is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 32, 13-08-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Besluiten en benoemingen.

Bij Koninklijk besluit van 6 Augustus 1915 No. 81, is, met ingang van 1 Februari 1916:

le. aan F. B. Löhnis, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend als inspecteur van den landbouw, onder dankbetuiging voor de vele en belangrijke diensten aan den lande bewezen;

2e. I. G. J. Kakebeeke, te Goes, benoemd tot inspecteur van den landbouw, onder toekenning van eervol ontslag als Rijkslandbouwleeraar;

Be. de inspecteur Kakebeeke voornoemd werkzaam gesteld bij de Directie van den Landbouw.

Bij Ministerieel besluit van 10 Augustus 1915, is aan den Rijkstuinbouwleeraar in Zeeland J. P. M. Camman te Middelburg, een verlenging van verlof tot herstel van gezondheid, van drie maanden verleend.

Mededeelingen van het Centraal Bestuur.

’s-Gra.venhage, 12 Augustus 1915.

Het Centraal Bestuur brengt ter kennis van de aangesloten vereenigingen, dat tot het lidmaatschap van den Nederlandschen Tuinbouwraad is toegelaten de Coöperatieve Vereeniging tot aankoop van benoodigclheden voor het tuinbouwbedrijf „Ons Belang” te Santpoort (gem. Velsen). Aantal leden 82. Secretaris: de Heer A. N. van den Bronk te Jan Gigzenvaart (Santpoort).

Deze Vereeniging is onder no. 129 in het register ingeschreven en behoort onder dat nummer in de ledenlijst te worden vermeld.

Namens het Centraal Bestuur:

C. VAN Lennep, Secretaris.

’s-Gravenhage., 12 Augustus 1915.

Het Centraal Bestuur brengt ter kennis van de aangesloten vereenigingen, dat tot het lidmaatschap van den Nederlandschen Tuinbouwraad is toegelaten deVoréeniging „Afdeelmg voor Telers van de Tuinbouwvereenigmg „Tholen en Omstrekeyi”, te Tholen. Aantal leden 26. Secretaris: de Heer W. L. Klompe te Tholen.

Deze Vereeniging is onder no. 180 in het register ingeschreven en behoort onder dat nummer in de ledenlijst te worden vermeld.

Namens het Centraal Bestuur:

C. VAN Lennep, Secretaris.

Niet-Officieel Gedeelte.

T uinbouwcrediet.

De pogingen, die kort na den oorlog, door enkele voormannen in de bloembollenstreek in het werk werden gesteld om tot de oprichting van een bloembollensyndicaat te geraken, ten einde gezamenlijk aan de groote moeilijkheden, die zich vooral in dezen tak van den vaderlandschen tuinbouw deden gevoelen, het hoofd te kunnen bieden, zullen onze lezers zich nog

ongetwijfeld herinneren en in boomkweekerskringen heeft men ongetwijfeld nog niet vergeten welke plannen op het einde van het vorig jaar werden overwogen, om een bijzondere regeling van het crediot te verkrijgen, plannen, die gedurende langen tijd op zóó vele bezwaren van verschillenden aard afstuitten, dat men algemeen geloofde, nimmer tot de verwezenlijking ervan te zullen kunnen geraken.

Intusschen werd den IBden Maart op initiatief van Hare Majesteit de Koningin eene organisatie in het leven geroepen, welke ten doel had, de moeilijkheden uit den weg te ruimen die zoovelen ondervonden om hunne zaken en ondernemingen in deze tijden staande te houden, waar tengevolge van den oorlog, in vele artikelen de handel en de uitvoer zoo goed als stil stond.

In de eerste plaats zou de steun dezer organisatie tegemoet komen aan hen, wier zaken ten gevolge van vervulling van dienstplicht achteruit zijn gegaan, maar dan ook aan die breede schare van personen, die duidelijk kunnen aanwijzen, dat die achteruitgang een gevolg is van de crisis.

Het was in de Regeeringscoramissie inzake het Middenstandscrediet, dat de hiervoren aangehaalde pogingen om tot een regeling van het crediet van de kleinere boomkweekers en bollenkweekers te geraken ter sprake werden gebracht en deze Commissie begreep aanstonds, dat het geheel op haren weg lag tot de verwezenlijking daarvan het hare bij te dragen.

Intusschen rees bij enkele vooraanstaande mannen het denkbeeld, om in samenwerking met de reeds genoemde Regeeringscommissie en de voor korten tijd opgerichte Vereeniging „Het Tuinbouwwaarborgfonds” eene bankinstelling in het leven te roepen, die meer in het bijzonder aan boomkweekers en bloembollenkweekers op billijke voorwaarden crediet zal verleenen tot instandhouding hunner bedrijven en wel op grond van de plannen, die wij hierboven aanhaalden en die in het z.g. project-van Doorn waren belichaamd. Binnenkort zullen we wel eens gelegenheid hebben, hierop nader terug te komen, doch het verheugt ons mede te kunnen deelen, dat de oprichting van deze bankinstelling onder den naam Centrale Land- en Tuinbouwbank met Winstdeeling op Donderdag 12 Augustus, te ’s Gravenhage, haar beslag kreeg.

Als Commissarissen dezer nieuwe credietinstelling zullen optreden de Heeren C. J. K. van Aalst. President van de Nederlandsche Handelmaatschappij, Jhr. Mr. W. Th. C. van Doorn, Lid van de' 2e Kamer der Staten-Generaal, Voorzitter van den Nederlandschen Tuinbouwraad, Mr. D. Fock, oud-Minister van Koloniën, Voorzitter der Regeeringscommissie inzake hetMiddenstandscrediet, Jhr. H. Loudon, Directeur der Koninklijke Maatschappij tot exploitatie van petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië en J. A. M. de Voogt, Lid van den Raad van Beheer der Bataafsche Petroleum-Maatschappij. Als Directeur treedt op de Heer J. C. M. Brugma, Lid der Regeeringscommissie inzake het Middenstandscrediet en Directeur van de Eerste Haagsche Hulpbank, te wiens kantore voorloopig de Bureaux der Centrale Land- en Tuinbouwbank gevestigd zullen zijn.