegd. Laten wij er toch vooral t niet aan medehelpen deze gedachte te ver’ sterken, maar trachten hen van het tegendeel j te overtuigen. Mogen onze jongeren het goede voorbeeld , leeren waardeeren, dat hun door Landbouw ' en Maatschappij wordt gegeven, door hun tooneelstukjes te leeren en te laten opvoeren met inhoud, waarvan ook de ouderen mede | kunnen genieten. We dienen er ook voor te waken, dat door al de hedendaagsche malaise, wij zelf en vooral ook onze jongeren, ons mooie boerenbedrijf niét gaan haten. Laten we hen leèren het goede te zien en mede te leven inde groote vrije natuur en de wisseling der jaargetijden, die niemand zoo schoon en intens beleeft als de boerenbevolking. We gaan het voorjaar tegemoet, ’t Is Maart. We aanschouwen reeds het eerste voorjaarsontluiken; de sneeuwklokjes zijn er al en straks zijn er de narcissen en madeliefjes. Spoedig zien we weer de eerste lammeren, de jonge kalfjes en de veulentjes dartelen inde weide. Dan worden de dagen langer. De boer begint aan de voorjaarswerkzaamheden. De zaaier gaat uit en dan duurt het niet lang meer of alles wordt groener en mooier. Al hangen donkere wolken over ons boerenbedrijf, het mooie inde natuur en het nieuw ontluiken van bloem en plant blijft altijd een stil genot. Vrienden en vriendinnen, die op m’n vorige bijdrage terugschreven, m’n dank voor uw sympathie en medewerking. Groningsche boerin, ge hebt me de hand gereikt, ik geef U de mijne. Dat tusschen deze handen, uit Noord en Zuid, vele duizenden plattelandsvrouwen elkaar de hand mogen reiken, elkaar schragend en trachtend eensgezind deze moeilijke tijden ’t hoofd te bieden! ZEEUWSCHE BOERIN. INGEZONDEN MEDEDEELING. Ig® l-AMSTER DAM* 5 PU IS Tg.TIS/11 Hij deed weer een uitval naar baar en wist baar nu werkelijk in zijn amen te krijgen. Het scheen, dat haar macht nu gebroken was, want weenend leunde Lammie in zijn armen. Hij trachtte haar op te beuren, doch nu kwam de moed der wanhoop bij Lammie terug. Met vertwijfeling sloeg ze hem in het gelaat, met haar nagels krabde ze hem de wangen open. Ontzet deinsde hij een paar pas terug en bij een heftigen duw stond hij weer op den rand van den drempel. Deruit, d’ruit! Schurk! Schobberd! Uit mijn kamer!”, schreeuwde Lammie tegen hem. „Geen oogenblik wil ik langer bij je blijven, zoo’n eerlooze kerel als jij bent.” Hij liet zich maar steeds duwen, totdat hij buiten haar kamer was. Nu wilde Lammie de deur dichttrekken, doch op dat moment greep bij haar weer. „Laat los, kerel, laat los.” Hij liet niet los, hij trachtte haar weer op te tillen en scheen haar weg te willen dragen. Juist boven aan de trap wist Lammie, nadat ze hem in het gezicht gespuwd had, zich opnieuw los te rukken. Ze stompte hem voor de borst, zoodat hij wankelde. Hij week terug en stapte mis. Ruggelings viel hij achterover en stortte met veel lawaai de trap af, waar hij beneden roerloos bleef liggen. Ontzet zag Lammie het gebeurde aan. Ze voelde haar hart tot inde kèel bonzen. Ze preste haar handen op haar hart, want het leek haar of het zou barsten. Allerlei gedachten flitsten door haar hoofd. Zou hij dood zijn? Zou hij misschien nog leven? Als hij doodwas, dan was zij een moordenares. Dan had zij een nrsdaad begaan, een groote misdaad volgens dé wet. Nu zij haar eigen gevaar geweken zag, nu zij hem, die haar belaagde, weerloos zag, nu kréég ze oók weer medelijden met Van Hagen. Zij wist, dat ze hem dezen avond niet geheel toerekenbaar moest achten, hij was anders te veel heer dan dat hij haar zoo belagen zou. Ze begreep dat ze niet langer moest wei, telen. Hulp moest geboden worden. Ze daalde * j de trap af en knielde neer bij Van Hagen. 1 die nog altijd roerloos op zijn rug lag. Zij j I wist echter niet wat te doen, maar een zucht j

s Bloempjes a „Neutraal”. it Bij de algemeene beschouwingen over de s begroeting van het landbouw-crisisfónds zei . de heer Louwes 0.m.: n „De Regeering laat haar bemoeiingen met „ den georganiseerden landbouw vooral rusi ten op dien drievoet: algemeene organisaj ties, Roomsch-Katholieke en orthodox-Protestantsche organisaties, die worden steeds 9 geroepen tot medewerking met de Regeer ring. Ik wil er hier op wijzen, dat ik uit-1 drukkelijk spreek van „algemeene” en niét ’ van „neutrale” landbouw-organisaties. In zekere kringen van onzen georganiseerden landbouw spreekt men bij voorkeur van „neutrale” organisaties, maar zij zijn algemeene organisaties, algemeene Nederland, sche