is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouw en maatschappij; officiëel orgaan van den Nationalen Bond Landbouw en Maatschappij, jrg 4, 1935-1936, no 37, 09-04-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koopkracht zou met 15 miltioen toenemen, wat de afname van landbouwproducten betreft. Bat klinkt ons wat eigenaardig inde ooren. Wat is koopkracht? Is er koopkracht te scheppen door geld te leenen en te verteren? Dan ware het remedie van de kwaal gamakkelijk toe te passen. Wij meenden niog steeds, dat koopkracht werd geschapen door productie die meerwaarde schept en als we dan eens denken aan dit Plan van groote werken, dan vreezen we met groote vreeze, dat de meeste van die werken géén meerwaarde zullen opleveren, integendeel! Als men dan bovendien ziet, dat zelfs bij een positieverbetering voor den landbouw als wordt verondersteld, aan de funeste verhoudingen tusschen agrarisch en ander loon geen eind© wordt gemaakt, waardoor het maatschappelijk ruilverkeer zal blijven kwijnen, dan geven we niets voor die koopkracht vermeerdering. Of wil men het verteren van het geleende geld beschouwen als verhooging van de koopkracht? En vergeet men dan maar heelemaal, dat straks de tijd van aflossen daar zal zijn? We zouden nog kunnen wijzen op het feit, flat in elk geval koopkracht wordt vernietigd op de plaats, waar men (gedwongen) zal leenen en waar men rente en pacht zal derven en ten overvloede komt dan nog de rekensom voor onze agrarische bevolking zelve, die ook Z’n deel tot de kosten van het Plan moet bijdragen. 9/20 van ons volk zou behooren tot flat agrarisch deel. Indien men gelijke schuld voor eiken Nederlander zou mogen rekenen, flan zou dus onze agrarische bevolking 9/20 maal 200 millioen per jaar krijgen op te brengen, ofwel 90 millioen gulden! Ten slotte komt het Plan op 8 millioen meer uilvoer per jaar. Vooral dit laatste cijfer doet vreemd aan. Heeft men zich inderdaad zóó zwak gevoeld bij de optelsom ten bate van den landbouw, dat een dergelijke fictieve post moest worden opgesomd? Het Plan zal behoefte aan grondstofimport scheppen. Het zij zoo. Maar het Plan gaat toch uit van de idee, dat men moet komen tot industrialisatie en bet gevolg daarvan is toch zeker wel heel negatief! Elke industrialisatie beteekent immers minder import en minder import geeft weer minder exportmogelijkheid. Zoo zal de exportmogelijkheid afnemen al naarmate de industrialisatie beter Slaagt. En ze zal zéker onvoldoende slagen in de oogen van de Planners zelve, als ze die 8 millioen méérexport per jaar niet volkomen nivelleert. Ook die 8 millioen gaat dus onzen neus voorbij. We willen het hierbij ditmaal laten. De 51 millioen zou op zichzelf slechts een druppel inde emmer zijn. De heer Smid berekent, dat voor het scheppen van redelijke verhoudingen reeds 230 millioen noodig zou zijn. Bovendien leiden de desbetreffende onderdeden van het ï’lan niet tot een positieverbetering van 51 millioen, doch zullen ze tot resultaat hebben, dat ons agrarisch volksdeel, als geheel gezien, ook bij een onverwacht verder kloppen van het Plan, met een negatief saldo zou krijgen te maken. ♦ ♦ ♦ Nu achien we het, zooals gezegd, jammer “voor de S.D.AP., dat haar geesteskind zoo weinig levensvatbaar