is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 2, 1914, no 38, 02-10-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ook geen beter middel bestaat, wordt zulks zeer terecht door den Phytopathologischen Dienst voorgeschreven, maar dit neemt niet weg, dat er naar zulk een middel moet worden gezocht d.w.z. naar een, dat gemakkelijker kan worden uitgevoerd.

Want het voortdurend snoeien in den winter, dat noodig is, als men den meeldauw niet dadelijk met alle kracht heeft bestreden en ze niet telkenjare voortzet, is op den duur voor de struiken niet gunstig. Echter heeft men op verschillende plaatsen iii ons land de waarde van een spoedig ingrijpen eerst veel te laat ingezien, of ontbreekt dit inzicht zelfs geheel. Daarom moet men daar nu voortdurend ingrijpende maatregelen nemen en het zou van veel waarde zijn, indien nu een goed, niet te duur en gemakkelijk aan te wenden bestrijdingsmiddel werd gevonden.

Nu is het voor een ieder, die het optreden van de gevreesde ziekte in al hare verschijnselen kent en die met zorg de gegeven voorschriften van den Phytopathologischen Dienst, jaar in jaar uit, heeft gevolgd, duidelijk, dat, indien men zulk een middel meent gevonden te hebben, het hoogst onvoorzichtig is, daarover aanstonds een oordeel uit te spreken en wij meenen te weten, dat de Commissie, voordat zij haar eigenlijke taak aanving, reeds ten volle overtuigd was, dat, mocht een der aangemelde middelen in het eerste jaar reeds schijnbaar gunstige resnltaten opleveren, het hoogstwaarschijnlijk noodig zou zijn de proefnemingen in een volgend seizoen op hetzelfde proefveld en daarnaast ook op andere perceelen voort te zetten.

Het spreekt vanzelf, dat de Commissie van den aanvang af zekere eischen heeft gesteld, waaraan een middel zou moeten voldoen om ter bestrijding vandenA.K. M. door den Phytopathologischen Dienst te worden voorgeschreven, ter vervanging van het tot nu toe gebruikelijke insnijden der struiken.

Dat de Commissie ook verder aan de practische uitvoerbaarheid haar volle aandacht zal blijven wijden, daarvan kan de Heer v. d. B. verzekerd zijn.

Laat ons thans enkele bezwaren van den geachten inzender eens nader onder de oogen zien en dan treft ons allereerst de opmerking, dat de proefperceelen in den Zimmermanpolder te klein zouden zijn geweest. Deze opmerking zou eenigen grond hebben, indien de Commissie de proefneming nu reeds voor geëindigd had verklaard. Dit heeft zij echter niet gedaan; integendeel, zij stelt voor, de middelen nog eens en dan ook op grooter schaal toe te passen, om de uitwerking op groote perceelen na te gaan. Dat niet reeds het eerste jaar op zulke oppervlakten werd gewerkt, heeft zijn goede gronden. Eerst moest toch eenige zekerheid worden verkregen omtrent de werkzaamheid der middelen. Indien deze eens heel onvoldoende zouden gebleken zijn, dan zou door de proefnemingen een terrein van meerdere H.A. oppervlakte aan sterke besmetting onnoodig zijn blootgesteld geworden. Ook met dezen factor moest rekening worden gehouden, afgezien nog van de moeilijkheid om een terrein van eenige H.A. te vinden, dat gelijkmatig besmet was (wat voor de proefneming noodzakelijk was). Toch kan nog niet direct worden toegegeven, dat de

proefperceelen te klein geweest zijn. Zij waren elk pl.m. 3 aren groot, het controle-perceel pl.m. 8,7 are, zoodat bijna 16 aren voor de proef in beslag werden genomen. Opgemerkt dient nog, dat het perceel egaal besmet was. Wat voorts de laatste opmerking van den Heer v.d. B. betreft, vermoeden wij, dat niet alleen de uitslag ter plaatse, waar middel I in het groot is toegepast, maar ook ervaring op eene andere plaats opgedaan, tot het nemen van het besluit, om de proefnemingen voort te zetten, heeft medegewerkt.

Nu meent de geachte inzender, dat het resultaat bij de behandeling van 100 struiken bereikt, absoluut niets zegt, maar hij ziet daarbij een zeer belangrijken factor over het hoofd. Waar in de practijk zullen toch kruisbessenstruiken ooit zulk eene vuurproef ondergaan, als bij de proefnemingen in den Zimmermanpolder het geval was, want nergens zal men toch als hier, wanneer men in eene bessengaarde de bestrijding der ziekte ter hand neemt, 120 zwaar besmette struiken overslaan en niet behandelen! Men zou in de practijk op zulk perceel ongetwijfeld dezelfde behandeling toepassen als op de in de nabijheid staande struiken, omdat men van te voren weet dat steeds nieuwe infectie van de onbehandelde, zwaar besmette struiken op de behandelde overwaaien zal.

In dit licht bezien, bewijzen de verkregen resultaten inderdaad zeer veel.

De Heer v. d. B. critiseert de in het verslag aangehaalde opgave van het aantal K.G. geoogste bessen. Deze opgave werd bij de laatste revisie aan het verslag toegevoegd, omdat daaruit bleek, dat, wat men vroeger reeds meende te hebben opgemerkt, als zouden de vruchten op perceel B. nog iets beter ontwikkeld zijn dan op perceel A., volkomen juist gezien was.

Ten slotte willen wij nog op één punt wijzen. Slechts in theorie zal men van een alleszins afdoend middel kunnen spreken. Een bestrijdingsmiddel kan n.l. werkelijk afdoend zijn, maar de toepassing ervan zal steeds, ondanks de grootste zorg daaraan gewijd, onvolkomen zijn.

Bij eene besproeiing, bestuiving of anderszins is het in de practijk onmogelijk, dat alle doelen geraakt worden, evenals bij het meest zorgvuldige insnijden weleens hier of daar een besmet scheutje of deeltje van een twijg zal blijven zitten. Dit geldt voor alle bestrijdingsmiddelen, die in het groot worden toegepast.

Zulks neemt echter niet weg, dat een middel wel degelijk practisch afdoende kan zpn en wij kunnen herhalen, wat de Commissie op het einde van haar verslag heeft gezegd, dat, indien de resultaten in het komende seizoen even gunstig zullen blijken te zijn als zij dit jaar waren, de toekomst voor de kruisbessenteelt met vertrouwen tegemoet kan worden gezien.

Handelsberichten.

(Nadruk van barichten, onder deze rubriek voorkomende, is verboden.)

Broek op Langendijk.

{Overzicht der markt van 28 tot en met 29 Sept.)

De prijzen van bloemkool, roode, witte en gele kool en wortelen zijn tamelijk vast, maar in de kleinere soorten