is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 6, 14-02-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten afwachten, wat de Regeering deed, het nu zeker wel duidelijk zal zijn, welken weg men op moet.

Tuinders, zyt gij nog niet aangesloten, sluit TI dan aan, beter heden dan morgen. De Plaatselijke Ongevallen-Commissies en de Secretarissen zullen U gaarne helpen! Amsterdam, 12 Febr. 1913.

Het nut van een abonnement op „De Tuinbouw”.

In het „Kweekersblad”,. Orgaan van het Hollandsch Bloembollenkweekers Genootschap schrijft de Redacteur, naar aanleiding van de „Duitsche minimum-prijzen voor besooft, kersen en pruimen”, voorkomende in No. 4 van „De Tuinbouw”:

„Velen onzer lezers zullen zeker daarin ook belang stellen:

I®. Omdat de bollenkweekers zelf druk bezig zijn met het vaststellen van minimum-prijzen en in zulke omstandigheden, men gaarne hoort, hoe het anderen daarmede gaat. 2®. Omdat onder onze lezers verscheidene belanghebbenden, bij deze ooftculturen, gevonden worden, die er zeker hun voordeel mee kunnen doen en die wij daarom nogmaals aanraden een abonnement op „De Tuinbouw” a f 1.50 per jaar te nemen.

Men zal ons toch niet van overdrijving willen beschuldigen, als wij beweren, dat de wetenschap van het bestaan der bovenbedoelde minimumprijzen aan een flinken ooftteler f6o. voordeel kan opleveren; wanneer dit zoo is, heeft hij door dat eene bericht, reeds zooveel verdiend, dat hij, 40 jaar lang, zijn abonnement op „De Tuinbouw” kan betalen en dan krijgt hij al de belangrijke berichten, die in den loop van die veertig jaren zullen verschijnen, gratis!”

Tentoonstellingen.

San Francisco 1915.

Naar aanleiding van het wetsontwerp, waarbij een bedrag van f 750.000 door de Regeering gevraagd werd voor deelneming van Nederland aan de Wereldtentoonstelling te San Francisco is door de commissie van rapporteurs uit de Tweede Kamer een voorloopig verslag uitgebracht, waaraan het volgende is ontleend.

Terwijl vele leden met instemming hadden kennis genomen van het voornemen der regeering, Nederland en zijne Koloniën te doen deelnemen aan de in 1915 te San Francisco te houden tentoonstelling en verscheidene leden de regeering hulde brachten, dat zij niet schroomt een vrij aanzienlijk bedrag uit te trekken, ten einde voor een waardige vertegenwoordiging aldaar te knnnen zorg dragen, waren er, blijkens het voorloopig verslag, verscheidene anderen, die aan het voorgestelde bedrag van f 750.000 hunne goedkeuring niet konden schenken, zoo zij niet, door nadere inlichtingen, zoowel omtrent dit bedrag, als aangaande de belangen, welke wij bij die tentoonstelling hebben, werden bevredigd.

Het genoemde bedrag, dat wellicht later nog niet voldoende zal blijken in de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer op het afdeelingsverslag betreffende hoofdstuk X der Staatsbegrooting voor 1913 werd reeds

in dezen geest gesproken —, kwam te hoog voor, in verhouding tot de voordeelen, welke deelneming onzerzijds voor ons land en onze koloniën kon afwerpen.

Om te kunnen beoordeelen, of de gewenschte uitbreiding van onzen handel en nijverheid deelneming vereischt, verzoekt men nadere mededeelingen, omtrent onze handelsbetrekkingen en die onzer koloniën tot de Westkust van Amerika. Sommige leden voegden hieraan toe, dat het hun zeker niet verantwoord scheen, een zoo aanzienlijk bedrag ten laste van Indië te brengen. Voor een deel zal dit op de inlandsche bevolking drukken, die van de goede resultaten, welke de tentoonstelling wellicht te onzen bate oplevert, weinig of niets zal bemerken.

Ook kan de eisch van internationale courtoisie, deelneming, op zoo ruime schaal, als wordt voorgesteld, kwalijk motiveeren.

In verband met het feit, dat deze tentoonstelling hare voornaamste aanleiding vindt in de 'opening van het Panamakanaal, vroeg men of deze gebeurtenis voor Nederland van zooveel gewicht is, dat daardoor de hooge uitgaven worden gemotiveerd. Men wenschte hieromtrent nadere inlichting,

Gevraagd werd voorts welken steun andere mogendheden verleenen.

Met de- bezwaren, tegen het voorstel geopperd, konden verscheidene andere leden zich niet vereenigen. Zij verdedigden met warmte ’s ministers voorstel.

Het bedrag werd niet buitenmatig hoog geacht. Wat het bezwaar tegen de bijdrage uit de Indische geldmiddelen betreft, merkte men op, dat de tentoonstelling ook den inlander tot voordeel kan strekken. Naar verscheidener meening, zijn de belangen van Indië, in veel grooter mate nog met de tentoonstelling gemoeid, dan die van Nederland. Twijfel omtrent het belang van het Panamakanaal voor ons land moest wel als uitgesloten worden beschouwd. Ook indien de route door het Suezkanaal aanbeveling blijft verdienen voor het verkeer met Oost-Azië en Zuid-Oost-Australië, is het openen van een tweeden verkeersweg van groot gewicht te achten. Hetgeen andere mogendheden doen, kan niet steeds een juiste maatstaf voor ons zijn.

Aangedrongen werd nog op het in het leven roepen van eene permanente commissie van advies in tentoonstellingszaken.

Men vroeg of Nederland een afzonderlijk paviljoen op de onderhavige tentoonstelling zou krijgen.

(W. R. G.)

Vereenigingsleven.

VERSLAG van de 25ste Algemeene Vergadering van het Hollandsch Bloembollenkweekers Genootschap.

De Voorzitter, de heer J. H. Kruseman, opent de vergadering met het uitspreken van zijne beste wenschen voor de leden en hunne gezinnen in het jaar 1913. Spreker zegt, dat van ouds dat getal 13 wel niet als gelukaanbrengend beschouwd werd, maar hij vertrouwt dat de nieuwe tijd geen schade meer van dat getal zal ondervinden, zoodat ook het Genootschap in kracht en