blijkt te zijn. Erger is het evenwel, dat men nu desondanks aan de goe-gemeente dit Plan gaat opdienen als de steen der wijzen. Men maakt „Planpropaganda", vlaggen, redevoeringen, zang en muziek! Men schrijft Planbrochures voor de jeugd en pas op voor het platteland! De laatste worden al aangekondigd met de aanbeveling: „tegenover de actie van Landbouw en Maatschappij”. Men dicht en componeert zelfs plan-Hederen! Of is dat alles bedoeld om de aandacht van den werkelijken inhoud af te leiden, om slechts enthousiaste volgelingen te kweeken, zonder eigen oordeel? Dat laatste ware een gevaarlijk spel en in dat geval zou de SB.AP. zéker verwijt treffen! Wij willen wel eerlijk verklaren, dat ons vertrouwen inde zaak omgekeerd evenredig is aan de reclame voor het Plan. Dergelijke ernstige economische vraagstukken zijn te goed voor dergelijke speculatie op de gevoeligheid der massa voor groote woorden, vertoon en gebaar. Bij een eerlijke propaganda voor welk Plan ook, werike men slechts met argumenten. • ♦ ♦ Ook de Volkspers doet mee. Helaas is dat een slechte plaats voor royaal debat, zooals onlangs nog een onzer medewerkers ondervond, wiens artikel, het margarineschandaal eens duidelijk belichtende, eenvoudig werd geweigerd! Toch willen we hier eens verhalen, hoe men daar tewerk gaat vóór dat Plan, hetgeen dan meteen beteekent tégen óns stelsel van prijsregeling. In het „Plan van den Arbeid", colportageorgaan van N.V.V. en S.D.AP. van 28 Maart, doet men een beroep op een artikel in „Economisch-Statistische Berichten” over den toestand in Denemarken, naar men weet eender staten, die ons tegenwoordig steeds tot voorbeeld moeten dienen vanwege de socialistische regeering daar, alhoewel men het dan toch nog zoo slecht heeft, dat 40.000 boeren in dit kleine landje protesteerden bij den Koning. Nu is dat artikel heelemaal niet erg optimistisch, doch we willen dan ook eens uit dat bekende blad citeeren en nemen dan het laatste nummer b.v., waarin we als slot van het eerste artikel lezen: „De financiering van het plan moge al niet „volstrekt onmogelijk zijn, zij zou toch tot on„overkomelijke moeilijkheden leiden. Deze laatste conclusie, gevoegd bij de vroegere gevolgtrekking, dat uitvoering van het plan geen „geschikt middel zou zijn om een omslag in „de conjunctuur te bewerkstelligen, bewijst, dat „het plan van den arbeid moet worden verworpen, omdat het in strijd is met de werkelijke belangen van het Nederlandsche volk.” De eerlijkheid gebiedt nu om in dit colportageblad ook deze beoordeeling van het Plan zelve te vermelden. Of durft men dat niet? ♦ * ♦ In het Volksblad van 3 April wijst het Kamerlid Vander Sluis z.g.n. ..den goeden weg" Die weg is evenwel al heel erg negatief. Inplaats vaneen duidelijke uiteenzetting van de planvoordeelen, lezen we een afbreken van . het stelsel van L. & M., wat dan voornamelijk berust op het oordeel, dat ons stelsel niet uitvoerbaar is, omdat het publiek onze prijzen niet kan betalen! De heer V.d. S. zou moeten begrijpen, dat het stelsel van L. & M. steeds op gaat. Wij willen komen tot prijzen, die een beiooning van den landarbeid mogelijk maken, die in redelijke verhouding staat tot ander loon. En dat is mogelijk zoowel bij hooge als bij lage .

