is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding en -handel; orgaan voor zuivelbereiders en handelaren in zuivelproducten, jrg 56, 1950, no 10, 07-03-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beider hard werkt tegen een betrekkelijk laag loon, en het is voor een arm land als het onze van het grootste belang, als we goedkoop kunnen kopen. Dringend is verder de vraag, wat er kan en moet worden gedaan, om het dollartekort op te heffen of te ondervangen. Is een redelijke uitvoer naar de Ver. Staten mogelijk? Het antwoord op deze vraag dient o.i. beslist ontkennend te luiden. Er zijn wel enkele producten, die door Nederland, en ook door andere West-Europese landen, minstens zo goed en meermalen goedkoper kunnen worden geproduceerd, maar die wenst Amerika in het algemeen zijn grenzen niet binnen te laten. Zijn eigen producenten zouden zich daar te zeer tegen verzetten. In dit weekblad is het voorbeeld al aangehaald van prima Ned. sigaren, waarop door de Ver. Staten 70 % invoerrecht is gelegd. De Ned. fabrikant kan er dan met de luxe-soorten net mee uit, maar voor de gewone soorten heeft hij natuurlijk bij een dergelijk invoerrecht geen enkele kans. Bij uitbestedingen voor el. centrales, e.d. deden Engelse firma’s inschrijvingen, die ongeveer een derde lager waren dan die van de Am. firma’s, doch de leveringen werden aan de laatste gegund. Schepen, baggermachines, enz. kunnen door Nederland e.a. zeker goedkoper worden geleverd dan door de Am. scheepsbouw, doch men wenst daar de Am. industrie te bevoordelen. Met deze enkele voorbeelden is de situatie in het algemeen voldoende getekend en daardoor wordt het ieder duidelijk, dat het niet mogelijk moet wordfen geacht, onze dollaruitvoer aan te passen bij de dollarinvoer. Er blijft dus niet anders over, dan de invoer uit het dollargebied aan te passen bij de uitvoer naar dit gebied, althans zolang hetzelfde dat voor Nederland geldt, eveneens de situatie voor geheel West-Europa weergeeft. Ongetwijfeld zijn er aangelegenheden, die anders kunnen en moe-

ten worden geregeld. Zo is het velen zeker niet duidelijk, waarom een belangrijk deel van de aardolie, die Drenthe levert, door ons aan het betreffende concern moet worden betaald in dollars en zo zal er nog wel een en ander recht zijn te trekken, maar aan het beeld als geheel verandert dit toch niet veel. De blik naar Zuid en Oost Van enkele kaassoorten voeren we iets uit naar de Ver. Staten, maar op onze totaal-uitvoer van zuivel- en melkproducten is dit kwantum geheel zonder betekenis. En bovendien ook als we onze invoer uit dat land tot een vierde terug zullen hebben gebracht, zal de huidige uitvoer in stand moeten worden gehouden. Voor het overige zullen we onze blik meer naar Zuid en Oost moeten richten, niet inde eerste plaats naar de zee, maar naar het land. Dit is niets nieuws; in het verleden zijn er herhaaldelijk perioden geweest, dat we daartoe gedwongen waren; thans zal het naar onze mening blijvend moeten geschieden. Het is volkomen begrijpelijk, dat men zich hiermee in onze beide grote havensteden maar moeilijk kan verzoenen, maarde economische noodzaak zal er toe dwingen. En deze heroriëntering zal inhouden, dat we zoveel mogelijk aansluiting zullen moeten zoeken in de eerste plaats bij België, maar ook bij West-Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, Italië en Spanje. Daarnaast zal het handelsverkeer met Oost-Europa, de Balkan en Zuid- en Middeh-Amerika kunnen worden uitgebreid en verstevigd. Met al deze landen samen zal het voor ons tot een sluitende goederenruil kunnen komen, iets, wat met de Ver. Staten vrijwel uitgesloten moet worden geacht. Bovendien, de Ver. Staten leveren geen enkel product, dat we niet elders zouden kunnen bekomen en veelal tegen lagere prijzen. Opgemerkt kan worden, dat veler sympathieën niet uitgaan

naar Rusland, de Balkan, Spanje, Argentinië, enz. In dat opzicht geeft Engeland ons een naar het ons voorkomt navolgenswaard voorbeeld. Als het op het afsluiten van zakelijke transacties aankomt, dan vraagt dit land niet naar sympathieën en anti-pathieën, en zo ver is de grote meerderheid van ons volk ook al lang gevorderd. En, nu we vrijwel alles hebben verspeeld, wat we in het buitenland bezaten, kunnen we ons de weelde niet veroorloven van meer in te voeren dan we uitvoeren. Het oude in- en uitvoerargument geldt voor ons thans weer in zijn oorspronkelijke en primitieve vorm. Tegenover alles wat er in komt, zullen wij een gelijke uitvoer moeten kunnen stellen. Dat over en weer, schenkt ook de mogelijkheid tot een zekere stabiliteit, als het wordt verdeeld over zoveel mogelijk landen, die ons even zeer nodig hebben als wij hen. Als de bemiddelende functie van het geld wordt verkleind, zoals thans noodgedwongen geschiedt, dan worden daarmede ook min of meerde zeer storende dalingen en stijgingen van de verschillende valuta’s uitgesehakeld. Als de waarde van 5 kg melk overeenkomt met die van 4 kg tarwe en op een dergelijke basis kunnen meerjarige overeenkomsten voor de ruil van verschillende producten worden afgesloten, dan verliezen prijsval en prijsstijging voor een belangrijk deel hun storend karakter. En dan zal het ook mogelijk blijken een niet overdreven kwantum waardevolle melk- en zuivelproducten een lonend en blijvend afzetgebied te verzekeren, want naarmate de wetenschap voortschrijdt, komt ook immer scherper naar voren, dat melk, boter en kaas producten zijn, waarvan de werkelijke waarde voor de menselijke voeding door geen enkel surrogaat ook maar is te benaderen. In onze melk- en zuivelproducten bezitten we een zeer waardevol product, dat bovendien tegen lagere prijzen wordt geproduceerd dan in nagenoeg alle andere landen het geval is. B.