is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 9, 05-03-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet-Officieel Gedeelte.

Boomkweekerij.

Verpakkingen in den handel in boomkweekerij-gewassen.

In de nummers 16 en 19 van den vorigen jaargang werden een paar door ons geschreven opstellen onder bovenstaand opschrift afgedrukt. We wezen daarin op een aantal fouten, die gemaakt worden, waarvan we de voorbeelden voor oogen hadden gehad, deelden daarbij mee, welke gevolgen verschillende slechte verpakkingsmethoden hebben en gaven aan, hoe men dient te pakken en van welk materiaal men bij voorkeur gebruik dient te maken.

We krijgen thans van zoo geheel onverdachte zijde eene bevestiging van hetgeen we schreven, dat we niet kunnen nalaten, nog eenmaal op hetzelfde onderwerp terug te komen, ditmaal door weer te geven, wat de Heer C. Cordon Hewitt, de „Dominion Entomologist” te Ottowa, Canada, in December 1914 in de „Gardeners’ Chronicle” schreef, welk bericht ook door de „Horticultural Advertiser ’ werd overgenomen. Ziehier wat we ongeveer lezen:

„Bij het inspecteeren van ingevoerde kweekerij-gewassen, zooals sierheesters, vruchtboomen, rozen, enz., constateerden onze inspecteurs vaak slechte verpakking van de ingevoerde artikelen van de zijde van menigen afzender in Groot-Britannië.

■ Zendingen naar plaatsen in Canada, in het bijzonder naar die in westelijk Canada, zijn lang onderweg en oponthoud kan oorzaak zijn, dat deze zendingen zeer veel tijd behoeven, voordat zij de afnemers bereiken. Gedurende deze reizen zijn de zendingen aan zeer uiteenloopende temperaturen blootgesteld. Het is daarom begrijpelijk, dat de planten van zulke zendingen, indien zij niet met bijzondere zorg zijn verpakt, in slechte conditie of zelfs dood aankomen.

Dit geeft aanleiding tot onaangenaamheden tusschen verzender en ontvanger. De eerste tracht niet zelden de vervoerders aansprakelijk te stellen, of wel de douane of ook onze inspecteurs als de veroorzakers van de schade uit te spelen, wat onmogelijk gaat, dewijl inderdaad niet anders dan de slechte verpakking oorzaak was van de geleden schade.

Aangezien wü de uitbreiding van den handel van Britsche exporteurs willen vergemakkelijken, lijkt het ons wenschelijk, de aandacht der Engelsche handelaars erop te vestigen, dat zij goed zullen doen maatregelen te nemen om hun eigen belangen te dienen door hunne Canadeesche afnemers te gerieven. Zendingen uit Engeland, voor West-Canada bestemd, komen in de meeste gevallen door slechte verpakking in treurige conditie aan. Het pakmateriaal bestaat gewoonlijk uit hooi, stroo, doode bladeren en opharksel („rubbish”), welk materiaal neiging heeft onderweg te gaan broeien, met het resultaat dat de gebroeide planten dood kunnen zijn of gaan. Hooi is bovendien slecht materiaal om tegen vorst te gebruiken en veel gewassen komen bevroren aan, hetgeen te voorkomen geweest ware, indien zij in mos of

dergelijk meer geschikt materiaal waren verpakt. Hooi houdt bovendien zeer slecht het vocht vast en wordt daardoor oorzaak, dat de planten vaak verdroogd aankomen.

Zendingen uit lerland, België, Frankrijk, Japan, Holland en Duitschland komen gewoonlijk in uitstekenden toestand aan, hetgeen hieraan toe te schrijven is, dat de planten zorgvuldig verpakt zijn in „moss peat” (varenwortels) en dergelijk materiaal, waardoor bewezen wordt, dat de slechte conditie, waarin zendingen uit Engeland worden ontvangen, is te wijten aan slechte verpakking en ongeschikt materiaal. De handelaars hebben het dus geheel in eigen handen in dezen toestand verbetering te brengen.”

De verpakking van de meeste Nederlandsche exporteurs op Canada laat dus blijkbaar niets of weinig te wenschen over, hetgeen hun eene voldoening zal zijn geconstateerd te weten. Uit het schrijven van den „Dominion Entomologist” blijkt echter eens te meer, welk gewicht aan eene goede en doelmatige verpakking is te hechten en daarmede houde iedereen rekening. N.

Tentoonstellingen en Keuringen.

Bloemenkeuring der Alg. Ver. voor Bloembollen cultuur op Maandag 22 Februari 1915.

Getuigschrift van Verdienste werd toegekend aan:

Hyacinth Georgios, als nieuwigheid ingezonden door de firma Wal ter Blom en Zoon te Overveen.

Bloem middelmatig groot, op stevigen stengel; kleur donker-purper, paarsrood getint, de punten der nagels donkerder, bol plat. De verscheidenheid is uit zaad gewonnen, sedert 1907 in den handel en broeit gemakkelijk.

Diploma voor Gouden Medaille werd toegekend aan:

eene verzameling Darwintulpen in 47 verscheidenheden, ter opluistering ingezonden door de firma E. H. Krelage en Zoon te Haarlem.

Vereenigingsleven.

Nederiandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde.

De Winterbijeenkomst.

Groot kon het aantal leden, dat de op 23 Februarij.l. gehouden Winterbijeenkomst van de Nederl. Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde bijwoonde, niet genoemd worden en dat was zeker jammer, daar de behandelde onderwerpen zeker meerdere belangstelling verdienden.

Bij de opening wees de Voorzitter er op, dat sinds de laatste samenkomst der leden de toestanden nog niet veel veranderd waren. Reden tot dankbaarheid was er zeker, daar de groote belangen van den tuinbouw meer en meer begrepen werden, wat o.m. bleek uit een aanzienlijk bedrag, dat Hare Majesteit de Koningin beschikbaar had gesteld voor het aankoopen van rozen ten behoeve van een bazar ten bate van het Nationaal Steuncomité in Amsterdam te houden. Zulke bewijzen van belangstelling werden zeker op prijs gesteld.

De Heer G. Smitskamp uit Zeist leidde vervolgens de stelling in: „Het bevorderen van de stationsversiering ligt op den weg der Maatschappij.” De inleider ging in het kort de geschiedenis van de stationsversiering na en kon daarbij wijzen op het groote