11 loonen, dat is in ’t geheel niet afhankelijk Ivan de mate van volkswelvaart. Bij mindere welvaart kan er toch zeker met evenveel recht aangedrongen worden op redelijke loonsverhoudingen? De heer V.d. S. redeneert blijkbaar aldus. De volkswelvaart neemt af. De stedeiijk-industriëele bevolking moet evenwel zooveel mogelijk aan de vroegere welvaart deelachtig blijven en dan moet de agrariër zich maar bekrimpen! Het is het oude lied. Wij zullen goed doen met overal en te allen tijde onzen eisch te handhaven, dat we ons redelijk deel wenschen, niet meer en niet minder. Dat geeft het Plan niet. Dat zou een volledig doorgevoerd systeem van heffing en toeslag wél kunnen geven. Of wil men deze „redelijke verhouding” niet? Het Volksblad van 7 Maart schrijft: „Het stelsel van hooge invoerrechten wordt door L. & M. gepropageerd met een botte speculatie op de meest primitieve afgunstinstincten”. Nou, nou! Onze arbeiders mogen wel eens luisteren, dat men hun rechtmatigen eisch om te komen tot een redelijke loonsverhouding, aldus betitelt als afgunst! Het Volksblad van 10 Maart bevat een stuk van den heer Roosenschoon, mede-opsteller van bet Plan, over de margarine. Hij zegt daar 0.m.; „L. & M. maakt de margarine-industrie tot den boeman voor den landbouw. Er is veel overeenkomst tusschen de Duitsche hetze tegen de Joden en de Nederlandsch-agrarische hetze tegen de margarine” enz. En verder; „Wij waarschuwen uitdrukkelijk tegen de voorstelling, dat een verdwijnen van de margarine de veehouderij weer op de been zou helpen. Tenminste niet bij de prijzen, die L. & M. voor de boter meent te moeten vragen.” Is dat nu wel zakelijk? En is dat margarinevraagstuk voor de veehouderij van zoo ondergeschikte beteekenis? Wij willen graag neerschrijven, dat L. en M. een gezande veehouderij niet mogelijk acht bij ©en handhaven van de bevoorrechting van de margarine-industrie. Maar... L. & M. heeft nooit en nimmer gepropageerd tot afschaffing van de geheele margarine-industrie! Waar haalt de heer R. dat vandaan? De laatste zin toont de onbevoegdheid van den heer R. aan om hier over ons stelsel te schrijven. Het zou hem bekend kunnen zijn, dat onze boterprijs belangrijk lager ligt dan die onder het huidige stelsel. Het standpunt van dezen medewerker aan het Plan t.o.v. de margarine stemt den veehouder allerminst tot gerustheid! Een minderwaardige bestrijdingswijze bij de pro-Plan = anti-L. & M.-campagne inde Volkspers is wel het vereenzelvigen van L. & M. met de N.S.B. Dat is, naar men weet en naar men ook aan den overkant kan weten, een lengen. Dergelijke laster onthult slechts eigen gebrek aan argumentatie. Nu hadden we na een zeer lasterlijk stuk van 5 Maart verbetering meenen te bespeuren, reden waarom we deze zaak voorloopig lieten rusten. In het no. van 3 April begint het evenwel opnieuw; „De heer Smid bracht vijf N.S.B.’ers in de Drentsche Staten.” We vragen als antwoord slechts, of men op deze manier wil doorgaan, of dat men bereid is in het vervolg met eerlijke wapenen te strijden. L. en M. zal zeker z’n houding tegen de S.D.A.P. opnieuw hebben te bepalen, als men deze laster wenschl voort te zetten. ♦ ♦ * Tot slot van dit geheel op de S.D.AP. en het Plan afgesterode overzicht een herhaalde waarschuwing. Een technisoh-economische organisatie op landbouwgebied zal zich hebben te vrijwaren voor alles wat naar politiek riekt. Een landbouwmaatschappij zal onbestaanbaar blijken in haar huldigen opzet, als men daar, boe en waar dan ook, politiek binnen haalt. Nu lezen we uit