organisaties en zij moeten n. m.m. . ook als zoodanig worden erkend.” De heer Van den Heuvel, a.r., tegelijk lei. der van den C.B.T.jj}., heeft hierop in onderstaande worden ” gereageerd: 5 „Wanneer de heer Louwes den organisatievorm, dien hij den meest gewenschten vindt, aanduidt met den naam „algemeene r organisatie”, dan heb ik daartegen geen j enkel bezwaar, maar hij mag het anderen 1 niet euvel duiden, wanneer dezen van oor* deel zijn, dat een organisatie, die zich tegenover het belangrijkste ding in het lévèn, of met God en de goddelijke ordeningen zal 1 gerekend worden, neutraal stelt, van con’ fessloneele zijde een „neutrale organisatie” 1 genoemd moet worden. Ik geef ieder het 1 recht zijn organisatie den naam te geven, 8 dien hij wil, maar laat men anderen toch niet het recht ontnemen de titulatuur te r kiezen, die zij meenen, dat voor dergelijke ' organisaties noodig is.” [ Het is geen nieuws, wat de héér v.d. Heuvel hier vérkondigt. jarenlang op allerlei terrein hebben we dergelijke ge, luiden van die zijde gehoord. Zij zullen dat blijven doen, ondanks alle deugdelijke argumenten, die daartegen reeds ' zijn en nog zullen worden aangevoerd, , omdat zij meenen, dat dit in hun voordeel is. ’t Best lijkt ons, dat wij gebruik maken van het recht, dat de heer v.d. Heuvel anderen niet wil ontnemen en zelf de titulatuur kiezen, van den weer' omstuit, voor zijn organisatie. Als we voortaan eens spraken van A.8.T.8.? ■ Een roode pluim op den hoed t van het Kamerlid v. Houten. f In „De Soc.-Democraat”, veertiendaagsch orgaan van de S.D.A.P., schrijft de heer Van s Veen, dat de S.D.A.P. op meer dan één terr rein klaren wijn zal hebben te schenken en dat dit niet mag worden nagelaten uit vrees l voor verlies van stemmen De schrijver heeft het dan over de religieuze strooming van ■ Ds. Banning, die naar zijn meening door ■ haar Weifelende houding de partij reeds heel l wat stemmen heeft gekost, die door de ! C.D.U. zouden zijn opgeslokt. Maar, zoo gaat de schrijver verder: deze stemmen zijn niet voor het socialisme verloren, omdat Van Houten c.s., wat hun economische politiek ’ betreft, naast onze beweging staan. ■ Ook zonder dat de heer Van Veen dit schreef, wisten we dat, maar ’t is toch wel goed, dat het van die zijde bevestigd wordt. Voor onze menschen vooral is het goed, omdat de heer Van Houten zich vaak aandient als de redding aanbrengende agrariër.. INGEZONDEN MEDEDELING. JOHs. KARSIJNS NIEUW-AMSTERDAM bl) POSTKANTOOR HET ADRES VOOR Beerenconfectie en fijn Maatwerk. van verlichting ontsnapte haar borst, als ze bemerkte, dat Van Hagen nog ademhaalde. „Gelukkig, niet dood!”, ontsnapte het aan haar lippen. Het scheen of deze woorden Van Hagen tot de werkelijkheid terugbrachten, want hij sloeg zijn oogen open en een weemoedig lachje krulde even zijn lippen, als hij haar, die over hem gebogen zijn boord trachtte te verwijderen, herkende. „Lammie! Jij?” Als fluistering kwam het over zijn lippen. „Stil maar”, zei Lammie. „Hoe is het met u? Hebt u pijn?” „Het wordt al weer beter. Mijn hoofd doet nog wat pijn, maar mijn been is erger”, zei bij en trachtte te gaan zitten, wat hem zonder Lammie’s hulp niet gelukken wilde. „Wat kan ik voor u doen?”, vroeg zij hem weer, terwijl ze hém van zijn boord en das bevrijd had. „’k Weet het niet, Lammie. Ach meisje, vergeef me, wat ik je wilde aandoen”, sprak hij zacht, terwijl zijn hand naar de hare zocht. Het klonk Lammie als een snik en ze stelde Jiem gerust. „O, dat bén ik al lang vergeten, meneer Van Hagen. U wist niet wat u deed en daarom kon ik het U niet kwalijk nemen. Jammer, dat u er zoo bij te pas bent gekomen. Voelt u zich sterk genoeg, om op te staan?” „Ik wil het probeeren Lammie, als jij mij helpt.” Werkelijk kwam hij, met heel veel steun van Lammie, op de beèn, doch toen hij, leunende op Lammie, zijn rechterbeen verzette én zijn linker het geheele gewicht van zijn lichaam te torsen kreeg, zakte hij met een gil tegen Lammie aan en zou zeker weer gevallen zijn, als zij hem niet uit alle macht ondersteund had. „Die zal wel gebroken zijn, ik had er al zoo’n pijn aan”, sprak hij gedempt. „Wat moet ik dan doèn?”, vroeg Lammie. „Zoudt u, niet mijn hulp, uw kamér kunnen bereiken, dan kunt u in iéder geval in bed gemakkelijker liggen en dan zal ik om den dokter gaan.” Hij keek baai" dankbaar aan. Zij zag droppels bloed langs zijn wangen sijpelen. De wonden die zij hem gekrabd had, wist ze. \ i (Wordt vérvolgd.)