is toegevoegd aan je favorieten.

De tuinbouw; officieel orgaan van den Nederlandschen Tuinbouwraad, jrg 3, 1915, no 32, 13-08-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. M. Vas Visser, Kettingstraat 8, den Haag, aan welke adressen ook alle gewenschte inlichtingen verstrekt worden.

Het Bestuur der Vaste Keurings-Commissie, A. .1. VAN Laren, Vcorzitter. J. H. Kauffmann, Secretaris.

Nederlandsche Maatschappij voor Tuinbouw en Plantkunde.

De Plantenkeuring op 10 Augustus.

Zooals steeds in de maanden Augustus en September het geval is, stond ook deze keuring in het teeken der Dahlia’s, die in groeten getale en zeer mooi waren ingezonden. Behalve deze nazomer-bloemen bij uitnemendheid was er echter nog veel meer moois te zien, zoodat zij als in alle opzichten geslaagd kan worden beschouwd.

De grootste inzending Dahlia's was afkomstig van den Heer G. L. Hasseley Kirchner, tuinbaas de Heer P. Majoor, te Baarn. Deze heer zond een inderdaad reusachtige verzameling bloemen van oudere en nieuwere verscheidenheden, zoodat de vooruitgang bij deze bloemen zeer goed viel waar te nemen. Zeer mooi waren in deze collectie „Mont Blanc”, zuiver wit; „Floris V”, zalmkleurig rosé; „Pharao”, bijna zwart; „Roemer Visscher”, donker wijnrood ; „Sacharias Jansen”, helder geel; „Le Nótre” zacht zwavelgeel en „Xerxes”, licht rosé. De opstelling van deze verzameling was inderdaad zeer verdienstelijk.

Behalve deze groote collectie waren er door denzelfden inzender nog eenige nieuwe Pioen-Dahlia’s ingezonden. Zeer mooi is „Vesuvius”; haar bloemen zijn uitnemend van vorm, zij staan flink recht op, op krachtige stelen en haar kleur is schitterend vermiljoen rood. Het is een werkelijk goede verbetering. Ook „Gunera” is een zeer goede aanwinst; ook bij haar is de stand der bloemen goed, zij zijn iets losser van vorm dan de voorgaande, de grondkleur is wit met zacht lila weerschijn. Zeer veel gelijkt op haar de „Lohengrin”, zooveel, dat wij geen kans zien, het verschil onder woorden te brengen. Minder mooi vonden wij „Inca”, mat zalmkleurig, en wij gelooven dan ook niet, dat die zich zal handhaven.

Dat ook de Heer Hornsveld te Baarn niet op het appèl zou ontbreken, was wol te verwachten. Deze inzender zond weder enkele bloemen van z.g.n. Pioen Cactus Dahlia’s. Het is met dit nieuwe ras nog steeds niet in het reine, wat er zeker geen goed aan zal doen. Ook bij deze nieuwe verscheidenheden bleek ons opnieuw, dat zij te veel van de Cactus- zoowel als van de Pioen-Dahlia’s verschillen om bij een dezer beide rassen ingedeeld te worden, terwijl zij op de eene keuring onder dezen, op de andere onder genen naam worden ingezonden. Het wordt hoog tijd, dat de Heer Hornsveld nu eens duidelijk aangeeft, wat hij er mede wil.

In de eerste plaats zagen wij de „Jhr. Boreel van Hogelanden” ; het is een zeer mooi gevormde, goed gevulde bloem, die op flinke, krachtige stelen mooi rechtpp staat; haar kleur is zalmkleurig met oranje gloed; wij beschouwen haar als een eerste klasse aanwinst. Veel minder kon ons de „Latonia” bevallen, haar vorm is

minder goed, te plat, en ook is de kleur niet sprekend genoeg; haar gi'ondkleur is wit, verloopend in zalmkleurig.

Mede waren door den Heer Hornsveld twee nieuwe Pioen-dahlia’s ingezonden. Mooi van vorm is de „California”; haar bloemen zijn groot, niet plat, zij staan op krachtige stelen en zijn helder zwavelgeel; het is een inderdaad zeer verdienstelijke aanwinst. Bijzonder sprekend van kleur is de „Paul Ci’ampel”, zooals de naam reeds aanduidt, schitterend vermiljoen rood ; de bloemen zijn middelmatig groot, staan op flinke stelen, doch zijn wel wat plat om mooi van vorm te zijn. Voor sprekend bloemwerk zal zij zeker wel geschikt zijn.

Behalve deze nieuwe verscheidenheden waren door den Heer Hornsveld nog ingezonden de verleden jaar reeds bekroonde Pioeyi-Cactus-dahlia’s „Bianca”, „1’ Attraction”, „Mrs. Warnaar” en „Diana”, alle prachtige bloemen, waaruit haar waarde duidelijk bleek.

Een zeer mooie Dahlia was ingezonden door den Heer J. G. Ballego te Leiden, onder den naam „Delice”, die echter ook wel voorkomt onder den naam „Rosé Prinses Juliana”. Deze bloemen hebben al de goede eigenschappen van de „Prinses Juliana”, zij gelijken in houding en vorm volmaakt op haar, doch in plaats van wit, is haar kleur zuiver levendig rosé. Vooral voor bloemwerk komt zij ons bijzonder geschikt voor en wij houden het er dan ook voor, dat zij als snijbloem een zeer goede toekomst zal hebben.

Een aanwinst van den allereersten rang achten wij ook de decoratieve Dahlia „J. C. de Lange”, die was ingezonden door den Heer M. Kloezeman te'Watergraafsmeer. Het is een bijzonder groote bloem, prachtig van vorm, die door de krachtige stelen flink rechtop wordt gedragen. Vooral echter door haar sprekende kleur munt zij bijzonder uit; deze is donker scharlaken, naar het hart in bijna zwart overgaande. Wij beschouwen deze verscheidenheid als een werkelijk eerste klasse aanwinst.

Veel minder waarde hechten wij aan eene nieuwe Pioen- en nieuwe decoratieve Dahlia, mede door den Heer Kloezeman ingezonden. De eerste is een zaailing uit de bekende „Geisha”; wel is de stand der bloemen veel verbeterd, doch zij zijn te plat en daarbij is de schijf veel te groot en te grof. De tweede is een sport van de „Roem van W'atergraafsmeer”, doch haar kleur is te flets en te onbestemd om indruk te kunnen maken.

Behalve Dahlia’s waren er ook zeer mooie Gladiolus te zien, en het was de firma E. H. Krelage & Zoon te Haarlem, die door een prachtig opgestelde collectie deze zoo mooie bloemplanten aanbood. In de eerste plaats trokken de nieuwe hybriden van Gladiolus primulinus in het bijzonder onze aandacht, als van groote waarde voor de binderij. Haar bloeiwijzen zijn los en bevallig, daarbij zijn de afzonderlijke bloemen middelmatig groot, zeer zuiver van kleur en raken zij elkander niet, waardoor het geheel iets bijzonder aantrekkelijks heeft. Door het minder gunstige weer kon de firma ze niet op naam sturen, doch de ingezondene waren voldoende om over de waarde van het ras goed te kunnen oordeelen.

Verder troffen wij in deze verzameling de bijzonder mooie „Peau rouge” aan, wier bloemen een mengeling toonen van paars, bruin en rood, dat het onmogelijk is die juist