is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 48, 28-11-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afzet van aardappelen in Algerië.

Het volgende is ontleend aan een Duitsch consulair bericht.

De invoer van aardappelen in Algerië bedroeg gedurende de laatste drie jaren (in Kg.):

In de eerste negen maanden van het loopende jaar werden 19.200.000 Kg. aardappelen ingevoerd, ongeveer evenveel als in de overeenkomstige periode van 1912. Men meent te kunnen verwachten, dat ook in het laatste kwartaal van 1918 evenveel zal worden geïmporteerd als in de laatste drie maanden van verleden jaar, daar de eerste aardappeloogst, wegens gebrek aan regen, waarschijnlijk zeer gering zal zijn en men dus niet alleen poot-, doch ook eetaardappelen uit het buitenland zal moeten betrekken.

Volgens betrouwbare berichten zal ten minste in het departement Algiers op eene inkrimping van de teelt van voor den uitvoer bestemde, als primeurs aan de markt komende, aardappelen gerekend moeten worden, daar de laatste twee seizoenen het vorige wegens de lage prijzen, het tegenwoordige wegens de geringe productie de verbouwers ontmoedigd hebben. Daar echter aan den anderen kant, in verband met de stijgende koopkracht der bevolking, het binnenlandsch verbruik toeneemt, zal de uitbreiding der cultuur van eetaardappelen, zooals deze hoofdzakelijk in de departementen Constantine en Oran wordt gedreven, waarschijnlijk tegen de bedoelde inkrimping van de teelt van primeurs opwegen.

Wat het pootgoed betreft, kan worden opgemerkt, dat naar Duitsche aardappelen tot verleden jaar toenemende vraag bestond, zooals uit de hiervoor weergegeven cijfers blijkt. De laatste maanden van 1913 zullen echter wellicht voor den invoer van het Duitsche product een achteruitgang aantonnen. De verleden jaar betj'okken pootaardappelen hebben n.l. ten deele niet aan de verwachtingen beantwoord, die men daaromtrent ten opzichte van weerstandsvermogen en productiviteit koesterde. Men heeft voor het poten aardappelen noodig, die een gladde huid, geelachtig vleesch en een langwerpigen vorm hebben, vroeg rijpen, niet aan ziekten onderhevig zijn en eene groote opbrengst leveren. Op het oogenblik schijnt de soort „Paulsens Juli—Nierenkartoffel” het best aan deze eischen te voldoen. (Handelsberichten).

Internationaal Verkeer.

Invoer van planten in de V. S. v N.-Amerika uit Nederland en België.

Landen van herkomst. 1910. 1911. 1912. Frankrijk .... 24.944.900 15.067.800 26.114:900 Duitschland . . . 3.096.200 8.968.900 4.714.600 Spanje 2.886.600 5.471.100 8.784.600 Andere landen . . 627.800 2.847.600 10.040.800 Totaal. . . 81.055.000 26.850.400 49.604.900

België Nederland Aantal. Aantal. Vruchtboomen 292 101.882 Vruchtboom-onderstammen 535.025 Vruchtheesters 22.247 Rozen 25.196 1.682.252 Rozen-onderstammen 230 165.557 Bladverliezende sier- en woudboomen . 16.582 817.525 Bladverliezende sierheesters ' 109.690 394.726 Coniferen, geen Pinussoorten .... 62.956 287.060 Pinussoorten 48 16.2C0 Bladhoudende boomen 85.815 90.847 Bladhoudende heesters 248.408 594.521 Buiten gegroeide bloemisterij-gewassen 181.254 184.859 Onderstammen, stekken en zaailingen. 29.451 932.295 Totaal . . . 704.917 5.274.946

Aan het Amerikaansche blad „The Florists’ Exchange” werd door een lezer gevraagd om mededeeling van cijfers

betreffende den invoer van planten in de Vereenigde Staten gedurende het laatste jaar. In het laatst verschenen nummer publiceert de redactie de desbetreffende cijfers voor den invoer uit Nederland en België en wel voor den tijd, gelegen tusschen 1 Juli 1912 en 30 Juni 1918.

Het is niet onaardig dit lijstje hier over te nemen.

De invoer in de Vereenigde Staten uit Nederland heeft dus in het bovengenoemde boekjaar meer dan het zeven-

voud van die uit België bedragen. N.

Plantenzendingen naar de Vereenigde Staten

en stoomvaartlijnen.

De firma McHutchison & Co. te New York, die zich, zooals bekend is, op uitgebreide schaal bezig houdt met den import van bloembollen en planten, heeft den Ben November 1.1. een adres gericht aan de „Merchants’ Association of New-York”, de „Interstate Commerce Commission”en aan den Amerikaanschen gezant te Brussel.

In dit adres, dat in zijn geheel in „The Florists’ Exchange” van den 18en November 1.1. is afgedrukt, wordt geklaagd over de willekeurige handelwijze der Red Star Line, die van Antwerpen op New York vaart. In de laatste twee jaren is het herhaaldelijk voorgekomen, dat de te Antwerpen aangevoerde zendingen niet geheel met de boot, waarvoor zij bestemd waren, werden vervoerd. Dit oponthoud was dan vaak oorzaak, dat de planten veel leden, welke schade de importeerende firma’s moesten dragen. De firma McHutchison & Co. verminderde dientengevolge, geene verbetering verwachtende, hare inkoopen in 1918, met een bedrag van ongeveeer 20.000 dollar.

In het vervoer is evenwel geene verbetering gekomen, want een paar maal reeds bleven gedeelten van zendingen te Antwerpen staan, zoo b.v. den 4en October 78 kisten en den 27en September zelfs 500 kisten. De Red Star Line beweert, dat de zendingen niet tijdig genoeg aan de boot zijn, maar van de 73 kisten, die den 4en October bleven staan, is b.v. met de vrachtbrieven der spoorwegmaatschappij, die de kisten van Gent naar Antwerpen vervoerde, te bewijzen, dat deze den Ben October ’s morgens 8 uur te Antwerpen aankwamen, terwijl de boot den daaropvolgenden dag te