Friesland, dat na Terwispel óók de onderafdeeling Beets van de Friesche Maatschappij van Landbouw een vergadering heeft belegd met moderne arbeidersbeweging, de plan commissie en de afdeeling van den Bond van landpachters voor de planpropaganda. Dat noemen we spelen met vuur. We denken ons het oordeel al in van de rechtsche leden van de Mij. en van het overgroot© deel der linksche boeren, die niet van deze politiek gediend zijn Wil de Friesche Maatschappij zichzelf blijven en wil ze in staat blijven haar verantwoordelijke taak behoorlijk te vervullen, dan vermijde men althans herhaling. * ♦ ♦ Tot slot nog het volgende, De Nijverheidsraad heeft zich tot den minister gewend met een protest tegen de oprichting van de Agrarische Pers. De Rotlerdamsche en Groninger handelaren bestoken het publiek met brochures contra Landbouw en Maatschappij. De Pers neemt de hieruit voortvloeiende copie met graagte over. Welk een werkterrein voor ónze Pers en ónze organisatie! We gaan op deze dingen nu niet in. Nieuwe argumenten worden niet naar voren gebracht. De „gesteunde” boer mag nu eenmaal dit niet en dét niet. We willen slechts wijzen op één bewering, die we pertinent willen tegenspreken, n.l. deze, als zou L. en M. pressie uitoefenen op leveranciers e.a. om L. en M. te steunen. Dat is pertinente laster. L. en M. wil samenwerking tusschen alle agrariërs, arbeiders, boeren, middenstanders, doch alleen samenwerking op grondslag van vrijwillige toenadering. L. en M. is er dus op uit om overal haar ideeën uitte dragen, opdat men daardoor uit overtuiging ach zal scharen achter onze vaan. Aldus is de bedoeling van ons hoofdbestuur en aldus luidt de opdracht bij alle propaganda. Dat men desondanks toch nog spreekt van pressie, is een reden temeer om ook voor den schijn te waken! Voor ©en enkel© onder onze duizenden propagandisten, die eens neiging mocht vertoonen te hard van stal te loopen, moge deze overweging tot matiging stemmen. + + + INGEZONDEN MEDEDEELING. Zelf binders vanaf 12 cent. EGBERT VOLK Kruisstraat 10 – Meppel

: I INGEZONDEN MEDEDEELING. Ht Heeren Mode-Magazijn „HET NIEUWSTE" brengt U een prachtcollectie HOEDEN t Opvallend mooi zijn onze modellen en zeer laag in prijs JACO VAN CALKAR Torenstraat Winschoten

zullen handelsstalen als Engeland en Nederland ongetwijfeld enkele vecren moeten laten. De landbouw kan. echter gerust zijn, want ieder ingrijpen inden Europeesehen chaos om tot regeling te komen van de economische verhoudingen in Europa kan niet anders dan gunstige gevolgen hebben voor den landbouw. V. INGEZONDEN MEDEDEELING. Engelsch Hemden nieuwe dessins met 2 boorden 10.98 f 1.08 fUB EGBERT VOLK Kruisstraat 10 – Meppel De wordingsgeschiedenis van het Nederlandsche Volk. 13. Graaf Floris V- In onze gewesten is inde tweede helft der XHIe eeuw de strijd tusschen volk en adel in vollen gang, waaraan ook ’t platteland deelneemt. Vele boeren vluchten ook weer oostwaarts, naar de Duitsche heiden, waar ze vrij zijn. Uit dien tijd stamt ’t lied: Naar Oostland willen we rijden, Naar Oostland willen we mee, Al over die bruine heiden Daar is een betere steê. Graaf Floris V zocht z’n hulp bij d esteden j tegen den hem vijandigen adel. Veel steden j geeft hij voorrechten. Ook streeft hij naar | opheffing der lijfeigenschap op ’t platteland, | hetgeen hem de felle haat van den adel op den hals haalt. Bij de boeren en de poorters is hij zeer bemind, wat hem den bijnaam ,4er keerlen God” bezorgt. Om hun macht te redden zet de partij van den adel nu een samenzwering op