is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 1, 1913, no 49, 05-12-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbod in te brengen of wel hunne instemming daarmede te betuigen.

Reeds vroeger hebben de Vereenigde Staten de grenzen gesloten voor den invoer van aardappelen, afkomstig van de Britsche eilanden, uit Duitschland, Oostenrijk-Hongarije, Newfoundland en van St. Pierre enMiquelon en wel wegens het aldaar voorkomen van eene zeer gevaarlijke aardappelziekte, die onder den naam van „black scab”, „potato wart” en „potato canker” bekend is.

Nog in het nummer van 24 October plaatsten wij een artikeltje over den invoer van aardappelen in de Vereenigde Staten en op bladz. 516 een waarschuwing van den Nederlandschen Consul te New-York, toch vooral geene uit andere landen dan Nederland afkomstige aardappelen naar Amerika te verschepen.

Reeds in het begin van October werden door de Directie van den Landbouw maatregelen overwogen om de teelt hier te lande tegen de bedoelde ziekte te beschermen. Gelukkig maakt onze „Plantenziektenwet” het mogelijk om op korten termijn zulke maatregelen te treffen, die niet alleen er voor zullen waken, dat de ziekte hier niet met aardappelen uit andere landen zal worden ingevoerd, maar die tevens een waarborg zullen zijn voor die landen, waarheen onze uit voer in dit artikel is gericht, dat het werkelijk geen gevaar voor besmetting oplevert.

Wij weten, hoe ook in deze de belangen van onzen tuinbouw-uitvoerhandel bij de Directie van den Landbouw volkomen veilig zijn en wij twijfelen er niet aan, dat onze Regeering ten spoedigste die maatregelen zal nemen, welke er toe kunnen leiden, dat de Vereenigde Staten bij uitvaardiging van het bedoelde verbod, eene uitzondering zullen maken voor Nederland, waar, zooals de autoriteiten in Amerika zeer goed weten en ook steeds hebben erkend, een Phytopathologische Dienst bestaat, die niet alleen op papier is geregeld, maar wiens certificaten ook werkelijk volkomen betrouwbaar zijn. Indien werkelijk in alle landen de Phytopathologische Dienst geregeld was, als bij ons, dan behoefde Amerika de maatregelen niet te nemen, die het thans overweegt.

Van nu tot 18 December hebben wij nog 14 dagen, waarin de zeer groote belangen van den Nederlandschen land- en tuinbouw, door onze Regeering niet alleen langs telegrafischen weg, maar zelfs ook op andere wijze krachtig kunnen worden verdedigd en wij twijfelen er niet aan, of zulks zal ook geschieden. Hopen wij, met een gunstig resultaat!

’s-Gravenhage, 4 December 1918.

Een Koelpakhuis te Rotterdam.

Ongeveer een week geleden lazen we in verschillende dagbladen het voor den tuinbouw zeer belangrijke bericht, dat de N.V. Vriesseveem voornemens is ook te Rotterdam een koelpakhuis op te richten. Zooals men weet, was het koelpakhuis van het Vriesseveem te Amsterdam het eerste van dien aard in ons land en het scheen langen tijd, dat er niet veel kans bestond, dat ook elders en met name in Rotterdam, voor den handel zulk een bewaarplaats zou worden gebouwd. Wel boden in enkele steden de gemeentelijke slachtplaatsen ook gelegenheid

tot het koelen van verschillende tuinbouwvoortbrengselen, maar er bestond in zekeren zin bepaald behoefte aan een dergelijke inrichting te Rotterdam. Dezer dagen worden belanghebbenden bij het huren van vaste koelen vriesruimte te Rotterdam, bij advertentie uitgenoodigd, zich te verstaan met de Directie van het Vriesseveem aldaar, opdat met speciale wenschen voor inwendige inrichting naar mogelijkheid rekening kan worden gehouden.

Wij twijfelen er niet aan of er zal op ruime schaal van deze uitnoodiging gebruik gemaakt worden en naar wij hopen niet in de laatste plaats door hen, die zich met den uitvoer van onze producten bezig houden.

Juist dat er thans te Rotterdam ook een koelpakhuis gebouwd zal worden, achten wij voor den overzee’schen uitvoer van groenten en fruit van groote beteekenis en het is tevens de gedeeltelijke vervulling van een reeds voor jaren door ons geuiten wensch, die met medewerking van de groote stoomvaartlijnen geheel in vervulling zal kunnen komen.

Wij hebben er vroeger reeds op gewezen, hoe wenschelijk het is, voortdurend naar nieuwe afzetgebieden uit te zien en die liggen, wat de producten van onze ooftteelt aangaat, zoowel ver weg als meer nabij en wat onze groenten betreft, uit den aard der zaak voorloopig uitsluitend in Europa.

Een begin van fruit-export naar onze Oost-Indische bezittingen is er reeds en het bewijs is reeds geleverd, dat men op Java gaarne Hollandsche appels en peren eet en ze ook gaarne aanmerkelijk duurder betalen wil, dan de aldaar in groote hoeveelheden ingevoerde Australische vruchten. Toch kan men nog maar van een zeer bescheiden begin spreken, omdat het aantal schepen, dat producten in koelruimten vervoert, alhoewel zich uitbreidende, nog betrekkelijk gering is. Toen een Betuwsch fruitkweeker dezen uitvoer voor enkele jaren ter hand nam, bestond er nog slechts één schip, dat op zulk vervoer was ingericht. Sindsdien breidde het aantal dezer schepen zich uit, zoodat deze, inmiddels door eene combinatie overgenomen, uitvoer van appels en peren meer geregeld kan plaats hebben.

Voor een geregelden export onzer vruchten naaroverzee’sche gewesten, die werkelijk ook wat beteekent, zijn echter in de eerste plaats op den duur grootere koelkamers noodig, want de bedoelde combinatie vulde in 1912 met ééne zending van 120 kisten, ruim van de geheele koelruimte op de „Tambora” en in de tweede plaats behoort er dan in elke haven ook een koelpakhuis te zijn, opdat de vruchten, die weken en maanden na den pluktijd ter verzending komen, zoo spoedig mogelijk van het koelpakhuis in de koelkamers van het schip kunnen worden overgebracht, aangezien zulks een eerste voorwaarde voor de bewaarbaarheid is.

Maar niet alleen zij, die zich met den uitvoer van appels en peren naar Oost-lndië en andere vergelegen gewesten willen bezighouden, zullen gaarne gebruik maken van de door het Vriesseveem te Rotterdam geboden gelegenheid, ook voor de Westlandsche druivenkweekers en de zoo belangrijke groenteteelt rondom Rotterdam is de totstandkoming van dit koelpakhuis van zeer groote beteekenis, die alleen wellicht heden nog niet voldoende