is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding en -handel; orgaan voor zuivelbereiders en handelaren in zuivelproducten, jrg 56, 1950, no 20, 16-05-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kazen uit dezelfde bak kunnen zeer verschillend zijn Onder de mensen van de practijk is het bekend, dat de kazen uit dezelfde bak nog al eens kunnen verschillen. In het Zuivelproefstation van de Zweedse Rijkszuivelvereniging heeft men hieromtrent een onderzoek ingesteld. Het onderzoek vond plaats met twee bakken kaas. Dat is dus te weinig om hieruit de gevolgtrekking te kunnen putten, dat de cijfers hierbij gevonden, enigszins algemeen zouden gelden. Niettemin geeft dit onderzoek een inzicht omtrent de verschillen, welke in een bak tussen de kazen onderling kunnen voorkomen. Het betrof 30 + kaas. Het grootste verschil in watergehalte in kaas uit dezelfde bak was 3 % inde verse waar, en 1,7 % inde kaas na bewaring. Het watergehalte was wat lager inde kaas, welke onder inde kaaspers geperst was dan in het product, da't boven uit de pers kwam. Hier was het verschil gemiddeld hoogstens 0,4 %. Bij de keuring bleek er nogal verschil te bestaan inde punten, welke de kazen behaalden. Bij de ene bak was het grootste verschil 6,2, bij de andere 10,9 punt. Hierbij kwamen de grootste verschillen voor bij de beoordeling van het onderdeel zuivel. Mededelingen over dit onderzoek komen voor in Svenska Mejeritidningen 1950 blz. 194. Nieuwe Deense exportproducten Een Deense fabriek, de A. S. Lidano te Kalundborg, is er toe overgegaan kaaspoeder (kaas in poedervorm) voor export te bereiden. Dit meldt Nordisk Mejeritidsskrift van April 1950. Als grondstof voor dit product dient een mengsel van verschillende soorten gesmolten kaas. Na een passende voorbehandeling wordt deze kaas in gemalen toestand gedroogd ineen verstuivingsinstallatie. Het kaaspoeder is gedurende

lange tijd duurzaam, ook ineen tropisch klimaat. Eenvoudig door toevoeging van water krijgt men er kaas van; de consistentie ervan hangt dan af zoals voor de hand ligt van de hoeveelheid toegevoegd water. Zonder dat er water bijkomt, kan het poeder gebruikt worden voor het maken van kaaskoekjes en andere baksels waarbij kaas tepas komt. Voor dit laatste doel vindt het in Denemarken reeds toepassing. * * * Een ander nieuw Deens exportproduct d. w. z. het product is niet nieuw, maar wel het feit, dat het thans uit Denemarken wordt geëxporteerd is cottage cheese. Dit is een soort kwarg (uit ondermelk), waaraan volle melk, room en een weinig zout worden toegevoegd. Deze cottage cheese wordt aan het Amerikaanse leger in Duitsland geleverd. Nordisk Mejeritidsskrift van April 1950 deelt mede, dat er één fabriek is, welke dit artikel bereidt en exporteert; dit is de coöp. zuivelfabriek te Jelling. De productie per dag is ongeveer 1.000 kg. Het wordt verpakt in bekers van geparaffineerd papier, welke van een fraaie opdruk voorzien zijn en 1 Eng. pond bevatten. Het reinigen van flessen met de machine Het punt, waarop het bij het flessenreinigen vooral aankomt, is de temperatuur en de concentratie van het reinigingsmiddel. P. H. Jacobsen stelt in Ann. State Coll. of Washington, Inst. of Dairying 1947 blz. 43 een temperatuur van 71 °C voor bij een concentratie van natronloog van 1%. Dit geeft zekerheid in geval vaneen temperatuurdaling en een goede reiniging, vooral bij flessen, waarin chocolademelk is aangedroogd. Bij gebruik van trinatriumfosfaat of metasilicaat in plaats van soda krijgt men een betere emul gering van het vet en een betere overbrenging van de melkdrogestof inde suspensievorm.

Dof-uitziende flessen krijgt men niet alleen door slecht wassen en het gebruik van te hard water, maar ook kan het daaraan liggen, dat door verstopte sproeidoppen er zich grotere hoeveelheden kalk verzamelen. Veretsing van de flessen gebeurt door het geruik van te sterke alcali-oplossingen. Toenemende kaasproductie op aarde. Inde laatste jaren is de kaasproductie inde voornaamste productielanden gestegen, – aldus een statistischbericht van de Voedselen Landbouworganisatie der Verenigde Naties. In 1938 bedroeg deze productie in totaal 985.000 ton, in 1948 1.054.000 ton en in ’49 1.419.000 ton. Bovenaan staan de Ver. Staten van Amerika, welke in het afgelopen jaar 548.000 ton bereidden. Dan volgt W. Duitsland met 152.000 ton, Nederland komt op de derde plaats en Nieuw-Zeeland volgt met 92.000 ton. Zweden produceerde in ’49 70.000 ton kaas, Denemarken 64.000 ton, Canada 51.000 ton, Australië 46.000, Engeland 32.000, Noorwegen 21.000, Tjecho-Slowakije 15.000 en Zuid-Afrika 8.000 ton. Van Zwitserland zijn geen gegevens vermeld. Sterk is de productie toegenomen inde Ver. Staten v. Amerika, waar het maandgemiddelde van 27.000 ton in ’3B steeg tot 46.000 ton in ’49 in Denemarken (waar het maandgemiddelde van 3000 ton steeg tot 5300 ton) en in Zweden, welk land een stijging van het maandgemiddelde liet zien van 3000 op 5800 ton. Ook Australië bracht een toename, en wel van 21.000 ton in ’3B tot 38.000 ton in 1949. Een afneming van de productie, vergeleken met 1938, viel in 1949 waar te nemen in Duitsland, waar het maandgemiddelde daalde van 17.000 ton tot 12.600 ton in 1949. Hierbij dient evenwel te worden opgemerkt, dat deze productie in Duitsland sinds 1945 sterk gestegen is. Engeland had in 1938 een maandgemiddelde van 3.700 ton, dat daalde tot 2.700 ton in 1949. Vermelding verdient ’t feit, dat inde laatste maanden, als gevolg vaneen kleinere vraag naar kaas, tal van landen hun productie hebben moeten inkrimpen.

409