touw om den graaf te ontvoeren. Ze noodigen den graaf op een jachtpartij en nemen hem gevangen. Wanneer men hem wil ontvoeren, krijgen de boeren, gewaarschuwd door de page van den graaf, die is ontkomen, hiervan de lucht. De Kennemers en Waterlanders liggen in booten op de Zuiderzee, zoodat de adel zich moet terugtrekken op Muiden. Een tweede poging tot ontvoering, ditmaal over land, wordt verijdeld door de boeren van ’t Gooi, die zich ineen korenveld hebben verborgen. Wanneer dezen op ’t punt staan hun beminden beschermheer te bevrijden, wordt hij door Gerhard van Velsen gedood. (1296). De West-Friezen, Kennemer- en Gooilanden boeren, komen dan in opstand, om de verkregen vrijheden te bewaren en te verdedigen. Vele der samenzwerende edelen zien hun bezittingen verwoest en moeten buitenlands vluchten. Zoo gaat in deze tijden de strijd tusschen adel en volk op en neer, waarbij de voordeelen op den langen duur ten goede komen aan ’t volk inde steden, ’t Platteland is door z’n onbeschermde ligging, de groote afstanden tusschen de bewoners onderling, meestal niet in staat z’n overwinningen in blijvende verbeteringen om te zetten en een durende vrijheid te verkrijgen, terwijl ze bovendien inde steden geen medestanders hebben, maar veeleer nieuwe onderdrukkers. De boer in het Noorden Inde Friesche streken (na ’t ontstaan der Zuiderzee uit ’t Flevomeer hebben wij hieronder te verstaan ’t tegenwoordige Friesland, de Ommelanden en Oost-Friesland) en ook in Drenthe, waar de onderdrukking nooit te scherpe vormen van ’t uiterste aannamen, is de toestand voor de boeren beter. De lijfeigenschap loopt in dezen tijd hier ten einde. De Friesche boeren en volkspartij, de Schieringers, waar tegenover de partij van den adel staat, de Vetkoopers, en die gaarne hun macht ten koste van ’t volk zouden uitbreiden, houden nog herhaaldelijk de oude landdagen bij den Opstalboom bij Aurich (Oost-Friesland), waar soms afgevaardigden van alle Friesche zeelan- ' den bijeenkomen, zooals dat ook inde oude zuiver-germaansche tijden plaats vond. Zoo ■ werd in 1361 bij uitzondering deze vergade- : ring inde stad Groningen gehouden. Echter waren zelden alle afgevaardigden aanwezig en door gebrek aan voldoende macht, om ] de genomen besluiten uitte voeren wat te wijten is aan de veranderde verhoudingen en omstandigheden kunnen deze weinig meer ten goede uitrichten, ’t Groninger beklemrecht wijst echter op ’t heerschen van ’t nieuwe Romeinsche recht ook in ’t Noorden. I De stad Groningen wordt later bezitter in ’t I groot van boerengronden (veenkoloniën, staats- ■ polders en de heerlijkheid Westerwolde (1619). . Ook de Drentsche boeren hielden in deze tijden ] nog hun oude stamvergaderingen, meestal bij de Ballerkuil (Rolde). De opperheerschappij _ was meestentijds bij den blsschop van Utrecht. =

Schijnvrede of een grondslag voor werkelijke L vrede in Europa? • De roeening, dait de vrede na het tot stand i komen van het verdrag van Versailles, meer . een schijnvrede dan een werkelijke vrede was, is langzamerhand overal doorgedrongen. Het bleek immers al spoedig, dat de overwinnaars, en dan ,in het bijzonder Frankrijk, Duitsch■ land zooveel ‘mogelijk wilden schaden en kleinmaken. Er kon dientengevolge vaneen werkelijken langdurigen vrede geen sprake zijn. Na een sohijnbloei van enkele jaren volgde • een ineenstorting van het economische leven zonder weerga. Een ongekende daling van productenprijzen trad in, die door het aanhoudende groote aanbod van producten tot ver onder den kostprijs