is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 2, 1914, no 41, 23-10-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stengels en stengels van Herfst-Asters levendig versierd en een dichte haag van Palmen en Laurieren voerde naar de waranda. De ingang daarvan was met bruinbronzen Chrysanten mooi versierd. In de waranda zelf

stonden enkele zeer mooie Palmen en een paar reuzenbloemwerken, samengesteld uit „Rmjonnante”, die een zeer moeien indruk maakten. Verder stonden tegen den achterwand groote bouquetten van paarse en witte Chrysanten met hier en daar een bloemwerk van „Caroline Testout” er tusschen.

Ook deze waranda maakte door de kleur, waarin alles gehouden was, een zeer goeden indruk.

Deze tentoonstelling is als geheel uitnemend geslaagd. Zi] was niet groot, doch het beschikbaar gestelde materieel

was eerste klas en daardoor heeft de Patroonsvereeniging er een zeer sierlijk en aantrekkelijk geheel van weten te maken.

Aangenaam was de eendrachtige samenwerking van

Groep van najaars-bloemplanten. Speciaal opname voor „De Tuinbouw”. Foto D. VAN Kreveld Mz„ Amsterdam.

al die bloemisten te zien, een eensgezindheid, die in veel plaatsen nog wel wat te wenschen overlaat, doch die in Amsterdam zoo prettig aandoet.

Over de finantieele resultaten viel natuurlijk, toen wij weggingen, nog niet te oordeelen; van harte hopen wij, dat die groot zijn geweest, dat de opofferingen, die allen zich getroostten, vrucht zullen gedragen hebben.

Den Amsterdamschen en Aalsmeerschen bloemisten onze hulde!

E. Th. W.

Internationaal Verkeer.

De invoer per postpakket van levende planten in Nederlandsch Oost-Indië.

Onze lezers zullen zich herinneren, dat in het begin dezes jaars de postkantoren plotseling eene aanschiijving ontvingen, de mededeeling inhoudende, dat de invoer van levende planten in Indië per post verboden was.

Wij meenden temogen veronderstellen, dat deze aanschrijving op een misverstand berustte en een door ons ingesteld onderzoek scheen zulks aanvankelijk ook volkomen te bevestigen. Het Hoofdbestuur van Posterijen en Telegrafie had namelijk uit Bern van het Internationale Bureau mededeeling van dit invoerverbod ontvangen, hetgeen volgens den tekst zou slaan op „les plantos vivantes et les semences de caféier et d’autres

Rubiacées”. Naar onze meening lag het voor de hand, dat het hier een maatregel van de Indische Regeering gold ter bescherming van de koffiecultuur tegen invoer van ziekten en schadelijke insecten en dat men hetzij te Bern of te ’s-Gravenhage het juiste verband der woorden niet begrepen of in de vertaling verkeerd weergegeven had. In verband toch met andere bepalingen tot wering van plantenziekten kwam het ons voor, dat hier slechts bedoeld werd, den invoer te verbieden van planten en zaden van tot de Meekrapachtigen behoorendo gewassen, waaronder ook de koffie behoort.

Het Hoofdbestuur van Posterijen en Telegrafie was zoo welwillend, naar aanleiding van onze bedenkingen, tot de Nederlandsche postkantoren eene nieuwe aanschrijving te richten, dat in afwachting van een nader onderzoek, postpakketten met levende planten op risico