is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 4, 29-01-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op Amerika, uit Amerikaansche handelaren; die van de afd. Handelaren op Duitschland, uit Duitsche handelaren; die van de Boomkweekers-groep uit hoomkweekers. In

speciale Commissie, als b.v. „prijszetters”, is het wenschelijk dat belanghebbenden van verschillende groepen zitting hebben, evenals in het Scheidsgerecht, enz. In het Centraal Bestuur is het wenschelijk, dat van iedere groep één lid zitting heeft. Administrateur en Secretaris mogen geen Boskoopers zijn en mogen niets met boomkweekeri] en handel uitstaande hebben.

Een voorname factor in bovenuiteengezette regeling is, dat de coöperatie zich niet alleen behoeft te beperken tot Boskoop, doch ook elke kweeker in Nederland er zich bij kan aansluiten. En het zou zelfs wenschelijk zijn, als dit werkelijk gebeurde. Wij zijn immers boven alles „collega , waarom dan ook niet collegiaal samengewerkt.

Is Boskoop rijp voor organisatie?

Er is mij dikwijls toegevoegd, dat Boskoop thans nog niet rijp is voor deze organisatie, alsof er ooit kans op was, dat heel Boskoop op één en hetzelfde oogenblikde rijpheid voor organisatie in zich zou voelen opwellen en te hoop loopen om zich te organiseeren. Bovendien komt de drang tot sociale vooruitgang gewoonlijk niet voort uit hen, die hem het meest behoeven. Meestal worden toestanden, die ontstaan uit gebrek aan onderling vertrouwen en samenwerking, zóó als vanzelf sprekend en onontkoombaar beschouwd, dat men zich er eenvoudig in schikt of wel dat men zich de gebreken nooit werkelijk bewust is. De stoot moet van buiten komen; men moet door anderen worden ingelicht on gelooft dikwijls geen woord van wat wordt voorgespiegeld. Zoo werd de slavernij in Amerika afgeschaft, niet tengevolge van eenige beweging van den kant der slaven of ook maar een uitgedrukt verlangen van hun zijde om vrij te zijn, maar enkelen alleen door het optreden van agitators in Boston en elders, menschen die zelf geen slaven waren, en ook geen slaveneigenaars en die in werkelijkheid niets met de zaak hadden uit te staan. En het is opmerkenswaardig, dat zij van de zijde der slaven zelven niet alleen heel weinig bijstand, maar nauwelijks eenige sympathie ondervonden.

Eveneens zal ook de drang naar die organisatie, die de sociale en oeconomische toestanden van Boskoop beoogen, wel nimmer uitgaan van hen, die er het meeste behoefte aan hebben. Een plaats als Boskoop is niet te vergelijken met een vrucht, die, zoodra de bloem bevrucht is, door de harmonische invloeden der natuur tot rijpheid komt. Ze zal rijpen tot een schoone vrucht onder gunstige omstandigheden en tot een leelijke vrucht onder ongunstige omstandigheden, doch in elk geval zal zij rijp worden, zonder dat zij zelve dit verhaasten of er zich aan onttrekken kan.

En hiermee zal ik mijn artikel over „Coöperatie in plaats van concurrentie” eindigen. Ik hoop dat velen het belang der zaak met mij zullen inzien, öf mij onomwonden willen verklaren, waarom het in hoofdzaak of in onderdooien niet mogelijk is. Dit kan de goede zaak nooit schaden en is zelfs zeer gewenscht, omdat er tot de oprichting niet moet worden overgegaan, alvorens ieder punt van verschillende kanten is bekeken en aan de

praktijk getoetst. En al mag men misschien ook op bezwaren stuiten, dan moet men toch vooral bedenken dat wat Boskoop thans doet, oneindig veel gevaarlijker is, omdat iedere vereeniging op zichzelf organiseert en daardoor buitenstaanders en vreemdelingen kweekt. Dit streven ademt het tegendeel van den geest der coöperatie.

A A A

De uitvoer van Pinus-soorten naar de Vereenigde Staten wordt bedreigd.

(De clichés der afbeeldingen, waarmede dit artikel verlucht is, werden door het Staatsboschbeheer welwillend aan den Nederl. Tuinbouwraad ten gebruike af gestaan.)

Wanneer we het opschrift boven dit artikel als een alarmkreet bedoelen, dan wil dit nog niet zeggen, dat we vandaag of morgen reeds eene quarantainebepaling verwachten ten opzichte van den invoer van Pinussoorten in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, voor zoover die nu nog ingevoerd mogen worden. Maar wel geldt dit opschrift als een alarmkreet, die gehoord moet worden door allen, die op Amerika handelen en voor dien handel Pinus-soorten kweeken, zoowel als voor de Pinus-kweekende leveranciers dier handelaars.

Wat is het geval? Het Ministerie van Landbouw der Vereenigde Staten brengt ter algemeene kennis, dat is ingevoerd de Europeesche „pine shoot moth” (dennenlotrups), die schadelijk dreigt op te treden.

Uit de beschrijving, die wordt gegeven en die zeer onvolledig is, noch een wetenschappelijke benaming van het insect geeft, zou men vermoeden, dat de dennenlotrups, Retinia Ruoliana, wordt bedoeld, hoewel er een kleine kans bestaat, dat men de dennenknoprups, Retinia turionana, op het oog heeft. Wij willen echter aannemen

dat het eerstgenoemde insect wordt bedoeld, waarvan het navolgende wordt medegedeeld :

’t Is een kleine, oranjeroode vlinder, waarvan de larve nieuw gevormde knoppen uitholt en de uiteinden van jonge scheuten van Pinus-boomen doodt of beschadigt. Deze beschadiging is inderdaad van geene geringe beteekenis, want is de misvorming, die er een gevolg van is, bij sierboomen leelijk, zoodra het nutboomen betreft, gaat er een belangrijk verlies mede gepaard; het behoeft toch geen betoog, dat een rechte stam veel meer waarde heeft dan een, waarin een zeer leelijke kromming voorkomt.

Vlindertje van Retinia Bmliana.

Het insect tast in Europa niet alleen alle inheemsche Pinus-soorten aan, maar is evenzeer schadelijk voor de aldaar gekweekte Amerikaansche soorten. Het Departe-