zaktenl; de markten werden ontredderd en alle stabiliteit was zoek. Tot overmaat Van ramp werden ook de geldwaarden door de crisis aangetast, wat de prijschaos nog deed verergeren. Op alle wijzen is door de verschillende regeeringen in Europa getracht verbetering te brengen in dezen toestand wij herinneren aan de internationale conferenties welke pogingen al heel weinig resultaat hadden en intusschen levende Europeesche volken ineen voortdurende chaos en oorlogsbedreigmg. Wanneer wij 'zien dat in ons land de nood inden landbouw en da werkloosheid voortdurent 'toeneemt onder de met zoo groote verwachting aanvaarde regeering-Colijn, wanneer wij moeten vaststellen dat het Parlement ineen juiste beoordeeling van de werking van de Landbouwcrisiswetten jammerlijk gefaald heeft, dan vragen wij ons af: zou er ooit licht komen in deze duistere wereld? En al mijmerend worden wij en de wereld plotseling opgeschrikt door oen daad, die als een bliksemstraal werkt, maar mogelijk een onweer voorafgaat, dat de atmosfeer zuivert. Een daad in Duitsckland, maar die ook in ons land een krachtige deining veroorzaakt. Een daad die ons doet beseffen niet alleen hoe wij leefden ineen schijnvrede, maar ons ook onthult hoe inde werkelijkheid zich nieuwe mogelijkheden ontwikkelen. De werkelijkheid is deze: nieuwe, gezond© krachten trachten zich door te breken nu het kwaad voldoende is doorgeziekt. Een nieuw tijdperk doordringt het economische leven; dat van ordening der volkshuishouding op naüonalo basis, dat een gezonde maatschappij moet rusten op een gezande landbouw. Niet enkel in ons land is de tijd rijp om het roer van Staat om te werpen, vooral ook in Frankrijk is deze verandering zoo noodig, een ommekeer die van de tegenwoordige regeering-Flandin niet te verwachten en waartoe ze ook niet in staat is. Vandaar dat ze ook met veel woorden zich zal verzetten tegen de politieke en komende economische voorstellen van Duitschland. ■ Want onder de tegenwoordige regeeringen in Europa is wel het kabinet-Sarraut in het bijzonder tegen vernieuwing van de Europeesche economische orde, tegen het beginsel dat de zorg van den landbouw moet gaan boven die van Goederenbeurs en Bank. Deze houding is wel treffend gebleken bij de behandeling van het wetsontwerp tot bestrijding van de tarwecrisfis in 1932. Flandin was toen aan de regeering en heeft zich destijds niet ontzien, ondanks den ernstigen tegenstand van den georganiseerden landbouw, deze nieuwe tarwewet in het Parlement er door te jagen. Het is nu ©enigszins komisch te zien in het licht van de beschuldiging van Flandin aan Hitler over contractbreuk dat de voorzitters der landbouwkamers destijds de regeering-Flamdin inzake de farwewet van contractbreuk beschuldigde"' en haar houding in dezen in krachtige bewoordingen hebben gelaakt. De regeering had, hoewel zij wettelijk gebonden was, met het stelsel van minimumprijs voor tarwe gebroken, de landbouwkamers voor spek ©n boonen laten zitten en zich onverbiddelijk verzet tegen de Kamer- . leden, die de contractbreuk ongedaan wilden ; maken. Toen daarop de boerenleiders de ; trouweiooze regeering-Flandin bij de landbouw- ■ bevolking aanklaagden, werden deze op hinder- ; lijke wijze vervolgd. De landbouw zal gebaat zijn , door het ingrijpen inden chaos. ; Indien wij nu dit gewichtig feit voor oogen ( houden, dan is er geen enkele reden aan het tegenwoordig Fransche regime grooter ver- , trouwen te schenken dan aan het Duitsche. ; Voor het vellen vaneen definitief oordeel , is het echter nog te