is toegevoegd aan je favorieten.

Nederlandsch weekblad voor zuivelbereiding en -handel; orgaan voor zuivelbereiders en handelaren in zuivelproducten, jrg 56, 1950, no 49, 05-12-1950

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet alleen vanuit een tuberculeus ontstoken uier, ook uit besmette longen, baarmoeder en darmen kunnen tuberkelbacillen in de melk geraken. * -X- -X- Thans wordt bijna 16 % van de in ons land geproduceerde kaas op de boerderij gemaakt, direct vóór de oorlog was dit ongeveer 25 %. * * * Inde herfst kan het soms voorkomen, dat de melk een abnormaal hoge zuurheidsgraad heeft, zonder dat die aan een minder zindelijke melkwinning moet worden toegesehreven. Die abnormale zuurheidsgraad kan onmiddellijk na het melken voorkomen in melk uit gezonde uiers en zowel bij nieuw- als oudmelkse koeien. Het verschijnsel wordt toegeschreven aan een abnormale samenstelling van de melkzouten of een abnormaal kaasstofgehalte. * * -X- Enkele kaas makende fabrieken in ons land passen een korting op de geleverde melk toe, wanneer de betrokken boer eenmaal per dag de melk naar de fabriek stuurt in een periode, dat de melkrijder tweemaal per dag langs komt. * * * Inde natuur komen 26 aminozuren voor als bestanddelen der eiwitten. Hiervan zijn er 12 onmisbaar bij de voeding; het ontbreken er van geeft aanleiding tot het optreden van ongewenste verschijnselen in het lichaam. Melk is eender weinige voedingsmiddelen, waarin alle 12 onmisbare aminozuren voorkomen. (Eiweisz-Forsch 1948 no 1). * * * Room met een hoger vetgehalte dan 12 % kan men niet homogeniseren; het effect blijft dan uit. * * *- In het zuursel voor de botermakerij dient een zodanig evenwicht tussen melkzuurbacteriën

en aromabacteriën te bestaan, dat de vorming van het diacetyl bij een hoge zuurheidsgraad tijdig plaats vindt. * * * Gebruik bij werkzaamheden in de fabriek geen ladders, waarvan alle sporten niet goed vastzitten. » * * Bij een onderzoek van G. Berger en L. Andersen in Zweden bleek, dat het onjuist is de duurzaamheid van de melk en haar hygiënische toestand te beoordelen aan de hand vaneen onderzoek, dat direct na de bewerking der melk inde melkinrichting plaats vindt. Het is nodig de melk minstens 24 uur te bewaren, wil er overeenstemming zijn tussen de uitkomst van dit bacteriologisch onderzoek en de duurzaamheid der melk. (Int. Zuivelcongres Stockholm, Vol 3, Sec. 111, blz. 366). * * * Wanneer een vat boter uit het koelhuis komt, kan het tot 5 dagen duren, voordat het tot het binnenste ontdooid is. * * * Het katalasegetal van de boter wordt het sterkst beïnvloed door gisten en schimmels, minder door bacteriën en al heel weinig door melkzuurbacteriën. * * * Voordelen van gesloten koelers zijn; geen verlies van melk door spatten of verdampen en geen vorming van waterdamp in het lokaal. Nadelen: geen mogelijkheid tot ontluchting van de melk, het geraken van water of pekel inde melk bij lek raken van de platen of buizen, een minder gemakkelijke reiniging en controle van de zindelijkheid, en een minder gemakkelijk herstel bij ondicht worden. * * Onvervalste melk heeft zelden een lager soortelijk gewicht dan 1,027 of een hoger dan 1,035.

De achteruitgang der kwaliteit van de boter inde huishouding is vaak van dien aard, dat van de oorspronkelijke kwaliteit welke het product heeft als het de fabriek verlaat, weinig of niets overgebleven is. ■X- ■X’--1X1 Bij het reinigen van de melkflessen dient er voor gezorgd te worden, dat de schoongemaakte flessen niet inde buurt van de vuile komen, zodat ze opnieuw gèinfecteerd zouden kunnen worden. * * * Koelpekel met een onjuiste samenstelling kan aanleiding geven tot schade in het bedrijf. Deze koelpekel kan de metalen, waarmee ze in aanraking komt, aantasten. ■» * * De phosphataseproef is een buitengewoon gevoelige proef. Aanwezigheid in het laboratorium van phenol-bevattende artikelen als bijv. zeep, tandpasta, lippenstift, geneesmiddelen of slechte reagentia kan onjuiste resultaten geven. Ook zijn er bacteriën, welke phenol vormen, en daardoor kunnen veroorzaken, dat men bij toepassing van de proef een foutieve uitkomst krijgt. (J. Royal Sanitary Inst. 1950 no 3). * » * Zoals bekend, oefent penicilline een remmende werking uit op de ontwikkeling van melkzuurbacteriën, waardoor moeilijkheden kunnen ontstaan bij de boter- en de kaasbereiding, wanneer deze stof inde melk voorkomt als gevolg vaneen toediening aan het vee. Hetzelfde is ook het geval met streptomycine, een ander nieuw geneesmiddel. Komt er inde melk heel weinig penicilline of streptomycine voor, dan kunnen deze stoffen juist de ontwikkeling van sommige bacteriën bevorderen, bijv. van staphyloeoccus aureus en streptococcus agalactiae, dus juist van schadelijke bacteriën. Sterke weerstand tegenover penicilline wordt geboden door de coliaerogens-groep, terwijl de ontwikkeling van schimmels zowel door penicilline als door streptomycine bevorderd wordt. (Südd. Mollk. Ztg. 11—8—'50)

1026