vroeg, daarvoor zijnde j Duitsche voorstellen aan de Locarno-staten i niet genoeg uitgewerkt, blijkbaar in afwachting < hoe de politiek© voorstellen zullen worden ont- < vangen. Het economische vraagstuk zoo \ luidt het Duitsche voorstel zal eens in zijn < geheel moeten worden behandeld. i Onze verwachtingen zijn dus min of meer 1 gespannen inzak© het komende Duitsche sche- ’ ma, betreffende een nieuwe economisch© Orde I voor Europa, dat waarschijnlijk aan een Euro-1 j peesch© economische conferentie zal worden { vocrgelegd. Indien dan de Europeesdhe staten ( op voet van gelijkheid worden behandeld en i onderling de ernstig© wil voorzit om dén wer- c kelijken vrede in Europa te vestigen, dan \

INGEZONDEN MED EDE EL ING. PETTEN22 mooi & goedkoop Zie de Pet van f 0.55 met rubberklep EGBERT VOLK Kruisstraat 10 – Meppel De namen Ebbinge, Gelkinge, Boteringe, tegenwoordig nog straatnamen in Groningen, kunnen als bewijs gelden, dat deze stad is opgegroeid uiteen boerendorp. Deze namen toch zijn Saksische geslachtsnamen en wijzen er op, dat Drentsche boerengeslachten, die hun landerijen bezaten aan ’t einde van den Hondsrug, de grondleggers der stad zijn, terwijl later de Groningsche bevolking, blijkens de namen, voorkomende op oude oorkonden, voornamelijk ’gerecruteerd wordt uit ’t Drent' sche en ’t Westphaalsche land en veel minder uit Friesland en de Ommelanden. Inde Saksische gewesten Overijsel en Gelderland bleven althans meer dan in ’t Frankische Brabant en Limburg, waar de invloed der Karolingeh en der grootgrondbezitters dadelijk veel grooter was, ’t oude boerenkarakter en de oud® mark-instellingen bewaard. De Zeeuwscbe eilanden vormen in ontwikkeling met de Hollanden één geheel, terwijl in Utrecht ’t geestelijk grondbezit domineert. Zoo bezat de Domproost van Utrecht inde 13e eeuw, den tijd, waarin ’t grootgrondbezit reeds weer afbrokkelde en tal van nieuwe zelfstandige riddergoederen opkwamen, op zijn minst acht hoeven, waarvan drie inde provincie te Doorn, Am®' rongen en Cothen. (Wordt vervolgd). INGEZONDEN MEDEDEEUNG. [GUMMI MANTELS ook in zwart f 3.15. EGBERT VOLK Kruisstraat 10 – Meppel De wensch de vader der gedachte? Ondert den titel: „Geen uitvoering vaö stelsel Landbouw en Maatschappij,” publiceert „De Telegraaf” van 8 April het volgende bericht: AMSTERDAM, 7 April. Een sub-coxH' missie uit de commissie-Van Loon, die, naar men weet, van minister Decker® opdracht heeft te onderzoeken of wijziging van het stelsel der landbouwsteunverleening, mogelijk en wenschelijk i®> heeft zich beziggehouden met een b®' studeering van het door den Boerenbond „Landbouw en Maatschappij” aanbevolen stelsel, hetwelk gebaseerd is op hooge invoerrechten, en compensatie® aan de landbouwers. Wij vernemen, dat deze subcommissie tot de conclusie is gekomen, dat bei1 geen aanbeveling verdient, het stelsei van „Landbouw en Maatschappij” ov®r te nemen. Te verwachten is, dat de commissie-Van Loon deze conclusie zal ovememeb en den minister in haar rapport z®l adviseeren het stelsel van „LandbouW en Maatschappij” niet uitte voeren. Naar we vernemen is het bovenstaand bericht volkomen uit de lucht gegrepen. meenen zelfs te weten, dat er t. a. v. b®* systeem Landbouw en Maatschappij heel®' maal geen subcommissie bestaat. Wellief is hier de wensch de vader der gedacht® geweest van hen, die tegen dit stelsel, oh1 persoonlijke redenen, bezwaren hebben. INGEZONDEN MEDEDEELING. Brood van den bakker Koffie van den kruidend Meubelen van Zandberg®!!: ■ imiTTïnnn Meppel – Hoogeveen –